Email   Print

De discotheek als de nieuwe kerk

Housemuziek als de stuwende kracht van de jaren negentig.

Jurriaan Kamp | 10 september/oktober 1996 issue

Achteraf gezien beleefde ik mijn eerste house-ervaring ruim tien jaar geleden in een theater in Delhi. Het betrof geen elektronische 120 beats per minuut aangestuurd door zware bassen, maar een optreden van de beroemde Indiase sitarspeler Ravi Shankar - die in de jaren zestig al een bron van inspiratie was voor The Beatles. Dat optreden haalde mijn beleving van muziek ondersteboven: bij Ravi Shankar staat niet de melodie centraal maar het ritme. En dat ritme wordt tijdens een langdurig concert zorgvuldig opgebouwd. In het begin ervaar je vooral rommelige klanken die de aan harmonie gewende geest zelfs irriteren maar aan het einde van het concert - na een uur of vier! - brengt de muziek je in een haast religieuze trance. In India is dat geen wonder, daar bestaat geen scheiding tussen religie en muziek.

De eerste ervaring van house is niet anders. Bres (augustus/september 1992) beschrijft de eerste belevenis van een bezoeker van een houseparty: 'De muziek kwam in eerste instantie ontzettend nikserig, ontzettend machinaal, dodend op me af. Een soort collage van aflopende wekkers, schietende mitrailleurs en optrekkende auto's.' Maar dat nikserige blijkt uiteindelijk juist de grote aantrekkingskracht van house. Dezelfde bezoeker uit Bres: 'Het is fantastische dansmuziek omdat je niet in het gevoel (lees: de melodie, red.) van de muzikant wordt getrokken. De dansgemeenschap kan zelf de emotionele lading van het moment op de muziek projecteren. Daardoor wordt de magie van het met een groot stel mensen aan het dansen zijn veel meer echt op het hier en nu wordt toegesneden.'

Ook de relatie met religie is er duidelijk. Bres citeert de discjockey en eigenaar van de Roxy-discotheek in Amsterdam, Eddy de Clercq: 'Voor mij is de discotheek de nieuwe kerk. Wat mensen vroeger hadden in kerken beleven ze nu, denk ik, in de discotheek. Kijk maar naar de zwarte gospelgemeenschappen in Harlem. Ik ben bij zo'n viering geweest, daar staan de mensen echt te zingen en te dansen. Niemand schaamt zich daarvoor. Het is enorm bevrijdend. Dat is ook de kracht van house-muziek. Het neemt de spanning weg, het geeft je een soort douche in je hoofd. Het gaat om trance, het opwekken van oerinstincten, dat is geweldig. Er zijn weinig stijlen muziek die dat kunnen veroorzaken.'

De religieuze lading van de house komt ook in Onkruid (januari/februari 1995) aan de orde. Het tijdschrift constateert dat de repeterende - trance inleidende - patronen van de house wel degelijk met spiritualiteit hebben te maken. Bewustzijnsverandering via de muziek is zeker een bijkomend doel van de housecultuur, zegt een kenner in Onkruid. Prana (oktober/november 1995) trekt eenzelfde conclusie: het is de behoefte aan initiatie, aan een mystieke ervaring die de house zo aantrekkelijk maakt. 'De verstarde godsdienstige systemen hebben jongeren niets meer te bieden.' Zo wordt de disco inderdaad een kerk ofschoon een andere house-voorganger in Onkruid de spirituele dimensie nuanceert: 'Ik denk dat je muziek niet kunt gebruiken om te mediteren of om sneller verlicht te worden. Net zoals een bergbeklimmer veel intenser en langer geniet van het uitzicht vanaf de top, dan iemand die met de auto naar zo'n panorama is gereden.'

Een van de kenmerken van de house is de grote invloed van de discjockey. De muziek wordt gemengd door de DJ en hij of zij bepaalt - zoals Ravi Shankar - hoe het ritme wordt opgevoerd. In een artikel over een van de Nederlandse top DJ's, Isis van der Wel - beter bekend als 100%Isis - schrijft HP/De Tijd (19 juli 1996) dat de discjockey het doorbraakpunt moet zien te bereiken, het moment waarop de dansvloer helemaal met de DJ meegaat in de muziek. 'House krijgt haast een sacrale lading; de DJ die als een hogepriesteres vanaf de kansel haar kudde toespreekt. Het doorbraakpunt als het startsein voor het ultieme geluk op de dansvloer.' Verbindende ruimdenkendheid is een bij de trance behorend verschijnsel dat slechts gedeeltelijk is toe te schrijven aan de ecstacy-pillen die nu eenmaal een onderdeel zijn van de housecultuur - nogmaals, Ravi Shankar bereikt bij zijn publiek ook zonder XTC hetzelfde effect. 100%Isis: 'Het maakt niet uit of je in Londen bent of in New York of Turkije, we blijken allemaal op één lijn te zitten. Realistisch idealisme noem ik dat. Een beetje hippiegedachtegoed in jaren negentig-jasje verpakt.'

Die waarneming sluit aan bij de beschrijving van de house in het boek Fierce Dancing van de Britse underground-schrijver, C.J. Stone (zie ook de boekbespreking op pagina ...). Hij schrijft: 'House is de culturele stuwende kracht van de jaren negentig.' Wat Stone betreft draagt de house meer bij dan de punk van de jaren zeventig. De kracht van house, vindt hij, is dat niets heilig is: de door technologie gedreven house maakt gebruik van de hele muziekgeschiedenis. House steelt inspiratie van elk tijdperk - van soul tot disco en van funk tot klassiek. Stone ziet de housemuziek als een produkt van de chaostheorie. De herhalende patronen doen denken aan de fractals, computermodellen van zichzelf herhalende en veranderende wiskundige vergelijkingen. Deze chaos brengt orde voort, zoals de housemuziek een paradoxale rustgevende trance. Hij besluit: 'House kan herhalend zijn, saai, inventief, afgeleid... maar je kunt het niet negeren. Het is de muziek van onze tijd.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.