Email   Print

Groen katoen

Zelfs Levi Strauss, de grootste kledingfabrikant ter wereld, kijkt inmiddels naar mogelijkheden om het in haar kleding te verwerken. Biologisch katoen.

Diederik ter Haar | 18 januari/februari 1998 issue

Volgens velen een belangrijke oplossing in de strijd tegen het grootschalige gebruik van chemicaliën in de landbouw. Katoen is namelijk één van de meest milieu-vervuilende gewassen ter wereld. Wereldwijd wordt rond de twintig procent - in sommige landen zelfs vijftig procent - van alle bestrijdingsmiddelen in de landbouw gebruikt in de katoenteelt. Na de oogst wordt de katoen ook nog eens schoongemaakt, gebleekt en geverfd met behulp van de nodige chemicaliën. Hoewel biologisch katoen in 1996 slechts een zeer klein percentage van de totale katoenteelt in de wereld uitmaakte, verwacht Tomorrow (maart/april 1997) dat het in de toekomst veel belangrijker zal worden. Naast ecologische voordelen heeft het gewas namelijk ook economische voordelen.

Een belangrijk kenmerk van biologische katoenteelt is dat plantaardig en dierlijk afval wordt gebruikt om het land te bemesten. Daarnaast worden in plaats van chemische bestrijdingsmiddelen, insecten als lieveheersbeestjes en vliegjes ingezet om de strijd aan te binden met de vijanden van katoen: kakkerlakken, sprinkhanen en de katoenrups. Door rotatieteelt en combinatieteelt toe te passen, komen goedaardige insecten op de katoenplant af die hun vijand uitschakelen en zorgen dat de schade beperkt blijft.

New Scientist (17 mei 1997) bericht over een nieuw bestrijdingsmiddel: het gif van de 'funnel web' spin. In Australië is ontdekt dat dit gif de natuurlijke vijanden van de katoenplant doodt zonder het gewas aan te tasten. Het gif is effectief tegen de katoenrups die tegen veel bestrijdingsmiddelen resistent is.

Biologische katoenteelt wordt steeds belangrijker in India. Dit land is - na China en de Verenigde Staten - de derde katoenproducent in de wereld. NRC Handelsblad (12 juli 1997) bericht dat voor veel Indiase katoenboeren het moment is aangebroken waarop de Groene Revolutie van de jaren zestig haar negatieve vruchten begint af te werpen. Na jaren van hoge opbrengsten zette halverwege de jaren tachtig een scherpe daling in. Sommige boeren hadden tot vijftig procent minder opbrengst per hectare. De oorzaak hiervan lag in de chemicaliën die de micro-organismen, de voedingsstoffen voor landbouwgewassen, in de landbouwgrond vernietigden. Door het jarenlange gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest nam de natuurlijke vruchtbaarheid van de grond sterk af, het grondwater raakte vergiftigd en arbeiders werden ziek.

Katoenboer Subedhar begreep dat hij actie moest ondernemen. 'In 1990 stopte ik radicaal met het gebruik van alle kunstmest en pesticiden. Veel mensen vonden dat een gevaarlijke stap, maar alle ziekten en insectenplagen in het gewas liepen direct terug'. Na jaren van tegenvallende oogsten zat hij in 1996 weer op hetzelfde niveau als op het einde van de Groene Revolutie. Het achterwege laten van bestrijdingsmiddelen leverde hem tevens een kostenbesparing op van vijftig procent. Het biologische productieproces blijkt op de langere termijn dan ook rendabeler. Dat is ook de ervaring van de jain-boeren. Hun geloof verbiedt hen het doden van alle vormen van leven en zij gebruiken nooit chemicaliën. In gebieden waar de gemiddelde katoenopbrengst nog geen 500 kilo per hectare is, bereiken zij opbrengsten van 800 kilo per hectare.

De belangstelling van de consument voor het 'groene katoen' neemt toe. Kledingfabrikanten als Hennes & Mauritz en Esprit introduceerden eco-producten in het begin van de jaren negentig maar moesten die vervolgens wegens gebrek aan belangstelling uit de schappen halen. Maar inmiddels neemt de vraag naar biologisch katoen weer toe. Het marktaandeel stijgt maar de prijs blijft hoog. Die hoge prijs wordt veroorzaakt door de kosten van het intensieve controle-apparaat voor biologische kwaliteit en door het uitblijven van schaalvoordelen. Hier kan een taak van de overheid liggen. Kritisch Consumeren (september 1997) vraagt om stimulering van de biologische katoenteelt door bijvoorbeeld een lager btw-tarief te berekenen voor milieuvriendelijke kleding. 'Producten die op een milieuverloederende manier worden geproduceerd, zouden niet goedkoop mogen zijn.'

Okö-Test (oktober 1997) wijst tenslotte op de milieuschade van de textielhandel. Het blad laat zien dat een t-shirt zo'n 27.000 kilometer kan afleggen voordat het bij de uiteindelijke gebruiker terecht komt. In Noord-Amerika verbouwd katoen wordt - nadat het in Duitsland is gesponnen, geweefd en geverfd - naar Tunesië gestuurd waar het shirt wordt gemaakt. Terug in in Duitsland wordt het shirt door de consument niet zelden maar voor korte tijd gedragen. Het shirt vindt uiteindelijk bestemming op een tweede handsmarkt ergens in Afrika. Waarschijnlijk om de hoek van een katoenveld. DTH



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.