Email   Print

spelen-zonder-speelgoed

Een experiment op Duitse kleuterscholen om de fantasie te prikkelen.

Frank Pusch | 9 juli/augustus 1996 issue

Dertig kinderstemmetjes roepen opgewonden door elkaar. Een alledaags tafereel voor een kleuterschool, als er niet iets bijzonders aan de hand zou zijn. Dertig kinderen in een lange rij brengen hun geliefde speelgoed allemaal naar de kelder. Wat ouders en leidsters als een maatregel van verslavingspreventie beschouwen, is voor de kinderen een opwindend nieuw spel: de komende maanden gaan ze het helemaal zonder speelgoed doen. Hoe leger de groepsruimten worden, hoe hoger het lawaaipeil van de kinderen wordt. De leidsters nemen de drukte gelaten waar. Weldra zullen alleen nog stoelen, tafels, lege rekken en twee grote - eveneens uitgeruimde - speelhuizen de ruimte vullen; naast de fantasie van de kinderen. Al een aantal weken werd het project voorbereid en met de kinderen erover gepraat. Langzamerhand werd er steeds meer speelgoed verbannen, eerst van de speelplaats en nu ook uit de groepsruimten. De ouders waren ingelicht; de grootouders, die in hun jeugd niet veel speelgoed ter beschikking hadden, werden aangeschreven met het verzoek hun kleinkinderen over eenvoudige ouderwetse spelletjes te vertellen.

Van vorig jaar weten de beide leidsters nog dat twee zware beginweken op hen afkomen. De kinderen kunnen nu niet langer consumeren. Prentenboeken, bordspelen, bouwblokken, knuffels en poppen zijn verleden tijd. Het winkeltje is ook uitgeruimd, net als de rekken met knutselmateriaal. Op de speelplaats buiten ontbreken de plastic graafmachines, zandvormpjes, scheppen en driewielers. De kinderen zullen nu de lege ruimten in bezit nemen, over de meubels gaan klimmen, druk en chaotisch zijn. De leegte zal spel en activiteit toelaten op een manier die voorheen niet mogelijk was. De fase van chaos zal zo'n twee weken duren en lijkt op de ontwenningsfase bij verslaafden: nervositeit, een voortdurend koortsachtig gezoek naar de drug speelgoed of een surrogaat. En natuurlijk aarzelende pogingen het met jezelf en de anderen te redden, pogingen die in het begin steeds weer tot mislukken zijn gedoemd vanwege gebrek aan ervaring. Het verslavingsgedrag van volwassenen en kinderen uit zich blijkbaar op eenzelfde manier. De drug is niet alleen een verlangen maar ook een uitvlucht. Koffie, sigaretten, video of alcohol bij volwassenen, televisie en speelgoed bij kinderen: gemeenschappelijk is de consumptie die als afleiding dient.

'Zelfs het meest creatieve bordspel kan een drug worden wanneer het er alleen nog maar voor dient, kinderen permanent af te leiden', zegt Gudrun Vogelsang en schetst een typische scène. Benny, Dorle en Jan vervelen zich, weten niets met zichzelf te beginnen. Ze besluiten om een boek te gaan lezen en het slakkenspel te halen. Het boek is na enkele minuten vluchtig doorgebladerd; terwijl Dorle nog met het slakkenspel speelt, beginnen de jongens koortsachtig tussen het plaatjeskijken en het spel te wisselen, uit het raam te kijken, het spel van andere kinderen te becommentariëren. Al gauw rennen ze alledrie door de ruimte, de dobbelstenen liggen op de grond, de kinderen verruilen onophoudelijk en doelloos de ene bezigheid voor de andere. Het speelgoed wordt geconsumeerd, bij ieder probleem wordt - in plaats van naar een oplossing te zoeken - de gemakkelijkste weg gezocht: de willekeurige overgang naar de volgende afleiding.

'De kindertijd is tegenwoordig bij ons vaak bepaald door een gebrek aan werkelijk vrij beschikbare tijd en een permanente confrontatie met de produkten van de consumptiegoederenindustrie. Daar staat echter een beperking van de leefruimten voor kinderen tegenover: straten, auto's, verkeersgevaar, een slecht leefmilieu - vooral in de stad - en een prestatiemaatschappij die steeds meer op gewin en succes is georiënteerd, laten steeds minder vrije ruimte en aandacht voor kinderen over.'

Kinderen hebben in feite maar weinig nodig, zoals ze in hun eigen spel laten zien. Iedere klimboom is een avontuur, bosjes zijn verstopplaatsen. Ze bouwen stuwdammen en zandkastelen; oude plastic buizen en een paar erwten maken talloze spelen en wedstrijdjes mogelijk. Met zelf verzonnen rollenspelen oefenen de kinderen daarbij hun sociale gedrag en ontwikkelen ze een gevoel van eigenwaarde. In de speelgoedvrije ruimte leren ze zichzelf weer terug te vinden. 'Uiteindelijk hoefden wij niet meer te spelen', herinnert Susanne Hipler zich van de eerste speelgoedvrije periode. Wat juist is, maar ook ook weer niet. Want er werd wel degelijk gespeeld. Rollenspelen waren zeer in trek, sprookjes werden nagespeeld. Een dagtocht naar het eiland Borkum inspireerde de kinderen tot het eilandspel, waarvoor als spelmateriaal slechts een blauwe doek, wat zand uit de zandbak, de meegenomen schelpen en souvenir-vuurtoren nodig waren, naast een paar houten plankjes voor boten. Kringspelletjes waren net zo geliefd als het bouwen van hutten in de lege rekken of met de matrassen in de knuffelhoek. In de loop van de drie maanden namen de leidsters waar dat de communicatie toenam. De kinderen maakten afspraken met elkaar, maakten samen plannen of wilden door de leidsters verhalen verteld krijgen. Ze gingen ook toleranter en gevoeliger met elkaar om. De stille kinderen, die vroeger steeds aan de kant bleven, raakten net als de luidruchtige deugnieten beter in de groep geïntegreerd. Want nu was de creativiteit en deelname van ieder kind vereist. Kinderen en leidsters leerden ook in gelijke mate dat nietsdoen niet hetzelfde is als verveling, maar beslist produktief kan zijn en belangrijk is.

De speelgoedvrije tijd zal ook deze keer weer drie maanden van het kleuterschooljaar duren. Zo blijft er genoeg tijd over om de nieuwe kinderen en hun ouders met het project kennis te laten maken. Want de ouders moeten meedoen, en doen dat in de regel enthousiast. Langer dan drie maanden moet het project ook weer niet duren. Want 'de kinderen leven niet op een eiland, ze hebben vriendjes buiten de kleuterschool, die speelgoed hebben en daarom moeten ze ook zelf iets kunnen laten zien', zegt Gudrun Vogelsang. Daarom wordt ook op de kleuterschool niets gedramatiseerd. Tenslotte willen ze de kinderen niet dwingen, ze moeten zelf willen. Wanneer een kind een keer een knuffel bij zich heeft, wordt dat geaccepteerd. Na korte tijd zullen enkele kinderen naar het knutselmateriaal vragen en iets krijgen. Maar ze moeten het vragen en weten wat ze willen.
Bezit wordt totaal onbelangrijk. Wanneer Kai plotseling met een glimmende speelgoedauto in de ontruimde groep opduikt, interesseert niemand zich daarvoor. Provocerend laat hij het speelgoed over de grond racen en aan iedereen zien. Maar hij heeft geen succes. De andere kinderen zijn al lang de 'Leeuwenkoning' aan het naspelen. Al gauw ligt de auto ergens in een hoek en Kai doet moeite om met het spel van de anderen mee te doen. Als zijn moeder hem 's middags afhaalt, vergeet hij zelfs zijn auto mee te nemen.




Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.