|
|
Milieumulti's en bewuste bedrijven
Actiegroepen en multinationals komen nader tot elkaar.
Het bedrijfsleven is in beroering. Multinationals worstelen met hun imago. Heineken staat onder druk in Burma, Shell in Nigeria en Unilever wordt geconfronteerd met genetisch gemanipuleerde sojabonen. Het is alsof de uitkomst van de - door Labourleider Tony Blair aangezwengelde - discussie over de vraag of een onderneming alleen te maken heeft met aandeelhouders (shareholders) of met een veel bredere groep van belanghebbenden (stakeholders) al is bepaald. De publieke opinie lijkt duidelijk: de onderneming heeft rekening te houden met de samenleving.
Grenzen vervagen. Dat blijkt ook uit een verslag in New Statesman (8 november 1996) van een conferentie in Londen met vertegenwoordigers van ondermeer ICI, Shell en Nestlé (toegangsprijs: bijna duizend gulden per persoon). New Statesman schrijft: 'Typisch een evenement dat Greenpeace zou kunnen aangrijpen voor een demonstratie. Ware het niet dat de organisatie de bijeenkomst organiseerde.' Het doel van de bijeenkomst was om oplossingen te zoeken voor milieu-problemen. daarbij stelt Greenpeace zich op als partner van het bedrijfsleven. Zoals het heeft in de woorden van de organisatie: 'het afdwingen van oplossingen is een effectieve nieuwe wijze van actievoeren.' De tijd is blijkbaar voorbij dat organisaties als Greenpeace en Friends of the Earth zich concentreerden op het aan de kaak stellen van milieu-kwesties. Thans staan oplossingen centraal. Friends of the Earth werkt samen met de industrie op het gebied van de produktie van alternatieve energie en Greenpeace lanceerde de Smile, de zuinige auto (zie ook Ode 11).
De cruciale vraag: zijn de milieu-organisaties milder geworden of de grote bedrijven meer begaan met de samenleving? Het lijkt wel het laatste. Maatschappelijk verantwoord ondernemen was tot voor kort nog een verschijnsel dat niet veel verder reikte dan een idealistische elite aangevoerd door Anita Roddicks Body Shop en de ijsverkopers Ben & Jerry's. Maar tegenwoordig struikel je al haast over de seminars en congressen waarin ethiek en bewust ondernemen centraal staan. Daarbij bekruipt soms ook wel het bevreemdende gevoel dat iets wordt uitgevonden dat helemaal niet nieuw is. Een kleine beschouwing van Eindhoven met zijn sportcentra, theaterzalen et cetera, maakt immers duidelijk dat ondernemen met een oog voor de samenleving ook vroeger al een bekend fenomeen was. En zo zijn er talrijke voorbeelden. Aan de andere kant is er aan het moderne maatschappelijke verantwoord ondernemen nog heel wat toe te voegen. Er zijn bedrijven die - bij wijze van spreken - de grootste rotzooi lozen en automaten vol plastic koffiebekertjes in hun gebouw hebben staan en vervolgens trots laten weten dat hun werknemers in het weekeinde een buurthuis hebben opgeknapt. Anita Roddick schrijft in dezelfde uitgave van New Statesman in een open brief aan de Britse voorman van Shell: 'Ik weet dat er een prijs moet worden betaald voor eerlijke handel.' En daar wringt een schoen. Er zijn vele adviseurs die bedrijven stimuleren hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen onder het motto dat dat hen meer oplevert. Dat is ongetwijfeld waar - maar dat méér is in de eerste plaats immaterieel ofschoon dat voordeel ook materiële consequenties kan hebben. Het is te simpel om te verwachten dat de weg van shareholder naar stakeholder een onderneming geen geld kost. Maar voor die investering zijn goede argumenten.
Het dilemma voor de actiegerichte organisaties is intussen dat hun acties juist ook nodig blijven om de publieke opinie te mobiliseren. Het valt te vrezen dat de wijdverbreide flirt met maatschappelijk verantwoord ondernemen anders snel aan kracht verliest. Het gevaar van de nieuwe strategie van Greenpeace c.s. is - in de woorden van New Statesman - dat 'middelen worden ontrokken aan het budget voor de campagnes die zo effectief zijn gebleken om de industrie in verlegenheid te brengen.' Daarbij werken de recente diplomatieke successen van Greenpeace niet in het voordeel van de organisatie. De organisatie dreigt steun te verliezen in de kern van waaruit de successen werden bereikt. Freek Kallenberg, redacteur van de onderstroombladen Ravage en Mba Kajere roept in zijn strijdschrift 'Surfen in overvloed' op tot een boycot van Greenpeace. 'De "milieumulti" verkoopt geleid door een modern management tot de verbeelding sprekende acties. Actieve deelname is slechts voorbehouden aan door haar geschoolde professionals. Leden staan slechts giraal en mediaal met de organisatie in verbinding. Greenpeace is daarmee een bedrijf als alle andere. Ze neemt ons iets waardevols af en verkoopt het aan ons terug als produkt.'
Per saldo is het een gunstige ontwikkeling dat bedrijven meer gevoel tonen voor de samenleving en dat actiegroepen in staat blijken tot samenwerking met het bedrijfsleven. Zo ontstaat een precair evenwicht van uiteenlopende belangen maar in tijden van zo'n evenwicht kunnen grote stappen worden gezet.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.