|
|
Het gevaar van de sirene
Grootschaligheid en bureaucratie staan naastenliefde in de weg.
Wie in de moderne samenleving een probleem heeft, klopt niet op een deur maar draait een nummer. 'Zorg' en 'aandacht' gaan schuil achter nummers als 112 en 06 nog wat. Die nummers betekenen het einde van dat universele verschijnsel dat je barmhartigheid, mededogen, naastenliefde of altruïsme kunt noemen. De Amerikaanse cultuurcriticus Ivan Illich schreef eens treffend: 'De sirene van één ambulance kan de "samaritaanse houding" van een heel dorp vernietigen.' Sirenes en alarmnummers vergroten de afstand tussen mensen. Naastenliefde floreert in nabijheid, in wederkerigheid. Zorg voor de medemens - solidariteit - is een kenmerk van 'primitieve' volkeren simpelweg omdat die mensen van elkaar afhankelijk zijn en niet leven in een wereld van 'zorginstellingen'. In de moderne samenleving is de zorg voor de buurvrouw niet meer ons probleem maar het 'werk' van een onbekende functionaris ver weg. De sociale zekerheid is een anoniem sociaal systeem waarin nauwelijks iets te herkennen is van de wederkerigheid die vroeger essentieel was. We betalen belasting maar dat is een verplichting zonder relatie. Als politici spreken over een 'vangnet', doelen zij niet op een kring van elkaar wederzijds ondersteunende burgers maar op de afspraken die zijn gemaakt door de staat, de onderneming, de verzekeringsmaatschappij en het pensioenfonds. Je kunt alleen maar hopen dat zulke instellingen zich, als je dat nodig hebt, over jou zullen ontfermen. Maar welke zorg heeft de loketbeambte die is gevangen in regels en procedures te bieden?
De tragische paradox is dat alle goedbedoelde pogingen om de maatschappij rechtvaardiger en menselijker te maken - van het communisme tot de welvaartsstaat - een vitaal element van het menszijn hebben ondermijnd. Mensen hoeven niet meer voor elkaar te zorgen. En doen dat dus ook niet. Barmhartigheid. Het woord komt alleen nog voor in het woordenboek. Het hoort in een vorige eeuw. Bij Florence Nightingale die als liefhebbende zuster langs de Europese slagvelden trok - een mens in actie voor haar medemensen. De moderne variant heet: liefdadigheid. En dat staat voor donateurs met chequeboeken. Voor het percentage van de rijksbegroting dat we aan ontwikkelingssamenwerking uitgeven. Hoe intens en oprecht beleefd ook, de moderne liefdadigheid komt tot uiting in per definitie 'onmenselijke' geldstromen.
Is het kapitalisme dan onmenselijk? Adam Smith schreef in zijn The Wealth of Nations die fameuze zin: 'Wij hebben onze maaltijd niet aan de goedheid van de slager te danken maar aan zijn welbegrepen eigenbelang.' Smith zag dat mensen welvaart verwierven door anderen te dienen. De functie van de markt is om wederzijdse behoeften te dienen. Een verborgen hand zorgt ervoor dat het verwezenlijken van individuele belangen op de een of andere wijze het algemeen belang dient. In de wereld van handel en eenvoudige productie waarin Smith leefde, zorgde die hand voor een betrekkelijk evenwichtige verdeling. Smith was zelfs heel expliciet dat de uitkomst van het marktspel niet alleen de rijken rijker maakte maar ook de armen vooruithielp. Hij stelde vast dat de prins niet altijd rijker was dan de ijverige boer. En dat die boer beter af was dan talrijke Afrikaanse koningen die op hun beurt 'duizenden naakte wilden' onder zich hadden. En daarmee wordt het kapitalisme verdedigd, dat het ondanks de ongelijkheden, tot gevolg heeft dat arbeiders het op een bepaalde plaats beter hebben dan koningen elders.
De 'rechtvaardige' onzichtbare hand van Smith werkt echter niet meer in de moderne maatschappij. Er is geen sprake meer van 'relatieve ongelijkheden' maar - naarmate de industrialisatie vorderde - in toenemende mate van buitensporige wantoestanden. Wie 'dienen' de raiders op de beurs behalve zichzelf? Op wereldschaal ontaardt de vrije markt kennelijk. De economie van de tijd van The Wealth of Nations was een economie met veilige grenzen. Schepen verbonden weliswaar marktpleinen in verschillende landen maar daarmee bleef de economie toch kleinschalig, overzichtelijk en - en dat is cruciaal - afhankelijk van menselijke relaties. In de moderne maatschappij zijn menselijke relaties op de achtergrond geraakt. Werknemers zijn inwisselbaar en hetzelfde geldt voor de ambtenaren van de zorginstellingen en de telefonistes van alarmnummers.
De essentie is dat het niet beter gaat met de samenleving als autoriteit in de plaats komt voor wederkerigheid. Als grootschaligheid regeert, verdwijnt het gemeenschapsgevoel. Dat betekent niet dat we nostalgisch moeten terugblikken naar het tijdperk van voor de Europese integratie en de grensoverschrijdende fusies. De feodale maatschappij van vorige eeuwen is ook geen richtpunt, noch ligt de toekomst in de tribale cultuur. Toch zijn er elementen die bruikbaar zijn om de morele waarden in de maatschappij te stimuleren. De kern is kleinschaligheid. Het leven moet dusdanig overzichtelijk zijn dat wederkerigheid kan bloeien. Dat de onderlinge uitwisseling van goederen en informatie - maar ook van verdriet en geluk - vertrouwen en verbondenheid kan versterken. Vroeger had een Kamer van koophandel ook een bredere maatschappelijke functie. Het verenigde bedrijfsleven had een gedeelde zorg voor een stad. De huidige cosmopolitische ondernemingen horen niet meer bij een stad en - bij voorbeeld - in midden Engeland kun je daar de gevolgen van zien. Spaargelden voerden destijds naar investeringen in de omgeving. Tegenwoordig verdwijnen die spaarcenten via pensioenfondsen naar 'nergens'.
De morele waarden waarvan politici tegenwoordig de mond vol hebben zijn gebaat bij minder staat, minder regering, minder beleid en minder bureaucratie. Bij minder alarmnummers waardoor de onderlinge afhankelijkheid van mensen toeneemt. Want 'rechts' heeft in één opzicht wel gelijk: de staat maakt de mens niet 'goed', integendeel een machtige overheid corrumpeert de oorspronkelijke 'goedheid' van de markt - ook al is die gedreven door het eigenbelang van de slager van Adam Smith. De mens is geprogrammeerd om samen te werken (zie 'De oorsprong van vriendelijkheid', pagina...), om respect te tonen voor zijn mede-mens. Maar dat 'natuurlijke programma' werkt alleen in kleinschalige omstandigheden zonder een machtige overheid. De uitdaging ligt dan ook om die noodzakelijke kleinschaligheid een plaats te geven in de mondialiserende samenleving. Om lokale gemeenschappen te binden in een wereldeconomie. Daarvoor is het besef nodig dat de sirene niet alleen vooruitgang brengt.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.