|
|
De vrouw als voorbeeld
Vrouwen kunnen verzorgen. Moeders die kinderen baren, weten wat vrede is. Vrouwen aan de macht is de weg naar een betere wereld. Zo klinkt het nieuwe feminisme. Het gaat niet om de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Nee, vrouwen zijn anders. En wel, moreel superieur aan de man. Verschil-feminisme: een nieuwe gooi naar de macht of mooie woorden voor het voortduren van de ongelijkheid. Een aanklacht.
Enkele jaren geleden werd me door de vrouw van een bekende schrijver verzocht een vrouwen-vredespetitie te ondertekenen. In de petitie werden de, voor dit soort documenten gebruikelijke, argumenten naar voren gebracht: dat vrouwen, moeders, als verzorgende en koesterende wezens, een bijzonder besef hebben van de kwetsbaarheid van het menselijk leven, dat zij chauvinisme en koude-oorlogsretoriek doorzien en zouden willen dat landen hun geschillen vreedzaam beslechten zodat de defensiebegroting kan worden overgeheveld naar onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting. De literaire toonzetting van de petitie was tegelijk minzaam en klaaglijk, alsof de opstelsters niet goed konden kiezen tussen snoeven en smeken. 'Wij zijn wijzer dan jullie, zielig, misleid manvolk,' stond er tussen de regels, 'dus luister nou alsjeblíéft eens naar jullie moeders.'
Tekenen of niet tekenen? Natuurlijk was ik voor vrede. Maar was ik voor vrede als vrouw? Ik was nog geen moeder - ik was niet eens tante. Had ik - bij gebrek aan status als opvoedster - een louter theoretisch besef van oorlogsgruwelen en de dwaasheid van de wapenwedloop, ongeveer zoals een blanke besef heeft van racisme? Waren moeders de vanzelfsprekende leidsters van de vredesbeweging, voor wier oordeel alle niet-moeders, man of vrouw, het hoofd moesten buigen omdat wij die tederheid voor broos menselijk leven van een vrouw die kinderen had gebaard en opgevoed niet echt kenden, niet echt voelden? Maar ik was toch zeker ook een vrouw. Was het moederschap met zijn bijzondere wijsheid al aanwezig, diep in mij, om dienst te doen als dat nodig was, zoals mijn baarmoeder?
De associatie van bepaalde deugden - mededogen, geduld, gezond verstand, geweldloosheid - met het moederschap en de neiging 'moeders' gelijk te stellen met 'vrouwen', kent een lange traditie in de vredesbeweging maar gaat veel verder dan kwesties van oorlog en vrede. Tegenwoordig dringt dit verschijnsel door in discussies over haast ieder onderwerp, van management-training tot theologie. En terwijl de media het feminisme karikaturiseren als zou het de verschillen tussen de seksen ontkennen, is 'verschil' voor zowel de vrouwenbeweging als haar tegenstanders nu juist agendapunt nummer één. Zo vragen bestuurskundigen zich af of vrouwen met hun koester-instinct en intuïtie beter geschikt zijn voor topfuncties. Onderwijskundigen stellen dat vrouwelijke studenten schade ondervinden van leslokalen waarin de nadruk ligt op competitie in plaats van samenwerking; vrouwelijke politici beroemen zich op hun spelenderwijs aangeleerde onderhandelkwaliteiten, hun onzelfzuchtige toewijding aan het algemeen nut, hun sekse-bepaalde loyaliteit aan billijkheid en zorgzaamheid. Allerlei vormen van politiek streven - de milieubeweging, de beweging voor de rechten van het dier, zelfs het vegetarisme - worden aangeprezen als een logische voortzetting van aan vrouwen toegedichte vreedzaamheid, natuurlijkheid, afkeer van agressie en zorg voor de gezondheid van anderen.
In de kunst wordt veel gepraat over wat 'wezenlijk' vrouwelijke onderwerpen, methoden, materialen zijn. Schilderen is mannelijk. Rijm is mannelijk. Plots zijn mannelijk. Volgens sommige feministen zijn misschien zelfs logica en taal mannelijk. En wat is er vrouwelijk? Natuur. Bloed. Melk. Samenkomsten. De maan. Donsbedden.
Komt het u niet bekend voor? De vrouw die lief en leed deelt, die zorgt, de vrouw als oermoeder, als waakster over de vele kleine rituelen die een gezin, een gemeenschap samenbinden, de vrouw die onder, boven of buiten mannelijke zaken zoals recht, rede of abstract denken staat - die beelden zijn zo oud als de wereld. Openlijke voorstanders van de mannenheerschappij hebben ze altijd al gehanteerd om vrouwen tot inferieure wezens te verklaren; verkapte patriarchen gebruiken ze om vrouwen als 'te goed voor deze verdorven wereld' op een voetstuk te plaatsen.
In de jaren vijftig, die in onze ogen gelden als de hoogtijdagen van de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw, stelde de antropoloog Ashley Montague in De natuurlijke superioriteit van de vrouw dat vrouwen het op alle belangrijke gebieden wonnen van mannen, inclusief het bezit van twee X-chromosomen, dat hen stabieler en geestelijk zowel als lichamelijk gezonder maakte dan mannen met hun X en Y. Montagu's essay - later uitgewerkt tot een boek - is geestig en hooggestemd. Interessant is dat het vooruitwijst naar het huidige feministische verzet tegen mannelijke categorisering. Zo tekent hij aan dat mannen weliswaar sterker zijn dan vrouwen als het aankomt op piano's verhuizen, maar dat vrouwen sterker dan mannen zijn in het verduren van extreme fysieke pijn of ontbering en qua volharding. Dus als we zeggen dat mannen sterker zijn dan vrouwen, stellen we kracht gelijk aan dat wat mannen hebben. De basisteneur van Montagu's essay was dat hij de traditionele rolpatronen bevestigde maar stelde dat we die anders moesten waarderen. Hij levert naar eigen inzicht voldoende bewijs dat vrouwen in staat zijn tot grote kunstzinnige en intellectuele hoogten te stijgen maar betoogt vervolgens dat de meesten van hen daarvan af zullen (lees: moeten) zien, omdat het ware talent van de vrouw haar 'menselijkheid' is en hun eigenlijke taak het vermenselijken van de mannen voordat die de wereld in vuur en vlam zetten. En daar had ze, naar zijn overtuiging, een dagtaak aan.
Hedendaagse verkondigers van het 'verschil-feminisme' komen met een variant van hetzelfde betoog, zonder Montagu's schalkse humor. In plaats van zijn luimige chromosomen-verklaring krijgen we de psychoanalytische van Nancy Chodorow in The Reproduction of Mothering. Dochters ontlenen hun identiteit aan de band met hun moeder, het primaire object van alle kinderliefde en zijn daarom uitgesproken, relatie-gericht, niet-hiërarchisch en geneigd naar consensus te streven; zoons moeten los van hun moeders en zijn derhalve individualistisch en competitief, verzetten zich tegen bindingen met anderen en richten zich op abstracte regels en rechten. Chodorows theorie is zo'n beetje de mantra van het verschil-feminisme geworden en wordt voortdurend aangehaald alsof ze een verklaring biedt voor verschijnselen die door iedereen als universeel worden erkend. Maar de centrale vraag bij Chodorow - waarom vrouwen de primaire verzorgers van kinderen zijn - kon vóór de komst van de moderne gezinsplanning niet eens worden gesteld en bij voor de beantwoording ervan is de psychologie niet nodig. Van oudsher zorgen vrouwen voor kinderen omdat hun grote vruchtbaarheid en gebrek aan alternatieven hen geen keuze liet. Vrouwen die rijk genoeg waren om het persoonlijk opvoeden van kinderen te delegeren, deden dat vaak ook.
Het voornaamste probleem dat het verschil-feminisme oproept, is dat het de verschillen tussen de seksen toeschrijft aan wezenlijke, universele eigenschappen van de mannelijke en vrouwelijke psychoseksuele ontwikkeling, in plaats van aan de economische en sociale posities die mannen en vrouwen innemen of aan feitelijke machtsverschillen tussen individuele mannen en vrouwen. Wat over vrouwen kan worden gezegd, gaat veelal ook op voor armen die ook meer gericht zijn op familie en relaties en minder op werk en positieverbetering; die zich eerbiedig gedragen tegenover sociaal sterkeren; en die in de ogen van anderen meer emotioneel, 'intuïtief' denken dan rationeel en logisch. Dan is er nog de vraag of de theoretici van het verschil-feminisme wel iets anders meten dan hun eigen bereidheid om in stereotiepen te denken. Als Chodorow gelijk heeft, zouden relatie-gerichte vrouwen en autonome mannen de norm moeten zijn, maar is dat zo? Het is echt niet moeilijk om in onze kennissenkring - of in de samenleving als geheel - mannen en vrouwen te vinden die niet aan deze norm voldoen. Het verschil-feminisme schrijft meedogenloosheid, kilheid en hyperrationeel denken bij succesvolle vrouwen - het standaardvoorbeeld is Margaret Thatcher - graag toe aan het feit dat mannen de netwerken van de macht beheersen en alleen vrouwen die zijn zoals zij de kans geven om op te klimmen. Maar ik heb in mijn leven een heleboel schreeuwerige, ongevoelige, agressieve vrouwen onmoet die huismoeder, secretaresse of verpleegster waren. En ik ken een heleboel lieve, niet-ambitieuze mannen die hun bevrediging voornamelijk putten uit hun sociale, huiselijke en romantische leven, al zou niet iedereen dat erkennen bij ondervraging door een socioloog. Tegen vreemden zeggen we nu eenmaal wat we denken dat het beste klinkt.
Dat de theorie van het verschil-feminisme zo'n succes heeft, bewijst weer eens dat sociale wetenschappen voor tien procent wetenschap en voor negentig procent sociaal zijn. Ze zeggen wat mensen willen horen: vrouwen zijn echt anders en wel precies zo anders als we altijd al dachten. Vrouwen omarmen het verschil-feminisme vanwege de vleiende woorden over karaktertrekken waarvoor ze altijd zijn gekapitteld. Mannen omdat het enerzijds begrip en respect voor het 'vrouwelijke' vraagt en anderzijds mannen vrijpleit: mannen hebben macht, rijkdom en zeggenschap over sociale hulpbronnen omdat vrouwen die eigenlijk niet willen.
Niet psychoseksuele ontwikkeling doet de vrouwelijke deugden ontstaan maar innige betrokkenheid bij de opvoeding, het dagelijks moederschap. Ook mannen kunnen moeders zijn als ze het werk doen dat vrouwen doen. Moeders zijn geduldig en vredelievend, besteden aandacht aan de emotionele contekst et cetera, omdat dat de verworvenheden zijn die je bij dit werk nodig hebt, net zoals boekhouders accuraat zijn, advocaten logisch, schrijvers op zichzelf gericht. Zo vormen vrouwen een vanzelfsprekende achterban voor pacifisme en anti-oorlogsstreven en voor 'zorgzame' politieke richtingen.
Hoewel intellectueel gammel raakt het verschil-feminisme toch bij veel vrouwen een diep-gevoelige snaar. Hoe komt dat? Om te beginnen biedt het ogenschijnlijk een verklaring voor enkele belangrijke verschijnselen, namelijk dat vrouwen in vergelijking met mannen heel weinig geweldsmisdrijven plegen; dat vrouwen sterk overheersen in de zogeheten verzorgende beroepen; dat vrouwen veel minder dan mannen geneigd zijn hun kinderen in de steek te laten. Verschil-feministen willen dit goede gedrag erkend zien als verdienste van de vrouw door het van het niveau van instincten of lijdzaamheid - de visie van Camille Paglia op het feminisme - op het niveau van morele keuzen en principiële beslissingen te tillen. Wie kan het vrouwen kwalijk nemen wanneer ze theorieën omhelzen die de opofferingen die zij zich getroosten omwille van huis en kinderen legitiem, ethisch en zelfs nobel noemen? Door het opvoeden als mentaliteit te onderstrepen - het verzorgings-ethos, het moederlijk denken - nemen de verschil-feministen stelling tegen de traditionele verdeling van het mensdom in rationele mannen en irrationele vrouwen. Ze stellen vrouwen in staat te betogen dat hun inzichten op één hoogte staan met die van mannen en zich te verzetten tegen de gebruikelijke marginalisering van hun stemmen in het openbaar debat. Zonder twijfel hebben talrijke vrouwen moed geput uit deze verhalen over moreel verschil: spreken met een andere stem is tenslotte heel iets anders dan zwijgen.
Het beeld van de vrouw als deelster en zorgster is nog in een ander opzicht verleidelijk. Het vele geneuzel in de media over de nieuwe populariteit van de slachtofferrol ten spijt, geloven de meeste mensen graag dat zij handelen uit vrije wil en vrije keuze. De pijnlijke waarheid dat vrouwen daar maar bitter weinig van bezitten, is voor feministen een moeilijk te nemen horde. De erkenning dat vrouwen systematisch worden onderdrukt zou hun, zo schijnt het, beroven van existentiële vrijheid, zou hen tot marionetten en slaven maken. Maar niet-erkenning maakt verandering onmogelijk. Door te betogen dat de traditionele kwaliteiten, werkzaamheden en levenswijzen van vrouwen tenminste even belangrijk, waardevol en serieus zijn als die van mannen, geven verschil-feministen het gevoel dat er niets anders hoeft te veranderen dan de maatschappelijke waardering van de dingen die ze al doen. Zo wordt een logische verklaring geboden voor de status quo, wat voor mannen aantrekkelijk is; en het is een dankbaar applaus voor de vrouw, wat aantrekkelijk is voor vrouwen. Mannen blijven aan de macht, maar macht is verkeerd, dus des te erger voor hen.
Een andere, nogal merkwaardige reden waarom het verschil-feminisme mensen aantrekt, is dat het vrouwen in staat stelt zichzelf te definiëren als onafhankelijk van mannen. In een cultuur die vrouwen vrijwel geheel in hun betrekking tot mannen beschouwt, is dat geen geringe prestatie. Zo speelt seks - de enorme hoeveelheid energie, geld, en tijd die vrouwen besteden aan schoonheid, mode en de romantiek, het aantrekken en bij zich houden van mannen, het bedenken van vermijdingstactieken of manieren om er profijt van te trekken - in deze theorieën een volstrekt ondergeschikte rol. Je zou nooit vermoeden dat mannen, individueel en collectief, profiteren van vrouwelijke koestering, laat staan dat dat voor een belangrijk deel verklaart waarom de samenleving vrouwen stimuleert tot koesterend gedrag. Nee, altijd zijn het kinderen waarover men schrijft als voorwerp van vrouwelijke koestering en opoffering, of soms de gemeenschap, of zelfs andere vrouwen - niet hun mannen of minnaars. Het lijkt alsof huisvrouwen alleen eten koken voor hun kinderen en hun man zelf de koelkast laten plunderen. En veel vrouwen, in stilte verbolgen omdat hun man weigert te delen in het huishoudelijk werk, zullen zichzelf ook wel wijsmaken dat ze het alleen voor hun kinderen doen of omdat ze er zelf voor kiezen. Dan hoeven ze tenminste niet de ongelijkheid in hun huwelijk aan de kaak te stellen.
De vreedzame moeder en de 'relatie-gerichte' vrouw vormen een vriendelijker, zachtaardiger, linksige versie van de rechtse campagne voor het gezin als hoeksteen van de samenleving, en beide zijn moderne versies van de Victoriaanse ideologie over de gescheiden machtssferen van man en vrouw. Mannen regeerden de wereld, vrouwen het huis. Aanvaarding van deze ideologie had evidente voordelen in een tijd waarin vrouwen officieel waren uitgesloten van hoger onderwijs, politieke macht en tal van beroepen. Maar de nadelen zijn even evident. De ideologie legde één maatstaf aan voor alle vrouwen, en wel een die was ontstaan in een seksistische maatschappij. Ze sloot vrouwen uit van alle beroepen die niet te definiëren waren als voortzettingen van de huiselijke rol - je kon wiskundelerares zijn maar geen wiskundige, secretaresse maar geen scheepskapitein - en veroorloofde hun alleen het grofste misbruik van het mannelijk prerogatief aan te vechten. De verschil-feministen van nu doen een zelfde gooi naar de macht voor vrouwen en raken verstrikt in soortgelijke contradicties. Opnieuw worden vrouwen gedefinieerd vanuit hun rol in het gezin. Kinderen opvoeden is de glorie en vreugde van de vrouw en haar kans om boven zichzelf uit te stijgen terwijl pappa een dutje doet op de bank. Vrouwen die niet aan het stereotype voldoen worden gekapitteld als 'onvrouwelijk' - verpleegsters koesteren, artsen niet - en huiselijk werk wordt geromantiseerd en aan vrouwen gesleten als een brevet van morele verdienste.
Ondanks alle courante verklaringen voor wat men ziet als het moreel verschil tussen de seksen, horen we opmerkelijk weinig over de materiële grondslag van het gezin. Maar de opwaardering van moederschap en vrouw-zijn is niet los te zien van kwesties als macht, prerogatieven en geld. Er is een reden voor dat een niet-verdienende vrouw zichzelf trots 'huismoeder' kan noemen terwijl een niet-verdienende man gewoon werkloos is: de traditionele vrouwenrol impliceert een man die voor inkomen zorgt. Vrouwen in de sociale middengroepen doen geweldig veel moeite om afstand te nemen van dit onbehaaglijke feit. Vaak verdedigen ze hun besluit om thuis te blijven door af te geven op betaald werk - dat is 'stapeltjes papier verschuiven' of 'promotie via de rokzoom' - en de verschil-feministen maken ook graag onderscheid tussen altruïstisch, slecht betaald vrouwelijk werk en het barbaarse, lucratieve werk dat mannen doen. Sommige vrouwen veroordelen anderen omdat die 'zich als een man gedragen' - ze zijn ambitieus, assertief, uit op geld en macht. Maar waar zouden ze blijven als hun man zich niet 'als een man' gedroeg? Geld moet ergens vandaan komen; als vrouwen het verdienen van het gezinsinkomen aan de man overlaten - een optie die steeds minder paren zich kunnen veroorloven -, dan zijn ze economisch van hun man afhankelijk, een situatie die niet alleen evidente risico's met zich meebrengt in een tijd van frequente echtscheidingen maar ook hun onderhandelingspositie in het gezin verzwakt en ervoor zorgt dat in het algemeen de man de belangrijkste beslissingen voor het gezin neemt.
De theorie van het verschil-feminisme wil die facetten van het traditionele vrouwbeeld die het goedkeurt, isoleren en het alleen daarover hebben. Maar die facetten - zorgzaamheid, koestering, intimiteit - zijn niet los te zien van de overige facetten - economische afhankelijkheid en de ondergeschiktheid van de vrouwen binnen het gezin. De theorie probeert dat te omzeilen door te stellen dat er twee culturen bestaan - een vrouwelijke van liefde en ritueel en een mannelijke van veroveren, uitgeven en doden - die op raadselachtige wijze samen één planeet delen. Deze visie wordt bondig verwoord in een recente populair-psychologische boektitel: Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus - er is verschil, dat zeker, maar zonder veel morele implicaties.
In werkelijkheid is er maar één cultuur en die vormt elk van beide seksen op aparte maar wederzijds afhankelijke wijzen met het doel zichzelf te reproduceren. Voor zover de stereotypen kloppen, hebben de vrouwen de 'relatie-gerichte' huiselijke eigenschappen omdat de mannen de 'autonome' eigenschappen hebben die nodig zijn om in het hedendaagse kapitalisme te kunnen gedijen. Zij heeft een kostwinnaar nodig - ook al heeft ze een baan, dank zij de discriminerende arbeidsvoorwaarden - en hij heeft iemand nodig die op zijn kinderen past, zijn hand vasthoudt en zijn emoties voor hem ondergaat. Dat verklaart waarom vrouwen die zich in mannelijke sectoren begeven zich net zo gedragen als mannen: deden ze dat niet, dan zaten ze in een mum van tijd weer thuis. Ze zijn onderhevig aan dezelfde noden en pressies als hun mannelijke collega's. Omdat we in een overgangsperiode leven waarin veel vrouwen nog zijn opgevoed met bescheiden vooruitzichten en veel nadruk op de noodzaak het anderen naar de zin te maken, kunnen sociale wetenschappers die ernaar zoeken nog sporen van empathie, zorgzaamheid et cetera vinden bij vrouwen die zijn opgeklommen in de wereld van werk en macht. Als vrouwen echt als gelijken de arbeidsmarkt opgaan - wanneer vijftig procent van alle advocaten, politici, autohandelaren en cipiers vrouwen zijn - zal er wellicht minder seksisme komen - al is het voorbeeld van de Russische medische stand, in meerderheid vrouwen, niet inspirerend voor wie de barbaarse gynecologische gewoonten in de voormalige Sovjet-Unie kent. En mogelijk brengen ze een eigen manier van doen met zich mee, een eigen sociale stijl. Maar ze zullen niet over de hele linie eerlijker, vriendelijker, egalitair, meevoelend of minder op geld belust zijn. Wie het tegendeel beweert, denkt dus dat fabrikanten vakbonden vermorzelen, artsen fondspatiënten weigeren en New-Yorkse schoolconciërges geen vloeren dweilen omdat het mannen zijn.
De ultieme paradox van het verschil-feminisme is dat het op de voorgrond treedt op een ogenblik dat de levens van mannen en vrouwen meer op elkaar lijken dan ooit tevoren in het Westen. Denk maar aan de terugloop van het gescheiden onderwijs; de vrijwel totale afschaffing van de maagdelijkheid als eis aan meisjes; het evenwicht tussen de seksen in het hoger onderwijs; de explosieve toename van werkgelegenheid voor getrouwde vrouwen en moeders van ook kleine kinderen; het vervagen van sekse-grenzen in het arbeidsproces; de culturele druk op mannen om warme, koesterende vaders te worden, om althans iets aan het huishouden te doen, om partners te kiezen die hun gelijke zijn in opleidingsniveau en inkomenspotentieel.
Het is in de mode om te spreken van de reactie tegen het gelijkheids-feminisme - ik doe het zelf wanneer ik in de put zit - maar het gelijkheids-feminisme heeft verbluffende successen geboekt. Het heeft de aspiraties van vrouwen op elk levensterrein ingrijpend verbeterd. Maar het heeft nog niet de samenleving geschikt gemaakt voor de verwezenlijking van die aspiraties. In het arbeidsproces wordt nog steeds gediscrimineerd. Op het thuisfront brengen maar weinig mannen het gelijkheidsbeginsel in de praktijk, al belijden ze het met de mond. Alleenstaande moeders hebben het onvoorstelbaar moeilijk.
In deze sociale contekst is het verschil-feminisme in essentie een middel dat vrouwen in staat stelt om enerzijds hun voordeel te doen met het succes van het gelijkheids-feminisme en anderzijds te leven met de beperkingen ervan. Het spreekt bepaalde soorten vrouwen aan - bij voorbeeld vrouwen die werken in de 'helpende beroepen' of thuis, en niet zozeer vrouwen die straaljagerpiloot, neurochirurg of elektriciën willen worden. Op een populair niveau stimuleert het vrouwen die zich achtergesteld of vernederd voelen door het gelijkheids-feminisme om hun woede te richten tegen vrouwen die ervan hebben geprofiteerd - door hun verraad aan hun sekse te verwijten en zichzelf te zien als slachtoffers van hun eigen goedheid - vandaar de vijandigheid van verpleegsters tegen vrouwelijke artsen en van huismoeders tegen werkende moeders.
Hoewel het verschil-feminisme is ingebed in prijzende taal, is het vernederend voor vrouwen. Het eist dat vrouwen in het openbare leven en het openbare debat worden toegelaten, niet omdat ze daar recht op hebben maar omdat het tot verbetering zal leiden. Zelfs al was dat zo - en was het niet de illusie waarvoor ik het houd - dan nog gaat het niet aan de verantwoordelijkheid voor een morele en sociale omwenteling bij de vrouwen te leggen en niet bij iedereen - of desnoods bij de mannen, volgens het principe van schuld en boete. De vrede, het milieu, een humaner arbeidsklimaat, economische rechtvaardigheid, sociale bijstand voor kinderen - het zijn kwesties die ons allen aangaan en ieders verantwoordelijkheid zijn. Door te beloven die verantwoordelijkheid op zich te nemen, legt het verschil-feminisme de basis voor hernieuwde marginalisering van vrouwen, wanneer straks blijkt dat ze die belofte niet kunnen inlossen.
Niemand eist van een andere groep verdrukten dat ze hun vrijheid veroveren door extra oppassend te zijn. Geen andere groep verdrukten meent dat ze zich daarop moet vastleggen om door de samenleving over de hele linie voor vol te worden aangezien. Voor zwarten en andere ethnische minderheden is het voldoende wanneer ze voor hun brood willen werken, hun talent willen ontplooien, hun stem in het openbare debat willen laten horen. Alleen voor vrouwen gaat het simpele argument rechtvaardigheid niet op. Het lijkt wel alsof vrouwen pas echt geloven dat ze recht hebben op volledig burgerschap wanneer ze aanspraak kunnen maken op bijzondere morele eigenschappen. Waarom is het feit dat ze mens zijn niet genoeg?
Tot besluit: ik heb die petitie voor vrede niet getekend, al speet het me een vrouw die ik graag mocht teleur te stellen, en al ben ik een groot voorstandster van vrede. Ik besloot te wachten op een petitie die om mijn handtekening als mens vroeg, als iemand, een burger die zonder het te willen verwikkeld was in een oorlog en de oorlogseconomie. Ik meen nog steeds dat ik daar goed aan heb gedaan.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.