|
|
Serendipiteit: de ongezochte vondst
Veel ontdekkingen, uitvindingen en creaties uit wetenschap, techniek en kunst worden 'toevallig' genoemd. Dat wil niet zeggen dat ze 'zomaar' werden gedaan maar dat ze de vinder 'toevielen' terwijl hij op zoek was naar iets anders. De eerste die een vakterm gebruikte voor zo'n toevallige vondst was de Brit Walpole in de achttiende eeuw: 'serendipity', naar het Perzische sprookje van De drie prinsen van Serendip, die volgens Walpole 'door toevalligheden en schranderheid altijd dingen ontdekten waar zij niet zochten'.
Toen ik het verschijnsel systematisch ging bestuderen, kreeg ik de waarschuwing dat een studie naar toevallige vondsten vruchteloos was. Toeval betekent immers 'willekeurig' en dus zou er geen sprake kunnen zijn van systematiek. Maar toeval heeft hier louter een psychologische betekenis, het doet toevallig aan, maar in feite zit er wel systeem in. In mijn verzameling van honderd authentieke gevallen van serendipiteit ontdekte ik twintig manieren waarop ongezochte vondsten opdoken maar er bleek wel degelijk een onvermoede orde in deze chaos te zitten.
Serendipiteit is 'een rationele weg die tot kennisvermeerdering leidt. Volgens mij hoef je de processen in het brein niet te kennen om het verschijnsel serendipiteit te doorgronden. Je kunt langs logische weg uit het oude niet echt iets nieuws afleiden want dan zou het namelijk niet echt nieuw zijn. Voor iets nieuws heb je een onvoorspelbaar element nodig. Dat kan een verrassend neveneffect zijn, of een niet bedoeld gebruik, of een niet geplande ontmoeting tussen twee vaklieden, of een storing tijdens een experiment, om vier van de twintig door mij gevonden patronen te noemen.
Iemand neemt iets geks waar met zijn zintuigen of een meetinstrument, of hij bedenkt of droomt iets merkwaardigs. En hij staat daar letterlijk en figuurlijk bij stil. Hij onderzoekt dan zo nauwkeurig mogelijk wat er precies aan de hand is, verzint een verklaring, en toetst die in een nieuwe situatie. Een voorbeeld. Indertijd mengde ik me in de Leidse 'balpenmoord' om te onderzoeken of op deze manier een moord kon zijn begaan. Ik schoot met een kruisboog en een Bic eerst op varkenskoppen en later op een deel van een menselijke hoofd (afkomstig van de medische snijzaal). Ik zag dat steeds als de balpen door het oogkasdak was gegaan, hij min of meer werd 'afgestroopt'. Aan die mogelijkheid had niemand gedacht, ook ik niet. De vraag die de betrokken deskundigen zich hadden gesteld was 'Is een oogkasdak bestand tegen een kruisboogschot met een Bic?' en niet tevens 'Is een Bic bestand tegen zo'n schot?' Op basis van nieuwe schietproeven was het antwoord op die laatste vraag eensluidend 'nee'. De gave Bic die in het hoofd van de dode was gevonden kon dus niet door een kruisboog zijn afgeschoten. De verdachte werd vrijgesproken.
Voor serendipiteit moet je niet alleen oog hebben voor het onverwachte maar ook voldoende kennis van en kijk op de zaak hebben om te kunnen beoordelen of dat onverwachte ook echt 'onbekend' is. Verder moet je in staat zijn te verzinnen wat het zou kunnen betekenen en dat vervolgens overtuigend, dus wetenschappelijk juist, te toetsen en te publiceren. Je moet daar niet alleen de middelen voor hebben, je moet het ook doen, en dan moet het nog lukken ook. Het hoeft niet altijd één persoon te zijn die dit allemaal zelf kan en doet maar het moet wel allemaal gebeuren. Dit proces kan in alle fasen stranden of falen. Al deze stappen vormen in mijn ogen een rationele weg van kennisgroei. Iets wat echt nieuw is kan namelijk niet anders dan bij verrassing op iemands pad komen. Een beetje vondst is altijd serendipiteus. In de octrooiwet is zelfs vastgelegd dat een vondst alleen te beschermen is, als die niet voor de hand ligt, zij moet een verrassend element bevatten.
Zelf werk ik in een experimenteel en exact vak. Je bent dan onder meer uit op nieuwe waarnemingen, onvoorzien of niet. Het meebaggeren en uitwerken van onvermoede observaties, saillant of niet, zit je als experimentator in het bloed. Zo niet, dan moet je dat leren, al was het maar omdat je beseft dat je - zoals de sofisten al zeiden - niet naar het onbekende kunt zoeken omdat je dan niet weet wat je zoeken moet. Dus als je iets onvermoeds tegenkomt, laat je zo'n waarneming niet los, omdat je beseft dat die soms o, zo vruchtbaar kan zijn.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.