|
|
Kunst zonder kleren
Artistieke experimenten ontaarden in nietszeggende vrijblijvendheid.
Kunst is een moeilijk onderwerp. Het draagt een aura van verhevenheid in een kring van intimi en de buitenstaander die zich ermee bemoeit, loopt voortdurend het risico voor ketter te worden uitgemaakt. Maar toch. Eind augustus was Kopenhagen het toneel voor de tweede Art meets science and spirituality in a changing economy conferentie. Een boeiend interdisciplinair initiatief - laat dat voorop staan - met een reeks van aansprekende vertegenwoordigers uit de genoemde disciplines. Het idee voor de ontmoeting is afkomstig uit de kunstwereld, van de Duitse schilder Joseph Beuys. Die openheid naar de rest van de wereld toe, is te prijzen. Hard nodig ook, zo bleek in Kopenhagen. De opening van de conferentie werd opgeluisterd met een activiteit in de open lucht van een aantal Deense kunstenaars. Er werden wat stenen gerommeld, bellen gerinkeld, cement gestort, eieren geklutst, glas gebroken, klei gekneed, honing gegoten, servetjes uitgespreid et cetera. Na een uur was de rotzooi compleet, waren de omstanders verkleumd in de avondkou en was ik een kunstillusie rijker. Dat kunst een proces kan zijn dat niet tot esthetische resultaten hoeft te leiden, aanvaard ik graag. Ik heb Indianen prachtige tekeningen zien maken in het zand die ze na voltooiing simpel uitveegden: het ging om het maken niet om het resultaat. Maar zo intrigerend en inspirerend als het proces van de Indiaanse tekeningen was, zo volslagen nietszeggend en belachelijk was het Deense gehannes. De moderne kunst heeft een probleem: te veel mensen laten zich ermee in waardoor er - naast natuurlijk hoogtepunten - een breed scala aan tragische pogingen valt te bezien. Voor elke parel zijn er vele lelijke stenen. Dat is dus niet erg. Het wordt pas erg als stenen als parels worden beschreven. Op dezelfde conferentie in Kopenhagen was een video te zien van een 'kunstenares' die voor de camera een ui met schil en al opat. Kunst? Gelukkig zei de schilder Jacques van der Heyden op het Art meets science-congres dat hij zich geen vertegenwoordiger van de kunst voelde omdat hij zestig procent van de kunst niet begreep en twintig procent niet als kunst beschouwde.
Wie met zo'n 'vrouw eet ui'-video wordt geconfronteerd, snakt naar het kind dat roept dat de keizer geen kleren aan heeft. Maar dat kind komt niet aan het woord in de hedendaagse kunstkritieken. De Groene Amsterdammer (21 augustus 1996) tekent een aanklacht op van Paul Kempers. Hij beschrijft een doordeweekse dag in het Stedelijk Museum in Amsterdam: 'Een man bekijkt hoofdschuddend de Naked Shit Pictures van het Engelse kunstenaarsduo Gilbert & George. Plotseling beent hij op de dienstdoende suppoost af en spreekt deze aan: "Meneer, meneer...mag ik wat zeggen? Die strontkunst...daar vind ik nou geen reet 'an!"...De man is een kunstkritische verademing. Hoe vaak niet lezen we teksten van kunstkritici en tentoonstellingmakers die bedoeld zijn als verhelderende uitleg maar waarin de schrijver er zelden of nooit in slaagt om in begrijpelijke bewoordingen uit te leggen wat de kunstenaar bewogen heeft.' Kempers heeft een paar illustratieve citaten: 'de kunstenaar creëert in zijn werk een "tussenrealiteit" waarin heterogene elementen niet altijd in een logisch verband staan', of 'de videofilmpjes verraden iets van het onophoudelijke komen en gaan van sculpturale inventies'. Voor wie betekenen zulke zinnen nu iets?
Maar het is niet alleen de kunstkritiek die de relatie met de werkelijkheid heeft verloren - wat moet een mens schrijven over een video van een uien etende vrouw? Kunst moet vernieuwen en uitdagen, grenzen verleggen. Maar dat proces werkt alleen als er ergens een herkenbaar aanknopingspunt is van waaruit de grenzen kunnen worden verlegd. Daarom vraagt kunst ook om participatie. Het Britse actieblad Red Pepper stelt dat onomwonden in een artikel dat begint met: 'Misschien is een galerie de beroerdste plaats om kunst te zien?' Goede vraag, als je bekijkt welke hordes langs de musea trekken voor de steeds weer opduikende mega-tentoonstellingen in de hoofdsteden. Een massa schuifelt langs kunstwerken tegen een achtergrond van steriele witte muren. Red Pepper trekt een vergelijking met voetbalkampioenschappen. Zo'n evenement trekt ook veel bezoekers die in het geheel niet in voetbal zijn geïnteresseerd. Wat de kunsttentoonstellingen betreft uit zich dit in een saillant detail: de meest bekeken schilderijen tijdens de recente tentoonstellingen van Velazquez in Madrid waren werken die gewoonlijk ook in het Prado hangen. Tijdens de Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis stonden er dagelijks honderden mensen - vooral ook Nederlanders - te dringen voor het 'Gezicht op Delft'. Thans heeft een bezoeker dat beroemde schilderij weer voor zichzelf 'alleen'. De belangstelling voor deze grootschalige kunstevenementen heeft meer weg van snobbisme.
Kunst moet niet worden vereerd, maar worden beleefd, aldus Red Pepper. Kunst kan tijdelijk zijn en humoristisch. Kunst kan zich uiten in hedendaagse taal en geïnspireerd zijn door hedendaagse kwesties. Het blad beschrijft vervolgens uitvoerig het Nosepaint-initiatief van enkele Britse kunstenaars. Nosepaint organiseert 'evenementen' - dus niet: exposities! - op plaatsen waar kunst normaal gesproken niet te zien is, zoals op straat. Een voorbeeld: enkele artiesten stelden de commercialisering van het milieu ter discussie door in de herfst in een Londense straat streepjescodes te bevestigen op vallende blaadjes. Een onvermijdelijk en ook bedoeld gevolg van zulke evenementen is interactie met het publiek. En daarmee komt kunst weer dichtbij de samenleving. Daar ligt ook de waarde van de interdisciplinaire ontmoeting van het Arts meets science-congres. Red Pepper: 'Kunst, publiek en de omgeving smelten samen in betekenisvolle gebeurtenissen.' Zulke evenementen lopen natuurlijk ook het risico te ontaarden in gerommel met stenen, zoals het voornoemde Deense voorbeeld. Maar waar de activiteiten worden gemotiveerd door politieke overtuigingen - zoals bij Nosepaint - is dat risico niet groot. In San Diego hebben kunstenaars een vuilnisauto bekleed met spiegels: de weggooiende mens ziet zichzelf gespiegeld in de wegwerpsamenleving. Geen vrijblijvend gerommel met uien of stenen, maar kunst met betekenis die gelukkig niet in een gallerie past. JJK
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.