Email   Print
Share  

Een vos op het station

De natuur is overal, ook in de stad. Sterker nog op een hectare stad komen soms meer soorten planten en dieren voor dan op een hectare buitengebied. En wie wil er niet een vos tegenkomen op de Haarlemmerstraat.

David Jonckheer | 10 september/oktober 1996 issue

In het boek Haring in 't IJ beschrijven Geert Timmermans en Martin Melchers de natuur in Amsterdam. De auteurs gingen op zoek naar eigenaardige dieren in de stad. Zo stuitten zij nabij het Amstelstation op een kolonie roeken die in de populieren nabij het station hun nesten bouwen. Niet ver van het station nestelt ook een groep reigers. De grote grijze vogels - gek op vissen, kikkers en mussen - zijn sinds enkele jaren weer een vertrouwd beeld in de stad.

In ditzelfde oostelijk deel Amsterdam bevinden zich vele volkstuinen. De mesthopen van de volkstuinders blijken een aantrekkelijke broedplaats voor de ringslang. De ringslang heeft water, een talud voor dekking en bovenal rust nodig. Zolang er nog volkstuintjes zijn waar niet de hele dag door mensen komen zal de ringslang zich goed kunnen handhaven. De meeste verbazing wekte de vossen in het Westerpark. Tussen middernacht en vier uur 's ochtends bestaat er de kans om in dit park een vos tegen te komen. Overdag zitten ze in hun hol in de spoordijk maar 's nachts gaan ze erop uit, op zoek naar voedsel. Enkelen zijn al in de Haarlemmerstraat gesignaleerd. De vossen zijn waarschijnschijnlijk vanuit de duinen via het recreatiegebied Spaarnwoude in de stad terecht gekomen.

De meeste dieren - zoals vossen, wezels, bunzingen en soms zelfs reeën - blijven aan de rand van de stad, het is hen te druk. Maar andere dieren zoals mollen, konijnen, hazen, vleermuizen en natuurlijk muizen wagen zich in de binnenstad. Minder last van de drukte hebben vissen. Door goede zuivering zijn de grachten tegenwoordig schoner dan de meeste sloten op het platteland en de visstand neemt duidelijk toe. Ruim zestig soorten zwemmen rond in de grachten, het IJ en de havens. Van de giebel en het harnasmannetje tot haring en snoek. Krabben zijn ook gesignaleerd. Enkelen komen als verstekeling per schip uit het Verre Oosten en blijken zich prima te handhaven in de wateren van Amsterdam.

De auteurs hebben vele ideeën om de stad meer natuur te bieden. Meer poelen, 'ruigere plantsoenen', meer laat-maar-waaien-tuinen en groene linten langs de oever van de Amstel. En de gemeente blijkt niet stil te zitten. Zo drijven er in de Bilderdijkkade en de Lijnbaansgracht sinds enkele maanden slierten groen, de drijvende tuinen. Zij geven met hun vele waterplanten de gracht een groen gezicht, bieden broedplaatsen aan watervogels en zijn een ideale schuilplaats voor kleine vissen en waterdieren. Bijkomend voordeel is dat zij op natuurlijke wijze het water zuiveren. Het natuurlijk groen is in Amsterdam op de weg terug.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: