|
|
Stilte is volmaakte muziek
Muziek is een wonder dat niet in woorden is te vangen. Muzikanten - met of zonder succes - spelen om de ziel te helen. Want muziek is meditatie, de weg naar een heilig mysterie, naar stilte: het dramatische moment na de eerste vier noten van de Vijfde Symfonie van Beethoven.
Daar sta ik dan, met een raar hoofddeksel en een rare wapperende toga, en ik ga iets doen wat ik niet zo vaak doe, ik ga een toespraak houden voor publiek. Ik vraag mezelf af hoe ik hier zo terecht ben gekomen. Ik moet toegeven dat ik wel een tikkeltje zenuwachtig ben. Dat kunnen jullie merkwaardig vinden voor een man die zijn geld verdient door in stadions te spelen, maar ik sta vaak midden in een stadion tjokvol mensen en stel mezelf dan dezelfde vraag: 'Hoe ben ik hier in vredesnaam terechtgekomen?' Het simpele antwoord luidt: ik ben muzikant. En om een of andere reden heb ik nooit een andere ambitie gehad dan muzikant worden. Dus in een poging tot verklaring zal ik maar bij het begin beginnen. Mijn vroegste herinnering is tegelijk mijn vroegste muzikale herinnering. Ik weet nog dat ik aan mijn moeders voeten zat, als ze piano speelde. Het was een staande piano met afgesleten koperen pedalen. En als mijn moeder een van haar tango's speelde, leek ze in een andere wereld, terwijl haar voeten ritmisch heen en weer wiebelden tussen het harde en het zachte pedaal, haar armen pompend het wonderlijke ritme van de tango volgend, en haar ogen gespannen gericht waren op de bladmuziek voor haar neus.
Voor mijn moeder was haar pianospel het enige ogenblik dat ik niet het middelpunt van haar leven vormde, het enige moment dat ze mij totaal vergat. Dus voelde ik dat hier iets van betekenis, een gewichtig ritueel werd uitgevoerd. Ik denk dat ik ergens in werd ingewijd, ingewijd in een soort mysterie. Het mysterie van de muziek.
En dus ontwikkelde ik een verlangen naar de piano en bracht uren door met het hardnekkig hameren van atonale clusters in de misplaatste illusie dat - als ik maar lang genoeg volhield - mijn kakofonie vanzelf muziek zou worden. Van die illusie heb ik nu nog steeds last. Mijn moeder maakte me het scherpe verwijt dat ik het zuivere oor van een musicus had, maar de handen van een kolenboer. En de piano moest trouwens worden verkocht om een financiële knoop te ontwarren, waarmee mijn loopbaan als atonale serialist gelukkig werd onderbroken. Pas toen een oom van me naar Canada emigreerde, met achterlating van een Spaanse gitaar voorzien van vijf roestige snaren, vonden mijn reusachtige en stuntelige vingers hun muzikale thuishaven en ontdekte ik wat uiteindelijk mijn beste vriend zou worden. Waar de piano niet te bevatten had geleken, wist ik vrijwel ter plekke muziek te maken op die gitaar.
Melodieën, akkoorden en liedjesschema's vloeiden zó uit mijn vingertoppen. Ik kon op de een of andere manier naar een liedje op de radio luisteren en het vervolgens met redelijk succes naspelen. Het was een wonder. Ik zat - uur na uur, dag na dag, maand na maand - alleen maar te spelen, uitzinnig blij met mijn mirakel, terwijl mijn ouders waarschijnlijk langzaam gek werden. Maar het was hoe dan ook hun eigen schuld. Muziek is een verslaving, een religie en een ziekte. Er bestaat geen medicijn tegen. En geen tegengif. Ik was eraan verslingerd.
Er was in die tijd maar één radiozender in Engeland - de BBC. En daar hoorde je de Beatles en de Rolling Stones dwars door stukjes Mozart, Beethoven, Glenn Miller en zelfs bluesmuziek. Dat was mijn muzikale vorming - het kwam van alle kanten, aangevuld door de platencollectie van mijn ouders met muziek van Rodgers en Hammerstein, Lerner en Loewe, Elvis Presley, Little Richard en Jerry Lee Lewis. Maar pas toen de Beatles kwamen, bedacht ik, dat ik later misschien wel zou kunnen leven van de muziek. De Beatles kwamen uit hetzelfde arbeidersmilieu als ik. Ze waren Engels, en Liverpool was niet sjieker of romantischer dan mijn eigen geboortestad. En mijn gitaar veranderde van iets dat de eenzaamheid verdreef in een manier om te ontsnappen.
Ik kreeg geen officiële muzikale scholing. Maar ik heb waarschijnlijk succes gekregen door een combinatie van stom geluk, geslepenheid en een goklust die voortkomt uit nieuwsgierigheid. Zo ga ik nog steeds te werk. Maar in de muziek wordt je nieuwsgierigheid nooit helemaal bevredigd. Je kan hele bibliotheken vullen met wat ik allemaal niet weet over muziek. Er is altijd weer iets nieuws te leren.
Nu zijn muzikanten niet bij uitstek een glanzend voorbeeld voor de jeugd in deze maatschappij. We hebben niet echt een smetteloze reputatie. Losbollen, drankorgels, junkies, ontduikers van alimentatie en belasting. En dan heb ik het niet alleen over popmuzikanten. Klassieke musici staan in net zo'n slecht licht. En jazzmuzikanten, hopeloos!
Maar als je een muzikant ziet spelen - als hij die hoogstpersoonlijke wereld van de muziek binnenstapt - zie je vaak een kind in zijn spel, onschuldig en nieuwsgierig, vol verwondering over wat alleen maar als een mysterie kan worden omschreven, zelfs als een heilig mysterie. Iets heel dieps, iets wonderlijks. Tegelijk vol vreugde en treurig. Iets dat je onmogelijk met woorden kunt uitleggen. Zeg nou zelf, wat kan ons er anders toe brengen om uur na uur, dag na dag, jaar na jaar toonladders en arpeggio's te blijven oefenen? Een vage belofte van eeuwige glorie, geld of roem? Of is het iets dat dieper gaat?
Door onze instrumenten zijn we met dit mysterie verbonden, en een muzikant zal dit wonderlijke bewustzijn vasthouden tot de dag van zijn of haar dood. Ik had het voorrecht om een tijdje in de nabijheid van de grote arrangeur Gill Evans te vertoeven, in het laatste jaar van zijn leven. Hij luisterde nog steeds naar van alles, stond nog steeds open voor nieuwe ideeën, nog steeds open voor het wonder van de muziek. Nog steeds een nieuwsgierig kind.
En zo staan we hier dan vandaag met onze toga's, met onze diploma's en onze certificaten van voortreffelijkheid. Sommige zijn slechts eerbewijzen, voor andere is met toewijding gezwoegd. We hebben de harmoniewetten onder de knie gekregen en de regels van het contrapunt, ervaring opgedaan met arrangeren en orchestreren, het ontwikkelen van thema's en ritmische motieven. Maar weet iemand van ons wat muziek eigenlijk is? Is het niet meer dan natuurkunde? Wiskunde? Een romantisch fenomeen? Pure handel? Waarom vinden wij dit zo belangrijk? Wat is het wezen ervan?
Ik kan niet eens de schijn ophouden dat ik het weet. Ik heb honderden liedjes geschreven, heb ze uitgegeven, ze hebben in de hitlijsten gestaan, met Grammy's en voldoende bewijzen op papier dat ik een succesvolle songwriter ben. Maar toch, als iemand me vraagt hoe je liedjes schrijft, moet ik zeggen dat ik het echt niet weet. Ik weet niet precies waar ze vandaan komen. Een melodie is elke keer weer een cadeautje uit een andere wereld. Je moet gewoon leren er dankbaar voor te zijn, en bidden dat je er een volgende keer weer mee zult worden gezegend. En dat geldt ook voor de teksten. Je kan geen liedje schrijven zonder metafoor erin. Je kan voorgebakken coupletten, refreinen, overgangen en 'middle-eights' in elkaar zetten, maar zonder een metafoor die alles bij elkaar houdt, heb je nog niks.
Ik vraag me vaak af: 'Waar komen melodieën vandaan? Waar komen de metaforen vandaan? Als je ze in een winkel kon kopen, zou ik vooraan in de rij staan. Ik breng een flink deel van mijn tijd door met het zoeken naar deze mysterieuze artikelen, het zoeken naar inspiratie.
Tegenstrijdig genoeg ga ik steeds meer geloven in het belang van stilte in de muziek. De kracht van de stilte na een muzikaal fragment, bijvoorbeeld: de dramatische stilte na de eerste vier noten van de Vijfde Symfonie van Beethoven, of de ruimte tussen de noten in een solo van Miles Davis. Er is iets heel uitzonderlijks aan een rust in de muziek. Je haalt een moment je voet van het pedaal, en let even op. Ik vraag me af of wij als muzikanten niet voornamelijk een kader aan het scheppen zijn voor de stilte. Ik vraag me zelfs af of de stilte zelf misschien niet het mysterie is dat de kern van de muziek vormt. En is stilte dan de meest volmaakte soort muziek?
Liedjes schrijven is de enige vorm van meditatie die ik ken. En alleen als het stil is, worden de geschenken van melodie en metafoor aangereikt. Voor mensen in deze moderne wereld is volledige stilte een zeldzame ervaring aan het worden. Het lijkt wel, of we met z'n allen voortdurend samenspannen om die stilte te ontlopen. Drie minuten stilte lijkt ontzettend lang. Het dwingt ons om aandacht te besteden aan gedachten en emoties waar we maar zelden tijd voor vrijmaken. Er zijn mensen die dit beangstigend vinden.
Stilte is verontrustend. Het is verontrustend, omdat het de golflengte van de ziel is. Als we geen ruimte vrijlaten binnen onze muziek - en ik ben wat dat betreft net zo schuldig als iedereen - dan beroven we de klanken die we produceren van een context die hen een plek geeft. Dan is het vaak muziek die voortkomt uit spanning, en weer nieuwe spanning oplevert. Het lijkt haast wel, of we bang zijn om nog ruimte over te laten. Magnifieke muziek draait net zo vaak om de ruimte tussen de tonen als om de tonen zelf. Een maat rust is net zo gewichtig als de maat vol tweeëndertigste noten ervoor.
Wat ik nu probeer uit te leggen, is dat - als mij ooit wordt gevraagd of ik gelovig ben - ik altijd zeg: 'Ja, ik ben een toegewijd musicus.' De muziek brengt me in contact met iets voorbij het intellect, iets uit een andere werkelijkheid, iets dat heilig is. Hoe kan het, dat sommige muziek ons aan het huilen weet te krijgen? Waarom is sommige muziek onbeschrijflijk mooi? Ik krijg nooit genoeg van Samuel Barbers 'Adagio voor strijkkwartet' of de Pavane van Fauré, of van Sitting on the dock of the bay van Otis Redding. Deze muziekstukken spreken me aan in de enige religieuze taal die ik kan begrijpen. Ze brengen in mij een toestand van diepe meditatie of verwondering teweeg. Ze maken me stil.
Het is heel lastig om muziek met woorden te bespreken. Woorden staan machteloos tegenover de abstracte kracht die muziek uitoefent. We kunnen woorden in poëzie gieten, zodat ze worden begrepen op dezelfde manier als muziek wordt begrepen, maar dan streven ze alleen maar naar de status die muziek al heeft. Muziek is waarschijnlijk de oudste godsdienstige rite. Onze voorouders gebruikten melodie en ritme om het rijk van de geesten voor hun wensen en verlangens ontvankelijk te maken - om vat te krijgen op het universum. De eerste priesters waren waarschijnlijk muzikanten, de eerste gebeden waarschijnlijk liederen.
Dus wat ik nu eindelijk wil proberen te zeggen is, dat wij als muzikanten - of we nou succes hebben en elke avond voor duizenden mensen spelen, of minder succes en spelen in bars of kleine clubs, of helemaal geen succes en gewoon in ons eentje op onze flat voor de kat spelen - iets doen dat de ziel kan genezen, dat ons kan helen, als onze geest gebroken is. Of je nou een miljoen dollar vangt of geen ene cent, muziek en stilte zijn geschenken van onschatbare waarde. Ik wens dat jullie die altijd zullen vasthouden. En dat zij jullie altijd zullen vasthouden.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.