|
|
Het raadsel van Kerala
Het nationaal inkomen geldt wereldwijd als de maat van welvaart: hoe hoger, des te beter het leven. Ofwel: hoe meer spullen, des te gelukkiger. Maar er bestaat een bewijs dat de vergelijking mank gaat. De Zuid-Indiase deelstaat Kerala laat zien, dat materiƫle rijkdom geen voorwaarde is voor een tevreden leven. De welvaart van de inwoners van Kerala speelt zich af op 1/70 van het westerse bestaansniveau en toch hebben zij wat wij hebben. Een antwoord op de grote vraag: hoeveel is genoeg?
Kerala, een Zuid-Indiase deelstaat met 29 miljoen inwoners, is arm - zelfs voor Indiase begrippen. Het inkomen per hoofd van de bevolking wordt geschat tussen de 400 en 700 gulden per jaar. Tien jaar werd onderzoek gedaan in Nadur, een doorsnee dorp in Kerala. Bijna de helft van de 170 gezinnen bezat alleen kookgerei, een houten bank en enkele krukken. Meer niet, dus ook geen bedden. Eenderde van de gezinnen had daarnaast enkele stoelen en britsen, en een op de vijf gezinnen een tafel. In vijf huishoudens werden zittingen met kussens ontdekt.
Maar nu het vreemde:
* de levensverwachting van een Nederlandse man, met al zijn stoelen en kussens, is 73 jaar, die van de man in Kerala 70 jaar;
* de Verenigde Naties hebben Kerala gewaarmerkt als honderd procent vrij van analfabetisme; de kans om een gesprek op niveau te voeren, is in Kerala even hoog als in Kerkdriel;
* het geboortecijfer in Kerala schommelt rond de achttien per duizend inwoners, tegen zestien per duizend in Nederland.
Demografisch komt Kerala dus overeen met een welvarend land in het Westen, maar dan tegen veel lagere kosten. Er zijn natuurlijk wel problemen: zo is er chronische werkloosheid, een stagnerende economie die het in een wereldmarkt niet gemakkelijk zal krijgen en een begrotingstekort dat door velen onbeheersbaar wordt genoemd. Maar dat soort problemen vind je ook in Italië. Kerala mist ten enen male de morsige dramatiek van de Derde Wereld: de bedelaartjes met hun handen door het autoraampje, de kinderen met opgezwollen buikjes, de eenzaam stervende meisjesbaby's.
In landen met vergelijkbare inkomens is de levensverwachting 58 jaar, slechts de helft van de bevolking kan lezen en schrijven en het geboortecijfer schommelt er rond de veertig per duizend. Ontwikkelingsdeskundigen hanteren een Physical Quality of Life Index, die volgens een bepaalde formule de belangrijkste indicatoren voor de kwaliteit van een mensenleven aangeeft als een getal tussen de 1 en de 100. In 1981 scoorde Kerala met 82 hoger dan heel Afrika en in Azië kwamen alleen de disproportioneel rijkere landen Zuid-Korea, Taiwan en Japan hoger uit. En Kerala deed het steeds beter: in 1989 was de score gestegen tot 88, tegen 60 voor de rest van India. Dit alles heeft Kerala gepresteerd als een van de dichtstbevolkte gebieden op aarde. Zelfs de heterogene samenstelling van de bevolking - zestig procent hindoes, twintig procent moslims, twintig procent christenen: in de rest van India een recept voor endemische stammenstrijd - heeft geen nadelig effect.
Kortom, er is iets met Kerala. En dat 'iets' is in strijd met wereldwijsheden die we haast als vanzelfsprekend beschouwen: rijke mensen zijn gezonder, leven langer, genieten meer onderwijs en krijgen minder kinderen. We weten dat het waar is - en toch bestaat er een uitzondering. Nergens in de wereld van het hindoeïsme merk je zo weinig van het kastenstelsel als in Kerala. Achteraf is het duidelijk, dat deze in hoofdzaak vredige omwenteling voor een deel is terug te voeren op nieuwe economische omstandigheden. Maar een zuiver economische verklaring voor zo'n uniek fenomeen voldoet niet. Achteraf zijn economische factoren altijd duidelijker te onderscheiden: voor wie de veranderingen aan den lijve ondervond, leken ze veel ingrijpender en veel minder onvermijdelijk. 'De grote massa van de bevolking accepteerde het kastenonderscheid als behorend tot de orde der dingen', schrijft M.K. Sanoo, kenner van Kerala's geschiedenis. 'Iedereen op zijn eigen plaats, in de vaste baan van zijn kaste, alsof de natuur het zo wilde. Niemand kon zich voorstellen, dat daar iets aan zou kunnen veranderen. Ook Kerala had zijn Martin Luther Kings. Willen we dit vlot en vreedzaam verlopen wonder begrijpen - en misschien elders reproduceren - dan moeten we Kerala's mentaliteit en ideeën zien te doorgronden.
's Ochtends lopen langs alle wegen in Kerala rijen jongens en meisjes naar school. Elke school heeft haar eigen uniform: stralend blauw, stralend groen, stralend rood. Misschien is het sentimenteel om te zeggen dat ook hun ogen stralen, maar niets is zo belangrijk geweest voor de sluipende, gestage afbraak van de oude orde en de opkomst van het nieuwe Kerala als de verbreiding van onderwijs en scholing op een schaal die nog nergens anders in de Derde Wereld is geëvenaard.
Dat het zover kwam, is te danken aan militante actiegroepen voor hervorming van het kastenstelsel en later aan ontluikend links. De eerste hausse had plaats in de jaren twintig en dertig - vooral in Zuid-Kerala - waar de vorsten de vraag van de bevolking om steeds meer scholen inwilligden. Toen links het in de jaren zestig in de politiek voor het zeggen had, breidden ze de onderwijsprogramma's uit naar Malabar, de noordelijke landstreek die onder rechtstreeks bewind van de Britten had gestaan en verstrekten er studiebeurzen aan onaanraakbaren en in stamverband levende mensen. In 1981 was de algemene alfabetiseringsgraad in Kerala opgelopen tot zeventig procent - tweemaal zoveel als in heel India. Sterker nog: de alfabetiseringsgraad buiten de steden was praktisch even hoog en die onder vrouwen was nog altijd 66 procent. Kerala was een vreemde uitschieter in de troosteloze grafiek van het analfabetisme in de Derde Wereld.
De overheid - en vooral politiek links dat eind jaren tachtig lange tijd regeerde - zette dit streven krachtig door en mikte op totale uitbanning van analfabetisme - wat in de praktijk meestal betekent dat 95 procent van de bevolking kan lezen en schrijven. Er werd een proef gehouden in de streek Ernakulam, waar drie miljoen mensen wonen. Eind 1988 verspreidden zich 50.000 vrijwilligers over het gebied, waar ze 175.000 analfabeten tussen de 5 en de 60 jaar aantroffen, van wie tweederde vrouwen en meisjes. Binnen een jaar zouden deze mensen, hoopte men, Malayalam leren lezen met een snelheid van dertig woorden per minuut, leren een tekst over te schrijven (zeven woorden per minuut), leren tellen van 1 tot 100, uit het hoofd en op papier, en getallen van drie cijfers leren optellen en aftrekken. Het eigenlijke doel was, dat de bevolking zich sterk en betrokken zou gaan voelen; de eerste lessen gingen uit van de gedachte dat de concrete problemen van alledag het beste lesmateriaal vormden. 'Er werd lesgegeven in stallen, in de openlucht, op binnenplaatsen', aldus een groepsleider. 'Voor vissers gingen we naar de kust. In het heuvelland zaten stamleden op stenen. Leprapatiënten werd geleerd hoe ze een potlood moesten vasthouden met een elastiekje om hun handstomp. We sloegen niemand over.' Voor slechtzienden brachten vrijwilligers 50.000 gebruikte brillen bijeen, waarvoor ze op instructie van artsen nieuwe eigenaars zochten. Op 4 februari 1990, dertien maanden na het begin van de campagne, wijdde de Indiase premier V.P. Singh het Wereld Alfabetiseringsjaar in met een bezoek aan Ernakulam, dat hij tot eerste geheel gealfabetiseerde district verklaarde.
Velen die zich ernstige zorgen maken over de constante groei van de wereldbevolking, hebben geconcludeerd dat er wetgeving noodzakelijk is om die groei te stuiten, hoezeer zo'n dwangmaatregel hen ook spijt. Kerala laat zien, dat dwang niet nodig is. In Kerala ligt het geboortecijfer veertig procent onder het Indiase gemiddelde en bijna zestig procent onder het gemiddelde voor alle arme landen samen. In 1992 is zelfs geconstateerd, dat het geboortecijfer het vervangingsniveau had bereikt. Met andere woorden: Kerala heeft eenderde van de factoren die wereldwijd voor milieuvernietiging zorgen, geëlimineerd. Tegen de geldende theorieën in heeft het dat gedaan zonder snelle economische groei - dus zonder het grootschalige verbruik van hulpbronnen dat weer andere schade toebrengt aan het milieu.
'Het gezin met twee kinderen is hier nu de sociale norm', vertelt M.N. Sivaram, de vertegenwoordiging van de Internationale vereniging voor gezinsplanning in de hoofdstad Trivandrum. 'Als onze onderzoekers de dorpen ingaan, blijkt dat mensen zich generen voor het feit dat ze meer dan twee kinderen hebben.' Wat gepast wordt gevonden, hangt van allerlei factoren af. Land is natuurlijk een heel schaars goed en de meeste mensen kunnen van hun kleine lapje grond geen groot gezin onderhouden. Maar elders in de wereld is dat nooit een beletsel geweest. Van groter invloed is wellicht de scholingsgraad in Kerala. Vrouwen die kunnen lezen en schrijven, kunnen hun leven beter inrichten; in Kerala trouwt de gemiddelde vrouw op haar 22ste, in de rest van India op haar 18de. Over de hele wereld gerekend, krijgen vrouwen met ten minste lagere school gemiddeld twee kinderen minder dan ongeschoolde vrouwen. Bovendien willen ze ook voor hun kinderen goed onderwijs. In veel gevallen betekent dat een particuliere school als aanvulling op het openbare onderwijs en meer dan twee keer kunnen de mensen geen schoolgeld betalen.
Ook de beschikbaarheid van betaalbare gezondheidszorg in Kerala biedt zo'n dubbel voordeel. Om de paar kilometer is een polikliniek waar spiraaltjes en andere voorbehoedsmiddelen gratis worden verstrekt, en dat scheelt al. Maar de kliniek verstrekt ook voor weinig geld gezondheidszorg aan kinderen, en dat helpt nog veel meer.
De houding tegenover meisjes in Kerala springt er ook al uit. Van de achtduizend abortussen die in het begin van de jaren negentig in een kliniek in Bombay zijn verricht, ging het in 7.999 gevallen om vrouwelijke foetussen. Meisjes die mogen blijven leven, krijgen veelal minder te eten, minder onderwijs en minder gezondheidszorg dan jongetjes - een praktijk die niet tot India beperkt is. In China, met zijn rigoureuze geboortebeperking, waren er in 1990 113 jongens op elke 100 meisjes. Mondiaal zijn er op die manier miljoenen vermiste vrouwen - vrouwen die er wel zouden zijn geweest als gewoonten en economische overwegingen het niet anders hadden gewild. Het is dus een opmerkelijke prestatie van Kerala, dat we eenvoudig dit kunnen zeggen: er zijn daar meer vrouwen dan mannen. In 1991 bleken er bij een landelijke volkstelling in India zo'n 929 vrouwen op elke duizend mannen te zijn; in Kerala waren er 1.040 vrouwen op duizend mannen, ongeveer zoals het zou moeten. En de levensverwachting van vrouwen in Kerala is hoger dan die van de man, net als in de ontwikkelde wereld.
Al met al brengt dit emancipatoire viertal - de afschaffing van kastenonderscheid, godsdiensthaat, onmachtigheid door analfabetisme en de ergste vormen van seksediscriminatie - in Kerala een aparte sfeer teweeg, een gesteldheid die in alle vertakkingen van het leven voelbaar is. Zo is het een sterk gepolitiseerd gebied. In een lang verhaal over zijn geboortedorp, Thulavady, zegt K.E. Verghese: 'De politiek zweeft altijd in de lucht en is moeilijk te vermijden. Zelfs bejaarde vrouwen worden erbij betrokken, of ze willen of niet.' Na een aantal gevechten, vertelt Verghese, hing een kapper een bord aan zijn muur: 'Geen politieke debatten s.v.p.' Maar de diverse campagnes en betogingen lijken toch vooral een teken van zelfvertrouwen en politieke vitaliteit, een enorme verbetering ten opzichte van de apathie, machteloosheid, onwetendheid of xenofobie die veel samenlevingen in de Derde Wereld kenmerken.
Kerala wijst de weg naar een oplossing voor twee problemen tegelijk: niet alleen het klassieke ontwikkelingsdoel - meer gevulde magen, meer geschoeide voeten - maar ook de even wezenlijke opgave om de aarde met lichte voet te bewandelen door minder hulpbronnen te gebruiken en minder afval te produceren. Kerala toont aan, dat ook een sobere economie kan zorgen voor een acceptabel leven, met een overvloed aan de noodzakelijkste behoeften: gezondheid, onderwijs, gemeenschapsleven. Het bruto nationaal product wordt vaak als synoniem van succes gehanteerd, maar het is ook een eufemisme voor aantallen liters benzine, kilo's weggegooid afval, kubieke meters gezaagd hout. Recent is berekend, dat voor iedere dollar of zijn tegenwaarde in andere munten een halve liter olie opgaat aan het produceren, verpakken en distribueren van het gekochte. Eén zeventigste deel van het inkomen betekent 1/70 van de schade toegebracht aan onze planeet. Dus per slot van rekening: wanneer Kerala en Europa dezelfde fysieke levenskwaliteit realiseren, dan is het succes van Kerala als samenleving oneindig veel groter.
Kerala houdt ons niet precies voor hoe we de wereld moeten herinrichten. Maar het zet ons wel grondig aan het denken en heeft de Derde Wereld twee dingen te zeggen. Het eerste is, dat samen delen werkt: door herverdeling is Kerala een oord geworden waar goed valt te leven, ook zonder veel economische groei. En de tweede, nog belangrijkere, mededeling is, dat onze vrees voor soberder leven niet altijd even gerechtvaardigd is. Het is geen keus tussen een leven in een westerse megapool en sterven op je 35ste, tussen agrarische multinationals en hongersnood, tussen 150 televisiekanalen en totale onwetendheid.
Kerala is een subversieve realiteit - een stagnerende/stabiele economie die haar bevolking goede diensten bewijst - maar ook een griezelige realiteit. Kerala bewijst, dat er een punt bestaat waar arm en rijk elkaar kunnen ontmoeten en samen een acceptabel leven kunnen leiden en het biedt zeker nieuwe stof tot nadenken over de actuele vraag: hoeveel is genoeg?
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.