Email   Print

God staat op drempel van de wetenschap

De wetenschap weet weinig raad met het bewustzijn. En voor God is al helemaal geen plaats in de natuurwetenschappen. Peter Russell denkt dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen ook bij God zal brengen.

Peter Russell | 11 november/december 1996 issue

Wat heeft de wetenschap met bewustzijn te maken? Van oudsher vrij weinig. Het bewustzijn is een weersbarstig studieobject. Je kunt het niet fixeren en meten als een materieel voorwerp. En de onzekerheden van de persoonlijke ervaring doorkruisen ons streven om bij universele waarheden uit te komen. Dus heeft de wetenschap in grote trekken het bewustzijn buiten beschouwing gelaten.
Wanneer bemoeit de wetenschap zich met God? Nog minder vaak. Waar we het bestaan van een bewustzijn wel moeten accepteren - hoe lastig dat ook is - heeft God in het geheel geen plek in het natuurwetenschappelijke wereldbeeld. De moderne wetenschap heeft zijn blikken gericht op de 'verre ruimte' aan de grenzen van het heelal, terug naar de 'verre tijden' aan het begin van de schepping, en diep in de 'verre structuren' van de meest elementaire bouwstenen van de materie. In al deze gevallen is er geen plek voor of behoefte aan God. Het universum redt zich prima zo, is de mededeling.

Dit is de gebruikelijke benadering. Maar er is iets aan het veranderen. Oude grenzen verdwijnen gaandeweg. Er zijn aanwijzingen dat deze drie terreinen, die voorheen niets met elkaar te maken hadden, toch wel degelijk een verband vertonen. Als we het willen hebben over de grenzen van de hedendaagse wetenschap, moeten we niet uit het oog verliezen dat we praten over het huidige paradigma, niet over de wetenschap als een menselijke bezigheid. Een wetenschappelijk paradigma is het stelsel van uitgangspunten waarbinnen een betreffende wetenschap functioneert. De quantummechanica, de evolutietheorie van Darwin en de psychoanalytische theorie van het onderbewuste zijn allemaal voorbeelden van een paradigma. Het heersende wetenschappelijke wereldbeeld beschouwt de materie als de primaire realiteit. Als we volledig doorgronden hoe de tastbare wereld in elkaar steekt, zullen we volgens deze opvatting alles kunnen verklaren - met inbegrip van de menselijke geest. Dit is meer dan louter een paradigma binnen een bepaalde studierichting. Dit geloof wordt door vrijwel elke tak van wetenschap gedeeld. Het heeft meer weg van een 'superparadigma'.

Indien het bewustzijn voortkomt uit de materie - zoals het vigerende superparadigma beweert - ligt de vraag voor de hand wanneer het voor het eerst opdook. Heeft een dier - een hond bijvoorbeeld - een bewustzijn? Voor zover we weten, zijn honden zich niet van zichzelf bewust zoals wij dat zijn, ze denken niet na in woorden, en ze redeneren waarschijnlijk niet zoals wij. Maar wil dat zeggen dat ze geen persoonlijke ervaringen kennen, zoals Descartes meende? Voor zover ik kan beoordelen, ervaart mijn hond de wereld om haar heen. Ze voelt duidelijk iets wanneer haar pijn wordt gedaan. En als ze slaapt, lijkt ze te dromen. Haar poten en tenen trekken samen alsof ze een imaginair konijn heeft geroken. De suggestie dat ze geen bewustzijn heeft - en slechts een gevoelloze biologische machine is zonder innerlijke wereld - lijkt bespottelijk.

Bij de benadering van dergelijke vraagstukken is het nuttig om een onderscheid te maken tussen twee veelomvattende maar duidelijk onderscheiden betekenissen van het begrip 'bewustzijn'. Ten eerste zijn er de diverse subjectieve verschijnselen en gebeurtenissen die wij ervaren - onze waarneming van de wereld om ons heen, onze gedachten, ideeën, opvattingen, normen, gevoelens, emoties, hoop, angsten, voorgevoelens, dromen en fantasieën. Deze noem ik tezamen 'de inhoud van het bewustzijn'. Het bewustzijn in de betekenis van 'denkvermogen' onderscheidt zich van al deze zaken - het vermogen om een innerlijke mentale wereld te hebben waarin deze ervaringen zich afspelen. De inhoud van ons bewustzijn kan enorm verschillen - we zien andere dingen, denken andere gedachten, voelen andere emoties, koesteren andere normen - maar we hebben allemaal gemeen dat we bewust zijn. Zonder dit vermogen zou er geen persoonlijke ervaringswereld kunnen bestaan.

Een analogie met de schilderkunst is hier niet misplaatst. Het schilderij staat dan voor de inhoud van het bewustzijn, het linnen waarop het is geschilderd, vertegenwoordigt het denkvermogen. Op het linnen kan een oneindig aantal voorstellingen worden geschilderd maar welke dit ook zijn, ze delen alle de eigenschap dat ze op een doek zijn aangebracht. Zonder het linnen zou er geen schilderij bestaan. Het verschil tussen honden en onszelf zit hem niet in het bewustzijn als eigenschap, maar in de zaken waarvan ze zich bewust zijn - in de inhoud van hun bewustzijn. Wellicht redeneren honden niet zoals wij dat doen. Daar staat tegenover dat honden geluid van een hoge frequentie kunnen horen dat ons ontgaat en dat hun reukvermogen het onze verre overtreft. Wat betreft de zintuigelijke waarneming van de leefomgeving zijn honden zich misschien wel van meer bewust dan de menselijke soort. Als honden een denkvermogen hebben, dan geldt dezelfde redenering voor katten, paarden, herten, dolfijnen, walvissen en andere zoogdieren. Als zoogdieren met een bewustzijn behept zijn, zie ik geen reden om aan te nemen dat dit voor vogels niet geldt. Ik heb papegaaien meegemaakt die even bewust leken als honden. En reptielen dan, en vissen? Hun zenuwstelsel vertoont geen enkele bijzonderheid die zou aangeven dat ze geen innerlijke belevingswereld hebben.

Dus waar trekken we de grens? Bij de ongewervelde dieren? Insecten hebben zintuigen en een zenuwstelsel. Waarom zouden ze dan een overeenkomstig niveau van innerlijke beleving missen? Het schilderij dat op het linnen van hun geest ontstaat, kan onvergelijkbaar zijn met het onze maar ik zie geen reden om eraan te twijfelen dat er een schilderij is. Het lijkt me logisch dat een organisme een zekere mate van innerlijke beleving kent als het op een of andere manier gevoelig is voor zijn omgeving. Als een bacterie gevoelig is voor trillingen, sterk licht of hitte, kunnen we dan volhouden dat hij een overeenkomstig niveau van bewustzijn ontbeert? Het schilderij dat er ontstaat kan te vergelijken zijn met een uiterst vage gekleurde veeg - vrijwel niets, vergeleken met de rijkdom en finesse van de menselijke ervaring maar niet totaal afwezig. Hoever mogen we afdalen? Gaat hetzelfde op voor virussen en DNA? En zelfs voor kristallen en atomen?

De filosoof Alfred North Whitehead stelde dat het bewustzijn het gehele spectrum doorloopt. Hij zag het als een onvervreemdbare eigenschap van de schepping. Volgens deze zienswijze heeft zich tijdens de evolutie van het leven niet het bewustzijn als eigenschap ontwikkeld maar de verschillende kwaliteit en dimensies van de bewuste ervaring - de inhoud van het bewustzijn. Bij het beschouwen van onze innerlijke ervaringen kregen we het gevoel dat er een 'ervaarder' moest zijn, een zelf dat al deze ervaringen had, dat al die beslissingen nam, en al die gedachten dacht. We hadden de taal gebruikt om vrijwel al het andere binnen onze ervaringswereld te benoemen, dus leek het een vanzelfsprekende stap om ook dit zelf - wat het ook was - een benaming te geven. We noemden het 'ik'. Maar wat was dit zelf? Waar leek het op? Waar zou het kunnen zitten? De Schotse filosoof David Hume heeft langdurig in zijn binnenste gekeken, op zoek naar iets dat hij oprecht zijn eigen zelf kon noemen. Maar hij trof niets anders aan dan allerlei gedachten, gewaarwordingen, beelden en gevoelens. En hij vond zijn zelf nooit omdat hij op de verkeerde plek aan het zoeken was. Hij zocht op het terrein van de ervaring, binnen de inhoud van het bewustzijn. Maar het zelf kan per definitie niet bij de inhoud van het bewustzijn horen. Het ervaart zelf de gehele inhoud van het bewustzijn. De enige andere mogelijkheid is dat deze gewaarwording van een zelf iets te maken heeft met het hebben van een bewustzijn als zodanig. Maar als dit het zelf is dat we in ons binnenste ervaren, dan is het geen individueel, persoonlijk zelf. Het is geen zelf dat bepaalde trekken of kenmerken heeft. Het is niet iets dat kan worden waargenomen of gekend, zoals we andere zaken waarnemen of kennen. Het is geen uniek zelf. Het is iets dat we allemaal gemeen hebben. Het is het schilderslinnen van de geest.

Omdat het gevoel dat we een uniek, ondeelbaar zelf zijn zo dwingend is, blijven we op zoek naar een zekere identiteit in onze verschijningsvorm. We ontlenen een beeld van wie we zijn aan onze gedachten en herinneringen, ons lichaam en ons voorkomen, aan wat we doen en tot stand hebben gebracht. Maar een dergelijk zelf is altijd de speelbal van wat er om ons heen gebeurt. Dus meten we onszelf voortdurend een houding aan, blijven we maar dingen kopen die we niet echt nodig hebben, en zeggen we van alles dat we eigenlijk niet menen - allemaal teneinde dit geconstrueerde beeld van een zelf te versterken.

Als dit zelf bedreigd wordt, zal dit hoogstwaarschijnlijk angst opwekken. Angst is van grote waarde als je lijfelijke zelf gevaar loopt. Zonder deze angst zouden we het niet lang volhouden. Maar angst is geen passende respons als een kunstmatig psychologisch zelf wordt bedreigd. Onnodige angst kan leiden tot stress, en vandaar tot diverse lichamelijke, mentale en emotionele stoornissen. De angst dat ons gevoel van identiteit kan worden beschadigd, brengt ons tot kritiek op de mensen met wie we in contact komen en samenleven. Een kritische geest is doorgaans geneigd tot het oordeel en de aanval. Het is geen geest vervuld van mededogen en warmte. Angst leidt ook tot bezorgdheid. We maken ons zorgen over wat we vroeger hebben gedaan, en over wat ons later nog kan overkomen. Maar zolang onze aandacht gevangen zit in verleden of toekomst, is hij niet bij het hier en nu.

Misschien schuilt de treurigste ironie wel hierin dat deze zorgen ons belemmeren om te vinden waarnaar we werkelijk op zoek zijn. Uiteindelijk willen we ons allemaal van binnen goed voelen. Logisch genoeg willen we geen pijn meemaken en niet lijden, en meer gemoedsrust ervaren. Maar een geest die het druk heeft met piekeren kan niet tegelijk tot rust komen. Andere dieren, die geen taal hanteren, die niet bij zichzelf te rade gaan, die geen behoefte voelen om een gefingeerd gevoel van identiteit in stand te houden, hebben dergelijke angsten niet. Ze zijn waarschijnlijk een groot deel van de tijd innerlijk gerust.

Het lijkt erop dat taalgebruik ook zijn schaduwkanten heeft. De taal is van onschatbare waarde bij de overdracht van kennis en ervaring - zonder taal was er nooit een menselijke cultuur opgebloeid. En de neiging om onze gedachten in woorden te vormen kan erg nuttig zijn als we onze aandacht ergens op willen richten, een situatie willen analyseren of plannen willen opstellen. Maar de rest van wat wij bij elkaar denken is voor een flink deel volslagen overbodig. Als ik mijn eigen geest onder de loep neem, lijkt mij dat ik beter af zou zijn als ik negentig procent van mijn gedachten kon schrappen.

Als mijn aandacht voor de helft in beslag wordt genomen door dat stemmetje in mijn hoofd, is die helft niet beschikbaar om andere zaken op te merken. Ik ben - om kort te gaan - maar half bij bewustzijn. Dat we toevallig de gave bezitten om in woorden te kunnen denken, wil nog niet zeggen dat we dit de hele tijd moeten doen. Dit feit hebben vele spirituele leermeesters ingezien. De meesten hebben meditatie- of gebedstechnieken ontwikkeld die bedoeld zijn om de stem in ons hoofd te laten zwijgen, en aldus de geest tot rust te brengen. Dit is de letterlijke betekenis van de Indiase woord samadhi : 'een geest in ruste'. Een geest die tot rust komt verkeert meer in het heden, en kent meer vrede.

Deze natuurlijke geestestoestand is ons evolutionaire erfgoed. Het is de staat van genade waarheen we zo graag willen terugkeren waaruit we werden verdreven toen de taal ons bewustzijn in beslag nam. En pas als de geest volkomen in rust is, voegen de wijzen hier bovendien aan toe, leren we onze ware identiteit kennen. Dan weten we dat we onze kern raken, het vermogen tot bewustzijn dat alle wezens innerlijk verlicht. Zoals de Chandogya Upanishad het pakweg drieduizend jaar geleden al stelde: 'Wat de essentie is van alle dingen, dat bent gij.'

De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de 'verre geest'. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten. Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen - die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn. Deze mogelijkheid is absoluut taboe binnen het hedendaagse wetenschappelijke superparadigma. Het is als Galileo die het Vaticaan mededeelt dat de Aarde niet het centrum van het heelal vormt. Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma's van het volgende millenium eruit zullen zien?

Een wetenschap die de verre geest niet buitensluit zou een waarlijk allesomvattende wetenschap zijn. Zo'n wetenschap zou de bron van al onze onnodige angsten herkennen, begrijpen waarom we het leven niet tot zijn volle vermogen kunnen leven, waarom we innerlijk geen rust kennen. Het resultaat van een dergelijke wetenschap zou de ontwikkeling zijn van innerlijke technieken die ons helpen om de geest te kalmeren en onze angsten te overstijgen. Het zou een wetenschap zijn die zorgt dat wij de baas worden van onze gedachten, in plaats van de slaaf. En klinkt dat niet als een opgave die de moeite waard is?




Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.