|
|
Zielemoord
Het kind zat met zijn hoofd in zijn handen heen en weer te wiegen. 'Als je het niet wilde, had je er ook niet om moeten vragen,' zei de vrouw. 'Want je snapt niet wat het betekent om iets te verdienen.'
Ze wachtte even. 'Wel?'
De jongen keek niet op. En het leek alsof de vrouw dat ook niet van hem verlangde. Ze wreef een ogenblik in haar ogen en terwijl ze dat deed, zakte haar mond open. De jongen bleef wiegen.
Ze vervolgde: 'Weet je wat ik ga doen als we thuis komen? Al je speelgoed in een doos stoppen en die ergens heen sturen. Denk je dat ik een grapje maak?'
De twee andere kinderen - waarschijnlijk zijn broertje en zusje, zo kwam het de man voor - keken toe, niet zozeer emotieloos als wel met enige distantie. Begrijpelijk, zei de man tegen zichzelf. Als ze tussenbeide zouden komen, wat zouden ze dan moeten zeggen?
De jongen hield op met heen en weer bewegen, stond op van de bank en begon te lopen, een beetje stijfjes en met zijn ogen naar de grond gericht.
'Waar ga je heen?', vroeg de vrouw.
Hij keek op, en wees met zijn ogen waar hij heen wilde - naar de wc aan de andere kant van de wachtkamer.
'Waarom loop je dan zo?' zei de vrouw. 'Ik praat tegen je. Waarom loop je in godsnaam zo raar?'
Eventjes bewoog zijn mond als die van een vis.
'Ga zitten,' zei ze, 'en wacht tot ik je zeg wanneer je ergens heen mag.'
Hij aarzelde een moment en zeeg toen weer neer op de bank. Zijn mond stond open en met zijn handen drukte hij zijn oren dicht. Hij boog zijn hoofd tot vlak boven zijn knieën en begon weer te wiegen.
De vrouw richtte zich tot de twee andere kinderen. Ze boog zich over de berg koffers naar hen toe en zei iets op zachte toon.
Ja, precies, dacht de man. Precies.
Ze wees naar de bagage en vervolgens naar hen. Ze knikten. Daarna wees ze naar de wc en knikte en vervolgens keken ze alledrie naar de jongen. Ze stond op, schikte haar kleding en beende kordaat weg.
De andere kinderen keken met een schuldige blik naar de jongen en gingen daarna zeer nadrukkelijk in hun boek zitten lezen.
Dit is het moment, dacht de man, en hij fantaseerde dat hij naar de jongen zou toe lopen en naast hem gaan zitten. 'Weet je wie ik ben?' zou hij zeggen. De jongen zou opkijken. 'Ik ben je beschermengel. Ik ben gestuurd om je te vertellen dat je niet slecht bent maar goed. Begrijp je? Je bent niet slecht maar goed. Ik kan maar heel even blijven, maar dit moet je goed onthouden.'
Hij zocht in zijn zakken naar iets wat hij de jongen kon geven. 'Dit is voor jou - het is een toverkwartje. Telkens als je ernaar kijkt of het aanraakt, zul je je herinneren dat je niet slecht bent maar goed. Je bent goed, weet je? Maar luister naar me - op een dag zul je het kwartje verliezen. Dat hoort bij het plan. Want daarna zul je je elke keer dat je een munt ziet, herinneren dat je goed bent.'
In zijn fantasie drukte de man het kwartje in de hand van de jongen, stond op en liep haastig weg.
Nadat hij was uitgefantaseerd, zag hij hoe de vrouw vanuit de wc naar de twee brave kinderen toe liep en keek toe terwijl zij glimlachend hun koffers pakten. Vlak voordat ze wegliepen, keken ze de jongen op de bank aan alsof ze wilden zeggen: 'Komt er nog wat van?' En hij stond op en volgde hen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.