|
|
De bouquettereeks als spiegel
Een stelling waarover je kunt struikelen: de bouquettereeks weerspiegelt de werkelijke wensen en verlangens van vrouwen. In elk geval is Gisa Klönne van het vooraanstaande Duitse feministische tijdschrift Emma ernstig verontrust. Zij constateert dat de vrouwenroman, na een kortstondige flirt met de emancipatie, terug is bij af. Bij de man.
Het mens is een ramp. Op haar landgoed in het Engelse Cornwall zit Polly McLaren te niksen: dik, zelfgenoegzaam en gelukkig getrouwd, propt ze de ganse dag koekjes naar binnen, wachtend op nageslacht. Als dat op zich laat wachten, begint de 'ongedurige ex-reclamevrouw en gepassioneerd partybezoekster' zich te vervelen en ze komt in actie. Dan wordt het allemaal pas echt rampzalig want Polly's pogingen zijn alle tot mislukken gedoemd. Polly is namelijk niet alleen chaotisch, ze is nog dom ook. Dat is echter totaal geen probleem in een roman van het genre 'De Nieuwe Vrouw', integendeel.
'De chaos schrijdt voort', zo luidt de ondertitel van Catherine Alliotts tweede Polly McLaren-roman. Anders gezegd: 526 pagina's lang staat de onnozelheid van de heldin centraal. Polly bouwt haar idyllische landgoed om tot het decor van een reclamespot, werpt afwisselend de regisseur en haar echtgenoot smachtende blikken toe om uiteindelijk - verrassing! - zwanger te worden. Doek, over en uit, happy end en er mag gelachen worden. Erger nog: er wordt gelachen. Als je uitgeverij Lübbe mag geloven is 'Lübbe's vrolijkste voorjaarskraker' een bestseller in Engeland en loopt het boek ook in Duitsland als een trein. Een op zichzelf staand geval? Geenszins. Heldin Polly sluit naadloos aan bij de trend. Een heuse invasie van zielsverwante supervrouwen is sinds het begin van de jaren negentig over de Duitse lezeressen heen gekomen. 'De supervrouw', 'De tovervrouw', 'Droomvrouw met bijwerkingen': een onophoudelijke stroom pseudogeëmancipeerde dames teistert met hun gebrabbelde bekentenissen de bestsellerlijsten.
'Veel vrouwen zijn gewoon verslaafd aan steeds weer nieuwe vrouwenromans volgens steeds weer het bekende stramien', verzucht een boekverkoopster uit Keulen. Waar het in deze nieuwe vrouwenromans om gaat blijkt meestal al uit de titel. Niet om vrouwen, maar om mannen. Of in ieder geval om de - letterlijke - verhouding van de heldin tot de mannen. Liefde en seks ofwel de emancipatie van de ene man naar de andere - in bed uiteraard - het slaat blijkbaar aan. Want welke vrouw verlangt niet stiekem naar 'wilde passie' in een 'harmonische relatie', kortom het paradijs waarin pijn en vernedering, werkloosheid en afhankelijkheid ver weg zijn. En dus komen in die nieuwe romans alle moeders en huisvrouwen van middelbare leeftijd die van de ene dag op de andere gescheiden of verlaten zijn, keurig, zonder enige pijn en moeite op hun pootjes terecht. Hun jongere zusters van rond de dertig, carrièrevrouwen maar ongelukkig, vinden de prins van hun dromenen en worden - gelukkig - zwanger. De boodschap is duidelijk: ergens lonkt altijd wel een carrière. En, nog veel belangrijker, ergens lonkt altijd wel een nieuwe man.
Kankeren mag in dit genre, giechelen ook, maar ontwikkeling is ongewenst. En hoe zou een wandelend cliché ook ooit een ontwikkeling in gang kunnen zetten? 'Alles moet anders worden maar er mag vooral niets veranderen', zo hoonde daarom het tijdschrift 'Die Woche'.
Het begon allemaal nog zo mooi. In 1987 deed de humor zijn intrede in de moderne Duitse vrouwenliteratuur met Eva Hellers 'Bij de volgende man wordt alles anders'. Het was een ware opluchting, na jarenlang bedolven te zijn geweest onder lijdensbiografieën als 'De dood van een sprookjesprins'. Eindelijk waren de dames het zat om nog langer mee te voelen met Svende Merian en haar gezusters wanneer die, met waarlijk eindeloos geduld, de zweetvoeten van hun emotioneel geblokkeerde geliefde masseerden, als substituut voor seks. Of wanneer ze - vroegfeministisch correct - weer eens uitentreuren hun hele verhouding moesten doorpraten. 'Bij de volgende man wordt alles anders' - dat klonk al een stuk beter. De lezeressen, tot dan toe altijd vastgepind op hun gevoeligheid en slachtofferschap, tastten dankbaar toe. Tot nog toe anderhalf miljoen keer. Een sensationeel succes voor uitgeverij Fischer die Hellers trendsettende roman uitgaf en het twee jaar later nog eens dunnetjes overdeed met Hera Linds 'Een man voor iedere toonsoort'. Maar zo geestig als die eerste boeken van Heller en Lind zijn hun navolgsters nooit geworden, en zij zelf ook niet meer.
Misschien was alles wel gezegd met die twee vol zelfspot geschreven verslagen vanaf het front van de oorlog tussen de seksen. Hellers eersteling was komisch, scherpzinnig en vol rake observaties, waarmee en passant ook het linksig-alternatieve volkje te kijk werdgezet. Maar 'emancipatiekomedies waarin de personages moderne rebelse vrouwen zijn', zoals uitgever Fischer deze humorproducten betitelt, dat zijn de werken van Heller en Lind toch echt niet. Waarom niet? Omdat de hoofdpersonen zich niet emanciperen. Tenzij je onder emancipatie verstaat: vrouw gaat scheiden, probeert eens een ander en keert vervolgens berouwvol terug bij man nummer één (Heller). Of: vrouw heeft twee geliefden, wordt zwanger (wat ze pas erg laat in de gaten heeft), laat de boel vervolgens volledig uit de hand lopen en stapt uiteindelijk bij de verheugde vader van het kind in de gezinsauto met babyzitje (Lind).
En rebelse vrouwen, dat zijn de protagonistes al helemaal niet. In hun voortdurende streven naar zelfspot verliezen ze hun zelfbeheersing en die is nu eenmaal voorwaarde voor rebellie. Met vrouwenliteratuur in de ware zin van het woord hebben deze frivole, trendy niemendalletjes niets gemeen. Patriarchale machtsstructuren worden niet aan de kaak gesteld en de maatschappelijke verhoudingen waarbinnen de verhalen zich afspelen worden nimmer aangetast. Rebellie verwerd tot winst, opstand tot oplage.
Terwijl het toch echt allemaal begonnen was om emancipatie toen verschillende uitgeverijen - Frauenoffensive, Fischer, rororo, Orlanda, Ariadne - in het kielzog van de vrouwenbeweging hun vrouwenreeksen opzetten. En zeker - ook vandaag de dag verschijnt er nog wel degelijk vrouwenliteratuur van niveau. Alleen gaat die geheel ten onder in het luidruchtige marketinggeweld rond de supervrouwen-stories. Het label 'vrouwenroman' is in no time synoniem geworden voor oppervlakkig. Want Hera Lind en co. kennen geen genade. De romans volgen elkaar in hoog tempo op: supervrouw, tovervrouw, er komt geen einde aan. En altijd weer staan ze volledig buiten de realiteit. Zou zo'n supervrouw de roman uit- en het ware leven instappen - ze zou simpelweg niet levensvatbaar blijken. Maar misschien is het juist het lage realiteitsgehalte dat deze boeken zo aantrekkelijk maakt. De onderliggende boodschap luidt: Vrouwen, jullie hoeven helemaal niet naar zelfstandigheid te streven! Goed, de mannen zullen jullie verlaten, of jullie verlaten hen maar je vindt er gemakkelijk weer een betere voor in de plaats. Eentje die jullie begerenswaardig vindt en op handen draagt, ook als jullie de veertig al ruim gepasseerd zijn! En rijk worden jullie ook nog!
Ach, waar is de tijd gebleven dat je als vrouw in de boekhandel nog onbekommerd een greep kon doen op de plank met vrouwenliteratuur en bijna altijd wel iets interessants te pakken had. Niet altijd literaire hoogstandjes maar in ieder geval met protagonistes die zichzelf en andere vrouwen serieus namen. Zoals 'Inselzeit' van Alice Koller, in 1983 verschenen in de reeks 'neue Frau' van Rororo (inmiddels uitverkocht). De flaptekst vermeldt: 'Het verhaal is eenvoudig: een eenzame vrouw, een verleden, een hond, een eiland. Voor wie zich mee laat voeren is het enige avontuur ter wereld'. Een verhaal zonder supervrouwen die voortdurend met mannen in de weer zijn en zich dag in dag uit voor het grote dilemma geplaatst zien: 'Wie zal ik vandaag eens versieren? En hoe? En wat trek ik daarvoor aan - of uit?'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.