Email   Print

De mythe van de biotechnologie of: wat is er eigenlijk mis met de natuur?

Terwijl de twintigste eeuw vooral in het teken stond van spectaculaire doorbraken in de natuur- en scheikunde, wordt de eenentwintigste eeuw nu al de eeuw van de biotechnologie genoemd. Genetisch gemanipuleerde gewassen, bacteriën die menselijke hormonen aanmaken, gekloonde organen en planten die plastics recyclen, zijn nog maar het begin van de vele toepassingen van de moderne gentechnologie. Deze ontwikkeling - zo vermoeden, vrezen en hopen velen - zal de samenleving in korte tijd dramatischer veranderen dan alle andere ontwikkelingen van de afgelopen duizend jaar bij elkaar.

Tijn Touber | 25 maart/april 1999 issue

Genetisch gemanipuleerde gewassen zijn een stuk 'slimmer' dan hun natuurlijke soortgenoten. Ze groeien sneller, hebben handige eigenschappen als hardere schillen en kunnen bijvoorbeeld worden geprogrammeerd om enzymen te produceren. Omdat ze resistent zijn gemaakt tegen allerlei ziekten en insecten, worden ze ook 'groener' genoemd: er is minder of helemaal geen landbouwgif nodig om ze groot te brengen. En toch waarschuwen velen, dat deze slimme, groene plantjes wel eens een grotere bedreiging voor de planeet kunnen vormen dan ons chemische en nucleaire arsenaal bij elkaar.

Het verplaatsen en vervangen van genen biedt eindeloos veel mogelijkheden, maar staat nog in de kinderschoenen. Uit de vele mislukte experimenten blijkt steeds weer hoe weinig we in feite nog weten. Een blauwe roos maken - bijvoorbeeld - lijkt zo gemakkelijk: je zet gewoon het gen dat petunia's blauw kleurt in het DNA van de roos. We wachten echter nog steeds op de eerste blauwe roos. En dan die zalm, die door middel van genetische manipulatie in korte tijd groot moest groeien… Hij groeide wel, maar werd ook groen!
Het probleem is, dat het onmogelijk is te voorspellen hoe in laboratoria ontwikkelde levensvormen zich in de vrije natuur zullen gedragen. Het introduceren van vreemde soorten in een natuurlijke omgeving heeft in het verleden al tot kleine rampen geleid. Zo verdrong de Noord-Amerikaanse zwarte kersenboom in Duitsland allerlei zeldzame planten- en diersoorten, dunde de Nijlbaars in het Victoriameer de inheemse vissoort uit en vormt de geïmporteerde brulkikker in Nederland een bedreiging voor onze eigen kikkers. Het probleem met planten en dieren is nu eenmaal, dat ze léven: ze kruisen zich en planten zich voort, waardoor de gevolgen voor het hele ecosysteem niet zijn te overzien. Milieudeskundigen zijn bang voor overspringende genen, die kunnen leiden tot onuitroeibaar onkruid of resistente virussen. Niets in de natuur staat los van de rest, iedere wijziging kan gevolgen hebben voor het hele systeem. Genetisch gemodificeerde maïs bevat bijvoorbeeld een gen dat het ongevoelig maakt voor het antibioticum ampicilline. Wanneer dit gen wordt overgedragen op micro-organismen in maïs etende koeien, kunnen de koeien ongevoelig raken voor het antibioticum. De koeien worden ziek… en de mens eet de koe.

Ondanks de voorziene gevaren, gaan wetenschappers onverstoorbaar voort met het ontcijferen van de genetische code van het leven. Het kraken van erfelijke informatie is zelfs routine geworden. Van bacteriën, schimmels, fruitvlieg, worm, zandraket, aardappel, tomaat, muis, varken en mens is het erfelijke materiaal al voor een groot deel in kaart gebracht. Onderzoekers ontdekken in hoog tempo nieuwe genen en combineren deze dragers van erfelijk materiaal naar hartelust: menselijke insulinegenen worden in een bacterie geplaatst, zodat deze insuline gaat produceren; het gen van een vuurvliegje laat planten licht geven en er zijn inmiddels tomaten op de markt met het gen van een vis. Waar ligt de grens? Waarom niet blauwe bomen, of rood gras? Waarom niet katoenplantages die kreukvrije vezels maken? Of golfbanen van gras met citroengeur! Absurd? Helemaal niet, er wordt aan gewerkt, evenals aan een bloem met de geur van Calvin Kleins aftershave!
Wie bepaalt eigenlijk wat wel en wat niet kan? Op dit moment lijkt het erop, dat de grote multinationals het voor het zeggen hebben. Vooral in de Verenigde Staten zijn - in tegenstelling tot Europa, waar alleen nog maar onderzoeksplantages zijn - genetisch gemanipuleerde producten niet meer te stoppen. Op miljoenen hectaren worden inmiddels genetisch gemanipuleerde maïs, soja, katoen en koolzaad commercieel verbouwd. Meer dan vijftien procent van de Amerikaanse sojabonen komt voort uit genetisch gemanipuleerde zaden. Deze bonen worden niet van de andere gescheiden, waardoor het onmogelijk is vast te stellen hoeveel voedsel genetisch gemanipuleerd materiaal bevat. Maar dat is aanzienlijk, want zestig tot zeventig procent van het fabrieksmatig geproduceerde voedsel bevat soja. En dit alles ondanks het feit dat niemand precies weet wat de effecten zijn van genen die we nooit eerder hebben gegeten.
In Europa wordt hier en daar nog dapper standgehouden tegen de druk der voedselgiganten. Malcolm Walker - directeur van het Britse Iceland Foods (de grootste Britse fabrikant van diepvriesgroenten) - verkoopt in zijn 770 winkels gegarandeerd gentech-vrij voedsel. Al zijn leveranciers zijn met hem mee gegaan in zijn kruistocht tegen deze producten. Volgens Walker is het een leugen dat het vreselijk lastig zou zijn om genetisch gemanipuleerde producten van niet-gemanipuleerde producten te onderscheiden: 'Het is een truc. De enige reden waarom producenten gemanipuleerde producten vermengen met niet-gemanipuleerde producten is om de consument geen keus te laten.'

Het Amerikaanse bedrijf Monsanto - de 'Microsoft' van de voedselindustrie - is hét model van de nieuwe biotechnologie-industrie. Monsanto verkocht in 1997 zijn chemische afdeling - waar het destijds Agent Orange ontwikkelde en produceerde; het beruchte ontbladeringsmiddel dat Vietnam sloopte - om zich volledig toe te leggen op de biotechnologie. Zijn eerste succes was het hormoon Posilac, dat koeien vijfentwintig procent meer melk deed geven. Deze melk was de eerste genetisch gemanipuleerde voeding die officieel werd toegestaan. Monsanto heeft er - om te voorkomen dat de melk een verdacht imago zou krijgen - alles aan gedaan om te verhinderen dat de herkomst van de melk op het etiket zou worden vermeld. Dit ondanks de onzekerheden wat betreft de gezondheid van koe en mens. Om nog maar te zwijgen over de - als gevolg van de stijgende productie - kelderende melkprijzen die kleine boeren - die Monsanto's hormonen niet kunnen betalen - bedreigen. Na Posilac volgden aardappelen en katoen die zonder bestrijdingsmiddelen kunnen groeien en tomaten die langzaam rijpen. Maar de grootste coup is ongetwijfeld het Roundup procédé. Monsanto verkoopt zaden die resistent zijn tegen het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup. De zaden en het gif zijn exclusief te verkrijgen bij Monsanto. Iedere boer die het zaad wil zaaien, moet een contract met de onderneming tekenen om alleen nog maar Monsanto's zaad te gebruiken. De boer mag geen zaad bewaren voor een volgend seizoen, iets wat boeren al millennia doen. Monsanto huurt particuliere politie in om te controleren of boeren zich hier aan houden. De miljoenen kleine boeren die het nieuwe zaad niet (jaarlijks) kunnen betalen - vooral ook in ontwikkelingslanden - lopen het risico uit de markt te worden geconcurreerd, waardoor de voedingsmiddelenindustrie (65 procent van de wereldeconomie!) steeds meer in handen komt van enkele grote multinationals die octrooien hebben op de verschillende zaden en bestrijdingsmiddelen.
Want dat is de truc: octrooi aanvragen. Genen, zaden, schimmels, hormonen, planten, diersoorten en zelfs menselijke cellen zijn nu het 'eigendom' van multinationals. De verwachting is, dat het grootste deel van de ongeveer zeventigduizend genen die het menselijk ras uitmaken, binnen zeven jaar zullen zijn gepatenteerd. Binnen afzienbare tijd zal ieder schepsel van enige 'waarde' het eigendom zijn van enorme bedrijven, die hoge vergoedingen zullen verlangen voor alle nieuwe ontdekkingen op het gebied van 'hun' plant, gen, of wat dan ook. De gekste zaken doen zich voor. Zo zag de Amerikaanse kankerpatiënt John Moore zijn cell lines worden gepatenteerd door zijn eigen dokter. Het Amerikaanse bedrijf Myriad Pharmaceuticals heeft octrooi op het gen dat borstkanker bij vrouwen veroorzaakt, om zodoende de exclusieve rechten op onderzoek en diagnosen te kunnen verwerven. Ook de cell lines van de Hagahai stam in Nieuw Guinea en de Guami-stam in Panama zijn inmiddels gepatenteerd. De directeur van het Britse Pharmaceutical Proteins noemt 'zijn' schaap Tracy 'een grappige fabriek, die in de wei rondloopt'. Tracy is een 'biotechnologische uitvinding' van het bedrijf en maakt een bepaald hormoon. En in Nederland hebben we stier Herman.

Sommigen vinden, dat het manipuleren van genen in wezen niets anders is dan het ouderwetse fokken en telen van rassen. Maar telen en kweken is in ieder geval nog gebaseerd op deelname van het organisme zelf. Je kunt een paard met een ezel kruisen om een muildier te krijgen, maar je kunt een paard niet met een eik kruisen. Met genetische manipulatie kun je alle biologische grenzen overschrijden. Knippen, plakken en knutselen is in feite biologisch geweld. Dan spreekt het organisme geen enkel woord meer mee. Manipuleren, beheersen en dwingen is iets anders dan sturen, verzorgen en - waar nodig - afzien. Het hele idee dat je een plant of dier 'van jou' zou kunnen noemen, is absurd. Het manipuleren van genen is namelijk heel iets anders als het scheppen van nieuw leven. De wetenschap is hier - gelukkig - nog ver van verwijderd.
Als er één man is, die al jaren tegen de huidige toepassingen van de moderne biotechnologie ageert, dan is het wel de Amerikaanse auteur Jeremy Rifkin. In zijn boek The Biotech Century voorspelt Rifkin, dat de biotechnologie-industrie zichzelf ten val zal brengen. 'Er hoeft maar één grote ramp plaats te hebben om mensen wakker te schudden. Zo is het ook gegaan met het verzet tegen kernenergie.' Het gevaar van biotechnologie is overigens nog groter. Straling kan nog enigszins worden beteugeld - de 'sarcofaag' rond de centrale van Tsjernobyl -, genetisch gemanipuleerde zaden komen in de wind overal terecht en gemanipuleerde gewassen planten zichzelf voort - niemand kan dat meer beheersen. Rifkin wijst erop, dat het niet voor niets is dat verzekeringsmaatschappijen hebben laten weten dat ze niet zullen instaan voor schade aan oogsten op lange termijn. Zij achten de risico's eenvoudigweg te groot en niet te overzien. De grote vraag is waarom er nog geen politicus is opgestaan die de simpele vraag stelt: 'Als het misgaat, wie draait er dan voor de kosten op?' Maar eigenlijk is het antwoord al bekend. In de Verenigde Staten - die de biotechnologie domineren - weegt het economische belang van het veroveren van de wereldvoedselmarkt zwaarder dan wat dan ook.

De grote multinationals verdedigen hun patent & plunder regime - zoals de Engelsen het onder woorden brengen - door aan te voeren dat de dure onderzoeken niet kunnen worden gedaan zonder het geld dat met octrooien wordt terugverdiend. Het is echter de vraag of de wetenschappelijke creativiteit erop vooruitgaat. Uit verschillende onderzoeken is gebleken, dat er vrijwel geen bewijs is te vinden dat het recht op octrooi nieuwe uitvindingen stimuleert. De octrooien zijn voornamelijk bedoeld om te voorkomen dat andere bedrijven dezelfde markt betreden. Waar geleerden vroeger in hun enthousiasme nieuwe vindingen met elkaar deelden, is ieder nu in het geheim achter gesloten deuren bezig. Ook hier heeft geen - creatieve - kruisbestuiving meer plaats.
Veel biotechnologiebedrijven vinden ook, dat ze in het belang van de hele mensheid werken, omdat ze bijdragen aan de oplossing van het wereldwijde voedselvraagstuk. Maar de vraag is, of hun doel wel zo nobel is en of ze in hun missie zullen slagen. Monsanto heeft inmiddels een octrooi in handen voor het vervaardigen van zaden die maar één generatie groeien. Het DNA is zo geprogrammeerd, dat de plant zijn eigen embryo's doodt. Binnen afzienbare tijd zullen zulke 'zelfmoord-zaden' van alle mogelijke gewassen op de markt zijn, waardoor de natuurlijke cyclus van zaad-tot-plant-tot-zaad wordt verbroken. Dé cyclus die het leven op deze planeet in stand houdt, komt hiermee ten einde! Weg biodiversiteit, weg kleine boeren die door de eeuwen heen het juiste zaad hebben gecultiveerd om op hun specifieke bodemsoorten de beste planten te doen groeien. Nee, voortaan verbouwen we van Zuid-Afrika tot Japan dezelfde maïs, paprika en komkommer, of ze nu groeien of niet. Welke nobele motieven liggen hieraan ten grondslag? Hoe kan dit ooit een oplossing voor het voedselprobleem zijn? Je moet er niet aan denken wat de gevolgen zullen zijn als er in de fabrieken van Monsanto iets misgaat…
Bovendien concludeerde de eerste Wereld-Voedselconferentie in 1974 al, dat de oplossing van het voedselprobleem maar in zeer beperkte mate afhankelijk is van nieuwe technische uitvindingen. Voedselzekerheid - zo stond er in de slotverklaring - is primair een gevolg van armoede. En armoede heeft alles te maken met een oneerlijke verdeling van de middelen die de aarde ons geeft. Iets waar multinationals als Monsanto hard aan meewerken. Uiteindelijk gaat het dit soort bedrijven - vrees ik - gewoon om veel geld verdienen.

Achter het biotechnologie beleid zit de gedachtegang, dat wij het recht zouden hebben de natuur te bezitten, te beheersen en uit te buiten. Dit idee is niet nieuw. Toen Christopher Columbus in 1492 Amerika ontdekte, werden hem door Koningin Isabel en Koning Ferdinand de priviliges van 'ontdekking en verovering' gegeven. Ook de Paus gaf in die tijd 'Goddelijke toestemming' tot het onderwerpen van hele delen van de aarde - inclusief inwoners, die gewoon onderdanen werden. Het waren deze decreten - feitelijk de eerste octrooien - die de basis legden voor het imperialistische denken van de westerse mens. Het land, de bossen, de rivieren, de oceanen en de atmosfeer werden gekoloniseerd, geëxploiteerd en vervuild. Inmiddels valt er steeds minder te halen en dus richt het kapitaal zich nu op de innerlijke koloniën. Vijfhonderd jaar na Columbus is het doel van ontdekken, veroveren, onderwerpen, bezetten en bezitten nog steeds hetzelfde. Zoals het christendom werd gedefinieerd als de enige religie - en dus gerechtigd alle andere 'primitieve' godsdiensten te onderwerpen - zo vindt de moderne wetenschap dat ze het recht heeft alles aan zich te onderwerpen.
Dit stuitende gebrek aan respect voor leven en levensopvattingen komt voort uit de rechtlijnige, reductionistische visie die aan het moderne wetenschappelijke denken ten grondslag ligt. Volgens deze benadering kunnen alle verschijnselen van natuur en mens worden herleid - gereduceerd - tot stoffelijke factoren. Woede over het onbenul van een collega is gewoon een stoot adrenaline uit een hormoonklier, vreemd gedrag is een kwestie van verhoogde of verminderde activiteit van een hersenkern en het verschil tussen een aardappel en een mens is niets anders dan een verschil in DNA-code. Biologen spreken van 'defecte genen'. Maar wat is defect? Wie bepaalt wat goed en fout is? Tegen welke ideale norm moeten we dit afzetten? Willen we wel blauwe rozen, geraniums die als citroenen ruiken, orchideeën die oplichten als ze water nodig hebben en gras dat haast nooit hoeft te worden gemaaid? Wat is er eigenlijk mis met de natuur zoals we die kennen? Het is duidelijk dat de vele morele, ethische en praktische vragen die de biotechnologie oproept, niet slechts vanuit een beperkte, eendimensionale visie kunnen worden beantwoord. En zeker niet door wetenschappers en industriëlen alleen - zoals thans het geval is. Vele vanzelfsprekende begrippen - leven, natuur, gemeenschap, seksualiteit, reproductie, vrije wil et cetera - komen door de moderne biotechnologie in een ander daglicht te staan.

De biotechnologie is wat de nucleaire technologie in de jaren zestig en zeventig was: een gevaarlijk spelletje met Moeder Natuur. Net als bij het energievraagstuk, waarbij veel geld wordt geïnvesteerd in gevaarlijke oplossingen (kernenergie) en de voor de hand liggende oplossingen (zonne- en windenergie) vrijwel worden genegeerd, zo dreigt de biotechnologie ook haar doel voorbij te schieten. Er zijn simpeler oplossingen. Volgens het gezaghebbende Amerikaanse Worldwatch Institute gaat twintig procent van alle oogst wereldwijd verloren door verscheping en opslag. Bovendien wordt achtendertig procent van al het graan wereldwijd aan vee gevoerd. Langzamerhand - zeker sinds de gekkekoeienziekte - begint het door te dringen, hoe gevaarlijk het is om met de natuur te spelen. We voeren onze veestapel met afvalproducten, waarbij we hen niet alleen hebben veranderd in carnivoren, maar zelfs in kannibalen. Minder vlees eten is misschien nog wel de eenvoudigste en doeltreffendste oplossing voor het voedselprobleem, maar niet veel mensen - en zeker niet het grootkapitaal - zullen dit een aantrekkelijke oplossing vinden. Toch is het belangrijk om te beseffen dat we wel degelijk een keuze hebben. Uiteindelijk bepalen we nog altijd zélf wat we eten.

Dat wil niet zeggen dat alle genetisch gemanipuleerde voeding per definitie ongezond of zelfs onnatuurlijk zou zijn. Wat is tenslotte natuurlijk? Als een bever een dam bouwt, noemen we dat natuurlijk, maar als een mens een dijk aanlegt, vinden we dat onnatuurlijk, schreven we in een commentaar in het vorige nummer van Ode. Een evolutietheorie die alleen de biologische ontwikkelingen natuurlijk vindt, is te beperkt. Tenslotte is de mens - inclusief hersenen en handen - ook een natuurlijk product van de evolutie. Een lantaarnpaal is dus evenzeer een product van de evolutie als een boom. Het feit dat menselijke creaties als kunstmatig worden beschouwd, heeft alles te maken met het effect van die creaties op de rest van de natuur. De mens vergeet regelmatig rekening te houden met zijn omgeving - met alle negatieve gevolgen van dien.
De technologie is inmiddels zo machtig geworden, dat de mens de natuur aan zich kan onderwerpen. Maar die ultieme machtsgreep betekent vervolgens ook het einde van de mens. De grote uitdaging zal zijn om de technologie in harmonie met de natuur te laten functioneren; technologie als aanvulling op de natuur. Dan wordt het uitgangspunt natuurlijke processen versterken in plaats van in de natuur ingrijpen. Dat betekent: bij elke manipulatie de vraag te stellen of het werkelijk nodig is, of de vooruitgang er werkelijk mee is gediend, of dat alleen de doelen van enkelingen worden gediend. Vervolgens is het cruciaal om uitgebreid stil te staan bij het effect van de nieuwe creatie op de rest van de natuur. Dat sluit niet alle risico's uit. Maar wie met respect voor zijn omgeving handelt, zal niet snel monsterlijke rampen veroorzaken.
Verzet tegen alle kunstmatige creatie is niet het antwoord op de vragen die de biotechnologie oproept. Maar dat verzet is wel nodig om de koers van de biotechnologie-industrie en politiek van de automatische piloot te halen.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.