|
|
De superauto
Veiliger en veel zuiniger met nieuwe technologie.
De auto is het symbool van het industriële tijdperk. Hij biedt status, comfort maar bovenal een gevoel van vrijheid en snelheid. De moderne auto is een van de hoogtepunten van het menselijk vernuft. En toch blijft het een product uit de negentiende eeuw. De basis is nog steeds een verbrandingsmotor die een zeer zware stalen carosserie voortduwt. Ondanks de vele verbeteringen en innovaties, gaat 80 à 85 procent van de energie die de motor opwekt, verloren voordat dit de wielen bereikt. Dit komt vooral omdat de motor nog steeds inefficiënt is en de auto te zwaar. Accelereren kost dan enorm veel energie. Van elke vijf tot zeven liter brandstof komt maar één liter als stuwkracht aan de wielen van de auto beschikbaar; dat is vijftien à twintig procent. Hiervan gaat één derde op aan accelereren en remmen, één derde aan luchtweerstand en de rest aan het verwarmen van wegdek en asfalt. Van de energie beschikbaar aan de wielen wordt 95 procent gebruikt voor het verplaatsen van de auto en vijf procent voor het verplaatsen van de berijder. Zo brengt maar één procent van de benzine u op uw bestemming. Daarbij komt dat deze auto een van de grootste vervuilers is, veel fossiele brandstoffen verbruikt en vele kilometers asfalt nodig heeft. De conclusie is duidelijk: de huidige auto heeft zijn beste tijd gehad.
Aan het Hypercar Center van het Rocky Mountains Institute is de fysicus Amory Lovins in samenwerking met enkele ontwerpers al jaren op zoek naar een meer efficiënte auto. Zij begonnen bij de wielen en werkten vandaar naar de motor en kwamen zo tot de ultralichte, ultragladde hypercar. De hypercar bestaat voor het grootste deel uit een carrosserie van superlichte koolstofvezel - veiliger dan staal doordat hij vervormingsenergie veel beter absorbeert - en is zo'n 75 procent lichter dan gemiddelde huidige auto. Hij is 70 procent meer aerodynamisch en het energieverlies bij de wielen is door betere banden en het lagere gewicht, met 75 procent teruggebracht. Lovins wilde voor de motor gebruik maken van de voordelen van de elektrische motor, stil en schoon, maar niet van de nadelen - de enorme hoeveelheid batterijen die nodig zijn voor een klein ritje. De auto moest dan ook zijn eigen elektriciteit opwekken. Deze elektriciteitscentrale is een klein verbrandingsmotortje (benzine, gas, alcohol en liefst uiteindelijk waterstof) die elektriciteit opwekt voor de vier elektromotoren die de wielen aandrijven. Deze elektromotoren kunnen eveneens de remenergie terugwinnen voor hergebruik via tijdelijke opslag in een accu of supervliegwiel.
De hypercar is stil, veilig, bijna 95 procent minder vervuilend dan een gewone auto - een motor produceert bij constant toerental negentig procent minder uitlaatgassen. De lichte, gestroomlijnde auto kan met een ongeveer tien keer kleinere motor toe dan een gewone auto - en kan een benzineverbruik halen van tussen de 1:80 en 1:100. De hypercar heeft maar een tiende van het aantal bewegende delen van een gewone auto en is opgebouwd uit modulen waardoor hij goedkoop is en makkelijk te onderhouden.
Lovins wil de Hypercar zo snel mogelijk in productie zien gaan en besloot om alle kennis en techniek niet te patenteren en verkopen aan de hoogste bieder maar om het openbaar te maken zodat de gehele auto-industrie zal vechten om als eerste deze auto op de markt te brengen. Ook de marketing van de hypercar, die - naar verwacht - voor 2000 de fabriekspoort zal verlaten, gaat de onderzoeker Lovins aan het hart. Lovins is een ware milieu-activist maar hij pleit niet voor minder - minder consumeren, minder auto rijden, minder vliegen -, hij pleit enkel voor anders. Van hem mag iedereen zoveel kilometers maken als hij of zij wil. Als het maar met een hypercar gebeurt en niet met een conventionele auto. De hypercar moet volgens hem dan ook niet verkocht worden als een klein autootje voor korte ritjes met een zeer milieuvriendelijke uitstraling en bestemd voor de bewuste consument. Integendeel, een auto zegt veel over zijn eigenaar. Deze wil opvallen, zich als consumptiepionier onderscheidden door het nieuwste van het nieuwste aan te schaffen. Hij wil groter zijn dan zijn medeweggebruikers en dus heeft hij een grotere auto. Dat deze auto zuinig is en goed voor het milieu is enkel bijzaak, zegt Lovins. Het wachten is dus op die enorme slee met alle nieuwe snufjes, een dubbele CD-wisselaar, verwarmde stoelen, airconditioning en een verbruik van 1 op 100.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.