|
|
De digitale natie
Biedt het Internet het langgezochte middel om de democratie te voltooien? Zullen burgers straks 'online' gezamenlijk hun gemeenschap besturen? De digitale democratie is een controversieel onderwerp. De mening van een kenner, redacteur Jon Katz van Wired, die voor zijn blad de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen op het Internet volgde: de Digitale Natie is in aantocht en dat betekent iets goeds voor de wereld.
Op Internet zag ik ruim een jaar geleden de wedergeboorte van de vrijheidsliefde. Ik zag een cultuur die overborrelde van intelligente, politiek gepassioneerde mensen die voor het Net als het ware in de rij staan om uitdrukking te geven aan hun burgerzin, deel te nemen aan debatten en zelfs te vechten voor hun politieke opvattingen. Ik kwam vragen tegen als: leven we middenin een ware revolutie of maken we alleen maar deel uit van een arrogante en naar binnen gekeerde elite? Vormen we een krachtige nieuwe gemeenschap of zijn we niet meer dan een groep mensen verslaafd aan onze machines? En misschien wel de moeilijkste vraag: kunnen we een nieuw soort politiek opbouwen? Zijn we in staat een meer beschaafde maatschappij neer te zetten met behulp van onze krachtige technologieën? Verbreiden we de evolutie van de vrijheid onder steeds meer mensen? Of vormen we niets meer dan een groot babbelend netkoor, pissend tegen de digitale wind in?
Waar over vrijheid slechts zelden wordt gerept in de officiële media wordt zij met veel inzet beleden en dagelijks beoefend op het Net. Terwijl onze bestaande politieke instellingen worden gezien als ver weg en nooit reagerend, biedt deze 'online' cultuur individuen de middelen om echt iets te zeggen te hebben over beslissingen die onze levens raakt. Conventionele politiek is doordrenkt van ideologie terwijl de digitale wereld wordt geobsedeerd door feiten. Onze huidige politieke stelsel is irrationeel versplinterd in hypocriete praat over god?en?waarden maar de Digitale Natie wijst de weg naar een rationelere, minder dogmatische benadering van de politiek. De wereldstroom van informatie wordt bevrijd en dat geldt als consequentie voor ons zelf.
Ik schrijf dit naar aanleiding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1996 en om met de deur in huis te vallen: 1996 was niet het jaar van het Net, althans niet in termen van doorsnee?politiek. De nieuwe cultuur was nog niet sterk genoeg om het politieke proces echt te beïnvloeden. Niettemin was datgene dat vlak voor mijn neus op de monitor gebeurde oneindig interessanter dan het bekende gezemel in de kranten en op de televisie. Frisse ideeën, debatten op het scherp van de snede en een splinternieuwe cultuur kwamen bovendrijven in een oorspronkelijke digitale rotzooi. Daarbij komt dat het traditionele politieke debat over politici gaat, de discussie op Internet gaat daarentegen over ons. Daarom concentreerde ik mij niet op de campagne maar op de digitale toekomst. Het was een dagelijkse uitdaging. Het Net werd mijn formidabele leraar, raakte me venijnig op mijn knokkels als ik mijn huiswerk niet deed of niet voldoende luisterde; troostte me als ik ontmoedigd raakte of verdwaalde.
Ik kreeg inzicht in de nieuwe manier waarop informatie en meningvorming zich langs de digitale snelweg spoeden. Ik zag hoe mijn columns uit Wired zich ontwikkelden van betweterige doorsnee?praatjes tot een reeks haast levende organismen die werden gesterkt, uitgedaagd en bijgesteld door de ontzagwekkende golf aan feedback die plotseling beschikbaar kwam. Ik raakte het ingesleten journalistieke vooroordeel kwijt dat ìk gelijk had en dat mijn lezers niet beseften waar hun belangen lagen. Via het World Wide Web kwam ik erachter dat ik maar zelden helemaal gelijk had, dat ik alleen bezig was ideeën door te geven die mettertijd zouden worden bijgeschaafd en vaak genoeg verbeterd door mensen die meer wisten dan ik. Er heerst vrijwel nooit een status quo rond ideeën op het Web. Ze worden als kinderen op de wereld gezet, aan verandering onderhevig door de vele verschillende milieus waarin ze verkeren, en ze komen bijna nooit naar huis terug in dezelfde vorm waarin ze vertrokken.
Het hart van de Digitale Natie wordt gevormd door de mensen die Internet hebben opgezet, die erin werken, en wier leven er in toenemende mate om is gaan draaien, zowel zakelijk, sociaal als cultureel. De inwoners van de Digitale Natie zijn niet representatief voor de bevolking als geheel: ze zijn gemiddeld welgestelder en beter opgeleid. Ze zijn van verschillende leeftijden en komen uit diverse milieus. Ze delen het voordeel dat zij ongehinderd toegang hebben tot een groot deel van de informatie die de wereld heeft te bieden. Als gevolg hiervan is hun waardenstelsel voortdurend in ontwikkeling. In tegenstelling tot de rigide politieke ideologieën die de westerse wereld tientallen jaren hebben beheerst, blijven de ideeën van de postpolitieke jongeren kneedbaar.
Hannah Arendt schreef in haar boek On revolution dat er twee benodigdheden zijn om een grote revolutie te laten losbarsten: de plotselinge gewaarwording dat men vrij is en het gevoel dat men iets nieuws creëert. Internet is precies in die termen revolutionair. Het geeft miljoenen mensen de vrijheid om dingen te doen die ze daarvoor niet konden. Burgers kunnen hun opvattingen direct uiten, zonder dat die worden gefilterd door journalisten of marktonderzoekers. Jongeren kunnen hun eigen visie op cultuur in kaart brengen, afgeschermd van het strenge toezicht van ouders en leraren.
Er heerst inderdaad ook het gevoel dat er iets geheel nieuws wordt opgebouwd. Mensen die voor het eerst 'online' gaan, ervaren dat ze over een drempel stappen. Om burger van deze wereld te worden moet je geduld, inzet en vastberadenheid meebrengen en zo'n investering van tijd en energie levert dikwijls de gewaarwording op dat je deel uitmaakt van iets volslagen nieuws.
Het is lastig om je de digitale wereld als een politieke macht voor te stellen. De bestaande politieke en journalistieke instituten gruwen bij de gedachte alleen al, omdat ze hiermee hun centrale plek in het politieke leven zouden moeten opgeven. Internet wordt bovendien niet door een leiderschapscultuur maar door een individuele cultuur gekenmerkt. De stroom van informatie is zijwaarts gericht - van velen naar velen ? en zo'n structuur leent zich slecht voor de opkomst van een leider. Maar graag of niet, de Digitale Natie bezit alle kenmerken van het soort groep dat door de eeuwen heen uiteindelijk de macht in handen neemt. Hij heeft de scholing, het kapitaal en de sociale voorrechten die een politieke macht zullen doen ontstaan waar iedereen tenslotte rekening mee zal moeten houden.
Op het Internet ontstaat een nieuwe politiek die niet in het teken staat van de bekende tegenstelling tussen links en rechts. De nieuwe 'digitale' politiek combineert elementen uit de voornaamste politieke arena's. Uit de progressieve hoek neemt deze ideologie de humanitaire levenshouding over. Men staat wantrouwig tegenover politie en justitie. Men verafschuwt censuur. Men deinst terug voor extreme bestuurlijke maatregelen. Van de conservatieven neemt de ideologie inzichten over omtrent het bevorderen van economische vooruitgang, het afslanken van het overheidsapparaat en het onderstrepen van de persoonlijke verantwoordelijkheid.
De digitale jongeren delen het wantrouwen van links jegens autoriteiten en machtsbundeling, maar ervaren nauwelijks de in linkse kringen vaak diepgevoelde verachting van grote bedrijven. Ze onderschrijven de progressieve stelling dat maatschappelijke problemen als armoede de grote oorzaak zijn achter de criminaliteit, veel meer dan geweld op de televisie. Maar in tegenstelling tot linksdenkenden vinden ze dat de armen meer initiatieven moeten nemen om hun eigen problemen op te lossen.
De postpolitiekers zijn de progressieven op enkele terreinen de baas. Tolerantie is voor hen geen streven maar een feit. Ze vormen de eerste generatie waarvoor pluralisme en diversiteit niet controversieel of ongebruikelijk zijn. Deze groep is nagenoeg blind voor de huidskleur of etnische afkomst van de mensen. Maar dat neemt niet weg dat de digitale jongeren concepten als positieve discriminatie afwijzen. En ze zijn grotendeels ongevoelig voor slachtoffer?praat of 'politiek correct'-jargon, of de klaagcultuur die hoogtij viert in de manier waarop progressieve media veel kwesties rond minderheden in de maatschappij behandelen.
De overheersende gedachte in de postpolitieke wereld is dat mensen de middelen in handen hebben om zelf hun leven vorm te geven, en dat ze veel meer zelf het initiatief moeten nemen om dat daadwerkelijk te doen. De generatie die nu opkomt, vindt dat zijn leeftijdgenoten hun eigen bestemming moeten en zullen kiezen. Deze groep hecht grote waarde aan deskundigheid en hard werken. De traditionele succesformules zeggen hen niet zoveel meer, nu een universitaire graad niet langer vanzelf een baan oplevert, werk vinden niet betekent dat je dat ook houdt en met pensioen gaan misschien wel onmogelijk wordt. Ondanks dergelijke bedenkingen ziet deze groep zeer goede kansen opdoemen in de toekomst. De Digitale Natie is optimistisch gestemd over zijn eigen vooruitzichten.
Wat binnen de digitale wereld een beetje in de buurt van een dogma komt, is de hardnekkige vrijzinnigheid, de onvoorwaardelijke keuze voor politieke en economische vrijheid en het heftige verzet tegen inperkingen van persoonlijke meningsuiting ? van het huiveringwekkende fanatisme der politiek correcten tot de aanzwellende drang om de cultuur van de massa te onderdrukken. De 'online' wereld is de meest vrije gemeenschap. De bewoners ervan kunnen zich dingen veroorloven die elders binnen onze cultuur als onaanvaardbaar worden gezien. Ze kunnen vrijuit vloeken, het bestaan van God in twijfel trekken en converseren met radicale geesten uit de hele wereld. Ze kunnen zelfs verbaal verraad plegen.
De dominante maatstaf bij uitstek is binnen deze gemeenschap dat informatie vrijelijk beschikbaar hoort te zijn. Velen van de mensen 'online' beseffen dat deze gedachte niet strookt met de geschiedenis van de media, met het karakter van onze politiek en het kapitalisme. Grote bedrijven vinden helemaal niet dat informatie vrij beschikbaar hoort te zijn ? ze vinden dat zij de controle moeten hebben en ervoor moeten laten betalen. De regering vindt eveneens niet dat informatie vrij toegankelijk moet zijn. En ook religieuze organisaties, jeugdwerkers en veel ouders vinden niet dat informatie voor het grijpen moet liggen. Het besef dat de jeugd zich heeft losgerukt van veel sociale voorschriften en nu toegang heeft tot een haast grenzeloos universum aan informatie, is voor de gevestigde orde een angstaanjagende gedachte.
Deze nieuwe vrijheidslievende opvattingen worden vaak verkeerd begrepen. Sommige politieke groeperingen die zich van oudsher inspannen voor de vrijheid van het individu staan uitgesproken vijandig tegenover het gezag, maar de digitale jeugd kent geen paranoïde angst voor de regering, alleen ongeduld over diens gebrek aan slagvaardigheid. Ze beschouwen de regering niet als een soort samenzwering om de macht over hun leven in handen te krijgen, maar eerder als een achterhaalde manier om problemen aan te pakken.
De opkomst van de digitale cultuur levert een hoop nieuwe kansen op en een van de meest fascinerende is de mogelijkheid dat de technologie een huwelijk aangaat met de politiek teneinde een beschaafdere samenleving te creëren. De mogelijkheid dat we uiteindelijk een cultuur rond media en politiek krijgen waarin mensen feitenmateriaal kunnen verzamelen, hun inzichten kunnen verwoorden, zich kunnen verstaan met andere meningen, en omstreden kwesties op een rationele manier kunnen bespreken.
Op dit moment zijn Internet en het World Wide Web twee van de meest chaotische media die ooit bestaan hebben ? een vechtende kluwen zonder veel contour. Maar ze geven nieuwe wegen aan om feiten te verzamelen en door te geven, en de met dogma doorspekte discussies van de conventionele politiek definitief te omzeilen. In academische of wetenschappelijke forums is te constateren dat een nieuw rationalisme de kop opsteekt. Het Internet verschaft binnen een paar uur informatie aan onderzoekers in verafgelegen plaatsen, zorgt dat er in een paar dagen feedback binnenkomt die vroeger maanden had gekost en democratiseert in het algemeen de stroom van informatie over de hele wereld.
Als deze benadering opgaat voor de wetenschap, kan het dan ook iets betekenen voor de politiek? De wetenschap richt zich op feiten en onderzoek, de politiek eerder op het uitdragen van meningen of het beïnvloeden van de mening van anderen. Het is nogal een sprong van een medium dat feiten over de wereld doet vliegen naar een dat invloed uitoefent op normen en waarden. Maar ik heb dat proces zich zien afspelen, het is haalbaar.
De ongekende mogelijkheden die individuen nu hebben om direct met elkaar te spreken, geeft het politieke debat meer reliëf dan in de niet?digitale wereld gebeurt. Ook al verlaten beide partijen het gesprek niet geheel binnenstebuiten gekeerd, ze zijn elk voor zich in staat tot precies datgene wat ons bestaande systeem zo moeilijk maakt: het standpunt van de ander volledig begrijpen, een paar ijkpunten van de ander overnemen, en die ander beschouwen als een complex persoon in plaats van een stereotype versimpeling.
Het digitale netwerk staat dikwijls ver af van een hoop problemen op deze wereld, omdat de gebruikers ervan welgesteld zijn en sociaal sterk staan. Omdat het ontstond in de slaapkamers van hackers in de voorsteden en collegezalen van vooraanstaande instituten, is het vaak weggehoond als louter een vorm van navelstaren. Het heeft tot nu toe nog nooit gereageerd op een politieke of sociale crisis waar het niet direct bij betrokken was.
De digitale jongeren moeten samenhangende filosofieën gaan opstellen als antwoord op precies de problemen die het futloze huidige systeem niet aankan: beperkte economische mogelijkheden, plaatsgebonden sociale onderklassen, en de uitdaging van culturele integratie. De Digitale Revolutie moet uiteindelijk oplossingen aandragen om armoede, onwetendheid en oorlog op een radicale en hoopgevende manier te bestrijden.
We zien een in omvang toenemende elite de macht uitoefenen over het krachtigste communicatiesysteem dat ooit is samengesteld. De mensen die zich naar het nieuwe millennium spoeden met hun vingers op het toestenbord van het informatietijdperk, kunnen wel eens een van de grootste politieke machten in de geschiedenis gaan vormen. Technologie betekent macht. Onderwijs betekent macht. Communicatie betekent macht. De digitale jeugd bezitten deze alle drie. Geen enkele andere sociale groep is zo toegerust om in de 21ste eeuw cultuur en politiek te gaan domineren.
De aanstormende jeugdige inwoners van de Digitale Natie kunnen desgewenst een meer beschaafde samenleving opbouwen, een nieuwe politiek gebaseerd op rationalisme, gedeelde informatie, het zoeken van de waarheid, en een nieuw soort gemeenschapzin. Als ze ertoe besluiten om een politieke beweging te vormen, kunnen ze op een dag de wereld regeren. Als ze besluiten om een gemeenschappelijk stelsel van normen en waarden te ontwikkelen, met een morele ideologie en de menselijke waardigheid hoog op de agenda, kunnen ze zelfs voor die wereld iets goeds betekenen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.