Email   Print

De mythe maakt de stad

De Derde-Wereldstad toont een paradox: terwijl de fysieke omgeving hard achteruitgaat, neemt de kwaliteit als stad toe. De Indiase architect Charles Correa over de mythe van kansen en activiteiten.

Charles Correa | 10 september/oktober 1996 issue

We leggen tegenwoordig te veel nadruk op de fysieke en economische aspecten van een stad en hechten te weinig waarde aan de mythische en metafysische kenmerken. Want een stad kan mooi zijn als fysieke leefomgeving - met bomen, rustige wegen en open ruimten - en toch die specifieke, niet onder woorden te brengen 'stedelijkheid' missen die we stad noemen. De voorbeelden hiervan zijn bekend: Bombay gaat er als fysieke omgeving met de dag op achteruit, maar als stad op vooruit. Dat wil zeggen dat de stad iedere dag meer te bieden heeft, meer activiteiten, meer kansen. Op ieder niveau - van bewoner van een krottenwijk tot student, van ondernemer tot kunstenaar. De vitaliteit van het theater (en het altijd groeiende publiek), de diversiteit en het talent van kranten en tijdschriften - er zijn genoeg aanwijzingen die er op duiden dat het samenpakken - imploderen - van energie en mensen twee kanten heeft: Bombay wordt als omgeving te gronde gericht terwijl haar kwaliteit als stad toeneemt.

Teilhard de Chardin vergeleek deze toenemende complexiteit - die we ook tegenkomen als we van dorp naar kleine stad naar grote stad verhuizen - met het opvouwen van een zakdoek; met elke vouw worden de lagen materiaal - oftewel de 'ervaringsdichtheid' - verdubbeld. Als bioloog zag hij een analogie met de blinde drang waarmee het leven zich heeft ontwikkeld, van eencelligen tot steeds complexere vormen - even dwangmatig en even onomkeerbaar. Een intrigerend idee dat niet alleen verklaart waarom migranten van het dorp naar de stad gaan maar ook - wat belangrijker is - waarom zij niet terugkeren naar hun dorp na alle fysieke ontberingen die zij in hun nieuwe leven hebben moeten doorstaan. Ze hebben geen keus. We willen pas terug naar Walden Pond als we al onze complexiteit kunnen meenemen. Alleen gekken en mystici trekken de woestijn in. En de mysticus neemt zijn god, zijn complexiteit, in feite met zich mee. Dus blijft de gek over.

Een soortgelijke, scherpzinnige verklaring van de aantrekkingskracht van steden werd gegeven door de Griekse planner Doxiades - grondlegger van de planologie. Ik herinner me een diapresentatie die hij vele jaren geleden gaf. De eerste dia: een diagram van een dorp: 250 rode stippen en een blauwe - dat is een blauw persoon. Einstein? De dorpsgek? In ieder geval is hij anders dan de rest.

Volgende dia: een stad van 1000 mensen. Nu zwerven er al vier of vijf blauwe stippen rond.

Daarna: een stad van 25.000 mensen. Aha! Een historisch moment: twee blauwe mensen komen elkaar voor het eerst tegen.

Nu een stad van 100.000 inwoners met een aantal kolonies waar de blauwen zich ophouden en bovendien worden sommige rode stippen aan de randen van deze kolonies langzaam paars!

Dat is waarom het bij steden gaat: blauwe mensen die bij elkaar komen, communiceren, elkaar versterken. Die de roden op de proef stellen en veranderen. Zo werd in Bombay door Mahatma Gandhi de Indiase onafhankelijkheidsbeweging opgericht. En Calcutta was, op haar hoogtepunt in de jaren twintig, de stuwende kracht achter politieke, religieuze en kunstzinnige ideeën en veranderingen. Vandaar ook de paradox: Bombay gaat er als fysieke omgeving op achteruit maar als stad op vooruit - als plaats waar blauwen elkaar ontmoeten, waar dingen gebeuren, waar ideeën ontstaan.

Door onze bijna misdadige onverschilligheid jegens steden zoals Calcutta en Bombay zijn de leefomstandigheden daar in de afgelopen decennia tot onmenselijke niveaus gedaald. Maar toch functioneert Bombay, met een indrukwekkende hoeveelheid energie en enthousiasme. Het wonder van Bombay is dat er ondanks de politiek onverschilligheid en apathie, ondanks het ontbreken van natuurlijke bronnen, toch vaak nog een kleine hoeveelheid water wordt gedistribueerd, bussen en treinen de hele dag en het grootste deel van de nacht voor openbaar vervoer zorgen, et cetera. Dit alles is gerealiseerd door de inwoners van de stad, met vakkundigheid, energie en inzet. Maar hoelang zal dit stand houden? Hoe lang zal het duren voordat de verwaarlozing, de afvalbergen en het stinkende vuil hun tol beginnen te eisen, en het elan en enthousiasme van de burgers begint af te nemen?

Steden zijn altijd unieke indicatoren van beschaving geweest - van Mohenjodaro tot Athene, Persepolis, Peking, Isfahan en Rome. Het is mogelijk dat beroerde tijden prachtige muziek, schilderijen en poëzie voorbrengen, maar nooit goede architectuur en stedebouw. Dat komt voornamelijk doordat er aan bouwen twee essentiële voorwaarden zijn verbonden: ten eerste moet er een economisch systeem zijn waarin macht en besluitvorming zijn geconcentreerd. En ten tweede moeten er zich in het centrum van die besluitvorming mensen bevinden met visie, smaak en politieke wil. Aan de eerste voorwaarde wordt meestal wel voldaan, aan de tweede vrijwel nooit. De combinatie van de twee is bijna uniek. Daarom zal Akbar (de Moghul-keizer die in de zestiende eeuw in India tal van imposante bouwwerken liet bouwen red.) altijd Akbar blijven. Niet vanwege zijn militaire prestaties - die zowel voor als na zijn tijd al vele malen zijn geëvenaard en overtroffen - maar omdat Akbar de juiste kwaliteiten bezat en toepaste.
Steden groeien - en sterven - veel sneller dan we denken. Als je vandaag de dag in Calcutta komt, is het moeilijk om je voor te stellen dat in het begin van deze eeuw reizigers die stad zagen als een van de grote metropolen op aarde, de mooiste plaats ten oosten van Suez, het juweel van het Verre Oosten, et cetera. Zagen zij dan niet dat een ernstige - misschien wel terminale - ziekte die fantastische, humane stad steeds meer in haar greep kreeg? Nee, blijkbaar is er een periode waarin naderend onheil niet zo gemakkelijk is waar te nemen. Als je een kikker in een pan met kokend heet water gooit, zal hij in paniek proberen om zo snel mogelijk uit de pan te springen. Maar als je de kikker in lauw water zet en dan langzaam, heel langzaam, de temperatuur opvoert, zal hij vrolijk blijven rondzwemmen, en zich aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Het is zelfs zo dat vlak voor het einde - als het water zo heet is dat de kikker bijna levend wordt gekookt - de kikker zich ontspant, en in een gelukzalige toestand raakt - als in een stoombad). Dit lijkt op wat er met ons in Bombay gebeurt omdat we de stad elke dag prachtiger vinden - maar de plaats steeds erger.

Misschien geldt dit wel voor alle grote metropolen van de wereld. We zien de fysieke realiteit ervan niet - we zijn veel te veel bezig met de mythische kwaliteiten. Als je Manhattan zou bezoeken maar de mythe erachter niet zou aanvoelen of begrijpen, wat zou je dan zien? Een monotoon raster van kruispunten en gebouwen als blokkendozen - identiek aan Cleveland, Detroit en al dergelijke Amerikaanse steden. Maar Fifth Avenue, Central Park, 42nd street, alleen de namen hebben al een magische bijklank! We horen die namen niet voor wat ze zijn - slechts getallen op een kaart, aantekeningen van de planologen. Het zijn de plaatsen geworden waar we van dromen. Zo gaat het ook in de opkomende metropolen in de Derde Wereld. Wat de buitenstaander ziet als een mensenmassa die zich in alle richtingen oneindig ver uitstrekt, kan voor de mensen zelf een plaats van unieke mogelijkheden zijn, een plaats van mythische proporties.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.