|
|
Gevecht met een kalkoen
Man worden in de wildernis.
HET WAS 1987, en ik hoorde er niet bij. Ga maar na. Ik was dat jaar naar Austin in Texas verhuisd. Ik had een stom baantje gevonden op de afdeling reserveringen van de Sheraton Hotels. En ik voldeed ook aan de andere voorwaarden voor een eikel: Spelen in een slechte band, een ellendig hok om in te wonen en een duidelijk-veel-beter-georganiseerde vriendin. Patricia. Rechtenstudente. Mooi, slim, Duits. En vol begrip - tot op dat moment. Toch kreeg ik opeens moeite met de grauwheid en zinloosheid van mijn leven. Natuurlijk hoorde ik er niet bij. Mijn lotgenoten bij Sheraton - vooral vrouwen van personeel van de luchtmachtbasis - konden dat bevestigen: 'Speel je in een band die de Stompers heet? Wat ordinair. Wie wil er nu naar een band luisteren die zichzelf de Stompers noemt?' Eigenlijk niemand, behalve bleke Jeff, onze chauffeur. Maar die deed misschien alsof. We waren ook zijn beste klanten voor de waardeloze stuff die hij verkocht vanuit het huis waar we allemaal woonden. Ik begon het door te krijgen. Als je er niet bij hoorde, was je niemand. En omdat Patricia bijna was afgestudeerd en dan 80.000 dollar per jaar zou gaan verdienen, beloofde mijn 'niemand-schap' niet veel goeds. De financiële tegenstelling stond op het punt zijn moordende werk te doen in onze relatie. Er kwam vast rottigheid aan. Het was duidelijk tijd om ertussenuit te knijpen.
'DE GUADALUPE MOUNTAINS?' Patricia begreep het niet. Als ze iets niet begreep, keek ze streng. 'Dit is Texas. Hier zijn geen bergen.' Ik legde het uit. Een nationaal park. Ten oosten van El Paso. Guadalupe Peak, de hoogste berg van Texas. Cactussen. Mesquitebomen. Gilamonsters. Ratelslangen. Lynxen...
'O, het is een van die mannendingen,' zei ze.
'Nee, het is geen mannending.'
'Ja hoor, het is een mannending. Ga maar alleen,' voegde ze er vastberaden aan toe.
Nou ja, eigenlijk had Patricia gelijk. Dit was een mannending. Het werd tijd ook! Niet meer van die brave vakanties op de camping. Geen sprake van. Als je 22 bent, ontevreden - en niet in gezelschap van je vriendin - ga je in elk geval niet naar de camping. Je kiest voor de strijd met de wildernis. Eén tegen één. Om jezelf te leren kennen.
VIJF UUR 'S OCHTENDS, een slaperige afscheidskus van Patricia nog op mijn lippen. Ik laadde mijn oude Ford Fairlane stationwagon met het hoogstnodige om te overleven: tent, slaapzak, kussen, grondzeil, zaklantaarn, touw, brander, walkman, 130 cassettebandjes in twee kunstleren koffertjes, pocketuitgaven van Moby Dick, Desert Solitaire en Fear and Loathing in Las Vegas, zeven gram van Jeffs beste wiet, blikjes chili, een blikje plumpudding met room - een kerstcadeau van mijn moeder -, sigaretten, oploskoffie, bier, nog meer bier, een heupfles Famous Grouse blended scotch whiskey, flessenwater, een slangenbeetset, een stel aluminium pannen, een blikopener, twee halters van vier kilo en een gitaar.
De temperatuur liep tegen de veertig graden toen ik het slingerende pad naar de Dog Canyon kampeerplaats opreed. De Fairlane raakte om de twintig meter de grond. Ik had besloten de zuidkant van het park over te slaan. Van dat slappe bomengedoe had ik schoon genoeg. Wat ik wilde was droogte, onvruchtbaarheid, de ratelslang die door de oogkas van een koeienschedel glijdt, de verzengende zon als de afkeuring van God zelf. Ik had mijn shirt open, mijn zonnebril op, en rookte een Camel. Terwijl ik mijn ogen samenkneep tegen de genadeloze wind, voelde ik me stoer en onverzettelijk, Clint Eastwood in een korte broek en met omgeslagen sokken. Er was niemand te zien. Ik parkeerde en stapte uit.
Een uur later zat ik aan de picknicktafel. Ik las Moby Dick en sloeg muggen weg van mijn ogen, neus en oren. Plotseling werd de stilte, de immense stilte, mijn stilte, ruw verstoord door motorgeronk. Een bende grote mannen in leer en spijkerbroeken daverde op Harleys de kampeerplaats op. Ik besloot door te lezen om te laten zien dat het me niets kon schelen. De Jokers - dat stond op hun jacks - verdwenen naar de andere kant van de kampeerplaats. Een kwartiertje later kwam een van hen aansloffen. Hij zag eruit als een dertigjarige versie van Randy Ray, met wie ik op school had gezeten. Motorlaarzen, een lange rode paardenstaart, een pokdalige huid en grijze tanden. Hij gooide een zakje van cellofaan naast me op tafel. 'Heb je zin in crank? Het is goede shit.'
Ik was een Stomper. Ik wist hoe ik cool moest zijn.
'Vandaag niet. Maar toch bedankt.' Ik gaf hem het zakje terug. Hij bekeek me even, stak de speed weer bij zich, en wierp een blik op mijn spullen.
'Ben je aan het kamperen?'
'Ja,' zei ik.
Hij glimlachte. Ik kende die glimlach. Zo glimlacht Bruce Lee in Enter the Dragon als hij de luchtpijp van een of andere arme sukkel verbrijzelt met zijn voet. 'Kom straks met ons meedoen,' zei Randy Ray. 'Als je zin hebt. We gaan er eens goed tegenaan.'
DE BEHEERDER VAN EEN KAMPEERPLAATS dertig minuten verderop, bleek een vriendelijke, oude kerel. Hij gaf me zelfs korting toen ik zei dat ik geen stopcontact nodig had.
De volgende ochtend reed ik naar het beboste deel van het park, waar de muren van een boswachtershut uitnodigend oprezen. Erboven wapperde de Amerikaanse vlag. Ik ging naar binnen. 'Hé maatje, hoe gaat het?' riep de boswachter, een beetje te vriendelijk. Het ging best, mompelde ik en ik begon me in te schrijven. 'Weet je wat, ik zet je daar bij de beek,' zei hij. 'Dat is een mooie plek. O ja, er woont hier wel een koppel wilde kalkoenen. Je moet een beetje uitkijken met de haan. Hij schijnt de kampeerplaats als zijn domein te beschouwen.' Hij grinnikte. Met dezelfde onverschilligheid als ik de vorige dag had gespeeld, zei ik: 'Nou ja, erger dan een motorbende kan het niet zijn.' 'Zijn ze weer in de canyon? Die kerels zijn lastiger dan roofmieren.' Voor gespeelde onverschilligheid is er niets ergerlijker dan echte onverschilligheid. Ik wilde weglopen, maar dacht er nog net aan om te vragen: 'Wat moet ik doen als die kalkoen agressieve neigingen krijgt?' De boswachter lachte luid. 'O, maak maar een hoop lawaai. Schreeuw naar hem. Dan wordt die ouwe jongen wel bang en begrijpt wie de baas is.'
Twaalf uur. Moeizaam mepte ik de haringen van mijn tent in de harde bodem. Ik had mijn shirt uit en zweette in de zon. Door alle vezels van mijn lichaam pompte testosteron. Dit was het: mannelijkheid, eenzaamheid, cojones grandes. Ik voelde me sterk. Machtig. Toen hoorde ik geklok. Even kwam het in me op om te kijken. Maar wat kon het mij eigenlijk schelen? Al zaten er honderd kalkoenen op de kampeerplaats. Ik was hier gekomen om mano-a-mano te gaan met de harde werkelijkheid van de natuur, niet om me zorgen te maken over vette vogels die zo stom zijn dat ze verdrinken als je ze buiten in de regen laat staan. Op het stoffige heuveltje achter mijn kamp verscheen een grote kalkoen. Met een Napoleontische blik nam hij het kamp in zich op en kreeg mij in de gaten. Hij hield zijn kop scheef om me beter te zien. Toen klokte hij strijdlustig en kwam op een drafje de helling af. De gedachte die door me heen schoot, was zo ongeveer: verdomme, het is toch gewoon een kalkoen. Ik pakte een aluminium pan en mijn zware blikopener. Om lawaai te maken? Nou en of! Ik ging die vogel de stuipen op het lijf jagen.
Ik liep hem tegemoet de heuvel op, terwijl ik op mijn pan sloeg en 'Ksst! Ksst! Hiaa!' riep. Toen kreeg ik mijn eerste les in kalkoenengedrag: het kan kalkoenen geen moer schelen of je lawaai maakt. Misschien hebben ze geen oren. Zodra ik schreeuwend en slaand in de buurt kwam, sprong de kalkoen de lucht in, mepte naar me met zijn vleugels en probeerde me met zijn enorme zwarte klauwen in mijn gezicht te krabben.
'Jezus!' riep ik, en ik rende weg.
Toen ik een meter of drie voorsprong had, draaide ik me om en sloeg weer op de pan, nu nog harder. 'Donder op!' krijste ik. Deze keer probeerde de kalkoen mijn gezicht eraf te trekken.
'Jezus!' riep ik weer, en ik rende verder. Dit deden we drie of vier keer. Toen sloeg ik met de zware kant van de blikopener een gat in de bodem van mijn pan. 'Oh oh,' zei ik. De kalkoen zette een felle aanval in en probeerde tegen mijn borst op te klimmen. Ik smeet de pan weg en stormde naar mijn auto.
BUITEN GING DE KALKOEN op mijn picknicktafel zitten en begon mijn Dorito's op te eten.
Op dat moment kreeg ik een openbaring. Daarvoor was ik naar de wildernis gekomen. En hoewel het niet de openbaring was waarop ik had gehoopt, moest ik er maar genoegen mee nemen. Het kwam in me op dat - ook in de meest ellendige omstandigheden -, als je opgesloten zit in een auto die zo heet is als een pizza-oven en wordt gekweld wordt door de gedachte dat je (a) net een gewelddadige en strategische nederlaag hebt geleden tegen een vogel die voor de meeste mensen niet meer is dan een feestmaal, en (b) dat je vrienden in de beschaafde wereld intussen investeren in beleggingsfondsen en je vriendin een proefrit maakt in een Mercedes-coupé, terwijl jij nog steeds blikjes tamales koopt voor het avondeten - dat ondanks alles arm of rijk hier niets uitmaakt. Dat is zo geweldig van de natuur. De kalkoen zou me ook hebben aangevallen als ik Bill Gates was. Terwijl ik deze mooie gedachte had, kwam er een Range Rover aanrijden, die parkeerde op de plek naast me. Er stapte een afgetrainde, kalende kerel uit. Hij bleef met zijn handen op zijn heupen staan en bekeek de plek. Even later gleed er een veel jongere, veel langere vrouw met veel meer haar aan de passagierskant uit de auto en zweefde naar hem toe om aan zijn oor te knabbelen. De kalkoen bestudeerde het stel, en daarna mij, en kreeg opeens een glashelder inzicht. Hij begreep dat openbaringen onzin zijn. Hij richtte zijn aandacht weer op mijn Dorito's. De kale vent en zijn vriendin deden de achterklep van de Rover open en kropen naar binnen. Even later begon de auto te schommelen.
DE KALKOEN, die volmaakt tevreden was met zijn kalkoen-zijn en niet smachtte naar een existentiële rechtvaardiging - of naar wat dan ook, nu hij mijn Dorito's op had -, maakte het zich gemakkelijk op mijn picknicktafel om lekker lang te gaan slapen. Als ik een geweer had gehad, had ik die avond copieus kunnen dineren. Ik had geen geweer. Maar het schoot me te binnen dat ik wel hersenen had. Noem het maar een tweede openbaring. Ik kwam in beweging. De kalkoen hield zijn kop scheef en klokte dreigend. Maar ik was snel. Ik stoof als een aap uit de stationwagon en griste stenen bij elkaar. Toen de kalkoen van de tafel op de grond sprong, raakte ik zijn achterwerk met een steen. Het beest keek bezorgd. Ik slingerde nog een steen naar hem en liep op hem af. Zo is dat, stomme vogel. Weet je met wie je hier te maken hebt? De superieure aap! Met opponeerbare duimen. Hij sloeg op de vlucht. Hier, dat is er een voor de landbouw, makker, en een voor de irrigatie. De kalkoen rende tegen de heuvel op. Ik greep nog meer stenen. Eindelijk gerechtigheid! Verontwaardigd klokkend verdween de kalkoen over de top van de heuvel.
OP DE TERUGWEG NAAR HET KAMP botste ik bijna tegen de blonde vriendin van de stuurman van de Range Rover aan, terwijl ze elegant uit de damesplee stapte. Ik vroeg of ze een beetje plezier had in het kamperen. 'Niet te geloven. Gisteravond hebben we feestgevierd met een motorbende. De Jokers heetten ze. Ik deed het in mijn broek. Maar Alan, mijn vriend, was geweldig. Ze waren dol op hem. Hij doet strafzaken in Dallas. Hij heeft zo vaak met zulke kerels te maken.' Nee, het was niets om trots op te zijn. Maar zelfs al kun je geen trots persen uit de oude citroen die het leven is, dan kun je soms nog wel een paar zure druppeltjes overwinning te pakken krijgen: Als ik mijn tamales opwarm voor het avondeten, klinkt weer het geklok. Het is een oergeluid dat opborrelt als olie. Onverschrokken en instinctief. Beneden op de vlakte zwaait de kale vent met een wanhopig gezicht naar mij. Zijn vriendin is weggekropen achter hun picknicktafel. Hij rent heen en weer, en maakt schijnbewegingen, terwijl de kalkoen oprukt.
'Hé', roept hij, 'weet jij hoe we dat beest moeten aanpakken?'
Een mietje. Een lichtgewicht. 'Natuurlijk. Gewoon veel lawaai maken! Dan wordt hij bang en slaat op de vlucht.'
Een minuut of vijf, schat ik. Misschien tien. Dan kan ik met bruisende hormonen afdalen in die gewelddadige duisternis en ze redden.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.