Email   Print

De menselijke jungle

De stad biedt oneindig veel mogelijkheden voor sociaal contact. Maar de stedeling gaat over het algemeen niet meer dan twintig relaties aan. Te veel contact is te druk en past niet in het tempo van de stad.

Stanton P. Newman | 10 september/oktober 1996 issue

In het hartje van New York zijn er ongeveer een kwart miljoen mensen aanwezig in een straal van zo'n tien minuten lopen. Als je hieraan toevoegt dat de technologie ons heeft bevrijd van de geografische grenzen van de stadswijk, biedt de stad ons een ontelbaar aantal mogelijke persoonlijke relaties. Daarom is het zo boeiend dat we een limiet stellen aan het aantal mensen waar we mee omgaan en die we kennen. Het lijkt alsof er een psychologische grens is aan de hoeveelheid mensen waar we mee te maken kunnen of misschien willen hebben, en die derhalve beschikbaar zijn voor sociaal contact. Dit zijn niet de mensen op wie steunen als dierbare vrienden maar lieden die we in onze wereld voldoende kennen om er eventueel sociale contacten mee te onderhouden.

Er zijn echter voor de homo urbanus te veel mensen om aandacht aan te schenken. We gaan in de stad gebukt onder een overdaad aan mensen. Voor de druk die al die mensen om ons heen veroorzaken, weten we een aantal uitwegen te vinden. De eerste is het tempo verhogen en zo de contacten beperken. Als we bijvoorbeeld op straat een kennis tegen het lijf lopen, houden we zorgvuldig de mogelijkheid open om er snel vandoor te gaan. Onze lichaamstaal en spreekstijl geven aan dat de tijd dringt en dat we gauw weer verder moeten.

Bepaalde vormen van communicatie houden we formeel - wanneer er geen poging wordt gedaan om vriendschap met die ander te sluiten. Als we 's ochtends een krantje kopen, beperken we het contact tot een puur functionele uitwisseling. Dit is een vorm van contact die geen ruimte laat voor een persoonlijke band. Door bepaalde sociale contacten op een laag niveau te houden, weten we de hoeveelheid binnenkomende informatie te beperken zodat we niet ondergesneeuwd raken. Zo bewaren we een zekere anonimiteit die ons in staat stelt redelijk snel en gemakkelijk door de stad te bewegen. Stedelingen beginnen geen diepgaande vriendschappen of sociale contacten met iedereen waarmee ze dat in principe zouden kunnen. Schattingen geven aan dat bewoners van een stad ruwweg 1800 mensen kennen met wie ze een sociaal contact zouden kunnen aangaan. Van al deze mensen gaan ze actief om met ongeveer twintig (een procent), en hebben ze een intieme verhouding met ongeveer vijf.

We stellen grenzen aan onze betrokkenheid met anderen en beperken vele ontmoetingen tot rituele uitwisselingen. Dat maakt ze voorspelbaar en beheersbaar. De forens die elke ochtend op het perron staat om dezelfde trein te pakken is dikwijls in staat om anderen te herkennen die ook instappen. Deze vertrouwde gezichten stellen ons op ons gemak maar het is niet waarschijnlijk dat we een gesprek aanknopen met deze mensen die we herkennen. We houden de relatie graag op dit peil. Deze gedragsregel kan veranderen als we dezelfde mensen in een andere context of omgeving tegenkomen. Wanneer we bijvoorbeeld een mede-forens herkennen als we met het vliegtuig met vakantie gaan of na het werk een sportschool binnenstappen, kan het gezicht dat we van het perron kennen worden aangesproken. Het lijkt erop dat we het contact op een zeker peil vastleggen in relatie tot de plek waar dit zich afspeelt. Als de plek een andere is, dan verandert ons gedrag ook. De herkenning of het besef van een gezamenlijk belang maakt het mogelijk om een andere vorm van contact te laten ontstaan.

De moderne stad lijkt op een wriemelende kluwen van verschillende mensen die er allemaal apart en ongelijk uitzien. Toch is elke openbare ruimte in de stad onderhevig aan vaste gedragspatronen. Het is strikt noodzakelijk om deze regels toe te passen als we begrepen en geaccepteerd willen worden. Een voorbeeld hiervan is dat als we door de stad rijden en van rijstrook willen veranderen, we dat voornemen vaak kenbaar maken door oogcontact te zoeken met de bewuste bestuurder in de stoet verkeer, en tegelijk onze auto tussen de rij wurmen. Van veel gedragspatronen die onze omgang met anderen bepalen zijn we ons niet bewust. De regels kunnen straffeloos worden overtreden maar zijn ontstaan om het contact soepel te laten verlopen. Dit is bij uitstek van belang in de stad, waar van alles moet worden gedaan en complexe transacties worden uitgevoerd in vaak lastige omstandigheden en onder tijdsdruk. De precisie waarmee we deze regels toepassen helpt de homo urbanus om zich staande te houden, zich aan te passen en te overleven.

Omdat de stad wordt bestuurd door gedragsregels, zijn we vaak niet geneigd om de mening van de meerderheid ter discussie te stellen. Als we bijvoorbeeld iemand op een druk trottoir zien liggen en er blijft niemand stilstaan, lopen de meeste andere mensen ook gewoon door - een vaak voorkomend verschijnsel dat de stad een harteloze aanblik geeft. Angst en achterdocht spelen een rol maar het komt voornamelijk doordat we naar elkaar kijken om te bepalen hoe we ons zullen gedragen. Pas wanneer er een persoon stilstaat om te helpen, veranderen de regels in zo'n situatie en hebben anderen ook de kans om zich ermee te bemoeien. Uit onderzoek blijkt dat bijna tachtig procent van de mensen gelooft dat je in een dorp eerder wordt geholpen door een onbekende dan in een stad. Toch geven de feiten aan dat er maar een hele kleine kern van waarheid schuilt in deze opvatting. Enkele onderzoeken in de Verenigde Staten lieten zien dat er bij een bevolkingsaantal boven de 300.000 een lichte daling optreedt in hulpvaardigheid. Het gaat erom dat dit uitsluitend afhangt van de situatie. Het betekent niet dat personen die in de stad verblijven een kille en botte inborst hebben gekregen. Ook al neemt de hulpvaardigheid af in een stedelijke omgeving, stedelingen bieden toch gauw hulp in een landelijk gebied en dorpelingen en plattelanders doen dat minder in de grote stad.

De stad stelt ons in staat om elke dag weer allerlei werelden uit te proberen. We kijken niet alleen naar de wereld waarin anderen leven maar kunnen zelf ook vaak verschillende werelden ervaren. Dit verschaft de stedeling op het oog een oneindig aantal keuzes in mogelijk gedrag. Het verschaft tevens een gevoel van vrijheid en losheid, alsmede opwinding. Vanwege de enorme diversiteit hebben de stedelingen het gevoel dat ze kunnen doen wat ze willen, en niet gebonden zijn aan een strenge gedragscode. Veel steden worden gekenmerkt door tolerantie en het accepteren van afwijkingen. Voor sommigen weerspiegelt dit een gebrek aan belangstelling of betrokkenheid maar voor anderen is het een van de pluspunten van het stadsleven. Deze gewaarwording van vrijheid en losheid is zeker reëel vergeleken met het bestaan op het platteland. De stad biedt een scala aan verschillende alternatieve normen en regels die ons gedrag bepalen. Het gaat erom dat de stad ontvankelijk is voor veranderingen en het uitproberen van nieuwe dingen die nog niet eerder zijn gedaan. Sommige mensen in de stad zijn voortdurend bezig om de normen en regels die in allerlei leefgemeenschappen gelden tegen het licht te houden. De meeste steden zijn bijzonder verdraagzaam tegenover afwijkend gedrag en dat kan leiden tot nieuwe gedragsvormen. Er zijn talrijke voorbeelden van nieuwe leefwijzen die in de stad hun oorsprong hadden. Twintig jaar geleden zag je nauwelijks ooit iemand joggen in de straten van een stad. Op de rollerskates naar je werk in Manhattan is een nieuw fenomeen. Juist de dynamiek en flexibiliteit van de stad maken deze plek zo aantrekkelijk voor zijn bewoners.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.