|
|
Individualisme is een doodlopende weg
Waarover gaat het leven? Waar doen we het voor? Lastige vragen die steeds meer levens verstoren. Weinigen vinden nog troost in de antwoorden van een kerk, meer en meer mensen gaan op zoek naar hun eigen levenszin. In een serie vraaggesprekken gaat Ode op zoek naar visies op de zin van het leven. Deel 1: Freek de Jonge.
De zalen blijven volstromen. Het applaus houdt onverminderd aan. En aan inspiratie - nieuwe teksten, nieuwe liedjes, nieuwe programma's - geen gebrek. Toch zegt hij: 'Ik ben monddood.'
De waarneming doet pijn en is het begin van een persoonlijk verhaal, van een worsteling die de leegte en de gebreken van het moderne leven schetst. Hij spreekt de wens uit 'een beschaafde, oudere meneer' te worden maar ziet om zich heen slechts meer tekenen die schreeuwen om dezelfde boodschap, óók zijn boodschap: 'Ik ben er in dit leven om de mensen die de illusie hebben dat ze het zeker weten, te ondermijnen.' Zijn pijn is dat de 'zeker-weters' nog steeds aan de macht zijn terwijl zijn pogingen om de keizer van zijn kleren te ontdoen als herhaling van een bekend repertoire worden weggewuifd. Die pijn reikt voorbij een gekwetst ego - 'je hebt je eigen emoties verkocht voor succes en vervolgens word je een junkie van dat succes' - naar de oprechte overtuiging dat het allesoverheersende gezag van de rede naar het failliet van de mensheid voert. De woordkunstenaar formuleert bondig als hem wordt gevraagd naar het belang van 'geloof': 'Dat is precies het probleem van deze wereld: je moet niet geloven, je moet zeker weten.'
Gedrevenheid is natuurlijk in eerste instantie mooi omhuld en verguld door allerlei idealen maar je moet op zeker moment ook nuchter vaststellen dat die gedrevenheid voornamelijk persoonlijke ambitie is. En het succes de streling van je ego. Je inzicht verandert met de leeftijd ook zodanig dat je, wat je als vijfentwintigjarige met veel verve durfde te beweren, op je vijftigste echt niet meer uit je bek kunt krijgen.'
'De meeste mensen zijn in slaap - zij weigeren de helft van hun potentie aan te spreken en zitten gevangen in het keurslijf van de rede. We worden door hen geregeerd. Zij voorzien ons van nieuws, van wat wij als nieuws moeten ervaren. Kijk maar naar de belangrijke kranten, tijdschriften en nieuwsrubrieken. Een hele hoop columnisten schrijft stukjes die zo ontzettend beperkt zijn. Ze dragen nergens toe bij. Je kan er soms wel eens om lachen maar de instelling van waaruit het wordt geschreven is niks. Ze zijn allemaal doof, blind en in slaap maar ze hebben het wel voor het zeggen.'
'Iemand als Kok vind ik in wezen een levensgevaarlijke politicus. Die is alleen bezig met pappen en nat houden. Met niets veranderen terwijl de wereld juist in één grote staat van verandering verkeert. Het is tamelijk cynisch. Ik denk dat het fascisme - vooral de nazi's - voor ontzettend veel mensen het idee heeft verwoest dat er ook maar iets mogelijk was vanuit positief denken. De overwinning op de nazi's was een pyrrhus-overwinning en ongelooflijk veel van hun ideeën worden vandaag in praktijk gebracht. De tragiek is dat iemand die goed wil zijn de perfectie nooit haalt terwijl iemand die slecht is aardig in de buurt van het perfecte kwaad kan komen. Als je streeft naar perfectie kun je dus beter heel slecht dan heel goed zijn. Hier ligt ook de handicap voor het holisme van het new age denken. Mensen zijn bang dat de vage slogans en de focus op het gevaar van het ondermijnen van de natuur onherroepelijk weer naar die weg leiden.'
We komen uit bij Adam en Eva en de eeuwige strijd tussen goed en kwaad. Een conflict waarmee de westerse beschaving ondanks alle materiële vooruitgang weinig is opgeschoten. Misschien heeft het streven om de wereld in te richten het morele dilemma slechts verscherpt. De keuze van andere samenlevingen houdt het Westen in dat opzicht een spiegel voor. Freek de Jonge vertelt over de Aboriginals die hun wereld schilderen om elkaar uit te leggen hoe het land eruit ziet. De moderne wereld heeft deze 'landkaarten' inmiddels als kunst ontdekt. En met die ontdekking kwamen handelaren. Een van hen bezocht onlangs weer een groep Aboriginals in een uithoek van Australië om kaarten aan te kopen. Het was een warme dag en de handelaar pakte een steen op uit het gras en ging daarop zitten onder een boom. Het gesprek werd gevoerd waarna de handelaar in zijn auto stapte en wegreed. In zijn spiegel zag hij nog juist hoe een van de Aboriginals de steen oppakte en teruglegde op de plaats waar hij vandaan kwam.
'Fantastisch toch. Dat geeft precies onze ontwikkeling aan. Wij zijn zo hoogmoedig geworden. Ik bedoel, die steen staat natuurlijk voor oorlogen, voor bossen wegvagen, bergen afgraven. We hebben gigantisch ingegrepen maar met welk doel. Is het doel dat op iedere vierkante centimeter van de wereld straks een mens moet staan? We zijn bezig levens te verlengen, we sluiten allerlei doodsoorzaken uit om meer mensen op de wereld te houden. Als je de steen laat liggen, is het doel van het leven heel simpel. Dan zijn ruimte en tijd onzin. De steen die tien miljoen jaar op dezelfde plaats heeft gelegen, blijft daar liggen als plaatsbepaling. Mensen hebben de steen laten liggen voor degenen die na hen leefden. Iemand die uit de dood zou terugkomen, zou zijn weg weer kunnen vinden. Als de steen op zijn plaats ligt, is dat een objectieve waarheid. Zodra je hem verplaatst, krijg je conflicten - terugleggen of niet, op de juiste plaats of niet. En de mens raakt zijn eigen plaats kwijt. De nakomelingen weten niet meer waar de voorouders zijn geweest. Omdat wij zijn begonnen stenen te verplaatsen, hebben wij een boekenkast vol met geschiedenisboeken.
De Verlichting heeft ons de illusie gegeven dat het denken zou triomferen, dat dat ons heil zou brengen. Het gevolg is geweest dat de mens steeds meer op zichzelf is komen te staan. Maar het individualisme is een volstrekt doodlopende weg. De mens wordt alleen maar eenzamer. Je wordt bang dat je iemand tegenkomt die kritiek op je zou kunnen hebben. Dus ga je echte communicatie uit de weg. Er ontstaat een soort stupide consensus-gedrag. Iedereen heeft zijn eigen problematiek heilig verklaard. Die houding uit zich ook in een fatalistische visie op de toekomst: het gaat eindigen maar het prettige is dat 'ik' met mijn dood de hele wereld meeneem. Dat is natuurlijk het toppunt van individualisme. Met mij eindigt het want hoe kan het zonder mij verdergaan. Daarom werkt iedereen ook zo hard. Iedereen maakt zich onmisbaar. Vandaar die idiotie met al die telefoons.'
Ik ben een medium. Door mij komen signalen die hoe dan ook voor mij - maar vaak tevens voor een grotere groep mensen - van belang zijn. Er zijn door de eeuwen heen sprekers - orakels - geweest die iets expliciet moesten maken en daarvan ben ik er een. Ik kan wel de illusie hebben dat ik mijn werk stuur maar het zou stom zijn om te denken dat ik het allemaal zelf heb bedacht. Als ik terugga naar mijn eerste programma dan heb ik daar verstandelijk heel weinig aan bijgedragen. Dat is één grote rare roes geweest van iets neerkladden.
Welke remedie bestaat er nog tegen het allesoverheersende en alles verdelende ego? Met het verplaatsen van de steen, heeft de mens zich losgemaakt van de schepping. De natuur werd een leverancier van de cultuur. En de lijm die die beide elementen bijeenhield - de religie - laat steeds meer los.
'Bij godsdienst hoort het besef dat je het leefbaar moet houden. Dat je ervoor zorgt dat er binnen je omgeving geen conflict uitbreekt dat de collectieve overleving bedreigt. Godsdienst doet dat via rituelen en offers. Het offer is een relativering van de materie - en van jezelf - en dat hebben we simpelweg geëlimineerd. Wij kunnen helemaal niet meer offeren. Het is geen kunst om als je duizend gulden per week verdiend, vijf gulden aan de kankerbestrijding te geven. Offeren: dat is Abraham die die berg oploopt om zijn zoon Isaac te offeren. Offeren is een moment dat je wordt gedwongen jezelf wezenlijke vragen te stellen maar wij worden tegenwoordig ontmoedigd in het stellen van zulke vragen. Wat heeft het voor nut om moeilijk te doen, heet dat.
Vroeger zat je op zondag in de kerk een uurtje bij elkaar. Arm en rijk. Die beleving was voor de gemeenschap heel belangrijk. Dat gevoel is verplaatst naar de voetbalstadions. Daar zie je de godsdienstige patronen terugkomen met Van Hanegem en Kieft die naar de aarde zijn gestuurd om ons uit te leggen hoe het in elkaar zit. Zelfs de scheiding tussen de preciezen van Studio Sport en de rekkelijken van Sport 7 is herkenbaar. Het gekke is dat de supporters één zijn in de beleving van het spel maar dat zij zich als tegenstanders opstellen. De Ajax-supporters roepen: "PSV dood!". Maar ze denken er niet over na tegen wie Ajax moet spelen als PSV inderdaad dood is. Daarom is het zo belangrijk om gemeenschappelijk voor iets vaags - zoals godsdienst - te zijn. Als je gemeenschappelijk aan iets concreets gaat denken, leidt dat altijd tot fanatisme.
Het tragische van het Christendom is dat de kerk toen hij onder druk kwam te staan en de mensen riepen "God bestaat niet" zich ook met aardse zaken is gaan bemoeien. In plaats van verticaal ging de kerk horizontaal aan de slag. Dan kom je op een gegeven moment in het sociale werk en dat past juist niet. Je ziet het gebeuren bij de EO op zondagmorgen. Daar zit dan een meisje - een prachtig, onschuldig meisje aan wie iedere Dutroux in ons land zich zou vergrijpen - en die zegt dat zij een persoonlijke relatie met God heeft, dat hij haar vriend is en dat zij daar Jezus niet bij nodig heeft. En dan komt de presentator - ook zo'n man die het weet - met een stuitend, harteloos verhaal en je ziet dat meisje helemaal raar wegtrekken in haar gezicht. Voor die man is de theorie belangrijker dan de praktijk. Liefdeloos en zo volkomen zielloos en zonder inhoud. Het concept van iets buiten onszelf stellen - God bijvoorbeeld - is gewoon achterhaald. Dat geldt evenzeer voor de Indiase goeroe's. Er moet iets radicaals gebeuren om ons te doen beseffen dat we meer zijn dan ons ego. Zoals mensen nu tot ontdekking komen dat een telefoon niet alleen een apparaat is waarmee je met elkaar kunt praten maar ook een leiding waarmee je nog veel meer kunt doen. Er moet iets in ons bewustzijn komen dat het ego - dat volkomen onhanteerbare gedeelte van jezelf dat je leven het meest bepaalt en waarover je het minst hebt te zeggen - ondergeschikt en onbelangrijk maakt. Misschien een ander inzicht. Misschien de ontdekking van een andere beschaving in het heelal. Dat is de "redding" die in science fiction-films wordt gesuggereerd. Een beschaving waarmee we een nieuwe oplossing vinden of waarmee de strijd aangaan. Op deze wijze maakt de mens zichzelf snel overbodig op deze planeet. Hij maakt zijn eigen leven onmogelijk en dat komt waarschijnlijk omdat hij al zijn natuurlijke vijanden heeft uitgeroeid. De enige vijand die hij nog heeft, is hijzelf. En daar verliest hij van. De mens moet kapot omdat hij superieur is. Het kan niet anders, anders gaat de rest eraan. Zo is het met de dinosaurus ook gegaan. Er moeten altijd dingen verdwijnen. En de dinosaurus 'dacht' - zoals de mens nu - dat de wereld verging. Maar dat was niet zo. De wereld vergaat natuurlijk nooit. Degenen die hier ooit weer goed zullen functioneren, zullen geen mensen zijn. Tenminste niet mensen met ons soort beperkt denken.'
Ik vind dat ik trouw moet zijn aan mijn roeping. Het is krankzinnig dat dat in onze tijd gepaard gaat met hele merkwaardige, afgeleide dingen als cd's, video's en televisieshows. In mijn hart heb ik toch ergens het idee dat ik die roeping zou moeten vervullen zonder dat daarmee geld is gemoeid. Het is in zeker opzicht belachelijk dat ik rijk word van de dingen die ik zeg. Het is paradoxaal, ik wil juist een andere nadruk leggen.
Maar de handdoek gaat niet in de ring. Freek de Jonge wil niet verder als onheilsprofeet. Zoals hij het zelf zegt: 'de analyse is makkelijk gemaakt, het gaat erom hoe we verdergaan.' Er zijn auteurs - zoals de Britse wetenschapper Peter Russell (zie ook pagina ...) - die suggereren dat de egoïstische materiële wedloop van de mens een proloog is die moet leiden tot een verdieping van het bewustzijn: na het onderzoek van de materie volgt het onderzoek van de geest. De Jonge verzet zich tegen de suggestie van 'onderweg zijn'. Dat beeld roept de gedachte van een begin- en een eindpunt op. Dat is hem te veel bedacht en beredeneerd. De werkelijkheid is een evolutie waarvan we het begin- en het eindpunt niet kennen. Binnen die evolutie ziet ook Freek de Jonge het geestelijke domein thans als de voornaamste uitdaging.
'Ik denk dat het de taak is van het geestelijke individualisme van de new age om mensen in elk geval het idee te geven dat we de aarde - en de voortgang van de mens op de aarde - nogmaals moeten benoemen tot ons doel. Een menswaardig bestaan voor onze kinderen en kleinkinderen, zie ik als de zin van ons leven. En het gaat om samenzijn. Eten maken voor elkaar. Schrijven aan elkaar, schilderen voor elkaar. Het is vreemd dat er altijd wordt gesproken over de idealen van de jaren zestig alsof we dat hebben gehad, alsof het voorbij is. Dat begrijp ik niet. Dat waren goede gedachten waarvan je nog steeds hoopt dat ze doorgevoerd worden. Kijk naar die krankzinninge inspanningen van Amerika nu weer om Saddam Hoessein de nek om te draaien. Al dat geld dat wordt geïnvesteerd om bommen op Baghdad te gooien. Als ze nou eens voedselpakketten zouden uitwerpen, zou de bevolking snel genoeg tot de conclusie komen dat je Amerika beter te vriend kan houden. De roep van de jaren zestig, was de roep van creativiteit. Maar we raken zo vaak verstrikt tussen doelen en middelen. Mensen formuleren een doel en creëren een structuur die dat doel moet verwezenlijken. En vervolgens dreigt die structuur het doel te worden. Dat zie je ook in je eigen leven. Je moet je voortdurend afvragen: wat wil ik nou eigenlijk? En is alles in mijn leven daarop gericht of ben ik ook met dingen bezig die daarmee niets hebben te maken?'
Een van de grote problemen voor mijn persoonlijke leven is de claim die er op je wordt gelegd. Ik ben voortdurend bezig met het afhouden van vragen. Dat buiten de deur houden kost ontzettend veel energie. Het wordt een gewoonte. Zelfs ten opzichte van de mensen die dichtbij je staan, neem je een houding aan van 'ik ben even bezig'. Ik ervaar dat zelf eigenlijk pas recent als pijnlijk. Ik leef al heel lang met mensen die ik in wezen te kort doe. Ik houd af en stel mij gereserveerd op omdat ik bang ben ergens in verzeild te raken. Maar die angst is volkomen fictief. Het is juist de bedoeling van elke relatie dat je ergens inkomt. Maar op een gegeven moment kun je niet meer onderscheiden tussen de vragen van vrienden en die van organisaties als Greenpeace en Amnesty International - waarmee ik het overigens allemaal ontzettend eens ben. Ik kan niet alle brieven beantwoorden.
'Spiritualiteit is voor mij ont-moeten. Niet gedwongen zijn. De spiritualiteit zorgt er ten alle tijde voor dat er tientallen manieren zijn en dat je nooit moet, dat niks in je leven moet. Als je iemand tegenkomt die ook van dat besef is doordrongen, die geen oordeel heeft, kun je wezenlijk uitwisselen. Dan voel je je gemakkelijker en dat lucht op. Spiritualiteit hoeft voor mij volstrekt niet gedefinieerd of benoemd te worden, het begrip hoeft ook totaal niet aan God of 'het hogere' te worden gekoppeld. Spiritualiteit is niet: even op de knieën en dan is het weer over. Zo werkt het dus niet. Spiritualiteit is iets naast de werkelijkheid dat van ontzettend groot belang is om jezelf en de wereld te kunnen relativeren.
Ja, ik geloof in verlichting. Zeker. Maar zeker niet voor mij. En ook niet voor een heleboel mensen die daarover praten. Maar er lopen op deze aarde verlichte mensen rond. En hun probleem is dat zij geen problemen meer hebben. Daarom kunnen zij niet bij ons en wij niet bij hen komen. Zij kunnen zich niet verplaatsen in ons problematisch wereldbeeld. En wij kunnen niet met het idee omgaan dat er geen problemen meer zijn. Als ik tegen Hella zeg als ik verlicht ben dat ik niet meer van haar ben omdat ik van iedereen evenveel hou, is dat voor haar onverdraaglijk. Ik hou nu juist zoveel van haar dat ik haar dat niet kan aandoen. Ik kan dus niet verlicht worden. Het is dan ook niet iets waar ik achteraan jaag. Ik vind het prachtig om dingen te lezen van hele wijze mensen en om te zien hoe simpel het leven in wezen is. Het leven wordt alleen maar gecompliceerd als je je gebonden voelt aan allerlei dingen. Spiritualiteit is de wetenschap dat het allemaal niks voorstelt en dat niks hoeft. Dat we het allemaal hebben verzonnen en bedacht.Dat we het onszelf hebben opgelegd. maar dat het mogelijk is om eraan te ontkomen.'
Ik voel mij altijd heen en weer geslingerd tussen het klooster en Las Vegas. Ik weet dat het in het klooster is maar in Las Vegas krijg ik het.
Het gesprek eindigt bij een nieuw programma. Een tocht, toepasselijk. Freek de Jonge gaat met een pont van de Oostzee naar de Westzee en van de Noordzee naar De Zuidzee. Eerst de Zaan over en vervolgens het Noordzeekanaal. Een levenstocht naar de uithoeken van het bestaan die uitkomt in het nu. En bij het geluk dat altijd en overal voor het grijpen ligt.
'We leven tussen de overtuigingen dat het vroeger beter was en later beter zal worden. Maar de toekomst van vroeger is nu. Sommige mensen zeggen dat zij aan het werk zijn om later gelukkig te zijn. Dat is onzin. Straks bestaat niet. Er is geen enkele reden voor een mens om niet gelukkig te zijn. Geen enkele ondanks de waanzin die er gaande is. Je hebt je vrije wil om te bepalen of je wel of niet gelukkig wilt zijn. Je lot is voor een groot deel bepaald door hoe je bent geboren maar ik denk dat er een ruimte is van zo'n vijf procent waarmee je je eigen leven kunt maken. Ik denk dat je onder alle omstandigheden - zelfs als je op straat leeft - kunt kiezen of je gelukkig wilt zijn of niet. En ik geloof dat het enige eerlijke in je bestaan is dat iemand die in een paleis woont niet per definitie gelukkig is.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.