Email   Print
Share  

Het beste in de ander zien

Het beloofde een mooie dag te worden. Korte mouwen, spijkerbroek, gympen. Een zorgeloze zomermiddag wandeling in het Amsterdamse bos. Wat ik toen echter niet wist, was dat het onze laatste wandeling zou zijn.

Tijn Touber | 18 januari/februari 1998 issue

Lucas was mijn vriend, mijn beste vriend zelfs. Zo'n vriend waar je ieder moment van de dag en nacht binnen kunt vallen. Dat deden we dan ook regelmatig. We waren bevlogen en hadden lange gesprekken over kunst, liefde, politiek en over hoe we de wereld zouden veranderen. Zo herinner ik me een avond waarop ik weer eens het licht had gezien. Ik begreep ineens de ware betekenis van alles. Ik moest Lucas natuurlijk direct op de hoogte stellen. Dat spreekt. Snel op de fiets, dwars door alle rode lichten, drie keer bellen, zes trappen op en direct to the point: 'Lucas, ik heb het, ik ben eruit, luister...'
Het briljante inzicht is me inmiddels ontschoten maar wat me van die avond wél is bijgebleven, is de manier waarop Lucas naar me luisterde. Zijn ogen lachten me toe, moedigden me aan en accepteerden mij volkomen. Zelfs toen hij na tien zinnen het spoor volledig bijster was ? in mijn enthousiasme probeerde ik namelijk alles tegelijk te vertellen ? bleef hij me toelachen. Toen ik het zelf ook niet meer begreep, bleef er niets anders over dan hartelijk te lachen om zoveel stuurloos enthousiasme en de dwaasheid van het moment. Lucas en ik: Vrienden voor het leven!

Vroeger, toen ik klein was, had ik ook echte vriendjes. Onafscheidelijke kameraden met wie je alles deed en vooral ook alles hetzelfde deed. Dezelfde haardracht, dezelfde kleren en dezelfde helden. Ik was vaak Dr. Spock en mijn vriendje was dan Captain Kirk (van het populaire programma Star Trek). Pas toen mijn oren zo ontstoken raakten van het proberen ze in Spock-model te krijgen dat het echt pijn begon te doen - ik had er wasknijpers opgezet -, zijn we overgestapt op Batman en Superman. De wereld redden, te beginnen met de buurt, was onze missie.

En later was daar Dennis. Met Dennis deed ik alles wat ik eigenlijk niet mocht. Zijn ouders waren al eerder gescheiden dan die van mij, dus Dennis nam het allemaal niet meer zo nauw. Leraartje pesten kon hij bijvoorbeeld veel beter dan ik. Zo zat hij tijdens Frans meestal 'poffertjes te bakken' waarbij hij vooral erg geroutineerd was geworden in het vliegensvlug met zijn 'vork' alle poffertjes omdraaien. Als hij dan weer eens naar de rector werd gestuurd omdat de hele klas na verloop van tijd 'poffertjes' zat te eten, kwam hij enkele minuten later met grote haast de klas weer binnengestormd. Hij had z'n 'fornuis' aan laten staan, vandaar.

Maar na verloop van tijd verdween ook Dennis uit beeld, zoals nieuwe levensfases ook nieuwe vrienden opleveren. Toch leken de vriendschappen uit die tijd verder te dragen dan liefdesrelaties. Een aantal vrienden overleefden mijn vriendinnetjes ruimschoots. Misschien verdragen seks en vriendschap elkaar slecht. Zo was er een meisje die zei: 'Ik slaap niet met mijn vrienden'. Je vraagt je af of de mensen met wie ze wél naar bed ging soms haar vijanden waren. Op de Ode-redactie zei iemand laatst dat ze nu pas goed met haar ex kon opschieten: 'We hoeven namelijk niets meer van elkaar.' Ik vroeg haar of seks, verliefdheid en vriendschap samengingen: 'Nee hoor, dat gaat niet samen, dan ontstaat er zo'n broeierig sfeertje.'

Het zal in ieder geval niet de eerste keer zijn dat een vriendschap om zeep wordt geholpen doordat seks ineens een rol gaat spelen. Waarom maakt seks soms meer kapot dan ons lief is? Is het de verschuiving van geestelijke naar lichamelijke liefde? Voelen we ons niet meer veilig voor de blik van onze vriend? Wordt de vorm belangrijker dan de inhoud? Of is het de verwording van seksualiteit die ons parten speelt? De Amerikaanse therapeute Merle Shain draait er niet omheen als ze zegt: 'Eens hielden we van mensen en gebruikten we dingen. Vandaag de dag lijkt het precies andersom te zijn.'

Echte vriendschappen worden getest. Zo hielp ik eens een vriend verhuizen. Dag vrij genomen, afspraken afgezegd, werk uitgesteld. Vele dozen, tafels, stoelen en schilderijen later zaten we uitgeput op de enige bank in zijn verder lege huiskamer. Ik begreep best dat hij niets te drinken had maar toen hij mij op pad stuurde om eten te halen en vervolgens vergat om in de kosten te delen en me na de maaltijd niet eens bedankte voor de gedane inspanning, moest ik even slikken. Was dit nou vriendschap? Achteraf heb ik veel van deze vriend geleerd. Hij leerde me iets over de kwaliteit van mijn vriendschap. Als ik zijn vriend was, waarom moest ik dan zonodig bedankt worden? Is echte vriendschap, net als echte liefde, dan niet onvoorwaardelijk? Is vriendschap iets dat je geeft of ontvangt?

Toen een aantal Amerikaanse schoolkindertjes hun jaarlijkse kerstpakketjes voor arme kinderen uit hun stad aan het maken waren, vroeg een jongetje zijn juf: 'Waarom moet ik cadeautjes inpakken voor kinderen die ik niet ken en die mij nooit een cadeautje geven?' De juf vroeg het jongetje of hij nog wist hoe het vorige jaar geweest was om die kindertjes cadeautjes te geven. Hij herinnerde zich dat hij het heel leuk had gevonden en dat de kindertjes allemaal zo blij waren geweest. De juf glimlachte: 'Dat was hun cadeautje aan jou'.

Ik heb eens een vriend gehad die mijn ergste vijand werd. Onze levens waren te zeer verstrengeld geraakt, we woonden in hetzelfde huis, werkten dag en nacht samen en deelden zelfs dezelfde vriendin. We beheersten elkaars leven en maakten elkaar langzaam kapot. Zelfs in mijn dromen was ik niet meer veilig en spookte hij als een duivel door mijn hoofd. Maar juist hij heeft me, meer dan wie dan ook, gedwongen mijn grenzen te stellen en voor mezelf te kiezen. Hij heeft me geleerd wat vergeving is en dat je jezelf vrij kunt maken met de kracht van liefde. Het interessante is dat we elkaar na jaren nog eens tegenkwamen. Zomaar ineens op een brug. We keken elkaar aan en konden weer lachen. Ik had mijn huiswerk goed gedaan, hij misschien ook wel. Als ik nu nog weleens over hem droom, dan is hij een vriend en doen we samen leuke dingen. En zo werd mijn grootste vijand een vriend.

Soms kunnen vriendschappen niet. Toen ik - omdat ik het verder ook niet meer wist - maar besloot om mijn dienstplicht te vervullen, kwam ik al snel bij de psycholoog terecht. Wat wil je ook, als je niet wil schieten, niet wil exerceren, geen tanks wil besturen, maar verder graag mee wil doen... De behandelend psycholoog bleek een leuke vent te zijn en al snel vervulde ik mijn dienstplicht als administratief medewerker op zijn kantoor. Onze wekelijkse 'psycho?analyses' verplaatsten zich steeds vaker naar kroegen en bosbankjes. Het thema: Voor mezelf leren opkomen, 'nee' zeggen en grenzen stellen. Toen ik na veertien maanden afzwaaide, zei mijn psycholoog dat hij mij als een vriend was gaan beschouwen en me graag wilde blijven ontmoeten. Ik keek hem verbaasd aan: 'Nee, dat kan niet. Jij weet alles over mij en ik weet vrijwel niets over jou. Dat is geen basis voor vriendschap.' Therapie geslaagd, vriend verloren.

Maar ik had het over Lucas en die zorgeloze?zomerdag in het Amsterdamse bos. Lucas heeft mij die dag de vriendschap opgezegd. Dat was me in mijn carrière als vriend nog niet overkomen. Ik dacht ook eigenlijk dat dat niet kon, iemand de vriendschap opzeggen. Ons laatste gesprek eindigde zo:
Lucas: 'Dus jij hebt het gevonden?' (Ik was recentelijk gaan mediteren en had 'het' inderdaad gevonden)
Tijn: 'Ja, ik heb het gevonden.'
Lucas: 'Dan wil ik je nooit meer zien.'

En dat was dat. Voor Lucas was de teleurstelling in mij blijkbaar groter dan de liefde. Of misschien had Lucas wel iets over het hoofd gezien, een deel van mijn karakter wat hij nog niet kende en misschien niet wilde kennen. Sommige vriendschappen gaan nu eenmaal niet verder. Ze zijn gebaseerd op iets dat we in de ander herkennen, maar zijn niet bestand tegen het hele plaatje. Toen ik mijzelf op een dieper niveau ging herkennen, herkende Lucas mij niet meer. Er zijn mensen die je op het diepste niveau kennen en (dus) niet bang zijn voor ontwikkeling. Sterker nog, ze moedigen het zelfs aan. Ik heb enkele van deze vrienden. Ikzelf ben daar één van. Ik gun mijzelf ontplooiïng en investeer in de vriendschap met mezelf. Ik sta bijvoorbeeld iedere dag vroeg op om te mediteren, een duur woord voor een goed gesprek met mezelf. Het is op deze momenten dat ik mijzelf kan ontmoeten, naar mijzelf kan luisteren en mezelf kan zijn. Ik kijk dan naar mezelf met dezelfde ogen waarmee Lucas die avond naar mij keek: ogen vol liefde, herkenning en acceptatie.

Er is maar één iemand van wie ik zeker weet dat hij nog meer van mij houd dan ikzelf: God. Een bevriende yogi beschreef God als volgt: 'Het meest zachtmoedige wezen dat ik ken. Hij dringt zich nooit op, maar als ik hem nodig heb dan is hij er helemaal.' De woorden die hij gebruikte, zal ik nooit vergeten. Ik kan ze niet vertalen. Hij zei: 'When I need God, he comes steaming over the hill.' Daarom hou ik zelf ook zoveel van God, omdat hij zo verschrikkelijk enthousiast is als het positieve ontwikkelingen betreft! Steaming over the hill...

Het is jammer dat God voor veel mensen zo abstract is. Ik ben bang dat georganiseerde religies wat dat betreft niet hebben bijgedragen aan de feestvreugde van God als vriend te kunnen ervaren. Maar ook hier geldt: in vriendschap moet je investeren, zelfs in je vriendschap met God. Ik probeer weleens om met dezelfde ogen waarmee God naar mij kijkt naar anderen te kijken. Ogen vol vertrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat het deze blik van onvoorwaardelijke vriendschap en broederschap is die mensen werkelijk doet veranderen. Het is maar wat je in iemand ziet, of wil zien. Misschien is dat wel een mooie definitie van vriendschap: Steeds het beste in de ander willen zien. Helaas kunnen we vaak niet meer in een ander zien, dan we in onszelf zien. We zien steeds weer onszelf in de ander. De boedhisten weten dit al heel lang, want toen een vreemdeling enkele eeuwen geleden bij de stadspoort aan een boedhistische monnik vroeg welke soort mensen er in die stad woonden, zei de monnik: 'Hoe waren de mensen in de stad waar u net vandaan komt?' De reiziger antwoorde dat het nare, onvriendelijke mensen waren geweest. De monnik knikte: 'De mensen in deze stad zijn net zo'. De volgende dag kwam er weer een reiziger naar de monnik: 'Hoe zijn de mensen in deze stad?' 'Hoe waren ze in de stad waar u net vandaan komt?' 'Erg aardige mensen'. De monnik knikte: 'De mensen in deze stad zijn net zo'.

Vriendschap kan ? tijdelijk ? eenzijdig zijn. Je bent dan een vriend voor een ander, terwijl de ander ? overschaduwd door gevoelens van boosheid of angst ? niet vriendelijk tegen jou kan zijn. Gelukkig is er niets zo sterk als liefde en wint vriendschap het op de lange duur. Daar kan geen haat, boosheid of angst tegenop.

Dus Lucas, je bent gewaarschuwd, vroeg of laat zullen we weer vrienden zijn!



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.