Email   Print

Kinderarbeid moet!

De desastreuze gevolgen van de goede bedoelingen van westerse weldoeners.

Menno Bosma | 12 januari/februari 1997 issue

Bij de toeleverancier van een Brits kledingconcern in de Marokkaanse stad Meknes werkten zo'n honderd meisjes. Het werk was zwaar: de meisjes moesten veel staan bij het knippen en snijden. Toch waren ze tevreden: ze brachten geld mee naar huis en hielden zelf ook een zakcentje over. Het was in elk geval beter dan naar school gaan want daar waren veel te veel kinderen en een diploma was haast onbereikbaar. En zelfs met diploma bleef je vaak werkloos. In de fabriek leerde je tenminste een vak en had je meer kans op een baan.

Eind 1995 kwamen er opeens buitenlanders in de fabriek. Het gekke was dat ze niet alleen met de chefs spraken - zoals andere buitenlanders - maar ook met de meisjes zelf. Heel vriendelijk vroegen ze naar hun leeftijd. De meisjes vertelden dat ze twaalf, dertien en veertien waren. Zorgen maakten ze zich niet. Hadden ze niet allemaal een leerlingencontract dat zowel door hun ouders, de fabriek als de arbeidsinspectie was ondertekend?

De vriendelijke buitenlanders waren alweer bijna vergeten toen de meisjes een maand later bij hun chef werden geroepen. De meisjes die met de buitenlanders hadden gepraat kregen een flinke uitbrander. Hadden ze niet beter kunnen opletten? Die vriendelijke meneren waren journalisten van de Engelse televisie geweest, die stiekem opnamen hadden gemaakt voor een programma over de kledingfabrikant. En nu eiste dat bedrijf het ontslag van alle meisjes onder de vijftien.

Ze zitten weer thuis, de meisjes van Meknes. Ze helpen hun moeders in de huishouding en sommigen borduren thuis kleding. Het werk is slecht voor je ogen en levert veel minder op dan fabriekswerk. Terug naar school willen ze niet meer, werk is er niet meer. Een vakbond zei dat de multinational zich koloniaal gedroeg maar deed verder niets voor de meisjes. Ten einde raad hebben ze toen zelf maar een petitie opgesteld. 'Wij willen weer aan het werk!', stond er boven. Ook dat hielp niet.

Kinderen in het Zuiden die werk terug eisen dat hen is ontnomen door strijders tegen kinderarbeid. Menig regisseur zou een scenario van die strekking als ongeloofwaardig terzijde schuiven. Maar het begint een repeterend patroon te worden. In Bangladesh zetten kledingfabrikanten een paar jaar geleden onder dreiging van een Amerikaanse boycot tienduizenden kinderen op straat. Unicef trok hun lot na: veel meisjes bleken in de prostitutie te zijn beland, jongens waren veel belabberder werk gaan doen, zoals stenen vergruizen en lassen zonder oogbeschermers. Niemand was naar school gegaan. In Pakistan en Indonesië - landen die thans door Amerikaanse handelsmaatregelen worden bedreigd - gebeurt hetzelfde. Vele duizenden ontslagen kinderen vervloeken inmiddels hun zogenaamde beschermers uit het Noorden.

'De grootste fout is dat we kinderen modellen opleggen en niet naar hen zelf luisteren. Als je het hen vraagt, blijkt dat kinderen graag het recht willen hebben om te werken en geld te verdienen,' zegt Ben White, hoogleraar rurale sociologie aan het Institute of Social Studies in Den Haag (ISS). Een recent onderzoek van de Internationale arbeidsorganisatie (ILO) op de Filipijnen bevestigt zijn waarneming. Hoewel veel van de 3,7 miljoen werkende kinderen in het land klagen over hun arbeidsomstandigheden, wil 54 procent blijven werken.

Ben White stelt vast: 'Kinderen vormen de enige groep op wier uitbuiting doorgaans wordt gereageerd met pogingen ze geheel van de arbeidsmarkt te weren in plaats van hun arbeidsomstandigheden te verbeteren.' Voor volwassenen geldt de combinatie van werken en leren als heilzaam, bij kinderen wordt een harde scheidslijn getrokken: leren is 'goed' en werken is 'fout'. Andere deskundigen wijzen erop dat het uit elkaar trekken van werken en leren niet past bij ontwikkelingslanden. Werken en leren waren daar vaak nauw verstrengeld. Je leerde een vak terwijl je aan het werk was. Het formele onderwijs is in die landen pas in de koloniale tijd gekomen. De westerse aandacht voor onderwijs gaat voorbij aan het feit dat er veel te weinig scholen zijn om alle werkende kinderen te laten leren. Onderwijs is dus niet de oplossing bij uitstek voor de uitbuiting van kinderen - zoals vaak wordt gedacht - maar maakt deel uit van het probleem.

De bestrijders van kinderarbeid bedienen zich van stevige propaganda. In hun campagnes wemelt het van de foto's van aan weefgetouwen vastgeketende bleekneusjes in bedompte ateliers. Schrijnend maar tamelijk uitzonderlijk. Want de overgrote meerderheid van de naar schatting tweehonderd miljoen werkende kinderen is te vinden op het platteland en in de huishouding. En slechts vijf procent verricht slavenarbeid of werk wat daarop lijkt, schat Ben White. In strijd met de visie van de westerse campagnevoerder, werken kinderen bovendien het liefst in de industrie. In de industrie komen tenminste nog vaste arbeidstijden voor, leren kinderen soms een vak en wordt er wel eens loon uitbetaald, hoe weinig het ook is. Werk op het platteland of thuis is eindelozer, uitzichtlozer en rechtelozer en heeft weinig van doen met romantische zaken als natuur en traditie.

Volgens Ben White moeten we af van het idee dat werk kinderen schaadt; het zijn uitbuiting, mishandeling en een gebrek aan ontplooiïngsmogelijkheden die schade toebrengen. Al die zaken treffen kinderen, door hun ondergeschikte positie in de samenleving, meer dan volwassenen. Kinderen hebben dus wel extra vormen van bescherming nodig. Er moet toezicht zijn op hun werk, ze moeten binnen of naast het werk kunnen leren, de tijden en arbeidsomstandigheden moeten worden aangepast. Maar het idee dat ontplooiïng alleen binnen de schoolmuren kan plaatshebben, is een grote misvatting. Juist de in het verleden van de ontwikkelingslanden wortelende combinatie van werken en leren kon wel eens de toekomst hebben: Engelse scholen doen er al experimenten mee.

Wereldwijd tekent zich een voorzichtige koerswijziging af. Tekenend is dat de ILO deze zomer heeft besloten zich in eerste instantie te concentreren op de ergste vormen van kinderuitbuiting, zoals slavernij en prostitutie. Ook vakbonden - FNV - en Unicef laten steeds vaker genuanceerdere geluiden over kinderarbeid horen. Daarbij valt regelmatig het begrip emancipatie. In die aanpak ligt het accent op de zelforganisatie van kinderen. Wereldwijd worden congressen georganiseerd waar kinderen zich zelf uitspreken. Dat betekent een radicale breuk met het door volwassenen gevoerde debat over de voor- en nadelen van boycotmaatregelen. De VN-Conventie voor de Rechten van het Kind uit 1989 ondersteunt deze benadering. Anders dan de oudere en doorgaans serieuzer genomen ILO-conventie tegen kinderarbeid, waar veel ontwikkelingslanden zich tegen verzetten, is dit een zeer breed onderschreven document. Dit verdrag geeft kinderen vrijheid van meningsuiting en recht op hun eigen cultuur en organisatie, hun eigen stem.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.