De natuur geneest
Psychiaters beschouwen hun cliënten vooral tegen de achtergrond van hun seksuele relaties. Theodore Roszak pleit ervoor Freud plaats te laten maken voor de natuur. Zijn therapie voor als het even minder gaat: een paar dagen naar het bos.
Theodore Roszak
| 9 juli/augustus 1996 issue
Laatst vertelde iemand op een bijeenkomst van een milieubeweging hoe grote dammen het natuurlijk verloop van het water en de visstand aantasten. Hij besloot: 'Iedereen moet goed weten dat dit soort projecten het werk van krankzinnigen is.' Applaus. Het woord 'krankzinnig' wordt te pas en te onpas gehanteerd. Aantasting van de ozonlaag is 'krankzinnig', rhinocerossen doden is 'krankzinnig', regenwouden kappen is 'krankzinnig'. 'Krankzinnig' is een beladen woord. Het toebrengen van onherstelbare schade aan het milieu is wellicht de meest tastbare vorm van waanzin. Maar bij het bestuderen van de psychiatrische literatuur over de moderne westerse wereld stuiten wij niet op milieu-waanzin.
De moderne psychiatrie kent meer dan 300 geestesziekten. Daaronder is seks de grootste categorie. Bij het benoemen van seksuele afwijkingen zijn therapeuten bepaald geïnspireerd geweest. Maar ten opzichte van deze waslijst is het opmerkelijk dat het handboek van de Amerikaanse psychiaters maar een afwijking noemt die enig verband met de natuur heeft: seizoensgebonden genegenheidsstoornis, een gemoedsstemming bij het wisselen der seizoenen. De natuur komt ook hier op de tweede plaats: als de gemoedsstemming voortkomt uit seizoenswerkloosheid, is het werkloosheidsaspect doorslaggevend.
De psychotherapeuten hebben eindeloos verstoorde familie- en andere relaties geanalyseerd maar het begrip 'verstoorde milieu-relaties' bestaat nog niet. De westerse psychologie heeft de geestelijke gezondheid van meet af aan geplaatst in het kader van de industriële stadsbevolking: huwelijk, gezin, werk, school, gemeenschap. Alle invloeden daarbuiten zijn kennelijk niet van invloed - of misschien te bedreigend. Zoals Freud zei: 'De natuur is oneindig ver van ons en vernietigt ons, koel en meedogenloos'. Freud's denkbeelden zijn op vele gebieden ter discussie komen te staan, maar deze tragische opvatting over de vervreemding van de natuur is nog steeds gangbaar. Zodat de natuur inderdaad ver en vijandig lijkt.
Dat is wel aan het veranderen. De afgelopen tien jaar is een groot aantal psychologen het milieu gaan betrekken bij hun theorie en praktijk. De eco-psychologie heeft al waardevolle bijdragen geleverd. Zo wordt de gebruikelijke manier van optreden tegen het publiek van milieu-actisten, vol verwijten en het hameren op schaamte en afschrikken, aan de kaak gesteld. Daar hebben ze zich van bediend sinds Rachel Carson Silent Spring schreef. Deze benadering doet meer kwaad dan goed vooral omdat veel milieuschadelijk gedrag voortkomt uit een soort verslaving. Bij eco-psychologische cursussen hebben veel deelnemers toegegeven dat hun koopziekte 'krankzinnig' is. Zij gaan gewoon winkelen om zich op te peppen of om tussen de mensen te zijn en als zij thuiskomen zijn zij nog steeds niet opgepept. Eco-psychologen zijn van mening dat niet hebzucht maar leegte de mensen naar de winkels drijft. Meestal komt dat doordat iemand in zijn jeugd veel tekort is gekomen; het kan ook te maken hebben met de typisch burgerlijke behoefte om iemand de ogen uit te steken. De onzekerheid die hieraan ten grondslag ligt, kan de koopdwang zo sterk maken dat de mensen tegen beter weten in blijven kopen.
Als eenmaal is vastgesteld dat het een kwestie van verslaving is, is het zinloos om op het schuldelement te wijzen. Verslaafden gaan dan meestal ontkennen of worden agressief. Dat maakt ze een prooi van anti-milieuactivisten die het publiek ervan willen overtuigen geen aandacht meer te schenken aan de 'handenwringende groentjes' of 'ecofascisten' die te snel teveel willen veranderen. Zoals iedere therapeut weet, heeft schaamte geen goede uitwerking op verslaafd gedrag, want verslaafden schamen zich al diep. Hun leegte moet op een positieve en milieuvriendelijke manier worden gevuld. Er zijn eco-psychologen die geloven dat de natuur zelf dit emotionele evenwicht kan geven. Sommigen gebruiken daarom de natuur of tuinen als 'buitenkliniek'. De eco-psychologen willen het adagium 'de natuur geneest' letterlijk toepassen. Ruim een eeuw geleden klaagde Emerson dat weinig volwassenen 'de natuur kunnen zien'. Anders zouden zij weten dat 'de bossen ons tot rede en inkeer kunnen brengen. Daar voel ik dat mij niets kan overkomen dat de natuur niet ongedaan kan maken'. Waarom hebben de therapeuten zo weinig gebruik gemaakt van deze voor de hand liggende bron? Als iemand wordt gevraagd een rustgevend beeld op te roepen zal dat geen snelweg of winkelcentrum zijn maar een weidelandschap, bos, zee of sterrenlucht.
Door zulke ervaringen serieus te nemen, betrekken eco-psychologen de natuur bij de geestelijke gezondheid. De manier waarop wij met het milieu omgaan, zal dus niet alleen als kreet 'krankzinnig' worden genoemd, maar tevens een professionele klank krijgen. Zo is het duidelijk dat wij geestelijk en lichamelijk afhankelijk zijn van de natuur. In het milieubeleid moet dit ook worden gebruikt. De schoonheid en biodiversiteit van de natuur kunnen worden gewaarborgd door haar een plaats te geven bij de geestelijke gezondheid. Een aanslag op een bedreigde diersoort of regenwoud kunnen wij dan beschouwen als een aanslag op de geestelijke volksgezondheid, op onze kinderen, op ons allen. Als wij schade aan het milieu toebrengen, tasten wij de belangrijkste voorwaarde voor geestelijke gezondheid aan: de wederzijdse afhankelijkheid van ons met de natuur. Eco-psychologie geeft hoop. Wij blijven een met de aarde; een innerlijke stem roept ons tot de orde. De eco-psychologen hebben ontdekt dat velen de schade aan het milieu betreuren. Sommige patienten willen dit element ook graag in hun therapie verwerkt zien. In een ingezonden brief aan Ecopsychology Newsletter schrijft een lezeres hoe zij haar zorg om het milieu aan haar psychiater vertelde. 'Ik was zo gedeprimeerd over het milieu dat ik zelfs geen kraanwater meer durfde te drinken'. Haar therapeut noemde dit een 'obsessie met het milieu'. Na een poosje zocht zij hulp elders en belandde uiteindelijk bij een milieubeweging waaraan zij zich verbond. Het is nog steeds niet gebruikelijk om in een therapie en in onze cultuur de invloed van de natuur op ons emotionele leven te onderkennen. Dit zal ook zo blijven zolang psychologen ons niet willen zien als een onderdeel van de natuur zoals dat bij de primitieve volkeren altijd het geval is. Daar wordt de zieke geest genezen met de bomen, rivieren, de zon en de sterren.
Op een conferentie in Harvard met de titel 'Psychologie van wereldbelang' was de conclusie: 'Als wij een zijn met de natuur, staat het vernietigen van de natuur gelijk aan zelfvernietiging.' Hiermee plaatsen wij ons erfgoed in een ecologische context. De eco-psychologie zet kracht bij aan de opvattingen van de naturalist E.O.Wilson: 'Wij hebben een aangeboren emotionele binding met alle levende wezens die de biodiversiteit waarborgt'. Als onze cultuur niet in harmonie is met de natuur, komt dit in alle facetten van ons leven tot uitdrukking; gezin, werk, school en gemeenschap. Om deze reden wenst de eco-psychologie geen nieuwe ziekten te beschrijven, maar aan te tonen wat de invloed is van het niet zien van ecologisch verband op bestaande ziektebeelden. Gedragstherapie ter behandeling van fobieen zou in feite ook in de vrije natuur moeten worden gegeven om het verband tussen mens en natuur aanschouwelijk te maken. Freud gaf aan waaraan de menselijke geest zich moest kunnen aanpassen om als gezond te kunnen worden aangemerkt. Voor de biosfeer was in die tijd nog geen aandacht. De eco-psychologie probeert dit bij te stellen door de liefde voor al wat groeit en bloeit centraal te stellen.