|
|
Netwerk zonder grenzen
Reclame werkt wereldwijd: het jaar 2000 moet op onze verbeeldingskracht werken. De commerciële Jules Vernes dwingen ons vooruit te kijken. Er wordt afscheid genomen van het 19de eeuwse instituut de natie-staat, die vooral wordt gezien als de veroorzaker van het Grote Kwaad en twee wereldoorlogen. In haar plaats treedt het netwerk.
Nieuwe burger- en milieuorganisaties wordt in deze tijd van globalisering een fraaie toekomst voorspeld. Weg met de staat, leve het netwerk dat ons in elk opzicht begeleidt: van buurtpreventie tot Greenpeace en wereldwijd het Internet. Op de belastingwetgeving na zijn in Amerika alle grote politieke besluiten van de laatste twintig jaar te danken aan aandrang van wat wij nog altijd actiegroepen noemen maar daar bekend staan als pleitbezorgers. Voorbeelden zijn de wet op de schone lucht, de wet voor bedreigde diersoorten, het Aids-onderzoek en maatregelen voor gehandicapten. De overheid moet terugtreden, de burgers zijn 'issue'-gericht of worden die kant op gedirigeerd. Nederland klopt zich op de borst als het om plannen voor milieubeleid gaat maar waar zouden we zijn geweest zonder de scenario's van het netwerk van de Club van Rome in de vroege jaren 70?
Staten moeten tegenwoordig macht delen met het internationaal opererende bedrijfsleven en internationale organisaties, schrijft New Perspectives Quarterly (voorjaar 1997) in een themanummer 'Van Natie tot Netwerken', Jessica Matthews van World Resources Institute in Washington vraagt zich af wat beter is: netwerken of naties. In elk geval hebben netwerken geen last van hiërarchische of bureaucratische organisaties en door de revolutie in de informatietechnologie kunnen zij razendsnel over de gehele wereld communiceren. Een fraai voorbeeld van die netwerken zijn de non-governmental organisations, al lang bekend als NGO's. Van hen is meer ontwikkelingshulp afkomstig dan van het totale systeem van de Verenigde Naties, behalve de wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Zij leveren nieuwe ideeën; mobiliseren steun van het publiek voor allerlei vraagstukken; doen aan juridische, wetenschappelijke en politieke analyse en leggen zelfs hun wil op aan grote landen. Zonder hun druk zouden de Verenigde Staten en Mexico geen paragrafen hebben opgenomen over werk en milieu in het akkoord over hun samenwerking op het gebied van handel. Door de druk van NGO's en hun beschikking over Internet moeten overheden zich meer dan ooit iets gelegen laten liggen aan de publieke opinie. De verandering kreeg haar beslag met de onderhandelingen over het verdrag over het klimaat in de wereld: lang voor regeringen hadden NGO's gezien wat het doel moest zijn en met hun kennis bepaalden ze de agenda. Veel valt dus te danken aan de komst van wereldomspannende communicatiemiddelen. Daar hoeft men niet alleen optimistisch over te zijn.
Advertentiebureaus, banken en advocatenbureaus zijn hun klanten achterna gegaan de globale markt op. Belastingontduiking is vooral een internationaal begrip geworden door de zogenaamde offshore banken. In de jaren '70 leken Europese revolutionairen in Duitsland en Italië nog niet opgewassen tegen Interpol. Door de inhaalslag van de communicatiemiddelen kunnen niet alleen multinationals knagen aan de nationale soevereiniteit maar wordt staatsgezag aangetast door internationaal opererende misdaadbendes die afkomstig kunnen zijn uit Azië, Rusland, de Balkan of Italië. Het netwerk van de misdaad heeft de instituties van de staten, de bovenwereld ondermijnd. In die misdaad wordt per jaar naar schatting $750 miljard omgezet per jaar waarvan $450-500 miljard in de drugshandel alleen. De bedreiging van de veiligheid en soliditeit van staten hierdoor kan onmogelijk door nationale politiediensten en militairen inzet worden weggenomen.
Internationale samenwerking en een dringend beroep op de privé sector van de maatschappij zijn nodig voor misdaadbestrijding en zo raakt de staatsmacht verder geërodeerd. Internationale NGO's bouwen hun eigen aanhang op en hebben direct toegang tot 'het volk'. Barstend van energie en ideeën zijn zij op weg naar een in ieder geval verschillende toekomst dan de staatsoverheden lang hebben gedacht. Het internationale bankwezen bemoeit zich onder aanvoering van de Wereldbank en het IMF in toenemende mate met de wijze waarop ontwikkelingshulp wordt ontvangen, het milieu in landen van de derde wereld, overheidscorruptie en zelfs met militaire uitgaven, tot voor kort het exclusieve domein en prerogatief van de staat. Staten en NGO's wreken steeds meer samen bij humanitaire operaties waarbij zowel burgers als militairen zijn betrokken. Andere NGO's hebben een permanente rol hij het vluchtelingenwerk. Deze vormen van samenwerking waarbij de staat vaak een bescheiden rol speelt, geldt steeds vaker als internationale norm. Als de ontwikkeling van de jaren 90 doorzet zal het internationale stelsel er over 50 jaar heel anders uitzien. Bij die overgang nemen zo op het oog overheden het voortouw. Maar in werkelijkheid worden de beslissingen voor hen genomen door krachten met wie zij wel moeten samenwerken. De sleutelvraag is of deze wereld waarin de macht verspreid is geraakt meer vrede zal brengen, meer rechtvaardigheid en de capaciteit om een overvolle wereldagenda van landen die over de hele wereld van elkaar afhankelijk zijn geraakt goed in te vullen. Of zullen staten weer worden opgetuigd in de hoop op internationale orde en meer individueel welzijn. Want het is maar de vraag of al die internationaal opererende actoren met al hun lang niet altijd parallel lopenden belangen beter in staat zullen zijn om de problemen van de wereld na het jaar 2000 op te lossen.
JRS
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.