|
|
| Share |
Gruwelijk spelletje of kans op verandering?
Sommigen spreken van een onzinnige vrees, anderen zijn ervan overtuigd, dat we op 1 januari 2000 'het einde van de wereld zoals we die thans kennen', zullen meemaken: het millenniumprobleem. Eén ding is zeker: het 'gruwelijke spelletje' dat de computer speelt, biedt de mens de kans om zich weer meester te maken van de technologie. Een oproep tot samenwerking.
Onlangs gaf het computersysteem van het warenhuis Marks & Spencer in Londen opdracht om tonnen etenswaren te vernietigen. De computer zag 2002 aan voor 1902. In plaats van aan te geven dat de producten nog vier jaar houdbaar waren, berekende de computer dat ze zesennegentig jaar oud moesten zijn.
Het millenniumprobleem - ook wel Y2K (Y staat voor Year, K staat in computertaal voor 1000) genoemd - staat voor de deur en de eerste minirampjes doen zich voor. Het lijkt onvoorstelbaar, dat computerprogrammeurs hier niet op waren voorbereid. Maar ja, herinnert u zich die tijd nog, toen computers nog maar 16 kilobytes RAM-geheugen hadden? Om ruimte te besparen werden jaartallen met slechts twee cijfertjes aangeduid. Wanneer de datum straks van 1999 naar 2000 springt, zullen deze computers dit als 1900 interpreteren. Het gevolg: als ik bijvoorbeeld in 1955 ben geboren en de computer vraag uit te rekenen hoe oud ik ben, dan trekt hij 55 van 98 af en vertelt me, dat ik 43 ben. In het jaar 2000 zal de computer 55 van 00 aftrekken en mij vertellen, dat ik min 55 jaar oud ben.
Deze datumberekening is in zoveel systemen en apparatuur ingebouwd, dat elk belangrijk onderdeel van onze infrastructuur hiervan afhankelijk is. We worden omringd door gecomputeriseerde systemen die voor hun beheerstaken op het gebied van defensie, transport, energievoorziening, fabricage, telecommunicatie, financiën, overheden, onderwijs en gezondheidszorg gebruikmaken van datafuncties. De lijst is nog veel langer, maar de boodschap zal duidelijk zijn. Met uitzondering van enkele extreem arme en afgelegen gebieden hebben we een wereld geschapen die alleen dankzij computers efficiënt kan functioneren. In economisch en politiek opzicht is de wereld afhankelijk geworden van computers. We hebben dicht vertakte afhankelijkheidsnetwerken geschapen, die de hele wereld omspannen. En wat in het ene deel van het netwerk gebeurt, heeft invloed op alle andere delen van het netwerk. We hebben niet alleen een computerafhankelijke samenleving gecreëerd, maar een planeet die wordt gekenmerkt door onderlinge afhankelijkheid.
We hebben al regelmatig kunnen ervaren, hoe kwetsbaar deze systemen zijn en hoe storingen zich als olievlekken door een netwerk verspreiden. Elk van deze systemen is afhankelijk van miljoenen regels code, die de gewenste bewerkingen in detail beschrijven. Ze voeren hun routines uit in opeenvolgende reeksen, waarbij elke volgende stap afhankelijk is van de voorgaande. In 1990 werd de internationale telefooncentrale van AT&T herhaaldelijk geplaagd door storingen. Tussen de twee miljoen computercoderegels die nodig zijn om het systeem draaiend te houden, bleken drie regels te zitten die verkeerd waren geprogrammeerd.
In mei van dit jaar was negentig procent van alle 'piepers' in de Verenigde Staten meer dan een dag lang buiten werking vanwege een defect in één satelliet.
General Motors, dat met buitengewone ijver en grondigheid al zijn fabrieken millenniumproof heeft gemaakt - op basis van hun eigen inschatting dat hen een regelrechte ramp te wachten stond - beschikt wereldwijd over zo'n honderdduizend toeleveranciers. Alleen al de aanpassing van interne systemen lijkt een schier onmogelijke opgave, maar wat te doen met al die leveranciers van onderdelen? Als bij een van de hoofdtoeleveranciers wordt gestaakt, leidt dat bij GM meteen tot productieproblemen. Met hoeveel vertragingen en werkonderbrekingen kun je worden geconfronteerd, als je honderdduizend toeleveranciers hebt?
Hoe omvangrijk de storingen straks zullen zijn, is moeilijk te voorspellen. Maar we weten wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, dat als computers wereldwijd op hol slaan, we keihard zullen worden geconfronteerd met onze onderlinge afhankelijkheid. We zullen inzien, op welke manieren we de moderne wereld via onze technologie aan elkaar hebben geweven. Het probleem van onze onderlinge afhankelijkheid is, dat het niet voldoende is om de meeste van deze problemen op te lossen. De mate van integratie vereist, dat we ze echt allemaal oplossen. Ons vermogen om als economie en als samenleving het hoofd te bieden aan storingen in onze kritische systemen, is heel klein. Zelfs in onze meest extreme rampenscenario's zijn we nooit uitgegaan van meervoudige, parallelle systeemstoringen.
Y2K is een probleem dat door de technologie is veroorzaakt, maar dat niet langs technologische weg kan worden opgelost. Het brengt maatschappelijke problemen teweeg die alleen door mensen kunnen worden opgelost. We zullen binnen onze organisaties en samenlevingen een dialoog moeten aangaan, waarbij we de traditionele grenzen met concurrenten en andere staten overschrijden. Zonder een dergelijke aanpak zullen we het jaar 2000 ingaan als jammerlijke slachtoffers van onze eigen technologie. Het probleem is, dat
een diep ingesleten gewoonte van geheimhouding dergelijke dialogen in de weg staat. Leiders willen hun onderdanen niet in paniek brengen. Werknemers willen hun bazen niet verontrusten. Bedrijven willen hun investeerders niet afschrikken. Advocaten willen niet, dat hun cliënten iets opbiechten. Pogingen het probleem te verzwijgen, hebben drie effecten tot gevolg. In de eerste plaats staan ze diepgaander onderzoek naar de omvang van het probleem in de weg. In de tweede plaats vertragen ze het besef van de omvang van het probleem en van de urgentie waarmee oplossingen moeten worden gevonden. En in de derde plaats leiden ze ertoe, dat de uiteindelijke paniek en woede - in omstandigheden van shock - nog veel groter zullen zijn.
Als mensen niet of onjuist worden geïnformeerd, neemt hun vertrouwen in leiders snel af. Als echte informatie ontbreekt, zijn we geneigd het informatievacuüm in te vullen met geruchten en angst. We voelen ons buitengesloten, trekken ons terug en richten ons op maatregelen tot zelfbescherming. Ons vermogen tot publieke discussie en gezamenlijke aanpak slinkt. Conclusie: vertel de waarheid en doe het snel!
In tijden van chaos is er gewoon geen tijd voor geheimhouding; leiders hebben dan geen andere keus dan alle beschikbare krachten te mobiliseren. Initiatief en betrokkenheid zijn dan van essentieel belang. Telkens weer zien we, dat mensen zich tijdens een crisis buitengewoon positief gedragen. Er is veel ruimte voor improvisatie - geen enkele brandweeroefening bereidt mensen ooit echt voor op de werkelijkheid. Mensen gedragen zich vaak ronduit altruïstisch, stellen hun huis voor anderen open en komen er eindelijk achter wie hun buren zijn. Ze overtreffen alle verwachtingen en maken indruk met hun zorgzaamheid en moed. Uit interviews met mensen die waren betrokken bij hulpverlening na een ramp, komt steeds naar voren dat hun leven is veranderd. Ze ontdekten bij zichzelf en bij buurtbewoners nieuwe vermogens, waardoor systemen veel sneller dan verwacht weer functioneel waren. Het is opvallend, dat mensen in de meest barre en angstige omstandigheden aangeven hoe goed ze zich over zichzelf en hun collega's voelen. Crisiservaringen zijn zo memorabel, omdat ze het beste in ons naar voren halen.
Systemische problemen kunnen niet worden opgelost door ons te blijven verschuilen achter traditionele rolverdelingen of vast te klampen aan competitieve strategieën. Onze enige hoop op een gezonde aanpak van Y2K?gerelateerde problemen is samenwerken. Op dit moment worden individuen en organisaties aangespoord om zichzelf te beschermen en zich te richten op 'hun' probleem. In een systemische wereld is dat een krankzinnige benadering. De problemen staan niet op zichzelf en dus zullen geïsoleerde oplossingen niet werken. Hoe langer we vasthouden aan strategieën voor individuele overleving, des te minder tijd zullen we hebben voor het ontwikkelen van werkzame, systemische oplossingen. Geen van de grenzen die we hebben opgetrokken tussen industrieën, organisaties, samenlevingen of staten, biedt ons enige bescherming tegen Y2K. We moeten nú ophouden met onze oproepen tot fragmentatie en alle beschikbare middelen en leiderschap inzetten om uit te vinden hoe we de betrokkenheid van iedereen, op elk niveau, in alle systemen kunnen mobiliseren.
Y2K is niet alleen een bedreiging, maar biedt ons ook een unieke gelegenheid om nieuwe en vereenvoudigde vormen van samenwerking te ontwikkelen. Y2K is het meest gruwelijke spelletje dat de technologie ooit met ons heeft gespeeld, maar het biedt ook een buitengewone kans op verandering. Het dwingt ons afstand te nemen van traditionele grenzen en rolverdelingen en om nieuwe, gestroomlijnde systemen te ontwikkelen, minder ingewikkeld dan de ondoorzichtige systemen die de afgelopen dertig jaar zijn ontstaan.
We dringen er bij leiders op aan om niet langer te proberen de hele last op hun eigen schouders te nemen. Volledige openheid van informatie is van groot belang, al is deze pijnlijk of zelfs angstwekkend. We hebben nu leiders nodig die als katalysator voor een nieuwe wereld kunnen fungeren. Dat gaat niet op traditionele manieren. Als we deze crisis gezamenlijk willen doorstaan, zullen onze leiders nu al moeten beginnen ons bijeen te roepen. Hun eerste taak zal bestaan uit het scheppen van de voorwaarden voor groepsbijeenkomsten, waar onze onderlinge verbondenheid zal worden blootgelegd. Moedige leiders begrijpen, dat ze afstand zullen moeten doen van de illusie van controle en dat ze voor oplossingen te rade moeten gaan bij de bestaande netwerken en gemeenschappen. Geen enkele afzonderlijke groep kan de complexiteit van deze systemen overzien of bepalen waar de gevolgen van storingen voelbaar zullen worden. De onbekende maar complexe implicaties van Y2K vereisen, dat leiders een beroep doen op ongekende vormen van participatie - breder en omvattender dan tot dusver voor mogelijk werd gehouden.
Samenlevingen zullen moeten bepalen waar ze het meest kwetsbaar zijn en hun rampenplannen daarop afstemmen. Het initiatief hiertoe kan worden genomen door bestaande gemeenschapsnetwerken, zoals organisaties als Lions of Rotary, raden van kerken, kamers van koophandel en dergelijke. Maar er zal behoefte zijn aan nieuwe en inclusieve samenwerkingsverbanden en dus zal het ontwikkelen van plannen heel snel aan traditionele grenzen moeten ontstijgen. We stellen ons voor, dat burgers van allerlei leeftijden en met diverse achtergronden samenkomen met het doel de problemen te inventariseren en plannen te smeden. Binnen elke gemeenschap of regio zal bij de inventarisatie en de ontwikkeling van rampenplannen rekening moeten worden gehouden met storingen op allerlei gebieden:
o alle nutsvoorzieningen - elektriciteit, water, gas, telefoon
o voedselvoorziening
o openbare veiligheid
o gezondheidszorg
o overheidsbetalingen aan individuen en organisaties
o risicogroepen, zoals bejaarden en mensen die afhankelijk zijn van medicijnen
Organisaties zullen Y2K moeten wegnemen uit de handen van technische experts en de verantwoordelijkheid bij de gehele organisatie moeten neerleggen. Inventarisaties en rampenplannen zullen vooral gericht moeten zijn op:
o hoe de organisatie haar essentiële taken kan vervullen als de huidige systemen uitvallen;
o hoe de organisatie zal reageren op storingen of vertragingen in de informatieverwerking en het voorraadbeheer;
o welke gesimplificeerde systemen nu al kunnen worden ontwikkeld om de bestaande te vervangen;
o relaties met toeleveranciers, klanten en gemeenschappen - hoe we zullen samenwerken;
o de ontwikkeling van systemen die vrije en volledige toegang tot informatie kunnen garanderen.
Van het vertrouwen en de loyaliteit die via deze gezamenlijke plannenmakerij worden ontwikkeld, zullen we later nog veel profijt hebben - zelfs als voorspelde rampen uitblijven. Welke toekomst zich uiteindelijk ook manifesteert, de mensen die ermee omgaan, zullen intelligenter zijn en weten hoe ze kunnen samenwerken.
Wij raden u aan u in Y2K te verdiepen. We kunnen dit probleem niet aan anderen - in de hoop dat die het oplossen - overlaten. Dit is ons probleem. Als u denkt dat u niet veel kunt doen, denk dan aan dit Afrikaanse gezegde: als u denkt dat u te klein bent om verschil te maken, probeer dan maar eens te slapen in een kamer waarin zich een mug bevindt. U kunt bijeenkomsten met vrienden en collega's organiseren, vragen stellen en plaatselijke zakenmensen en politici in uw discussies betrekken.
We hebben geen tijd te verliezen. Elke week worden onze kansen kleiner. Tijdens het mei?overleg van de leiders van de G8 werd een communiqué uitgevaardigd waarin uiting werd gegeven aan gezamenlijke bezorgdheid over de 'verstrekkende implicaties' van Y2K. Men zegde toe 'verdere acties te ondernemen' en met elkaar en met relevante organisaties en overheidsdiensten te gaan samenwerken. Maar er werd geen begroting vastgesteld en geen concrete actie aangekondigd. Dit soort gedrag - het doen uitgaan van een persbericht met toezeggingen over samenwerking en nader onderzoek - is in het politieke landschap van de afgelopen decennia helaas gemeengoed geworden. Maar de aarde draait nog steeds rond de zon en de klok tikt genadeloos verder naar het jaar 2000. Als we niet onmiddellijk de overstap kunnen maken van retoriek naar actie en in het algemeen belang gaan samenwerken, zullen we die dag met angst en beven tegemoet zien en lijden onder de effecten die misschien voorkomen hadden kunnen worden als we hadden geleerd om samen te werken.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |






You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.