Email   Print

Een oorlog zonder einde

Per jaar worden er meer dan 15.000 mensen verminkt of gedood door landmijnen. Want ook al is de oorlog voorbij, de verschrikkingen van landmijnen blijven.

Gino Strada | 9 juli/augustus 1996 issue

Eindelijk was er een einde gekomen aan het verschrikkelijke bloedvergieten in Ruanda. Alphonsitte was met haar zusje en haar vader op weg terug naar hun huis toen zij op een verborgen landmijn trapte. In het ziekenhuis van Kigali deed ik met de andere artsen wat we konden om de schade te herstellen. Alphonsittes benen waren door de explosie verbrijzeld en haar linkeronderarm was gebroken. Beide benen moesten tot boven de knie worden geamputeerd. Haar zusje had een metalen scherf in haar hoofd gekregen waardoor haar hersenen beschadigd waren; ze kwam niet meer bij bewustzijn en stierf zes uur na de operatie. De vader van de twee meisjes, die tijdens de explosie een paar meter verder stond, had alleen een paar kleine verwondingen aan zijn borst opgelopen.

Als arts heb ik vele kinderen als Alphonsitte en haar zusje behandeld. Zij zijn de slachtoffers van een nieuw soort oorlog. Conflicten als burgeroorlogen, onafhankelijkheidsoorlogen, etnische zuiveringen en terroristische aanslagen hebben tegenwoordig veelal een nationaal karakter. Er wordt gevochten door soldaten zonder uniform, die dood en verderf zaaien in dichtbevolkte gebieden. Gewapende groepen begeven zich vaak onder de bevolking, zodat ze moeilijk kunnen worden herkend. Soms worden burgers als schild gebruikt. Burgers vormen zelfs vaak het doelwit van terroristische acties als onderdeel van de primaire militaire strategie.

Oorlogen eisen daarom steeds meer slachtoffers onder de burgerbevolking. In de Eerste Wereldoorlog vormden burgers slechts vijftien procent van de slachtoffers maar in de Tweede Wereldoorlog was dit percentage al gestegen tot 65. Vandaag de dag bestaat echter meer dan negentig procent van de oorlogsslachtoffers uit burgers. Een van de meest schokkende aspecten van deze catastrofale verandering is het stijgende gebruik van onmenselijke wapens, zoals anti-personeelmijnen. De niet aflatende dreiging die van deze wapens uitgaat is voor iedereen dezelfde. Landmijnen maken geen onderscheid tussen de voet van een soldaat en die van een spelend kind. Landmijnen erkennen geen wapenstilstand of vredesbesluit. Tientallen jaren nadat ze zijn gelegd - als de oorlog allang is afgelopen - kunnen ze nog steeds hun vernietigende werk doen. Daarom wordt de anti-personeelmijn ook wel een massavernietigingswapen op de lange termijn genoemd.

Mijnen maken al sinds het begin van deze eeuw in de een of andere vorm deel uit van het militaire arsenaal. In de loop van de jaren is men er echter steeds listiger gebruik van gaan maken. De landmijn is niet langer een wapen waarmee de vijand de toegang wordt ontzegd tot bepaalde gebieden, waarmee de beweging van vijandelijke troepen kan worden beïnvloed of waarmee belangrijke installaties kunnen worden verdedigd. Mijnen worden nu vaak gelegd om de lokale bevolking de toegang tot water, hout, brandstof, doorgangswegen en zelfs begraafplaatsen onmogelijk te maken. In vele landen worden mijnen gebruikt als terreurmiddel tegen de burgerbevolking. Met behulp van helikopters en artillerie worden ze dan verspreid in de buurt van dorpen en in landbouwgebieden.

In de afgelopen jaren heeft de landmijn een aanzienlijke technologische ontwikkeling doorgemaakt. Door de ontwikkeling van kunststofmijnen en mijnen met een minimum aan metalen onderdelen, zijn deze wapens goedkoper, betrouwbaarder en duurzamer geworden terwijl ze bovendien moeilijker te ontdekken en onschadelijk te maken zijn. Met behulp van helikopters en vliegtuigen kunnen duizenden mijnen binnen enkele minuten over een groot gebied worden verspreid. Van mijnen die op deze manier zijn gelegd, kan onmogelijk precies de lokatie worden bijgehouden, zodat ze later des te moeilijker kunnen worden teruggevonden. Helaas is de vereiste technologie voor het maken van landmijnen eenvoudig en goedkoop. De meeste mijnen kosten tussen de zes en de dertig gulden. Daarom worden ze door steeds meer landen (ook ontwikkelingslanden) geproduceerd en verkocht.

Het wereldwijde aantal niet ontplofte mijnen is onbekend. Er liggen naar schatting zo'n honderd miljoen mijnen verspreid over 64 landen. Hulporganisaties voor oorlogsslachtoffers en mijnopruimingsdiensten schatten dat in de afgelopen twintig jaar ongeveer 15.000 mensen per jaar door dergelijke wapens zijn gedood of verminkt. Tachtig procent van deze slachtoffers bestaat uit burgers. Waarschijnlijk gaat het om een nog groter aantal slachtoffers omdat de meeste voorvallen plaatshebben in gebieden zonder medische faciliteiten en dus niet worden gedocumenteerd. In gebieden waar mijnen liggen zijn vele dagelijkse activiteiten, zoals het verzamelen van voedsel of hout, het halen van water, het bewerken van land, het spelen door kinderen en het verzorgen van de veestapel, levensgevaarlijke bezigheden geworden. Persoonlijk heb ik 1950 mensen behandeld die door mijnen waren verwond. 93 procent daarvan bestond uit burgers en 29 procent bestond uit kinderen onder de veertien jaar.

De patiënt die het slachtoffers is geworden van een landmijn verkeert dikwijls in levensgevaar. Vaak is een van de vitale delen geraakt of zijn de verwondingen - waaronder traumatische amputaties - zo ernstig dat de patiënt ten gevolge van het vele bloedverlies in shocktoestand raakt. Het opereren van slachtoffers van mijnen is moeilijk en vergt veel van de arts. Er moet worden gewerkt in gevaarlijke gebieden waar vaak nog wordt gevochten. De faciliteiten zijn doorgaans nogal primitief. De schaarste aan voorzieningen, het gebrek aan hygiëne en soms zelfs aan water en elektriciteit maken het opereren tot een bijzonder moeilijke taak. Verder moeten de artsen zijn voorbereid op noodgevallen van velerlei aard: letsel aan het vaatstelsel, de borst, de buik, het bewegingsapparaat, enz. Botsplinters kunnen zich gedragen als een soort kogels. Ik heb eens de okselslagader van een patiënt moeten herstellen in een schouder die volledig was doorgesneden door het bot van de voet, die door de ontploffing was geamputeerd.

De meeste patiënten herstellen na een incident met een landmijn niet volledig genoeg om weer actief lid te worden van het gezin en de samenleving. De revalidatie van deze patiënten levert zelfs onder de gunstigste omstandigheden nog enorme problemen op. Bovendien wonen veel slachtoffers in ontwikkelingslanden en de armoedige levensomstandigheden daar maken het nog moeilijker om fysieke en psychologische handicaps te overwinnen. Mijnen kosten niet alleen vele mensenlevens en veroorzaken veel leed maar vormen ook een zware economische en sociale last voor de samenleving en het land. De militaire beslissing om mijnen te leggen in landbouwgebieden heeft op de lange termijn vernietigende gevolgen voor een gemeenschap die niet zonder het land kunnen. Door de aanwezigheid van landmijnen keren veel vluchtelingen ook niet terug naar huis als de oorlog eenmaal achter de rug is. Deze mensen worden vaak permanente vluchtelingen waardoor de economische en sociale structuren van de gebieden waarnaar ze zijn gevlucht, worden overbelast.

In de afgelopen jaren hebben meer dan 400 mensenrechtenorganisaties in bijna dertig landen getracht internationaal de aandacht te vestigen op de verschrikkingen van mijnen. De Verenigde Naties en lokale overheden is verzocht de productie, opslag, verkoop, export en het gebruik van mijnen aan banden te leggen. De campagne is niet zonder resultaat gebleven. Verscheidene landen hebben besloten de produktie of export van landmijnen in ieder geval tijdelijk stop te zetten.

In de volgende eeuw krijgt de wereld te maken met een verschrikkelijke erfenis. Veel van de mijnen die tientallen jaren geleden zijn gelegd, gaan nog eeuwen mee. Ook als er geen nieuwe mijnen meer worden gelegd is het leed dat door de huidige mijnen zal worden veroorzaakt enorm en toekomstige hulporganisaties zullen er dan ook de handen vol aan hebben. Het is te hopen dat de internationale gemeenschap de landmijnenkwestie binnenkort hoog op de agenda zal zetten en geld vrij zal maken voor de vereiste humanitaire voorzieningen. Medische noodhulp, revalidatie van de slachtoffers, het onschadelijk maken van mijnen en voorlichting over de gevaren van landmijnen zijn momenteel de enige manieren waarop het leed van honderdduizenden mensen kan worden verlicht. Ook voor artsen die gehard zijn door vele dienstjaren in oorlogsgebieden is het zien van het lichaam van een kind dat door dit onmenselijke wapentuig aan stukken is gereten een zeer aangrijpende ervaring. Deze slachting heeft met militaire strategie niets te maken. Het gaat om een weloverwogen besluit om onschuldige mensen ondraaglijke pijn toe te brengen en te verminken. Het is een misdaad tegen de mensheid.




Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.