Email   Print

Vleeswaanzin

De achterstand van de Nederlandse biologische landbouw

David Jonckheer | 10 september/oktober 1996 issue

Nederland heeft zich de laatste decennia ontwikkeld tot een centrum van schier onuitputtelijke landbouwkennis en dat heeft tot veel goeds geleid. Per hectare worden hier de grootste opbrengsten van Europa behaald. De smaak van de Hollandse tomaat mag nog ter discussie staan, de productiviteit vande tomatenteelt is onovertroffen. En Hollandse bloemen vliegen de hele wereld rond.

Maar deze kennis bracht meer. Koeien eten tegenwoordig slachtafval van schapen. Landbouwproducten worden met chemicaliën bewerkt. De gemiddelde melkproductie per koe is sinds 1960 met 55 procent (!) gestegen. En 600.000 koeien hebben één en dezelfde vader: superstier Sunny Boy. Het agrarisch succes bracht ook de bio-industrie, het mestprobleem, een varkensoverschot en de gekke koeien-ziekte. Het Duitse tijdschrift Esotera (juni 1996) bericht over de waanzin van die zogenoemde BSE-affaire. Jaren geleden al werd bij koeien in Engeland de ziekte BSE geconstateerd. Zolang alleen dieren stierven bleek ingrijpen niet nodig. Velen landbouwdeskundigen waarschuwden voor de gevolgen maar geld bleek toen nog belangrijker dan gezondheid. Zelfs toen de ziekte bij mensen werd geconstateerd en er enkelen van hen stierven, duurde het maanden voordat de Europese autoriteiten durfden in te grijpen. De gekke koeien-ziekte laat, volgens Esotera, duidelijk de waanzin van de vlees- en bio-industrie zien. Het is een ziekte geproduceerd door de mensheid en geboren uit geldzucht en uit gebrek aan respect voor het dier. Esotera stelt de vraag of de boodschap van de BSE-affaire niet is dat de natuur wraak neemt op zijn grootste vijand - de mens. Dit is volgens het blad dan ook het ideale moment om te besluiten bewuster met voedsel om te gaan.

Sojaproducten bieden al jaren een goed alternatief voor vlees. Er zijn sojaburgers en de soja kipfilets. Mother Jones (juli/augustus 1996) meldt dat in de Verenigde Staten de markt voor soja als vleesvervangend product enorm groeit. In 1985 bedroeg de omzet 44 miljoen dollar en in 1995 al 180 miljoen. En deskundigen schatten dat de omzet in 1999 rond de 400 miljoen dollar zal liggen. De sojaboon kan milieuvriendelijk verbouwd worden, is gezond en kan bovendien een belangrijke nieuwe inkomstenbron zijn voor ontwikkelingslanden.

Een andere oplossing voor een meer natuurlijke productie van voedsel is de biologische landbouw. Maar uit een overzicht in Vruchtbare Aarde (juni/juli 1996) blijkt dat de Nederlandse consument nog niet massaal voor dit alternatief kiest. Rabo-topman Wijffels ziet een reden voor dit feit gelegen in het feit dat de Nederlandse landbouw primair op de export is gericht.

Het beste van de landbouwproductie gaat naar het buitenland. Vandaar het lage kwaliteitsbewustzijn van de Nederlandse consument, aldus Vruchtbare Aarde.

Ook van de biologische oogst gaat zestig procent de grens over. De overige veertig procent vindt moeizaam afzet in de natuurvoedingswinkels en soms in de supermarkt. Nederland heeft een naam op te houden, als landbouwland en als exportland. En dus lijken landbouwdeskundigen, economen en politici zich niet te willen bezinnen op de binnenlandse markt voor biologische producten. De steun lijkt beperkt te blijven tot het provinciehuis in Arnhem en het ministerie van landbouw waar in de kantines biologische producten worden geserveerd. Dus blijft het aandeel van de biologische landbouw in de totale agrarische markt vooralsnog beperkt tot 1,5 procent en met een jaarlijkse groei van tien procent komt daar niet snel veel verandering in.
De biologische veeteelt valt in het niet bij de gewone veeteelt. In 1995 telde Nederland 89.561.000 kippen waarvan er 43.645 natuurvriendelijk werden gehouden. Het aantal koeien was 4.654.000 waarvan 4.951 biologisch en het totale aantal varkens was 14.397.000 waarvan 2.758 biologisch werden verzorgd. Hetzelfde geld voor de landbouw. Biologische landbouwgrond beslaat slechts 0,7 procent van het totale landbouwareaal.

Nederland blijft ver achter bij omringende landen. In landen als Oostenrijk, Denemarken, Zwitserland, Zweden en Duitsland blijkt de eigen markt van biologische producten veel sterker te groeien. En de regeringen van deze landen proberen de afzet van deze producten waar mogelijk te stimuleren, aldus Vruchtbare Aarde. Om ecologische en economische redenen. De Oostenrijkse regering meent dat de toekomst aan de ecologische landbouw is. Tussen 1990 en 1995 is het aantal biologische bedrijven vertienvoudigd van 2.000 tot 20.000. Er zijn provincies in Oostenrijk waar nu reeds meer dan vijftig procent van de boeren is omgeschakeld op biologische landbouw. De verwachting is dat dit aandeel landelijk binnen vijf jaar op veertig procent kan liggen. In Denemarken begon de groei eerder. In 1988 waren er 200 biologische bedrijven, goed voor zo'n 5.000 hectare - in 1994 waren het er zeshonderd met in totaal 20.000 hectare. De productie van biologische melk is in Denemarken toegenomen van twintig miljoen liter in 1994 tot honderd miljoen liter dit jaar. Naar schatting veertig procent van de Denen koopt biologische producten.

De doorbraak van biologische producten begon in Denemarken bij de consumenten. De grootste supermarktketen van het land, FDB, met een marktaandeel van 36 procent, is een coöperatie waarvan 1,2 miljoen huishoudens lid zijn, aldus Vruchtbare Aarde. In het bestuur van de FDB zijn het de vertegenwoordigers van die consumenten, die heel nadrukkelijk het beleid bepalen. De verkoop van de biologische producten liep niet naar wens en het bestuur besloot de strategie drastisch te wijzegen. Het verschil van soms 200 procent tussen prijzen van reguliere producten en bio-producten werd teruggebracht tot veertig à vijftig procent, het assortiment werd verruimd en aangeboden in alle 1200 winkels van de keten en een grootscheepse reclamecampagne deed de rest. Waarschijnlijk met een duw in de rug van een gifschandaal, waaraan de landelijke pers veel aandacht besteedde en waardoor de angst voor chemicaliën in het voedsel bij de consument werd aangewakkerd, nam de vraag naar biologische producten stormenderwijs toe. Vooral de verkoop van biologische zuivel liep hard. Door de lagere prijs steeg de melkomzet in een half jaar tijd van 150.000 tot 600.000 liter per week en tot op de dag van vandaag overtreft de vraag het aanbod.

Intussen discussieert de Nederlandse biologische handel al jaren over de vraag hoe de omzet substantieel kan worden verhoogd. De prijzen die de Nederlandse consument voor biologische producten moet betalen liggen vaak 75 tot 100 procent hoger dan die van vergelijkbare producten uit het gangbare circuit. De Nederlander zegt in een straatinterview meer te willen betalen voor biologische producten maar aan de kassa blijkt dit niet.

De verkrijgbaarheid is eveneens een probleem. Een land als Denemarken kent geen natuurvoedingswinkels en de supermarkten vonden dan ook een gat in de markt. In Nederland worden - volgens de EKO-gids - natuurlijke producten via diverse verkoopkanalen verhandeld. Zo zijn er ruim vierhonderd natuurvoedingswinkels. Meer dan honderd boeren doen aan huisverkoop. En Nederland telt 25 biologische slagerijen. De gemotiveerde klant weet deze winkels te vinden. Maar de drempel van de natuurvoedingswinkels is voor vele andere consumenten te hoog en in de supermarkt zijn aardappelen, uien of penen de enige biologische producten die hij tegenkomt. Ook bestaat er, volgens Vruchtbare Aarde, grote huiver bij Nederlandse supermarkten om biologische producten in het pakket op te nemen. De klant mocht eens gaan denken dat de gangbare producten ongezond zijn. Albert Heijn laat in Vruchtbare Aarde weten dat de klant er nog niet aan toe is. De belangrijkste grootgrutter van Oostenrijk - de Bila-keten - draait dit argument juist om: een compleet biologisch assortiment is goed voor het imago van het bedrijf en het biedt de klant de mogelijkheid om te kiezen.

Niet alleen de consumptie is een probleem ook de productie. In Nederland stappen de boeren maar moeizaam over op biologische productie. Dat heeft veel te maken met het feit dat de landbouw in Nederland grootschalig en intensief is. Omschakeling naar de juist kleinschalige biologische productie is op deze enorme boerenbedrijven zo goed als onmogelijk. Zeker als de overheid geen hulp biedt. Nederland lijkt wat dat betreft last te hebben van een remmende voorsprong. Decennialang is Nederlandse landbouwbeleid geprezen voor de integratie van onderzoek, onderwijs en voorlichting met de boerenproductie. Maar als de toekomst is aan de biologische landbouw kan deze kennisvoorsprong omslaan in een achterstand. En is het Frau Gertrude die de kaas komt brengen.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.