|
|
Alligators in de ruimte
Ondanks al onze mythen en dromen zou de entree tot het sterrenrijk wel eens te klein kunnen zijn voor onze reusachtige hoofden.
Het Kennedy Space Center in het Amerikaanse staat Florida wordt aan de noordzijde begrensd door een waar Jurassic Park, een getijdenmoeras waar het wemelt van de zeldzame, exotische planten en dieren. Al sinds de vroegste dagen van het ruimte-tijdperk voorziet dit natuurreservaat in een zeer praktische behoefte: wie kwaad wil, moet het trotseren om bij de raketten te komen. Hoewel het in de brochures wordt omschreven als een oord waar 'de natuur tot haar wezen terugkeert en leeft in harmonie met de menselijke technologie', is het in feite het wingewest van een reusachtig protectie-syndicaat. De bewoners, waaronder talrijke alligators en slangen, en ook de bedreigde lamantijn - een soort van zeekoe -, krijgen hun afzondering en rust in ruil voor hun functie als slotgracht rond de ruimteschepen.
Ver voorbij de voorwereldlijke 'Hof van Eden' ligt platform 39B, een van de lanceerinstallaties voor het ruimteveer, die ik mocht bezoeken tijdens een rondleiding voor de pers. Van anderhalve kilometer afstand ziet de Shuttle eruit als een verbazend stuk monumentale kunst, een gedenteken voor de wilskracht van een stoutmoedig, arrogant tijdperk. Van iets dichterbij herinnert de vorm al iets meer aan aardse levensvormen, de gedaante van vogel en reptiel, met de spits toelopende snoet van een dolfijn. Nog dichterbij en er is nog slechts de machine met haar kolossale realiteit. Vastgesnoerd aan zijn twee aanjagers en oranje externe brandstoftank, gekooid in een warnet van buizen en steigers, lijkt de Atlantis meer op een olieraffinaderij dan op een levend wezen.
Dat ding de lucht in? Nooit, weet ik nog dat ik dacht, wat ten dele verklaart waarom er honderden miljoenen dollars voor nodig zijn om mij in het ongelijk te stellen. Want dat is de prijs wanneer je de zwaartekracht lang genoeg wilt trotseren om een gevaarte met de luchtwaardigheid van de Taj Mahal in een baan om de aarde te slingeren. Of anders gezegd: dat is de prijs die we betalen om onszelf te kunnen beschouwen als een volk wier voorland het hemelruim is. De ware functie van het ruimteveer heeft van meet af aan evenzeer behoord tot dit mythische domein als tot dat van de wetenschap. Zoals door vele deskundigen is verklaard, kunnen we in het ruimteveer niet veel meer dan we met goedkopere, onbemande satellieten zouden kunnen. Maar dat is misschien niet essentieel. Het lijkt of we dat extra geld er graag voor over hebben om te kunnen geloven dat we binnenkort met de Star Trek-bemanning mee kunnen, ver voorbij onze planeet naar vreemde nieuwe werelden.
Ruimtereizen zijn de laatste tijd weer in het nieuws. Na jaren van schouderophalen, aldus voorstanders, is het publiek weer gevoelig voor de uitdaging van verre reizen. Zij verklaren het nieuwe enthousiasme uit het succes van de recente Mars-sonde Pathfinder, die nieuwe hoop heeft gewekt dat ginds leven te vinden is - de ultieme attractie. Een andere factor is wellicht onze nieuwgierigheid naar het lot van het aftakelende Russische ruimtestation Mir in zijn dagelijkse omloop door slapstick en rampspoed.
Om welke reden ook, velen zouden graag zien dat het ruimteprogramma zijn status als hoofdnummer van het technogisch circus terugkrijgt. Een nieuwe gouden eeuw van menselijk streven, zo redeneert men, betekent een verbreiding naar buiten toe. De ruimte, daar zullen we eindelijk het potentieel van de menselijke geest verwezenlijken. En daarom hebben we, volgens sommigen, een nieuw internationaal ruimtestation nodig: een gezamenlijk project van de Verenigde Staten met Europa en Rusland dat ons te zamen smeedt tot één ras van ruimtereizigers.
Tegenstanders roepen al jaren dat een groot nieuwe ruimtestation geen reëel wetenschappelijk doel dient, en toch blijft die gedachte om een of andere reden leven. De ruimtevaart-industrie wil natuurlijk graag dat het station er komt, maar dat is wellicht toch niet het hele verhaal. Er is ook de verliefdheid op een bepaald ideaalbeeld van onze toekomst in de ruimte. Een uitgekleed model als de Mir schiet hopeloos te kort. We willen een tot de verbeelding sprekende Enterprise, een weergaloos amalgaam van winkelcentrum, sportclub en sexy middelbare school. Het zou zestig miljard dollar gaan kosten, zo niet meer, maar toch: we moeten zo nodig een sterrenschip! Onze toekomst ligt in de sterren!
Intussen draait beneden op aarde, niet ver van platform 39B, een lamantijn lome salto's in het baarmoederlijk warme, zilte nat.
Misschien ligt onze toekomst wel in de ruimte. Al sinds Leonardo da Vinci zijn ornithopteren schetste en droomde van veroveringen met een verticale dimensie, zijn eminente geesten daarvan overtuigd geweest. Maar zelfs onder hen die de mensheid ooit de sterren zien bereiken, twijfelt men erover hoeveel dichter we er in de nabije toekomst bij zullen komen. Er zijn nog brede - technologische, psychische en enonomische - kloven te overbruggen. Al zal de exploratie verdergaan, meest in de vorm van steeds kleinere sondes, het sterreschip zou wel eens fantasie kunnen blijven. Alles wijst erop dat de echte grensverleggende arbeid in de komende eeuw met biologie en genetica te maken zal hebben. Nu al herleiden de bio-technologen het leven tot zijn eenvoudigste termen om die dan tot nut van de mens te herschikken. Een eerste inzicht was al dat we het overgrote merendeel van onze genen gemeen hebben met andere schepsels. Genen lijken een soort vrije ondernemers, schatplichtig niet aan deze of gene soort maar aan het leven in het algemeen. We zijn slechts de voertuigen die hen de toekomst in vervoeren. En anders dan wij malen zij niet zo om comfort onderweg.
Een ruimteveer-lancering is een wonderlijk schouwspel. Het reusachtige bouwsel verheft zich centimetersgewijs, té langzaam lijkt het, op een zuil van vloeibaar vuur. Dan bereikt het geluid je over het moeras heen, bellen van donderend lawaai die op je borst openbarsten. Inmiddels ijlt het veer al omhoog in een kromme zoals een pijl beschrijft; dan verdwijnt het, op weg naar een baan op misschien vierhonderd kilometer hoogte. Al dat risico, al dat geld heeft de bemanning niet verder weg gebracht dan Rotterdam van Parijs af ligt.
In de seconden voor de lancering spoelt een stortvloed van water over het platvorm om het vernietigende gebulder te dempen. Het vuur uit de raket doet het water verstuiven in een zure wolk die langzaam neerdaalt over alle 'beschermde' flora en fauna in de omringende kreken en moerassen. Wij, als hun zelfbenoemde bewaarders, kunnen ons daar zorgen over maken, maar het leven-in-het-algemeen doet dat waarschijnlijk niet. Wat is de lamantijn in het grote geheel der dingen? En wat zijn wij?
Kilometers kuststrook ten zuiden van het ruimteveer-complex zijn bezaaid met andere lanceerplatforms uit eerdere stadia in het ruimtetijdperk. De meeste liggen er verlaten bij. Ik heb er een bezocht die in verval was, de betonvlakte bespikkeld met onkruid en vol roestplekken van de door de oceaanlucht aangevreten toren. Hiervandaan kun je een glimp van een andere, haast onzegbare toekomst zien: de dag waarop onze springplank naar het hemelruim een tweede Stonehenge zal zijn, waarvan de symboliek de dolfijnen en zeevogels, zo niet onze eenvoudiger nazaten, ontgaat.
We wagen onszelf op dit ogenblik de makers van leven te noemen, sinds kort beschikkend over de taal waarin het leven geschreven staat. Maar de echter scheppende kracht gaat ons bevattingsvermogen wellicht toch te boven. In 's levens grotere codex zijn wij misschien slechts de arbeiders die de ark bouwen; we moeten misschien zelfs achterblijven als die uiteindelijk vertrekt. Ondanks al onze mythen en dromen zou de entree tot het sterrenrijk wel eens te klein kunnen zijn voor onze reusachtige hoofden. Misschien bestaat onze rol er slechts uit de kosmos in te zaaien met leven in zijn nietigste gedaanten - in het besef dat we bedrogen zijn. De zoveel eeuwen uitgebuite natuur had al die tijd alleen maar met ons gespeeld, afwachtend, in haar oneindig geduld, om als laatste te lachen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.