|
|
'De mensen hebben nieuwe dromen nodig'
Waarover gaat het leven? Waar doen we het voor? Lastige vragen die steeds meer levens verstoren. Weinigen vinden nog troost in de antwoorden van een kerk, meer en meer mensen gaan op zoek naar hun eigen levenszin. In een serie vraaggesprekken gaat Ode op zoek naar visies op de zin van het leven. Na gesprekken met Freek de Jonge over de waanzin van de rede (Ode 11), met architect Ashok Bhalotra over leven met elkaar in een stad (Ode 13), met de auteur Deepak Chopra (Ode 15) over de evolutie van het bewustzijn en met geneticus Hans Galjaard (Ode 16) over het verschil tussen 'hoe' en 'waarom', nu deel 5: Emmy van Overeem: non, journalist, feministe en thans predikant te Vlagtwedde.
Een gesprek over God. Niet over de God van de kerk. Maar over de God van een mens. De God van Emmy van Overeem.
De moderne zoektocht naar spiritualiteit gaat misschien wel over God maar zijn naam wordt zelden gebruikt. We spreken over het hogere, over het al, het grote bewustzijn. We zoeken naar geestelijke inspiratie maar we hebben moeite met de naam die daarmee eeuwenlang overbrekelijk was verbonden. Met de leegloop van de kerk heeft God niet alleen zijn baard maar ook zijn betekenis verloren.
In Vlagtwedde, ver weg in oost Groningen, leeft een moderne God. Het leven van Emmy van Overeem (1931) is een leven met God. Het begon in het klooster en het bereikte via een bijzondere uitstap naar de journalistiek, de kerk. God, klooster, kerk... traditionele begrippen. Toch is het juist niet de traditie die spreekt uit het leven van Emmy van Overeem. Haar weg is een hele eigen weg die juist zo boeiend en inspirerend is omdat zij versleten termen nieuwe kracht weet te geven. Ja, God leeft.
Emmy van Overeem: 'Ik denk dat God bestaat. Ik denk dat er een warmte, een liefdeskracht bij ons is. Wij kunnen het niet alleen. Daarvoor zijn mensen onvoldoende toegerust. Er moet ergens een energie zijn. Maar ik kan mij niet voorstellen dat een energie van je houdt. Die energie moet bij een persoon horen. Dat moet iets zijn dat "ik" zegt. En daarom, omdat het "ik" kan zeggen, tegen jou ook "jij" kan zeggen. Anders heb je er niks aan. Het gaat om de relatie. Ik bid altijd: "Heilige God, onze Vader en Moeder, Bevrijder en Minnaar". Maar dat is natuurlijk menselijk geklets. Dat is God allemaal niet. Maar Jezus spreekt tegen God als Vader, op een hele intieme, menselijke manier. Dan mag ik dat ook. Anders kun je de relatie niet pakken. Ik heb een relatie met een heel groot eeuwig levend wezen. Ik denk dat wij God niet kunnen zien. Dat wij moeten leren om God te zien in elkaars ogen. En in alles wat er gebeurt. Ik kom hem elke dag tegen. Ik voel God als heel hoffelijk aan. Er wordt voor me gezorgd. Heel lief van hem.
Wij waren niet echt gelovige mensen. Mijn vader was protestant en mijn moeder was ooit katholiek gedoopt. We gingen wel eens naar de kerk maar niet met plezier. De oorlog was afgelopen toen ik veertien was. Bij ons thuis was een venster ingericht als vitrine. Daarin hingen foto's van de concentratiekampen, allemaal dode mensen. Ik heb daar verstijfd voor gestaan. Wij wisten in de oorlog niet dat dat gebeurde. Toen is het bij mij naar binnen geslagen. Later kwam de Koude oorlog, de berichten over de concentratiekampen in Rusland. Ik dacht: "wat kan ik voor die mensen doen?" Je kunt natuurlijk niets doen. Maar ik dacht: "God kan wat voor hen doen." Als ik mij helemaal aan God geef, dan kan God daar mensen helpen. Leonard Cohen zingt: there is a crack in everything, that is where the light comes in. Zo is het. Je moet nooit aan de voordeur gaan staan met een groot fanfare-orkest als je God wilt ontvangen want dan is hij al lang binnen. Door een los plankje in de schuur of tussen het prikkeldraad door. Dat is een barst geweest waardoor God bij mij naar binnen is gekomen.
Emmy van Overeem spreekt niet, ze draagt voor - levendig en enthousiast - uit haar werk, haar leven. Ze spreekt beeldend op een steeds wisselende, warme toon. Het is niet moeilijk om haar voor te stellen in het gewaad van de dominee. Niet streng en afstandelijk maar vriendelijk en sympathiek. Een lange gestalte met de armen wijd en de wijze, lange grijze haren opgestoken. Het tempo ligt hoog, er is nog zo veel te vertellen, nog zoveel te leren. Vurige oprechtheid tekent haar leven. Michaël, noemt zij zichzelf tegenwoordig naar haar eigenlijke naam. Michaël, de aartsengel, de brenger van het licht. Als een passend, voorbeeldig, streven.
'Ik ben veel te vroeg met het spirituele leven begonnen. Op mijn 22ste ging ik naar het klooster. Ik was psychisch niet volgroeid en dan krijg je een neurotische toestand. Het was te zwaar voor mij. Wij baden zeven keer per dag. Het is heerlijk om met God te leven maar erg vermoeiend voor iemand die er niet aan toe is. Je bent ingespannen bezig met iemand die je niet ziet. De idealen van het klooster waren veel te hoog voor mij. Je kan alleen met God omgaan wanneer je een aards mens bent geworden. Na twaalf jaar, op een zondag liepen we naar onze plaats in de kerk om het koorgebed te bidden. Ineens kon ik niet meer. Het was afgelopen. Dat is natuurlijk vreselijk als je ergens bent gekomen om er tot je dood te blijven. Ik vond het fijn, ik was gelukkig maar ik moest afhaken. Ik heb een hele moeilijke tijd doorgemaakt maar ben wel mens geworden.'
Het aardse bestaan begon bij het Eindhovens Dagblad als journalist. Vervolgens kwam de NRC. De stadsredactie. 'Ik moest het allemaal leren, ik had de grootste moeite met het kleinste bericht. Ik werkte de hele nacht en 's ochtends om vijf uur reed ik met mijn brommer zingend over de Maasbruggen.' Uiteindelijk schreef ze voor de NRC een van de populairste columns ooit. 'Ik ben dankbaar voor de vrijheid die ik kreeg. Ik genoot respect hoewel ze me natuurlijk stapelgek hebben gevonden. Ze zeiden wel eens op de redactie: "als jij een pils op hebt, begin je over God te praten". Dat was waar. Dat bleef mijn liefde, mijn leven.' Het huwelijk met een man met een ernstig concentratiekampsyndroom betekende een verdere verankering in de maatschappij. Later 'verhuisde' zij naar Elsevier. Haar columns waren vaak een verslag van de zoektocht van haar eigen leven. 'New Age' was nog geen begrip maar de lezers van Emmy van Overeem maakten wekelijks kennis met nieuwe spirituele inzichten en belevingen. 'Antroposofie, rozenkruisers, spiritualiteit, pendels, klankschalen, stenen, tarotkaarten, uittredingen, de hele reutemeteut. Ik heb overal uit geput en uit de muur gehaald. De Aquarius samenzwering van Marilyn Ferguson, mijn kasten staan vol met die boeken. Het is een prachtige zoekweg naar contact met het eigen onderbewuste die mij veel heeft geholpen. Ik heb veel met de nieuwe taal gedaan. Alles ging leven, de aarde, de stenen. De New Age geeft de samenhang. Maar het mondde niet uit in een relatie. Niet in een relatie met een wezen, wel in een relatie met jezelf. Ik versmelt later niet met God, als een druppel met de zee. Dat blijft een relatie, dat is voor mij het verschil tussen New Age en het Christendom.'
'De relatie' maakte een einde aan het huwelijk en de journalistiek. 'Ik wilde helemaal voor God leven'. De weg ging niet terug naar het klooster - 'ik heb publiek nodig'. Dat vond zij in de kerk. Een nieuwe - hervormde - kerk, want tien jaar geleden werd zij protestant. De journalistiek had de ontmoeting met het feminisme gebracht. 'De manier waarop de katholieke kerk met vrouwen omgaat, lijkt natuurlijk helemaal nergens op. De overgang was vreselijk moeilijk. Door het klooster zat de katholieke kerk helemaal in mijn bloed. Ik begrijp dat Luther jankend over de vloer van zijn cel heeft gekropen toen hij zich losmaakte van de katholieke kerk. Het is inderdaad een moederfiguur.'
De kloostermuren hebben plaatsgemaakt voor de stille, eenzame akkers van Oost-Groningen. In Vlagtwedde, op een steenworp van Duitsland, is vooral ruimte en rust. Tijd voor bezinning en beleving in overvloed. 'De mensen hier zijn eenvoudig. Ze hebben maar één woord voor iets wat ze goed vinden: mooi. Wij zeggen: schattig, beeldschoon, fantastisch, magnifiek, gigantisch. Die overtreffende trappen ben ik helemaal kwijt. Ik ben een eenvoudiger mens geworden. Mijn ziel is erop vooruitgegaan. De mensen hier zijn echt. In het westen is zoveel onechtheid. Toen ik hier kwam heb ik mijn sarcasme en cynisme moeten afleren. Daar begrijpen de mensen hier niets van. Ze moeten voorzichtig met elkaar zijn. Ze horen bij elkaar. Zelfs toeristen komen hier zelden. Je moet kilometers rijden voordat je een ijsje kunt kopen. Hier leven de mensen nog met elkaar in een groepsbewustzijn. Ze hangen met hun wortels allemaal in dezelfde oerzee. Ze hoeven maar stil bij elkaar te gaan zitten en dat biedt al troost. Dat is nog een beetje zoals het in Afrika is. Je kunt hier geen toneelspelen want dat weet de buurman nog wel wat van je van dertig jaar geleden.'
'Zondag is het feest. Ik schrijd de kerk binnen in een mooi gewaad. Dat is heerlijk. Dat is mijn zin in het leven. Als ik de kerk binnenkom, kijk ik de mensen meteen aan. Je hebt van die dominees die eerst drie boeken op de kansel leggen. Je bent met iets groots bezig, dat moet je mooi doen. En dan komt God door mij heen. Ik hoor wat ik zelf zeg en het wordt ook tegen mij gezegd. Dat is spannend en avontuurlijk. Ieder keer gebeurt er weer wat leuks. Vroeger tijdens lezingen raakte ik ook bevlogen. Na afloop vroeg ik dan een pilsje en een kroket en dan keken de mensen vreemd op. Maar het was niet van mij. Als je je openstelt, word je gebruikt. Ik ben het niet, maar ik draag het.
De mensen zeggen: "we komen blij uit de kerk". Ik leer ze dat je op een hele eenvoudige manier met God kunt omgaan. Dat hij van je houdt, dat je voor God een uniek mens bent en dat uiteindelijk alles goed komt, ook al kan het heel erg lang duren. Hoop reikt over de dood heen. Dat is de spanning van de liefdesrelatie met God. Daardoor is absolute overgave mogelijk. Daardoor kan je je laten verbranden, omdat je weet dat dit het einde niet is. Dat we doorgaan. Het bestaat natuurlijk niet dat iemand die zelf onvergankelijk is - dat grote, levende, warme wezen , dat die je laat vallen als je zeventig bent.
Maar geloof kun je niet geven. Je kunt mensen van alles geven maar niet het geloof. Dat moet van binnen komen. Daar moet je zelf wat voor doen. Er moet een verlangen zijn. Je moet erkennen dat je iets zoekt. Misschien is dit de tijd van het verlangen. We hebben alles om ons heen onderzocht. Maar er is nog een andere dimensie, in onszelf. De dingen van vroeger bieden geen veiligheid meer. We moeten eerst erkennen dat we zoeken, dat we onbevredigd zijn, dat we verlangen. Je moet erom vragen: er is iets in mij dat wat anders wil, wie of wat in de kosmos kan mij verder helpen? Zo'n roep moeten wij uitzenden. Dat het galmt door het heelal. Dan komt het antwoord. En dat zal voor iedereen een ander antwoord zijn. Ik zit niet te collecteren voor één antwoord. Maar je moet wel openstaan. Je kunt niet ontvangen als je twijfelt. Je moet een ontvangsttoestel zijn en dan sla je de krant open, je zet de televisie aan of je kijkt naar buiten en daar is het antwoord, alleen voor jou. God zendt boodschappen naar jou en iedereen.
God is de mensen niet kwijtgeraakt. In iedereen brandt een vlammetje. Het probleem is dat er op dit moment geen taal is. Je kunt de mensen niet meer zeggen: "Jezus liep over het water". Dat is onzin. Wat heb ik aan heiligen die rare, onmenselijke dingen doen? Maar wij lopen wel elke dag over het water. Kijk eens in welke moeilijke psychische omstandigheden wij terecht kunnen komen. Die God van vroeger, die grote schoolmeester, past natuurlijk niet meer in deze tijd.
Mensen hebben behoefte aan nieuwe rituelen. Nieuwe verhalen. Er zijn geen verhalen meer, dat is een van de ellendigste dingen van onze maatschappij. Mensen willen geestelijke werelden om zich heen hebben. Ze kunnen er niet tegen dat er niets is. Ik heb een keer Marten Toonder geïnterviewd. Die zag kabouters. Waarom zouden er geen kabouters bestaan? Wie maakt anders de knopjes open in de lente? Het zijn allemaal prachtige verhalen. Mensen leven uit verhalen. Maar de verhalen zijn eeuwenlang niet goed, absolutistisch of letterlijk uitgelegd. Daar moet je doorheen kijken. De verhalen zijn symbolen voor je eigen leven. In de Bijbel staat: "de zon en de maan kwamen naar beneden". Ik heb dat wel eens gevoeld: dat alles schudde, naar beneden kwam, afgelopen was. Als je dat beleeft, biedt zo'n verhaal steun. Natuurlijk zijn die verhalen niet waar - wie weet nou wat de waarheid is?
Je eigen levensverhaal wordt opgenomen in het grote verhaal. De zin van het leven is je levensopdracht vervullen. En die breng je zelf mee. Zolang je je in de wereld van de schepping bevindt, weet je nog wat die levensopdracht is. Maar naarmate je incarneert, raak je dat besef kwijt. En moet je proberen om die opdracht in je leven terug te vinden. Nu blijkt dat dat voor veel mensen geen materiële opdracht is. Mensen hebben schijnidentiteiten opgebouwd, hun houvast gezocht in allerei dingen die niet blijken te bevredigen. Begaafde mensen hebben geen werk. Dat zet alles op losse schroeven. Ook het geloof is schijn geweest. Een werkelijk spiritueel leven was vroeger maar voor een heel klein groepje bestemd. Voor de massa was het een moralistische situatie. Toen ik hier kwam, vroegen ze: "hoe moeten we leven?" Veel mensen hebben eeuwen zo geleefd. Maar ik ben daar niet voor. Als je van God houdt, weet je zelf hoe je moet leven.
Er gaat iets nieuws gebeuren. Als je verstandig bent, geloof je niet meer dat er alleen op aarde mensen leven. Startrek laat het ons allemaal zien. De wereld wordt anders. We zitten werkelijk op een breukvlak. Ik vind het zwaar om er bijna te zijn. De grens tussen leven en dood is poreus, het is net onvoldoende om er wat mee te doen. We kunnen het niet in een vorm gieten, alleen maar bidden en wachten. Ik hoop zo dat ik het nog meemaak. Dat we de laatste sluitsteen leggen en dat er dan een nieuwe taal komt, een nieuwe tijd. Ik werk al jaren aan een taal die mensen die God zoeken en die niet naar de kerk willen, toch bereikt.
We wachten al zo lang. Ik word er verdrietig van. Ik vind dat God - of Maria, ik weet niet hoe dat zit - daar iets aan moet doen. Er zijn zoveel mensen die van de hoop leven. Er moet nu echt iets gebeuren. Er moet iets doorbreken. De mensen hebben nieuwe dromen nodig.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.