|
|
Afrikaanse stam verslaat astronomen
De westerse wetenschap is niet zo ongenaakbaar als we dachten. De eerste kennis van het heelal is waarschijnlijk niet verworven met de eerste telescoop. Het mysterie van de Egyptische piramiden wijst bijvoorbeeld op een vergaande astronomische kennis. En wat te denken van een Afrikaanse stam die al eeuwen een ster aanbidt die de astronomen drie jaar geleden hebben ontdekt?
In de dagen dat de rest van de wereld zich afvroeg of de aarde plat was en de maan gemaakt van kaas, hield de stam van de Dogon in de zuidelijke Sahara zich bezig met gewichtiger zaken. Ook al leven ze in de buurt van Timboektoe, in Mali, ook al hebben ze honderden jaren lang nauwelijks contact gehad met de buitenwereld, hun legenden bevatten al eeuwenlang details over de sterren en het heelal die de wetenschap nu pas ontdekt met zijn moderne telescopen. Zij bezitten geen apparatuur om naar de sterren te staren, maar de Dogon weten dat de zon in het centrum van ons planetenstelsel staat, en dat de maan om de aarde draait. Ze weten dat de planetenbanen in ons zonnestelsel elliptisch zijn en niet cirkelvormig, dat Jupiter manen heeft en Saturnus ringen. Maar het meest verbijsterend is, dat hun oeroude festivals draaien om een ster die de astronomen pas drie jaar geleden hebben ontdekt. Hun belangrijkste feestdag heeft als centrale punt de ster Sirius, de helderste ster aan de nachtelijke hemel - zes lichtjaren van ons verwijderd - aan de hiel van Orion de Jager, vandaar de naam Hondenster. Hoe zijn ze daarachter gekomen? De legende wil, dat buitenaardse bezoekers in amfibievorm tienduizend jaar geleden in een ruimteschip uit de hemel zijn gedaald om hen dit allemaal te vertellen.
In de jaren veertig ondernamen de Franse antropologen Marcel Griaule en Germaine Dieterlen een reis naar Mali en brachten vervolgens negentien jaar door bij de Dogon, die midden in het enorme land leven. Timboektoe, een klein stoffig stadje dat eeuwenlang weinig meer dan een legende was, ligt ten noorden van hun belangrijkste nederzetting. Griaule en Dieterlen ontdekten dat de stam, die waarschijnlijk een van de meest geïsoleerde van de wereld is, ingewikkelde legenden koestert, die eeuwen teruggaan. De antropologen zeiden: 'De ster die om Sirius draait is voor de Dogon het beginpunt van de schepping. Deze ster wordt door hen beschouwd als de kleinste en zwaarste ster van allemaal. Hij bevat het zaad van alle dingen. Door de draaiing om zijn as en rond Sirius wordt de hele schepping in de ruimte op zijn plek gehouden.'
Kennelijk besloten de Dogon eeuwen geleden, dat Sirius niet uit één ster bestaat, maar uit drie. Ze zeiden dat er een hoofdster was, een tweede ster die er omheen draaide en door hen de eigenschappen kreeg toebedeeld van een uiterst compacte en extreem zware witte dwerg ('Alle levende wezens tezamen kunnen hem niet tillen', aldus de Dogon-legende). Ze dachten dat de derde ster veel zwakker straalde, op grotere afstand om de andere twee heenvloog, en kenden die de eigenschappen van een rode dwerg toe. Maar pas in 1862 ontdekte de astronoom Alvan Clark met behulp van een krachtige 47 centimeter-telescoop dat Sirius inderdaad een tweede ster had, die hij Sirius B noemde of de 'Pup'. De Dogon hadden die ontdekking een paar honderd jaar eerder al gedaan - zonder telescoop. Sirius B is al eeuwenlang een onmisbaar onderdeel van de Dogon-cultuur. Ze noemen hem Po Tolo. De baan ervan bepaalt mede de datum van het Sigui-festival, de allerbelangrijkste dag in het leven van de Dogon. Een reiziger, die een aantal jaren geleden de Dogon bezocht, vertelde dat hij een jonge vrouw had leren kennen die tot stamoudste was benoemd, alleen omdat ze geboren was tijdens het vorige festival in 1963. De traditionele verhalen melden ook. dat de Pup ongelooflijk zwaar is. En wederom schieten de Dogon-legenden hiermee in de roos. In 1928 maakte Arthur Eddington bekend, dat Sirius B het eerst bekende specimen was van een witte dwerg: de uitgedoofde resten van een ster met de materie zo dicht op elkaar gepakt, dat een theelepel vol meerdere tonnen zou wegen. Hoewel Sirius B niet met het blote oog kan worden waargenomen, stelden de Dogon dat hij zijn baan in precies vijftig jaar aflegt. En ja hoor, na jaren studie hebben westerse geleerden berekend, dat het om precies te zijn 50,04 jaar is, met een marge van 0,09 jaar. Dit konden sceptici nog afdoen als een goeie gok. Want waar bleef dan die derde ster waar de Dogon in geloofden? Toen kondigden de Franse astronomen Daniel Benest en J. L. Duvent drie jaar geleden aan, dat ze waarschijnlijk nog een ster hadden gevonden die om Sirius draaide.
Hoe konden de Dogon een dergelijke kennis van de sterren vergaren, honderden jaren voor de telescopen kwamen? De stam beweert, dat ze meer dan tienduizend jaar geleden is bezocht door een buitenaards ras dat in ruimteschepen van Sirius hierheen kwam. De Dogon zeggen, dat die Sirianen de plek waar ze vandaan kwamen, hebben beschreven en hen hebben ingelicht over de andere planeten in ons zonnestelsel. De Dogon zijn erg uitgesproken over deze wezens. Robert Temple schrijft in zijn boek The Sirius Mystery dat ze, volgens de stamgenoten, amfibisch waren - ze hadden zowel het geschubde onderlijf en de staart van een vis als een mensachtig hoofd en bovenlichaam - zich lieten aanspreken als de Nommos en neerkwamen in een 'ark' oftewel raket. 'Deze waterwezens daalden neer uit de hemel om hier een beschaving te stichten', verklaart Temple. 'Een hoogstaande beschaving ontstond als gevolg van contact met intelligente ET's.' Een klein ruimteschip landde op aarde, terwijl een groter 'sterachtig voertuig' in de lucht bleef hangen. De Dogon geloven, dat dit het moederschip was.
De Zwitserse onderzoeker Erich von Däniken kreeg lucht van de Dogon-legende en nam er onderdelen van over in zijn boek 'Waren de Goden kosmonauten?' Daarin wordt beweerd, dat de aarde is bezocht door buitenaardse wezens die verantwoordelijk waren voor de beelden op Paaseiland, de Grote Piramide, en alle andere oeroude monumenten die de indruk wekken niet in een weekendje in elkaar te zijn gezet. Zijn beweringen werden door wetenschappers weggehoond. Eén geleerde kwam tot de slotsom, dat de Dogon kennis van de astronomie hadden opgestoken via een langskomende Franse missionaris. Maar de legenden zijn ouder dan de ontdekking van de sterren en dan de tijd van de missionarissen. Er leven zo'n 200.000 Dogon verspreid over een groot deel van de Sahara, waarvan maar een kleine minderheid christen is, wat suggereert dat de missionarissen niet heel erg succesvol zijn geweest.
Waarom zouden de Dogon dan zo'n nadruk hebben gelegd op Sirius in hun oeroude leerstellingen? Degenen die geloofden in de beweringen van de Dogon, hadden weinig steun aan het feit dat Von Däniken later werd ontmaskerd als een oplichter: hij werd betrapt op leugens, toen hij vertelde dat hij een gigantische ondergrondse bibliotheek had bezocht in Ecuador, die volgens hem was ingericht door buitenaardse wezens. Onmiddellijk werd zijn hele onderzoek afgedankt als zijnde vals, maar Temple's nauwgezette research kan niet zo gemakkelijk worden weggewoven. Hij is nu lid van de Britse Royal Astronomical Society, en hoorde voor het eerst van dit mysterie als jonge academicus in de jaren zestig. Hij heeft het verhaal dertig jaar lang onderzocht en komt in de laatste editie van zijn boek met nieuw bewijsmateriaal. 'De ontdekking van een derde ster zal verdenkingen de kop indrukken dat de Dogon deze informatie van een missionaris hadden gekregen, omdat die pas werd ontdekt in 1995', aldus Temple.
Temple gelooft nu, dat de wezens van Sirius Egypte hebben bezocht, en niet West-Afrika. 'De Dogon-legenden komen oorspronkelijk uit het oude Egypte, rond het jaar 3000 voor Christus, waar ook sprake is van legenden over bezoeken door ruimtewezens', zegt hij. Het is mogelijk dat de Dogon zelf uit het oude Egypte stammen, en archeologen bevestigen dat ze pas zo'n vijfhonderd jaar in de streek rond Timboektoe wonen en de plaats innamen van de Tellem-stam, waarvan de graven in de omgeving worden aangetroffen.
De oude Egyptenaren vergaarden op de een of andere manier hun eigen diepgaande kennis van de sterren. In zijn boek The Orion Mystery uit 1994 toont Robert Bauval aan, dat de positie van de drie voornaamste piramiden van Giza in Egypte overeenkomt met de drie sterren in de Riem van Orion. In 1932 stelde de archeoloog Duncan MacNaughton, dat er lange, donkere tunnels zaten in de grote piramide van Cheops die dienst deden als telescoop, en zelfs bij daglicht bepaalde sterren zichtbaar maakten. 'De Egyptenaren hadden hoogontwikkelde apparatuur om naar de sterren te kijken', zegt Temple, 'maar dat is niet voldoende om het mysterie omtrent Sirius te verklaren, omdat ze onmogelijk de baan van Sirius B om Sirius A konden kennen. Ze wisten niet wat extreem dichte materie was, en hadden die niet kunnen beschrijven. De kennis over extreem dichte materie is nog maar net voorhanden dankzij onze nieuwe inzichten in de atoomfysica. De gedetailleerde informatie die zij hadden, kon niet worden verkregen met de methoden die zij hanteerden.'
Misschien werden de tunnels in de Egyptische piramiden niet uitsluitend gebruikt om de sterren te observeren. Een aantal van deze tunnels maken een hoek die ze - met verbijsterende precisie - richt op de sterren in de Riem van Orion en op Sirius. Sommige archeologen vermoeden, dat deze niet waren bedoeld om naar de sterren te kijken, maar om de geesten van de farao's te kunnen laten terugkeren naar de plek waar ze vandaan kwamen - naar die sterren.
Als buitenaardse wezens vele eeuwen geleden de Dogon hebben bezocht, zijn zij misschien ook de bron van andere mysteries. Helaas gaat Temple ervan uit, dat deze wezens na hun bezoek aan de aarde nog steeds over een enorme afstand op weg naar huis zijn. Jammer. We hadden ze kunnen vragen of ze Stonehenge hebben gebouwd. En waarom ze hun werk niet hebben afgemaakt.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.