|
|
Mensen, mensen, wat een mensen
De wereldbevolking neemt toe (en neemt af)
De mensheid heeft een onbedwingbare behoefte aan onheilsvoorspellingen. Door de geschiedenis heen hebben sombere doemzeggers altijd meer respect en aanzien genoten dan overbeterlijke optimisten. Dat lijkt niet terecht. The Economist (20 december 1997) zet een reeks van pessimistische waarschuwingen van deze eeuw op een rij om te laten zien dat de werkelijkheid vrijwel altijd (veel) milder is gebleken.
De Club van Rome waarschuwde in 1972 voor een wereld van rampspoed die zou worden geplaagd door uitputting van alle vitale natuurlijke grondstoffen van gas en olie tot mineralen en water en voedsel. De Club van Rome telde 550 miljard vaten olie die de wereld in twee decennia zou verbruiken, maar in 1990 bedroeg de nog niet geëxploiteerde olievoorraad 900 miljard vaten. In 1983 voorspelde de Britse autoriteiten dat de gasvoorraad nog voldoende was voor dertig jaar verbruik. Tien jaar later was die voorraad toegenomen tot vijftig jaar verbruik. Het Amerikaanse World Watch Institute waarschuwt al bijna dertig jaar voor een tekort aan voedsel. Maar sinds 1960 is de hoeveelheid voedsel per hoofd van de wereldbevolking met twintig procent toegenomen. De Verenigde Naties zagen in 1984 jaarlijks meer dan twintig miljen hectare land aan de woestijn ten prooi vallen. Ook daarvan is niets terecht gekomen: er is wereldwijd geen sprake van toenemende woestijnvorming.
Overbevolking is waarschijnlijk het 'topthema' van de doempredikers. Nog altijd. En met al meer dan een miljard mensen in China, binnenkort ook een miljard Indiërs en met Afrika aan de vooravond van een bevolkingsexplosie, lijkt het schrikbeeld van een wereld die ten ondergaat aan te veel mensen inderdaad zeer realistisch.
Toch ziet het er naar uit dat ook op dit gebied de somberaars geen gelijk zullen krijgen. Barron's (8 december 1997) bericht dat de laatste prognoses over de groei van de wereldbevolking een radicale andere tendens laten zien. Scenario's van de bevolkingsorganisatie van de Verenigde Naties wijzen erop dat de wereldbevolking over veertig jaar met 7,7 miljard mensen (thans: 5,8 miljard) zijn hoogtepunt zal bereiken. Vervolgens zal het aantal wereldbewoners gaan dalen en die daling zou wel eens tot in een verre toekomst kunnen doorzetten. Want de ervaring leert dat als bevolkingsaantallen eenmaal dalen, de trend zelden weer wordt omgebogen. Het is heel goed mogelijk dat wij afstevenen op een wereld zonder broers en zusjes, op een wereld waarin onze (voor)ouders onze enige familieleden zijn.
Een bevolking neemt af wanneer per vrouw gemiddeld minder dan 2,1 kind wordt geboren. Simpele wiskunde leert dat een bevolking stabiel blijft als elke vrouw gemiddeld twee kinderen krijgt. Het extra tiende kind per vrouw is echter nodig om te compenseren voor de meisjes die sterven voordat zij kinderen kunnen krijgen. Barron's schrijft dat thans al in 51 landen - waarin 44 procent van de wereldbevolking woont - gemiddeld minder dan 2,1 kinderen per vrouw worden geboren. Ter vergelijking: twintig jaar geleden deed dit verschijnsel zich voor in 19 landen die 18 procent van de wereldbevolking herbergde. Het Italiaanse geboortecijfer loopt het hardst terug. In Italië wordt nog maar 1,24 kind per vrouw geboren. Nederland staat vijftiende met gemiddeld 1,59 kind per vrouw. Als het geboortecijfer onder het vervangingscijfer zakt, betekent dat overigens nog niet dat het bevolkingsaantal onmiddellijk gaat dalen omdat mensen tegenwoordig steeds ouder worden. Uiteindelijk leiden dalende geboortecijfers echter onherroepelijk tot dalende bevolkingsaantallen.
Maar de ontwikkelingslanden dan? In 1950 werden er gemiddeld in de Derde wereld nog 6,2 kinderen per vrouw geboren. Thans ligt dat getal al bijna de helft lager op 3,3, aldus Barron's. Het verhaal van de strenge Chinese 'één-kind-politiek' is al langer bekend. In de afgelopen dertig jaar is het gemiddeld aantal kinderen per Chinese vrouw gedaald van 6,5 naar 1,9. Dat betekent dat er in de toekomst minder Chinezen zullen worden geboren. Zelfs India is succesvol ondanks een uitermate wankel geboortebeperkingsbeleid. De Indiase vrouwen gingen in de afgelopen twintig jaar van 5,4 naar 3,4 kinderen per vrouw. En een land als Bangladesh met een nauwelijks invloedrijk centraal bestuur ging van meer dan 7 maar 3,4. Sub-Sahara-Afrika is de grote uitzondering met thans gemiddeld meer dan zes kinderen per vrouw. Niettemin laten de wereldcijfers de eerste tekenen van een kentering zien. Na een piek van de jaarlijkse groei van de wereldbevolking van 87 miljoen in de tweede helft van de jaren tachtig, is die jaarlijkse groei de afgelopen jaren gedaald tot 80 miljoen.
Een dalende bevolking heeft enorme sociale en maatschappelijke gevolgen. Zoals thans in China al zichtbaar is, raken familiestructuren - die eeuwenlang de basis van de maatschappij zijn geweest - ontwricht als er in een gezin maar één kind mag worden geboren. Prospect (december 1997) meldt dat - als de huidige trend doorzet - over twee generaties zestig procent van de Italiaanse kinderen geen broers, zusjes, neven, nichten en ooms en tantes meer zal hebben. Daarmee bereikt de individualisering - die nu al als een bedreiging voor de samenleving wordt gezien - extreme vormen. In een afkalvende wereldbevolking zal de 'familie' van de toekomst bestaan uit relaties zonder bloedbanden met alle onzekere gevolgen van dien, aldus het Britse maandblad.
Tegelijkertijd wordt de wereldbevolking steeds ouder. De gemiddelde leeftijd in de wereld zal de komende vijftig jaar stijgen van 23 naar 40. De Nederlander zal tegen 2050 gemiddeld ouder zijn dan 55. Dat betekent onbetaalbare pensioenen, stijgende ziektekosten en langer werken. Met andere woorden: het schrikbeeld is misschien wel niet een planeet van honger, uitputting en erosie maar - in de woorden van Prospect - een planeet van rolstoelen met hier en daar een kind.
Dat prognoses maar prognoses zijn, onderstreept The Economist voldoende. En bevolkingsgroei blijkt al helemaal een weerbarstig verschijnsel. Prospect herinnert eraan dat het eerste Europese land waar in de late achttiende eeuw de vruchtbaarheid begon te dalen niet - zoals verwacht - Engeland waar de eerste rijkdom van de industriële revolutie werd geoogst, maar juist het arme, agrarische, katholieke Frankrijk. De huidige optimistische cijfers hebben wat dat betreft niet meer - maar ook niet minder - waarde dan de onheilsvoorspellingen van de Club van Rome. Een wereld met minder - of zelfs te weinig - mensen biedt nieuwe problemen en uitdagingen. De essentie is misschien dat je betrokken kunt zijn bij het lot van de wereld zonder een pessimist te zijn.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.