Email   Print

Een wereldmarkt voor iedereen

Geld en goederen moeten ongehinderd over de wereld kunnen gaan. Dat heet mondialisering - hèt uitgangspunt van de moderne wereldeconomie. Bedrijven krijgen het recht om over de hele wereld kantoren en fabrieken te openen. Maar wat bedrijven mogen, mogen mensen niet. Wel graag een nieuwe vestiging in Accra, maar de Ghanees die werk zoek in Amsterdam geldt als een 'economische migrant'. En die is niet welkom.

Jeremy Seabrook | 22 september/oktober 1998 issue

In de rijke landen dicteren politieke en economische dogma's dat geld en goederen vrij en ongehinderd de wereld over kunnen gaan. Maar in dezelfde landen geldt dit niet voor werk. In plaats van mensen toe te staan daar te gaan werken waar zij de hoogste lonen kunnen verdienen en hun positie kunnen verbeteren, houden de rijke landen wat zij 'economische migranten' noemen tegen. Het is een merkwaardige soort vrijheid die prioriteit geeft aan geld en goederen boven de mensheid. Vooral ook omdat dit hele systeem is ontworpen om mensen te bevoordelen en niet andersom. Wanneer goederen en kapitaal vrij kunnen migreren en zo moeiteloos de nationale grenzen overschrijden, hoe kunnen we dan verdedigen dat allerlei obstakels mensen in de weg staan? Landen die het beginsel van 'vrije markten' omhelzen, getroosten zich enorme inspanningen om de barrières tegen de vrije toestroom van arbeidskrachten in stand te houden. Nationale soevereiniteit moet overal buigen voor de snelle doorgifte van kapitaal. Maar diezelfde soevereiniteit wordt onverbiddelijk overeind gehouden wanneer arme mensen aansluiting zoeken bij de bevolking van rijke landen - de uiteindelijke veroorzakers van hun armoede. Ingesloten door grenzen die voor kapitaal niet de minste betekenis hebben, is het deze mensen niettemin niet toegestaan om ongestoord hun traditionele cultuur en manier van leven na te streven. Integendeel, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie bepalen het beleid van regeringen wereldwijd.

In mei 1998 riepen kranten in Azië de algemeen directeur van het IMF, Michel Camdessus, tot de machtigste man van de wereld uit, ondanks het feit dat hij ogenschijnlijk geen rol heeft in de regering van welk Aziatisch land dan ook en dat hij niet democratisch is gekozen. Toen president Soeharto uiteindelijk de - door het IMF aangegeven - hervormingen in Indonesië doorvoerde, die het opheffen van de subsidies op brandstof en voedsel omvatten, leidde dit tot prijsstijgingen met als gevolg oproer, plunderingen en honderden doden. Soeharto moest aftreden, maar het beleid bleef overeind. Toen de regering van Thailand grote particuliere schulden omzette in staatsschulden, had dit tot gevolg dat ieder kind dat in Thailand wordt geboren direct een schuld erft van 300.000 baht (15.000 gulden). Degenen die de wijsheid van dit sterke staaltje van sociale ongelijkheid in twijfel trokken, werden omschreven als onvaderlandslievend en opruiend, of op zijn best dom. In werkelijkheid hadden dergelijke critici uiteindelijk gelijk, zij wilden niet loyaal zijn aan het wereldwijde nergens dat het vaderland van het kapitaal is. De mondiale vrije markt in geld en goederen verstoort op wrede wijze het leven van hen die een levensonderhoud in eigen land zoeken. In de afgelopen vijftien jaar hebben 1,5 miljoen vrouwen in Bangladesh hun huis verruild voor de afschrikwekkende sloppenwijken van Dhaka en Chittagong om hun brood te verdienen in de kledingindustrie. De stof hiervoor komt uit India, Taiwan en Zuid-Korea; de ritsen en knopen uit Hongkong en China. Alleen het werk van de vrouwen speelt zich ter plaatse af: zij werken tussen de twaalf en vijftien uur per dag, voor nog geen dollar per dag - een loon dat minder dan vijf procent van de kosten van de kleding bedraagt. Van dergelijk werk kan niet worden gezegd dat het zomaar terecht is gekomen in de mondiale markten die het tot deze vorm van industriële slavernij hebben gemaakt. Mondialisering heeft hele populaties ontworteld, ze verdreven uit hun dorpen en ze afgesneden van hun traditionele manier van leven. Arbeiders zijn ingemetseld in een werkkamp dat Dhaka of Jakarta wordt genoemd en waaruit voor hen geen enkele uitweg is.

Het is onvermijdelijk dat mensen die min of meer zijn opgesloten binnen nationale grenzen - in landen die in gigantische werkkampen zijn veranderd ten voordele van de rijken in de wereld - zullen proberen aan deze economische gevangenschap te ontsnappen. Enkele manieren waarop zij dit proberen te bereiken zijn min of meer officieel toegestaan. Als er vraag is naar arbeiders op een ananasplantage in Ivoorkust, mogen duizenden uitgehongerde mensen uit Mali in tijdelijke 'slavernij' werken om aan deze vraag tegemoet te komen. Als er bouwvakkers nodig zijn voor een groots infrastructureel project in Bahrein of Maleisië dan zijn de luchthavens van Zuid-Azië gevuld met inwoners van Bangladesh in dienst van een of ander bedrijf en op weg naar een paar provisorische barakken voor de duur van het project. Koeweit en Saoedi-Arabië zullen altijd hun toevlucht nemen tot de diensten van buitenlanders om zich van arbeidskrachten te voorzien zodat hun ingezetenen worden verschoond van zulke primitieve taken als op hun eigen kinderen passen of hun geïmporteerde exotische eten te koken. Met andere woorden: er is een beperkte mobiliteit voor een paar mensen uit de arme Derde wereld, onder de voorwaarde dat zij zichzelf veranderen in bezittingen als goederen en kapitaal, waarvoor geen paspoort nodig is. Krachten die onmisbaar zijn, mogen wel reizen, zoals een geitenhoeder uit Chittagong in Bangladesh die ik onlangs tegenkwam en die in Koeweit nodig was om dieren te verzorgen. Een baan die op dit moment duidelijk beneden de waardigheid is van een volk waarvan het strategische belang zo groot is dat er een wereldoorlog werd geriskeerd om het te laten voortbestaan.

Maar dit is slechts een klein deel van de wereldhandel in mensen, waarvan het grootste deel clandestien en illegaal is. Alleen na opvallende tragedies horen we van dit soort transacties: een lading met Bengalen stikt in een oververhitte vrachtwagen die door Europa rijdt; een boot vol met Zuid-Aziaten verdwaalt op de Middellandse Zee op eerste kerstdag; een groep Achenezen wordt half vergiftigd in een Maleisisch gevangenenkamp. Op het vliegveld van Koeweit worden iedere dag groepen Bengalen met handboeien op een vlucht naar Dhaka gezet; een vernederde verzameling mensen, uitgescholden met 'Bangla, Bangla' door de lokale reizigers. Velen van hen zijn door hun eigen werkgevers bij de autoriteiten aangegeven, om te voorkomen dat ze maanden achterstallig loon moeten uitbetalen. Het handelsverkeer van vrouwen en jonge meisjes vanuit Birma en Yunnan in Zuid-China naar Thailand, vanuit Nepal en het noordoosten van India naar Bombay en Calcutta, vanuit Thailand naar Japan en Europa als dansers, entertainers en voor de seks-industrie is ook deel van een nieuwe internationale arbeidsverdeling, die door mondialisering wordt gecreëerd. Dit is de hedendaagse vorm van slavernij - systematisch, geïndustrialiseerd en hoogst efficiënt. Vrouwen worden vastgehouden vanwege schulden die zij hebben gemaakt voor hun eigen reis naar een vorm van slavernij, waarbij zij hun diensten verlenen aan vreemdelingen, soms zonder betaling, zonder vrije keuze en vaak zonder medische zorg. Op dezelfde wijze zijn zij die voor huishoudelijk werk worden aangetrokken een speelbal van de grillen van hun werkgever in een ver land. Vaak zijn ze niet bij machte om de taal te spreken en zijn ze onderwerp van seksueel misbruik en fysiek geweld. Anderen vallen in de handen van drugsbaronnen voor wie ze als koerier moeten werken. Twaalfjarigen uit de sloppenwijken van Bangkok vervoeren de amfetaminen vanaf de grens met Birma. Hun beloning is een Barbiepop - of een groepsverkrachting door degenen die hen hebben aangenomen voor deze belangrijke opdrachten.

De mondialisering waarover wij spreken is een hoogst selectieve versie die met de omschrijving 'geen alternatief' in het vaandel wordt meegedragen door alle multinationale bedrijven, de internationale financiële instituten en bijna iedere regering ter wereld. Het alternatief is om alle werknemers overal ter wereld, waar zij zich ook bevinden het recht te geven om zich net zo vrij van plaats naar plaats te bewegen als goederen en kapitaal. Alleen op deze manier is er nog hoop op het terugdraaien van de walgelijke en steeds groter wordende ongelijkheid in de wereld.

Mondiale mobiliteit van arbeid? Onvoorstelbaar. Alleen als Noord-Amerika of Europa de doktoren, de ingenieurs, de wetenschappers en de technologen, de verpleegkundigen, het hoog opgeleide personeel uit India, de Filipijnen of Brazilië nodig hebben, kunnen er manieren worden gevonden om deze mensen te verhuizen naar waar de vraag bestaat. Maar wanneer de armen uit Indonesië, Haïti of Bangladesh met hun lekke boot naar de meer welvarende kusten komen, laat ze dan maar kapseizen, laat hun lichamen maar aanspoelen op een rotsachtige kust. Laat ze op zijn best maar worden geïnterneerd en teruggestuurd naar de ellende die zij zelf niet hebben aangericht.

De rijken mogen door de selectief doorlatende barrières reizen, die zijn opgeworpen om de armen op hun plaats te houden. Niet alleen de adviseurs, raadgevers, de professionals, de experts, de bezitters van kennis, de gekwalificeerden en de mensen met academische titels en diploma's mogen vrij rondreizen, wat hen toelaat de wereld naar eigen inzicht opnieuw in te richten. Maar ook de rijken die in al hun vrije tijd reizen naar de fantasy islands met luxueuze hotels, enclaves van sterke privileges temidden van sociale wantoestanden en onleefbare plaatsen, waar ze worden bediend door degenen van wie het land en de cultuur zijn afgestroopt en het leven overhoop is gehaald. Het uitbreiden van dit soort vrijheden tot de armen der aarde is ondenkbaar, vooral voor rechts georiënteerde avonturiers voor wie het 'onmogelijke mogelijk maken' - met steeds vindingrijkere manieren om de armen te onderdrukken - een 'fulltime' bezigheid is. Wat onuitvoerbaar, wat ongerijmd: hordes vreemde mensen, vloedgolven van migranten, invasies van vreemdelingen die onze cultuur doen afkalven, die onze leefwijze ontwrichten, die onze vrijheden vernietigen, en die de prijs voor arbeid ondermijnen. Toch zouden zij ons in werkelijkheid niet meer aandoen dan wij hen hebben aangedaan, zonder verantwoording, zonder toestemming, zonder mededogen en zonder rechtvaardigheid. Veel verder zou het gaan om machtelozen de vrijheid van reizen te gunnen: op weg naar een daadwerkelijk vrije markt, iets dat veel verschilt van de heersende vrije markt-fantasieën. Maar als een daadwerkelijk vrije markt - waarin zowel arbeid als geld kunnen worden verplaatst - niet mogelijk is, waarom zouden andere marktvrijheden dan niet kunnen worden beknot om de schade die ze veroorzaken te beperken? Laten we uitgaan van òf vrije òf gecontroleerde markten, maar niet van vrije markten en gevangen mensen. Als arbeid zo beperkt wordt op deze manier, waarom zouden andere aspecten van de markt dan niet ook meer beperkt of onder toezicht worden gesteld in het belang van sociale rechtvaardigheid? Hoe is het mogelijk dat kapitaal, goederen en diensten niet kunnen worden gestopt, maar dat mensen moeten worden belemmerd en gevangen gezet?

Het IMF werkt aan een plan dat nationale - en zelfs lokale regels - over hoe en waar bedrijven hun geld kunnen besteden teniet zou kunnen doen. De IMF-regels zouden moeten worden aangepast om het fonds meer macht te geven om landen te dwingen beperkingen aan vreemd bezit van land en andere investeringen op te heffen. En daarmee gaat het IMF verder op de weg die de onderhandelaars van de Multilateral Agreement on Investment (multilaterale overeenkomst over investeringen) zijn ingeslagen. Tegelijkertijd wil de G8 top de toegang tot hun landen verder beperken voor dezelfde economische migranten aan wiens ellende zij zo dramatisch hebben bijgedragen.

Mondialisering is geen organische groei, maar een zorgvuldig ontworpen ideologisch project. Laten we dan ten minste de dingen bij hun naam noemen. Als de bevestiging van privileges het drijvende principe in deze wereld is, laten we dit dan ook zo aanduiden. Als er geen alternatief bestaat, laat zij die dit blijven roepen ons dan tot vervelens toe uitleggen waarom niet. Als het misbruiken van de bronnen op aarde en de steeds intensievere uitbuiting van bevolkingsgroepen het hoogste streven is binnen de moderne cultuur, waarom zouden we dat dan niet hardop zeggen? Bespaar ons dan in elk geval de hypocrisie en de geveinsde menselijkheid van een systeem dat is gericht op een steeds grotere concentratie van welvaart en macht op plaatsen waar deze al in excessieve mate aanwezig zijn, terwijl tegelijkertijd de armen worden beroofd van een eenvoudige kans op overleving.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.