|
|
Teleurgesteld maar veilig
Cynisme is een verdediging tegen afwijzing en schaamte
Baby's en peuters kijken ons recht in de ogen maar volwassenen kunnen elkaar niet recht aankijken. Die ontwikkeling in onze cultuur - van open contact tot de afgewende blik - heeft te maken met het geleidelijk ontstaan van cynisme dat voortkomt uit schaamte. Cynisme is een poging om een pijnlijk gevoel van kwetsbaarheid voor afwijzing en schaamte te vermijden.
Kinderen leren dat onze ogen een middel zijn om contact te maken met andere individuen. Ze leren dat openheid en contact kwetsbaarheid met zich meebrengen. Ze merken dat ze de mogelijkheid hebben om zichzelf, hun verlangens en behoeftes, te laten zien, en vervolgens kunnen worden afgewezen of - wat soms nog erger is - kunnen worden genegeerd. Wanneer een kind iets oprecht tot uiting brengt en de omgeving reageert er niet op - in het gunstigste geval - of wijst het kind af - in het ongunstigste geval -, is het resultaat een persoonlijk gevoel van vernedering en schuld. Het kind zal denken: er is iets mis met mij, iets dat afstoot of mij onbelangrijk maakt. Kinderen nemen altijd zelf de verantwoordelijkheid voor teleurstelling en afwijzing op zich. Dus sluiten ze hun ogen, beperken ze hun blik, ontwijken hun verlangen naar oprecht contact en ontwikkelen het subtiele maar harde voorkomen van 'cynisch realisme' naarmate ze ouder worden.
Dit klinkt naief en idealistisch. Het soort onschuld dat zo gewoon is bij baby's is tenslotte nogal dwaas bij volwassenen en het is nogal beschamend om niet goed wijs te lijken. In de hedendaagse cultuur is er voor velen van ons niets dwazer dan naïef idealisme, niets beschamender dan om ergens in te geloven en te worden teleurgesteld, niets vernederender dan iemand nodig te hebben en te worden afgewezen. Daarom houd ik niet van commentatoren. Deze 'ingewijde', bijdehande jongens bespreken momenten van potentiële betekenis - zoals een vredesakkoord, Servische gruweldaden of een verkiezingsuitslag - en vertellen ons daarbij wat het allemaal 'echt' betekent. En wat het altijd 'echt' betekent, is dat niets is wat het lijkt, dat onze inwendige en intuïtieve gevoelens naïef en onbetrouwbaar zijn en dat alles wat we zien en ervaren het product is van cynische manipulatie. Ik kan die houding niet uitstaan. In mijn omgeving niet. In mijzelf niet. Ik heb het gevoel dat die commentaren niets vreselijker vinden dan geraakt te worden door de schoonheid of het drama van hetgeen zij van commentaar voorzien. Maar het zijn niet alleen koppen op de televisie of de columnisten. Het zit in ieder van ons. Het is tegelijkertijd een persoonlijk en sociaal verschijnsel - zeer privé en zeer openbaar.
Een vriend van mij is als de dood voor het einde van de sabbatdienst omdat de rabbijn altijd zegt dat je Shabbat Shalom tegen de persoon naast je moet zeggen. Hij is bang dat de persoon naast hem niet zal antwoorden, dat hij of zij niet zal reageren wanneer hij zijn hand uitsteekt. Het is natuurlijk nog nooit gebeurd en mijn vriend weet wel dat het een irrationele gedachte is. Maar we kunnen ons allemaal voorstellen hoe we in verlegenheid zouden worden gebracht als je een vriendschappelijke hand uitsteekt en wordt genegeerd. Deze korte en intieme momenten van schaamte zijn reële of potentiële gevaren in het dagelijks leven - zowel in particuliere als in openbare situaties. Een vriending van mij bijvoorbeeld is bang om zich te laten gaan. Ze is bang dat ze te veel opvalt wanneer ze opgewonden is, dat ze de controle over zichzelf verliest en dat ze zich zou schamen wanneer haar partner niet tenminste zo opgewonden was, alsof ze op een bepaalde manier 'te kijk' staat.
Ik heb geleerd om me te schamen voor naïeve uitingen van liefde of afhankelijkheid van mijn familie en ben sarcastisch, teruggetrokken en cynisch geworden uit zelfbescherming. Op een soortgelijke manier is de hoop die ik als burger koester herhaaldelijk gestimuleerd en vervolgens de grond in geboord en gebruik ik cynisme ook op maatschappelijk gebied als verdedigingsmiddel. De Kennedy's, Martin Luther King, de vredesbeweging, politiek links, Clinton - allemaal hebben ze hoop opgewekt die, op de een of andere manier, ijdel bleek. Er wordt tegen mij als burger gelogen, ik word gemanipuleerd, gebruikt en bedrogen en continu blootgesteld aan dubbelzinnigheden en cynische volksverlakkerij. Cynisme is een natuurlijke verdediging. Dat geldt evenzeer voor mij als burger als voor mij als kind van de familie Bader.
Cynisme lijkt de beste oplossing om jezelf te beschermen tegen vernedering. Het weerspiegelt de natuurlijke aanpassing aan gevaarlijke omstandigheden. Het is belangrijk om cynisme te begrijpen. Binnen de beperkingen die we om ons heen waarnemen, is deze oplossing logisch en begrijpelijk. Ik bedoel hiermee beperkingen als de realiteit dat we inderdaad continu worden gemanipuleerd door multinationals en politici. En het is rationeel om - als reactie op herhaalde afwijzingen of verwaarlozing binnen een familie - minder van die familie te gaan verwachten en je te schikken in een slechte behandeling.
Liefde en zorg, ontzag en bewondering, idealisme en afhankelijkheid - ze kunnen ons beschamend achterlaten als ze te direct of te openbaar worden getoond. Ik denk dat het als volgt in zijn werk gaat: woorden als zorg, vriendelijkheid, betekenis, gemeenschappelijkheid, gevoeligheid, verbintenis, liefde en zelfs God - in politieke context - dreigen ons te herinneren aan verlangens die we hebben moeten opgeven of onderdrukken. We krijgen de smaak van dit soort relaties en ervaringen weer te pakken. Maar tegelijk met die eetlust lopen we het gevaar om voor een dwaas te worden aangezien en te worden vernederd als we toegeven aan - en staan op - ons recht op juist die relaties en ervaringen. Dit gevaar vindt zijn oorsprong in onze jeugd en onze alledaagse sociale belevenissen. Dus doen we wat psychoanalytici zo treffend hebben omschreven: we identificeren ons met de agressor en behandelen onze eigen eetlust zoals die eens werd behandeld door anderen, en nog steeds wordt behandeld - we wijzen die af en doen er geringschattend over. We vallen onze eigen verlangens aan, als waren ze verboden en gevaarlijk. Eerst die van onszelf en vervolgens die van anderen. We bootsen de stem na van de cynische Ander: de ouder, het media-imago, de multinational, de politicus. Dan zijn we veilig en kunnen we niet worden blootgesteld aan teleurstelling. Nu horen we erbij, zijn we volwassen insiders en geen aandoenlijke, naïeve kinderen. Daarna passen we het toe op anderen; we behandelen de idealist als een dwaas, vinden de taal van de liefde naïef en noemen het zoeken naar de diepere betekenis der dingen een soort vaag navelstaren. Zo voelen we ons veiliger en zijn we zeker van onze zaak. Alles en iedereen is verdorven, en goedheid is een droom. Wat een opluchting! Wat een eenzame, deprimerende opluchting.
Maar dat neemt niet weg dat we cynisme moeten blijven uitdagen. We kunnen er begrip voor hebben dat het beschamend is om te praten over hoop en medeleven en dat te verwachten van anderen. Maar we moeten tegelijkertijd ons recht op deze waarden verdedigen, in weerwil van de onvermijdelijke tegenwerking en verlegenheid die dit bij anderen - en onszelf - oproept.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.