Email   Print

Een zonnige kijk op het broeikaseffect

Investeren in zonnecellen is leuker dan CO2 uitstoot beperken.

Editors | 24 januari/februari 1999 issue

Het broeikasdebat is een typisch voorbeeld van een achterhoedegevecht. De bijeenkomst van industrie- en ontwikkelingslanden onlangs in Buenos Aires was een succesje, omdat de Verenigde Staten op de valreep bereid bleken het zogenoemde protocol van Kyoto te ondertekenen. Dat protocol verplicht de industrielanden om de uitstoot van kooldioxide (CO2) en vijf andere broeikasgassen te beperken. 'Beperken' is het sleutelwoord. Dat woord verklaart waarom het bedrijfsleven zich zo verzet tegen maatregelen om het broeikaseffect te bestrijden. Beperking van de uitstoot betekent minder energieverbruik en 'minder' is een vloek in de moderne economie. Natuurlijk is energiebesparing een goede zaak en er zijn op dat gebied gigantische mogelijkheden. Bijvoorbeeld: van elke honderd liter brandstof, die nodig is om een auto te laten rijden, dient slechts één liter voor het verplaatsen van de passagiers. Toch is besparen op het bestaande minder leuk en uitdagend dan iets nieuws beginnen. En dat kan.

Windmolens en zonnecellen stoten geen CO2 uit en bieden bovendien werkgelegenheid en economische groei. Waar energiebesparing kampt met het imago van achteruitgang, biedt duurzame energie het perspectief van vooruitgang. In Denemarken werken al 13.000 mensen in de windmolen-industrie. Die industriesector is al groter dan de gaswinning op zee of de traditionele visserij. En acht procent van de Deense elektriciteit wordt met wind opgewekt. Als het Deense voorbeeld wereldwijd wordt gevolgd, zou al een derde van de doelstellingen van het Kyoto-protocol zijn gerealiseerd. Het kan niet mooier: nieuwe werkgelegenheid én schone energie.

En dan hebben we het nog niet over de perspectieven van zonne-energie. Zonne-cellen hebben een enorme toekomst. De Zwitserse 'groene bank' Sarasin & Cie schat dat de zonnepanelen-industrie aan de vooravond staat van eenzelfde groeiexplosie als de mobiele telefoniemarkt sinds tien jaar doormaakt. Mobiele telefonie groeit al jaren met zo'n twintig procent per jaar en die groei zal - volgens deskundigen - zeker nog tien jaar aanhouden. De markt voor zonnepanelen kan, volgens de studie van Sarasin, zelfs nog harder groeien. Mogelijk zelfs met vijftig procent per jaar. Dat soort vooruitzichten wordt ingegeven door het feit dat met zonne-energie - zelfs in het Nederlandse klimaat - een zeer groot deel (de helft?) van de elektriciteitsbehoefte kan worden opgewekt door de bestaande daken met zonnepanelen te beleggen. Dat is natuurlijk een gigantische investering maar overheden met visie kunnen die investering mogelijk maken. Wat dat betreft is het tragisch dat het Internationaal Energie Agentschap (IEA) - ooit opgericht na de oliecrisis van 1973 om de energievoorziening veilig te stellen! - per jaar een paar miljard dollar uitgeeft aan onderzoek naar kernenergie en kernfusie en slechts enkele honderden miljoenen aan zonne-energie. Want zonne-energie heeft vooral onderzoek en ontwikkeling nodig. Nu nog is zonne-energie tien tot twintig keer duurder dan conventioneel geproduceerde energie. De zonnecellen worden nu gemaakt van het afval van de fabrieken die siliciumchips voor computers maken. Deze halfgeleiderindustrie slaagt er al twintig jaar in om de hoeveelheid informatie die op een plaatje silicium kan worden opgeslagen, elke achttien maanden te verdubbelen. Met een gerichte inspanning is het ongetwijfeld ook mogelijk om de zonnecel veel efficiënter te maken. De consument zal niet moeilijk zijn te overtuigen: wie ziet niet het voordeel van 'gratis' energie op zijn dak?



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.