|
|
Vriendelijke verf
Natuurverf spaart mens en milieu.
De Nederlander gebruikt per jaar gemiddeld drie liter verf. We lopen internationaal voorop als het om doe-het-zelven gaat. Ik vraag me al lang af hoeveel van die enthousiaste doe-het-zelvers met plezier verven? Ik vind dat verf stinkt. De lucht slaat op mijn luchtwegen en ik krijg er hoofdpijn van. Mijn reactie zal wel overdreven zijn maar dat verven onschadelijk is voor de mens, heb ik nooit geloofd. Het verbaasde mij dus niets om onlangs te lezen dat schilders kans lopen op ernstige hersenbeschadiging. Een onderzoek van de Arbeidsinspectie wijst uit dat met name de oplosmiddelen die in verf - maar ook in lijm en drukinkt - worden gebruikt concentratiestoornis, geheugenverlies, persoonlijkheidsverandering en andere blijvende hersenschade kunnen veroorzaken. Het lot zal niet meteen elke doe-het-zelver die zo nu en dan een blik verf opent, treffen maar het is al erg genoeg dat er in Nederland 2500 mensen lijden aan de genoemde kwalen. De Arbeidsinspectie verwijt de werkgevers terecht laksheid. Maar die laksheid reikt verder.
Het is heel goed mogelijk om verf te maken die niet schadelijk is voor de gezondheid. Een paar jaar geleden witte ik voor het eerst een plafond met natuurverf. Een genot. Die verf ruikt zo lekker dat je er bijna een hap van neemt. De kwaliteit van natuurverf is professioneel. In een onderzoek van de Consumentenbond scoorde de verf van de enige Nederlandse producent van natuurverf - Aquamarijn - als een van de twee beste naast een 'gewone' latexverf mèt schadelijke oplosmiddelen. Wat prijs betreft legt Aquamarijn het af tegen de emmertjes verf van de doe-het-zelfketens, maar ten opzichte van andere kwaliteitsverf is natuurverf niet duurder. Trouwens, aan de prijs kan de overheid iets doen. Bij voorbeeld: loodvrije benzine is duurder in produktie dan gelode benzine maar - dankzij fiscale maatregelen - toch goedkoper aan de pomp.
Ooit gold synthetische verf als een teken van vooruitgang. Die verf droogde sneller en dat betekende dus meer omzet voor de schilder. Maar voor die droogversnelling zijn oplosmiddelen nodig die nu dus schadelijk blijken voor de gezondheid. Voor het milieu trouwens ook. Oplosmiddelen in verf dragen belangrijk bij aan de luchtvervuiling, met name aan smogvorming. De verfindustrie is veranwoordelijk voor ongeveer eenvijfde van de uitstoot van vluchtige koolwaterstoffen.
Zonder schadelijke synthetische stoffen is het nog niet mogelijk om verf sneller te laten drogen. Verven met natuurverf betekent dan ook dat de schildertijd langer wordt. Er moeten extra voorzorgsmaatregelen worden getroffen om te voorkomen dat stof zich hecht aan de nog natte verf. Overigens geldt die langere droogtijd alleen voor de natuurlijke houtlakken, de muurverf droogt even snel als de synthetische latex.
En het aardige voor de natuurverffabrikanten is dat de verfindustrie op zoek naar verf met minder oplosmiddelen òf ook weer terugkeren bij langere droogtijden - in het geval van de zogenoemde high solid verven -, òf bij verf op waterbasis (acrylverf) die wegens mindere kwaliteit niet goed aanslaat bij de consument. De werkgevers- en werknemers in de woningbranche spreken thans over een algeheel verbod op het gebruik van schadelijke oplosmiddelen in verf en lijm. Zo'n verbod zou een impuls voor de opmars van natuurverf betekenen.
Het recente onderzoek van de Arbeidsinspectie maakt duidelijk dat natuurverf meer is dan een hobby van milieu-idealisten. Natuurverf is ook al lang niet meer een product van mensen die de vooruitgang de rug toekeren en 'terug willen naar de natuur'. Natuurverf wordt tegenwoordig gemaakt met moderne technologie en kennis. Zo bestaat er lijnolieverf op waterbasis, vroeger een onmogelijke combinatie. Het belangrijkste is dat natuurverf niet alleen geen schadelijke oplosmiddelen bevat maar zelfs helemaal geen ingrediënten die schadelijk zijn voor mens en natuur. In natuurverf zitten uitsluitend gerecyclede en oogstbare grondstoffen. Lijnolie, terpentijn - hars van dennebomen, te onderscheiden van het aardolieproduct terpentine - en citrusolie vormen de basis. De kleur wordt verzorgd door gemalen plantezaden, hulzen van noten maar ook door de pantsers van schildluizen. In de muurverf wordt voor de kleur gebruikgemaakt van mineralen maar de natuurverffabrikanten streven ernaar deze 'eindige grondstoffen' zo veel mogelijk te vervangen door plantaardige grondstoffen. Uiteindelijk ontstaat verf die je op de composthoop kunt weggooien - daar zit overigens ook nog een interessante besparing in.
Misschien is het belangrijkste nadeel van natuurverf wel dat het aantal kleuren door het natuurlijke aanbod beperkt is. Maar daar staat tegenover dat natuurverf de natuurlijke beleving van het onderliggende materiaal niet aantast: wanden blijven 'ademen' en hout blijft aanvoelen als hout en niet als kunststof.
Milieubeleid vraagt vaak offers. Maar met het stimuleren van de productie en consumptie van natuurverf verliest niemand iets. Sterker nog, iedereen wint: de mens blijft gezond èn het milieu wordt beschermd. Waarom zouden de Sigma's en Sikkensen van deze wereld niet massaal natuurverf gaan produceren? Misschien is het een idee om - als stimulans - milieuvriendelijke producten zoals natuurverf een ontheffing voor btw te geven - zoals er tegenwoordig ook een fiscale vrijstelling voor milieuvriendelijk beleggen geldt? Ik hoop dat een Kamerlid binnenkort haar of zijn plafond moet witten.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.