Email   Print

De openbare ruimte is van niemand

Waarover gaat het leven? Waar doen we het voor? Lastige vragen die steeds meer levens verstoren. Weinigen vinden nog troost in de antwoorden van een kerk, meer en meer mensen gaan op zoek naar hun eigen levenszin. In een serie vraaggesprekken gaat Ode op zoek naar visies op de zin van het leven. Na het gesprek met Freek de Jonge over de waanzin van de rede (zie Ode 11) nu deel 2: Architect en stedenbouwkundige Ashok Bhalotra.

Jurriaan Kamp | 13 maart/april 1997 issue

'Tachtig van de honderd Nederlanders hebben vroeger met een treintje gespeeld. Een treinreis is een belevenis. Iedereen die een langere treinreis maakt, heeft een verhaal. Een trein fascineert mateloos. Hoe is het dan mogelijk dat een hogesnelheidslijn als een bedreiging wordt gezien, als een indringer? Dat hele project is veel te defensief gebracht - "we hebben het nodig, accepteer dat alsjeblieft". Met het vingertje van de dominee omhoog is gezegd dat die nieuwe trein noodzakelijk is voor het milieu. Dat is rationalisatie. Je had ook kunnen zeggen: "we willen die trein hebben, daar gaan we iets moois van maken". Je moet niet meteen roepen: "anders wordt het een ramp". Dat doet ieder geloof. Zo ontstaat een eco-dictatuur. Niemand durft meer te zeggen: "ik hou van mijn auto". Waarom niet? Het is toch geweldig om je auto te poetsen en hem te zien glimmen. Dat geeft een kick. Maar dat is tegenwoordig niet politiek correct. Maar wie herinnert zich niet de eerste keer vrijen op de achterbank? Die hogesnelheidslijn zal ook prachtige verhalen opleveren. Het kan een nieuw gedicht worden. De beleving maar ook de bouw. Kijk eens naar de oude films over de aanleg van de Maastunnel. Denk aan de kathedralen van vroeger. Dit is echt de mooiste kathedraal. Het overwinnen van de zwaartekracht zit diep in ons. We willen sneller, we willen vliegen, ruimte en tijd overwinnen. Maar het is ook de zwaartekracht van vastgeroeste normen en waarden die we kunnen overstijgen. Dat is bevrijding. Het klinkt ondeugend maar daar ben ik gek op.'

Het zou zijn Indiase afkomst kunnen zijn, het kleurrijke leven in Delhi waarin voor ratio en functionaliteit slechts een achtergestelde plaats is? Zijn oosterse achtergrond waarin mystiek en verbeelding altijd een rol spelen? Misschien is het de wereldburger die weet dat het leven voorbij de dijken en keurig verkavelde akkers verdergaat? Ashok Bhalotra (53) heeft in elk geval een andere, niet-Hollandse relatie met het materiaal waarmee hij steden bouwt. Want ook al noemen sommigen hem een magiër, hij is een bouwer, een maker. En Nederland is voor hem een boeiend werkterrein, al meer dan twintig jaar. Want in Nederland staat de maakbaarheid al vanaf de twaalfde eeuw centraal. De toon van zijn ontmoeting met zijn tweede vaderland werd snel gezet: het eerste dat zijn schoonvader hem vroeg toen hij in 1970 in Nederland neerstreek was: 'ben je wel verzekerd?' Hoe kan je in zo'n land een plek vinden voor verbeelding? Hoe kun je zo'n land bevrijden van het allesoverheersende rationalisme? Hoe breng je de betrokkenheid terug? Daarover gaat het werk van deze stedenbouwer. Een monoloog in het hol van de leeuw. In Rotterdam, waar de zakelijkheid tot perfectie is gebracht.

'De grootste zorg en het grootste probleem is dat de openbare ruimte van niemand is. Er is geen betrokkenheid. Niemand voelt: "het is van mij". Niet als bezit, maar als verantwoordelijkheid, als binding, als trots of zelfs als irritatie. Door de toenemende institutionalisering verdwijnt die persoonlijke relatie. Overrationalisatie en overfunctionalisme kunnen dodelijk zijn. Neem de landbouw in de voormalige Sovjet-Unie. Door de overrationalisatie van de democratisering was op een gegeven moment de binding tussen de boer en zijn graan en zijn koeien verdwenen. Dan ontstaan onverschilligheid en afstandelijkheid. Met die anonieme voedselproductie is het - ondanks de prachtige modellen die voor velen, ook in het Westen, een voorbeeld waren - volkomen verkeerd gegaan. De les is dat het menselijke verloren gaat in de schaalvergroting van het humane naar het sociale. Terwijl juist het humane, het menselijke altijd het belangrijkste uitgangspunt zal zijn. Voor mij geldt: Huis, stad, ik. Het huis is klein, dat komt het eerst. Dan de stad en dan ik, het laatste maar wel het grootste. Dat moet je nooit verliezen. Het is die ik die samen een huis en een stad bouwt. Dus niet de ik van "hier ben ik en verder telt niemand mee". Door de overrationalisatie is anonimiteit ontstaan: we zijn nummers geworden.

Het is heel belangrijk dat mensen hun eigen huizen bouwen. Het is heel belangrijk dat mensen hun passie en hartstocht in materie tot uitdrukking laten komen. Dat zij hun eigen omgeving, de vorm van hun eigen plek boetseren. Dat leeft - ondanks al dat dirigisme - nog steeds in Nederland: nergens ter wereld doen de doe-het-zelf-winkels het beter. In de Bijlmer zijn zo'n zestig kerkjes en tempeltjes waaraan nooit een ambtenaar te pas is gekomen. Gewoon zelf gemaakt. Ik vind dat je die informele onderstroom gelijkwaardig moet maken aan de formele structuur. Laat die mensen hun winkeltjes bouwen en laat daar een meanderende straat ontstaan. Institutionaliseer dat niet.

Wij zijn nu bezig met een groot woningproject in Heerhugowaard. De economie dwingt tot seriematig bouwen maar wij proberen die herhaling zo min mogelijk te hanteren. Nu hebben we gelanceerd dat ieder gezin zijn eigen voordeur moet schilderen. Alles mag, iedere kleur, een schilderij. We hebben de Welstandscommissie opzij geschoven, we moeten ophouden met dat autoritaire denken. Zo'n deur is belangrijk: hoeveel keer per dag ga je daar doorheen? Het is de stap tussen binnen en buiten, het is de deur naar jouw wereld. Die deur staat voor persoonlijke expressie.

Lantaarnpalen worden consequent - ongeacht de omgeving - om de twintig meter geplaatst. Er wordt niet gekeken waar er licht moet zijn en waar juist donker past. Pas als een lantaarnpaal echt op zijn plek staat, kan het jouw lantaarnpaal worden. Het gaat niet alleen om de verhouding van de raamopening of de dikte van de kolommen in de façade. Het gaat erom dat je ziet dat mensen er langs gaan en die kolommen iedere keer weer aanraken. Dat je over vijf jaar glimmende plekken ziet of versleten stoepranden, de sporen van de tijd. Als het eerste gordijn achter het raam verschijnt en het eerste eendje in de vijver zwemt, weet ik dat een gezin de architectuur heeft ontvoerd en een thuis heeft gemaakt.

De foto's van de gebouwen van moderne architecten zijn altijd zonder mensen. De tekeningen zijn zonder mensen. Het gaat om de lijnen. Het gaat nauwelijks om de materie. De essentie is de emotie, de sensualiteit. Niet alleen rechtvaardigheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid maar ook erotiek. Het moet mensen aanraken. Ik vind het mooi als iets heel anders wordt gebruikt dan waarvoor het is ontworpen. Het gaat niet alleen om mooie dingen te maken. Die dingen moeten met name van iemand worden. Je kunt een boom kappen en er een bos voor teruggeven maar als dat de boom van je jeugd is die je vanuit je slaapkamer hebt zien groeien, is die onvervangbaar. Wij moeten als stedenbouwkundigen en architecten de bevolking betrekken bij het bouwen. De toekomstige bewoners moeten meepraten. Wij zijn niet het centrum van de wereld. Ik beschouw mezelf als een soort draagmoeder. Er leven zoveel ideeën in de samenleving. Die draag je bij je als een kindje. Een kindje van iedereen maar het is onze zorg, onze verantwoordelijkheid dat het kindje gezond blijft en op een bepaald moment geef je het terug aan de samenleving. Want het is het kindje van die toekomstige bewoners en zij zijn daar verantwoordelijk voor.

Wij organiseren gesprekken met de toekomstige bewoners. Die gesprekken beginnen altijd met het naäpen van de bureaucratie. Het gaat over "buurtvoorzieningen". Dan word ik boos: wat hebben jullie een burgerlijke wensenlijst! Als je jarig bent, vraag je toch ook geen paar sokken. Die krijg je sowieso. Je moet grenzen overschrijden en ondergraven. Je moet iets onmogelijks vragen, ons de gordijnen injagen. De maskers moeten af. Kwetsbaarheid roept tederheid op. Waar wil je wonen? Hoe zien jouw beelden eruit? Maar authenticiteit roept in Nederland een schuldgevoel op. In Azië heerst de cultuur van de schaamte, hier de cultuur van de schuld. De Nederlander moet netjes blijven, gewoon doen als de norm. Onderdruk je emoties, onderdruk je sensualiteit. Maar dat bolwerk vertoont scheuren, ook in nuchter Nederland. Vroeger kreeg ik vaak instructies voordat ik mijn plannen presenteerde voor een of andere instantie: "wij begrijpen je wel maar vertel het een beetje eenvoudig, het zijn nuchtere mensen hier". Ik heb dat nooit gekund en ik heb ook nooit gehoord: "wat een flauwekul". Die stoere Nederlanders hebben kleine hartjes. Maar vergeet ook niet de zeventiende eeuwse literatuur, de schilderkunst en de kunsten van tegenwoordig, dans, film, theater et cetera. Dat is heus niet allemaal het werk van mensen die voortdurend met twee benen op de grond staan. Op twee benen kan je staan, maar je kan ook een beetje vooruit en achteruit lopen. En je kan een dansje maken. Maar maak je geen zorgen: je komt altijd weer op de grond terecht. Ik ervaar meer openheid, meer ontvankelijkheid en dat is eigenlijk heel menselijk.

Er is meer dan Plato, Calvijn en Descartes. Het rationalisme heeft ons altijd geleerd om een keuze te maken: je bent romanticus of je bent het niet. Maar een mens kan gelijktijdig vele persoonlijkheden hebben. Dat is geen ziektebeeld, geen schizofrenie. Ik ben ontzettend rationeel, maar ik ben ook erg romantisch. Ik ben functioneel maar surrealisme fascineert me. Je haat iemand waarop je ook hartstikke verliefd bent. Er is niet één enige waarheid.

Het post-industriële, het post-moderne tijdperk is voor mij ook het post-institutionele tijdperk. Voor sommigen dreigt daarmee de anarchie, mij fascineert de chaos die naar spontane verbanden voert. Wij weten geen raad hoe we dat proces moeten organiseren. Mensen willen snel houvast, een nieuw dogma. Ze zeggen: new age, vaag, wazig. Maar het zijn gewoon de essentiële vragen die een kind ook kan stellen. Je vinger opsteken en vragen: hoe zit dat? Die onbevangenheid, als we die kunnen vasthouden...

Geslaagd zal het nooit zijn. Ik hoop dat perfectie nooit wordt bereikt. Dat moet nooit bereikt worden, de weg naar de extase vind ik de mooiste. Mijn meest aangrijpende ervaring was in Kattenbroek (de veel geroemde wijk van Amersfoort die Bhalotra bouwde jjk.). We stonden met een paar mensen aan de rand van de vijver te praten over hoe de wijk was ontstaan. Op een afstand zag ik een ouder echtpaar in regenjas, met een boodschappentas naar ons kijken. En op een gegeven moment komt de man naar mij toe. Hij wijst naar me en zegt: "Niet zeggen, niet zeggen, ik weet wie u bent. Ik ken u... u bent meneer Belastra, u bent de architect." "Ja", antwoord ik. En de man zegt: "Meneer, ik zal het u vertellen, het is een lustoord hier." Ik denk dat dat het is. Het laatste woord is van de gebruikers voor mij. En dat was het mooiste laatste woord.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.