|
|
Een gezellige fooi
Hebt u de werkster wel eens contant betaald? Of in een restaurant een gezellige fooi gegeven? Ik wel. Ik kreeg er dan een stralende glimlach voor terug. Zij blij, ik blij. Zij en ik bevonden ons natuurlijk wel op het hellende vlak van de witte-boorden-criminaliteit: we waren het milieu van het zwarte geld binnengetreden.
Nadat de ober ons 'gezellig' heeft bediend en we hem boven op de rekening een 'gezellige' fooi hebben gegeven, gaat na sluitingstijd de ober met de fooi iets 'gezelligs' doen. Hij geeft de fooi natuurlijk niet aan de belasting op en zeker niet wanneer hij het geld dezelfde avond weer heeft uitgegeven en daarmee weer een andere ober maar ook zichzelf heeft blij gemaakt. De tweede ober geeft het natuurlijk ook niet aan de belasting op. Uw fooi is nu al voor de tweede keer zwart geworden en dat op één avond.
Er vallen hier drie dingen op:
1. Zwart geld is 'gezellig' geld want als uw ober een nurks was geweest, had u geen fooi gegeven en was u, noch de ober, in het zwart-geld-circuit gestapt.
2. Zwart geld is geld met een hoge omloopsnelheid. Daarom noem ik het liever rood geld, ook omdat ik 'zwart' met de dood associeer. Dood geld vind ik al het geld dat bijna bewegingloos - zonder zichtbaar maatschappelijk effect - binnen een organisatie wordt gehouden, bijvoorbeeld binnen de bureaucratie van de overheid. Ik stel voor om al het geld dat zo dood als een pier is 'zwart' geld te noemen en al het geld dat onstuimig tussen burgers onderling heen en weer golft - zonder bureaucratische tussenkomst van overheid en nota's - 'rood' geld te noemen.
Daarnaast bestaat er crimineel geld: drugsgeld, corruptiegeld, afpersingsgeld, chantagegeld. Dat hoeft helemaal niet zwart - eh sorry - rood te zijn. De grootste financiële schurkenstreken gaan vaak juist met keurige nota's en waterdichte fiscale verantwoording gepaard.
3. Verantwoordelijkheid. Voor mij het belangrijkste punt.
Gelet op 50 procent inkomstenbelasting en daarna 17,5 procent btw op bijna alles wat we kopen, plus accijnzen, komen we op ongeveer 70 procent belasting op iedere extra verdiende gulden. Dat houdt in dat we van de koopkracht - dat wil zeggen de beslissingsbevoegdheid over onze economische kracht - 70 procent overdragen aan ambtenaren terwijl we op zijn hoogst 30 procent van deze bevoegdheid zelf houden. Natuurlijk, ik ken het argument dat we in een democratie leven en dat we als we niet tevreden zijn een andere regering kunnen kiezen. Ik heb overigens geen bezwaar tegen belasting betalen, er zijn een groot aantal zaken die beter collectief kunnen worden geregeld. En met de soms schrijnende verspilling van overheidsgelden kan ik ook leven omdat ik inzie dat - door het wegvallen van concurrentie en het winstcriterium - de overheid geen maatstaf meer heeft om de efficiëntie te meten of te controleren.
Het gaat mij erom dat er naast de gewone goederen- en geldstromen die zich manifesteren in het dagelijkse boodschappen doen, nog een paar andere stromen zijn. Stromen van aandacht en toewijding. Van je best doen en echt dienstbaar willen zijn. En daarbij degene die het ontvangt de gelegenheid geven om op eigen wijze dankbaarheid te tonen. Neem het voorbeeld van de ober: wij hadden lekker gegeten en de ober had ons echt fantastisch verzorgd, als een gastheer. Omdat het zijn beroep is en hij er van moet leven, maak ik hem ondermeer met een fooi - het woord 'tip' klinkt misschien leuker -, duidelijk dat ik zijn aandacht en toewijding heb ontvangen en dat ik het heb gewaardeerd. Het is bijna een intiem proces. En is het dan per se nodig dat de overheid meer dan de helft van die tip krijgt waardoor een gebaar dat heel persoonlijk bedoeld was weer voor tenminste 60 procent anoniem wordt? Toch zijn vergoedingen voor deze vormen van dienstverlening de belangrijkste bronnen van zwart geld waarmee wij gewone burgers hebben te maken.
Dat de overheid heel anders over die 'tip' denkt, begrijp ik heel goed. De overheid is immers al lang niet meer de instantie die zoekt naar die problemen die alleen maar collectief zijn op te lossen om daarnaast met respect de individuele problemen aan de burgers te laten. De overheid is steeds meer een staat in de staat geworden en daarnaast ook tamelijk gulzig. Het begrip 'overheid' dat in zekere zin boven de burgers staat, wordt ingevuld door mensen: ambtenaren en politici. Mensen zoals u en ik, humeurig en onredelijk op zijn tijd, maar ook aardig en goed gemutst, geen hoogvliegers, maar goed voor ons en hun werk. Daardoor hebben ook de beleidsmakers en de uitvoerders in de overheidssfeer menselijk gezien een eigenbelang: een goed gevulde staatskas want daarmee wordt hun salaris betaald en met het overige voeren ze hun macht uit.
Daarmee zijn ze dus op het zelfde niveau als de gewone bevolking gekomen. Menselijk gesproken kunnen we daar toegeeflijk over zijn. Principieel gezien, juist helemaal niet want daarvoor heeft de overheid van ons burgers te veel macht gekregen. Via de politiek kunnen we daar als individuen eigenlijk niets meer aan veranderen, want welke partij de verkiezingen ook wint, de uitvoering van de plannen is in handen van machtige mannen en vrouwen die een vaste aanstelling hebben en niet zo snel uit het zadel zijn gewipt. We kunnen wel - waar mogelijk - een stuk van de verantwoordelijkheid die we hadden gedelegeerd, terugnemen. Daarvoor is zelfbezinning en herbezinning op de samenleving nodig. Het bewust leren omgaan met rood geld is daarvoor een goede oefening.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.