|
|
Tussen ambitie en god
Vaak krijgt het leven in een schok betekenis. Door een ziekte of de dood komen levens en relaties plotseling in een andere dimensie. Wat belangrijk was, is het niet meer.De loopbaan van Paul Nouwen (64) was erop gericht op een berg een vlag te planten. Hij slaagde daarin toen hij, na een carrière bij Nationale Nederlanden, op zijn 53ste hoofddirecteur van de ANWB werd. Er was geen hoger meer. Dus kwam er rust. En de crisis...
'Ze zei: "Ga zitten en luister. Altijd als je thuiskomt, duik je meteen in boeken of je moet nog iemand bellen. Nu niks: ja maar... Je gaat zitten en je luistert:
Ik heb kanker."
Drie woorden. Ik vergeet het nooit. Er viel een doodse stilte. Ik zakte finaal door de grond. Op dat moment besef je dat je zal verliezen. Je gaat iemand verliezen op kortere termijn dan verwacht. En je weet ook dat er een lijdensweg komt. Het kruis is thuis binnengekomen en dat moet dus op de schouders mee. Kanker, we hebben een inwoner erbij. We hebben de dood als partner.
Ik huilde. Ik kon alleen maar roepen: "Dat kan niet. Dat kan niet waar zijn. Het bestaat niet dat een huisarts na vijf minuten praten zegt: je hebt kanker."
Opstand. Wegduwen. Maar vergeefs: zo'n crisis maakt een ongelofelijke indruk op je. Dan verander je. Door de kanker kwam bezinning.'
'Ik zei altijd: "Het gaat goed met ons. Ja, het gaat goed met mijn vrouw. Nee, we hebben geen kinderen maar ze heeft een drukke baan. Ze heeft een talenschool opgericht en ze werkt veel met allochtone kinderen. Daar heeft ze hartstikke veel lol in."
En dan krijgt je leven in één keer een heel andere dimensie. Er komt een nieuw doel: de taak om liefde te geven, te verzorgen, te redden.
Tot dat moment zorgde ik vooral voor mijzelf. Kan ik nog verder en hoger? Wat vinden ze van mij? Wie ben ik in de samenleving? Prestatiedrang zat vanaf mijn jeugd in mijn opvoeding. Na mijn studie moest ik iets bereiken. Ik wilde gezien worden, overal bij zijn. Het is een jachtigheid die - denk ik - alle jonge mensen hebben. Ze zijn op weg naar... Je leeft in een computerbestand want je bent niet wie je bent, je bent je functie. Op mijn 32ste was ik de jongste directeur in het verzekeringswezen. Het ging er niet om hoe ik het deed maar dat ik het was. Ik was op weg naar de top van een berg. Ik wilde een keer verantwoordelijk zijn voor wat er in een organisatie gebeurt, of het nu ging om een bedrijf met drieduizend of met vijftig mensen. Maar op een gegeven moment wordt dat bereiken van de top een doel op zich en is dat belangrijker geworden dan het bergklimmen zelf. Dan komt het verlossende moment dat je geen carrière meer hoeft te maken. Er is geen hoger meer en dat geeft rust. Je hoeft overdag niet meer te denken: als ik dit goed doe, word ik misschien wel hoofddirecteur.
Ik denk dat er bij de geboorte een inprint in de mens zit, een stukje elektronica. Ik raak steeds meer overtuigd dat maar een deel van de weg die wij aflopen helemaal een beredeneerde, zelf gevonden, zelf gewilde weg is. Ik geloof in het wonder van de schepping. Er is een contact tussen man en vrouw en daar komt iets uit dat steeds weer tien vingers heeft en dat gaat zien. Hetzelfde zie je in de natuur: bladeren vallen en nieuwe groeien weer aan. Volgend jaar komt dezelfde bloem weer op. Niemand kan dat verklaren. Ik ga niet uit van voorbestemming maar in de mens zit wel een bepaalde geneigdheid, een bepaald streven, zelfs een bepaalde normatiek die er door een opvolging van ouders in zit.
Dat is de drang tot overleven, de drang om iets te moeten presteren. Voor de een is dat rijk worden, voor de ander kennis verwerven. Voor weer een ander is het een gezin. Maar het begint allemaal vanuit een streven naar zelfbehoud. Dat heb ik zelf meegemaakt in de oorlog. Dan verandert de advocaat Nouwen, vader Nouwen, in iemand die op een oude fiets vanuit Bussum vier uur gaat fietsen naar Nijkerk om drie pakjes boter te halen. Hij is alleen bezig met lijfsbehoud en de dag is goed omdat vader boter heeft gehaald. Spiritualiteit is dan niet aan de orde. Zo is het in de natuur ook. De leeuw is braaf en mooi en je mag dicht bij hem komen omdat hij net een antiloop heeft verslonden. Hij voelt zich lekker en daarom bijt hij niet. Kinderen vragen om melk, ze schreeuwen en plassen. De inprint van ons leven is natuurlijk lijfsbehoud.
God was er wel. Ik kreeg een katholieke opvoeding en zat bij de Jezuïten op school. Je moest naar de kerk. Er was een hemel en een hel. Je moet zo leven dat je naar de hemel gaat. Dat is angstgeloof. Als je je niet aan de normen houdt, ga je naar de hel. In dat opzicht was mijn opvoeding helemaal niet spiritueel.
De grote overgang in je leven is als spiritualiteit niet meer iets is dat moet, maar iets dat uit jezelf komt. Dan gaat die voorgeprogrammeerde elektronicabox uit je lichaam en word je het zelf. Dat is het grote verschil.
Maar kun je veel spiritualiteit verwachten in levens waarin zoveel moet? Je moet afstuderen. Je moet een baan krijgen, nog even afgezien van het geld. Ik vind de ambitie van jongeren zeer groot. Ze doen extra opleidingen, studies om bepaalde banen te bereiken. En ze wanen zich onsterfelijk. Jonge mensen zijn onsterfelijk. Wat nou zeuren over de dood. Wat nou calculeren. Daarom is jong zijn heerlijk vanwege die quasi onsterfelijkheid. De basisvoorzieningen komen eerst, dan de spiritualiteit. Je gaat pas op zoek naar dat andere, naar de spiritualiteit als aan de ambitie is voldaan en als je getroffen wordt door zware tegenslag. Ieder mens draagt een kruis of dat nu armoede is of rijkdom of honger. Ieder mens voert zijn eigen gevecht om te overleven. Ik denk dat de spiritualiteit op alle niveaus van het leven aanwezig is. De vraag is: durf je ervoor uit te komen? Het is iets softs. Als een ondernemer te veel over spiritualiteit praat, zegt zijn werknemer: "ik heb nou een baas... ik weet niet of die wel goed met de zaak bezig is."
Niemand associeert Paul Nouwen met spiritualiteit. Ja, met de Wegenwacht, met de ANWB. Pas heel langzaam dringt door dat iedere ondernemer ook een spiritueel mens is. Ik heb laatst een verhaal gehouden over 'stilte'. Daar heb ik hard aan gewerkt. En dan vraag je je af: is dit Paul Nouwen? Ik kan natuurlijk met behulp van de literatuur een fantastisch verhaal over stilte houden maar dan denken de mensen: "zo leeft hij zelf niet". Het verhaal moet mijn eigen beleving hebben. Je moet iets van jezelf bloot geven. Dat inspireert. Mensen hebben enorme behoefte aan het spirituele. Je kunt nog zo'n mooi orkest hebben, nog zo'n mooi vuurwerk; je bereikt mensen alleen met het goed doordachte woord.
Het gaat nu goed met de ANWB. Toen ik kwam was er in twee jaar tijd dertig miljoen gulden verlies gemaakt en is er nu veertig miljoen gulden winst. Toen er waren 2,6 miljoen leden, nu 3,4 miljoen. Nu kan ik het me permitteren om gevoel te tonen voor de mensen in de organisatie. Ik kan het mij veroorloven om mij af te vragen of iedereen wel gelukkig is. Nu kan ik zeggen: laten we dat pensioen eens versterken. Of: laten we die reorganisatie een jaartje uitstellen. In een bedrijf geldt hetzelfde: eerste lijfsbehoud, dan spiritualiteit. Maar uiteindelijk telt het laatste. Zijn de mensen gelukkig? Dat is de waarde. Het is toch niks als ik afscheid neem als we vijftig miljoen gulden winst maken en de mensen terugblikken op een vreselijke tijd?
Voor mij ligt de weg naar de spiritualiteit open. Heb ik de moed om na de ANWB die weg te gaan? Of ben ik toch iemand die zegt: ik wil na mijn pensioen wel een baan hebben waarmee ik in het zicht blijf. Dat ik nog meetel, dat ik word uitgenodigd, niet op de vijfde rij maar op de voorste, als één van de gasten. Klets ik maar wat of durf ik echt wat anders te gaan doen? Of zal ik ook terugvallen en weer een baan zoeken om erbij te blijven horen? Om weer mee te rijden in het peleton zodat het publiek mij blijft zien. Dat is de tragiek van de sportman die het einde van zijn carrière slijt bij een mindere ploeg. Die de sprong niet kan maken en doorfietst om te eindigen als een verloederd wielrenner. Hij komt nog wel over de streep maar wel een kwartier later.
Durf ik de weg te gaan van mijn broer die hoogleraar theologie was aan de universiteit van Harvard en schrijver van vele boeken; die zich plotseling terugtrok om als pastoor te gaan werken in een gemeenschap met dubbel gehandicapten - mensen die nooit beter zullen worden? Die ging werken voor een hoger doel, die ging werken voor de ander. Werk zonder resultaten die de krant halen. Weg roem. Weg hoogleraarschap. Hij wijdde de rest van zijn leven aan geestelijk en lichamelijk gehandicapten die kwijlen, gillen of niet geheel herkenbare klanken uitstoten.
De nieuwe vlag moet ik eigenlijk in mijn hart planten. Ik moet proberen te kijken welke de waarde van Paul zelf is. Of hij inderdaad een spiritueel mens is. Wat je was, is niet meer interessant. Nee, het is interessant of er een nieuwe mens naar voren komt die vrij en onafhankelijk is. Die met zichzelf iets voor de samenleving gaat doen en die zijn waarde niet meer afmeet aan wat ik ben, wat ik doe of wat ik beteken. Die op zoek gaat naar het hogere doel achter het leven. Die god wil vinden. Het is een zware opgave om die hindernis te nemen; om jezelf te gaan ontdekken. Wat is de nieuwe zin? Dat is een enorme overgang.
Waarom moet een mens eerst die tegenslag ervaren om de waarde van het leven in te zien? Hoe komt het dat zoveel mensen het leven helemaal niet als een geschenk zien? De dood is een mysterie. Het betekent dat we van een macht boven ons afhankelijk zijn; dat we het leven niet in de hand hebben. Dat je er daarom elk moment het beste van moet maken omdat je er straks misschien niet meer bent? Om je heen is de confrontatie met zovele materialistisch gerichte mensen van wie je denkt: hoe kun je je druk maken over die dingen? Er is veel verarming en dan denk je: hadden jullie maar die ervaring.
Na wat ik heb meegemaakt, praat ik makkelijker over deze dingen. Vroeger nooit. Ik werd niet geassocieerd met denken over de zin van het leven. Maar de confrontatie met de dood, heeft mij veranderd. Ik moet zeggen als ik eerlijk ben dat die jaren vooral voor haar heel zware jaren waren, geteisterd door operaties, pijn en de dood voortdurend voor ogen. En toch plak ik - als ik terugkijk - het etiket 'mooie tijd'. In overdrachtelijke zin. Ik denk dat mensen door bepaalde ervaringen enorm open komen voor het zoeken naar dat andere. Zij kwam tot grote creativiteit met schilderen en dichten. Ook ik ben een ander mens geworden. Daar ben ik dankbaar voor.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.