|
|
Plein wordt wakker, straat wordt wei
Stadslandbouw verdient aandacht.
De snelle groei van de wereldbevolking en de toenemende verstedelijking leidt in de toekomst niet alleen tot voedselschaarste maar vooral ook tot problemen om het voedsel bij de mensen te krijgen. Een van de oplossingen hiervoor is om voedsel dichter bij de mens te verbouwen. Zoals in de stad. Tegenwoordig wordt al vijftien procent van al het geproduceerde voedsel in de stad verbouwd, en stadslandbouw heeft volgens een rapport van de Verenigde Naties zelfs de potentie om een kwart van de wereldbevolking te voeden. Volgens VN-cijfers ligt tot vijftig procent van het totale grondgebied van veel steden in ontwikkelingslanden braak en aangezien de meerderheid van de wereldbevolking in het jaar 2000 in de stad zal leven, verdient stadslandbouw alle aandacht.
Nu al worden de grootste steden in China grotendeels gevoed door boeren die in of nabij die steden landbouw bedrijven. Daarbij worden interessante mogelijkheden voor recycling benut. Zo wordt in Sjanghai het overgrote deel van menselijke uitwerpselen verwerkt tot kunstmest dat vervolgens wordt verkocht aan boeren in de omgeving. En in het Indiase Calcutta wordt al meer dan vijftig jaar rioolwater gebruikt voor het kweken van vis. In speciaal ontworpen vijvers dient het rioolwater als voeding voor algen die vervolgens door vissen worden gegeten.
Stadslandbouw kan dus belangrijk bijdragen aan het oplossen van het afvalprobleem in grote steden. The Ecologist (november/december 1996) bericht dat stadslandbouw verder ook bijdraagt aan de duurzaamheid van de stedelijke economie door stedelijke flora en fauna in stand te houden. Bovendien voorziet stadslandbouw in werkgelegenheid voor de snel groeiende stedelijke bevolking in - vooral - de ontwikkelingslanden. In sommige steden in de Derde wereld is tot eenderde van stedelijke bevolking betrokken bij de landbouw.
Maar het voornaamste voordeel van stadslandbouw is - in de visie van The Ecologist - de beperking van de voedseldistributie. Als voedsel lokaal wordt geproduceerd, is er minder transport nodig en dus is er sprake van minder vervuiling. Het Nederlandse ministerie van Landbouw onderschrijft deze visie in een recente nota: 'Het voordeel van de nabijheid van de stad is, dat landbouwproducten direct kunnen worden afgezet.' Verder ziet het ministerie eveneens mogelijkheden voor de verwerking van stedelijk afval en rioolwater tot meststoffen.
Tenslotte draagt stadslandbouw bij aan de natuurbeleving van de stadsmens. De stedeling raakt ook in psychologisch opzicht steeds verder verwijderd van zijn voedsel. Denk aan het kind dat opgroeit met de gedachte dat melk en corn flakes uit een kartonnen pak komen en honing uit een potje. Veel stadsbewoners weten niet waar hun voedsel vandaan komt en met hoeveel arbeid en zorg het wordt geproduceerd. De burger vervreemdt steeds meer van de landbouw. 'Stadslandbouw kan de natuur terug brengen in de stad en helpen deze relatie te herstellen', aldus World Watch (november/december 1996). Een treffende illustratie biedt de Amsterdamse Bijlmer. In ZOZ (november/december 1997) beschrijft Susan van der Hijden hoe zij zich weer verbonden met de aarde is gaan voelen door in haar, door flats omringde, volkstuintje courgettes, andijvie en aardappelen te gaan verbouwen. Volgend jaar wil zij haar eigen brood gaan maken. 'Terwijl ik zaai, denk ik aan de boeren die overal ter wereld net zulk graan zaaien als mijn graan. En wanneer ik het brood kneed, aan de vrouwen die net zulk brood maken om hun gezin ermee te voeden. En als ik dat brood eet, hoop ik de energie te proeven die de zon aan het graan heeft gegeven en de smaak die de aarde eraan gaf. Op deze manier hoop ik de echte waarde van brood te ontdekken.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.