Email   Print

De politiek van toerisme

Toerisme is meer dan betaalde ontspanning. Het is een onderdeel geworden van de export van de westerse cultuur. De ontwikkeling van Derde Wereldlanden wordt aangepast aan de wensen van het toerisme. Zelfs 'ecotoerisme' is maar al te vaak camouflage en mombakkes. Lokaas voor westerse reizigers die in de Derde Wereld nog steeds vooral stabiliteit, gastvrijheid en veiligheid verlangen. Er wordt geen enkele rekening gehouden met de belangen van de plaatselijke bevolking.

Anita Pleumaron | 8 mei/juni 1996 issue

Eeuwenlang zijn grenzen overschreden voor pelgrimstochten, militaire expedities, ontdekkings- en handelsreizen. Maar reizen als vrijetijdsbesteding is nieuw. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam het massatoerisme, zoals we dat nu kennen, op gang. Aanvankelijk werd vooral gereisd binnen en tussen Noord-Amerika en West-Europa totdat de jumbo's in de jaren zeventig Derde Wereldlanden binnen het bereik van velen brachten. In 1975 ging nog geen tien procent van de toeristen naar een Derde Wereldland. Tien jaar later was dat percentage al meer dan verdubbeld. Volgens de Wereld Toeristen Organisatie zullen in het jaar 2010 bijna een miljard toeristen een buitenlandse bestemming bereiken, twee maal zoveel als in 1993.

Deze explosie van toerisme is mede het gevolg van politieke en economische voorwaarden, die internationale organisaties - zoals de Wereldbank - stellen aan samenwerking met nationale regeringen. Zonder de inmenging van dit soort organisaties zou het toerisme niet zo'n vlucht hebben genomen en ook niet zo'n enorme - en deels onherstelbare - schade hebben toegebracht aan bevolking en milieu.

De 'ontwikkeling' van 'onderontwikkelde gebieden' vroeg meer dan kapitaalsinvesteringen en de overdracht van technologie. Culturen moesten ook kennismaken met economische concurrentie en integratie. En toerisme bood een middel om beide doelen te bereiken. Toen ontwikkelingslanden te kampen kregen met schommelende prijzen voor grondstoffen op de wereldmarkt of quota voor export van hun industriële produktie, werd toerisme aangeprezen als een nuttig alternatief om meer vreemde valuta te verdienen. Ook leek het een methode om traditionele maatschappijen moderne normen en waarden bij te brengen. Wat dat betreft gaat toerisme evenzeer over ideologie als over reizen. Zoals critici zeggen: 'Toerisme bestaat uit een pakketje ideeën over de industriële, bureaucratische samenleving. Een aantal opvattingen over manlijkheid, opvoeding plezier en vertier.' In dat licht verbaast het niet dat internationale technocraten zo voldaan zijn als een regering aankondigt toerisme als een van de voornaamste industrieën te willen exploiteren. Want zo'n beleid houdt de bereidheid in om tegemoet te komen aan verwachtingen van buitenlanders, die op hun reizen politieke stabiliteit, veiligheid en gastvrijheid verlangen. Een regering die besluit om voor haar ontwikkeling afhankelijk te zijn van geld uit toerisme, is een regering, die zich op internationaal niveau soepel opstelt.

Veel Derde Wereldregeringen reageerden positief op de ontwikkeling van het toerisme omdat het harde valuta, investeringen en prestige meebracht in ruil voor ruim aanwezige hulpbronnen zoals zon, zee, zand, exotische culturen, prachtig landschap en wild. Maar de keuze was in vele gevallen: toerisme of niets. De eerste lening, die de International Finance Corporation - de afdeling van de Wereldbank voor particuliere leningen - afsloot in 1967 betrof 2,9 miljoen dollar voor een hotel in Nairobi dat gedeeltelijk eigendom was van en werd geleid door de Inter Continental Hotelgroep - een dochteronderneming van Pan Am. In de jaren zeventig heeft de International Development Association voor 450 miljoen dollar aan toeristische projecten gefinancierd, waaronder gigantische vakantieprojecten aan de Middelandse Zee, aan de Zwarte Zee in Roemenië en Bulgarije, in Tunesië, Thailand, Mexico en het Caribisch gebied.

Toen de kritiek op deze investeringen groeide, werden de leningen niet langer voor specifiek toeristische projecten bestemd maar vooral voor infrastructuur - luchthavens en wegen. Het verband met het toerisme was niettemin meestal onmiskenbaar. Zo financierde de Aziatische ontwikkelingsbank in 1993 vijf nieuwe wegen die de belangrijkste steden van Thailand, Burma, Zuid-China, Laos, Viëtnam en Cambodja met elkaar zullen verbinden om handel en toerisme in dat gebied te bevorderen. Sinds de jaren zestig heeft de Wereldbank met allerlei faciliteiten ontwikkelingslanden met een forse buitenlandse schuld aangemoedigd om buitenlandse investeringen voor het toerisme aan te trekken. De Dominicaanse Republiek, Mexico, Turkije, Porto Rico, Haïti, Nepal en Gambia hebben zich allemaal op het toerisme gestort om hun schuldenlast te verminderen. Ook landen die aanvankelijk twijfelden aan het toerisme als een weg naar ontwikkeling gingen voor de bijl: Cuba, Tanzania, Noord-Korea, Viëtnam en Nicaragua. In de jaren negentig zijn internationaal schuldenbeleid en de jacht op plezier met elkaar verweven geraakt.

De economische voordelen van toerisme worden schromelijk overschat. Talrijke onderzoeken hebben uitgewezen dat buitenlandse valuta die met het toerisme worden verdiend lang niet allemaal in de schatkist terecht komen: tweederde van het geld dat toeristen uitgeven, gaat naar reisorganisaties, luchtvaartmaatschappijen en hotels die in buitenlandse handen zijn, of wordt besteed om eten en drinken in te voeren. Heel weinig geld belandt bij de plaatselijke bevolking die vaak eenvoudige baantjes heeft en veel moet verduren, zoals onbeschaafd gedrag, toenemende prostitutie, de uitholling van culturele en geestelijke waarden en schade aan het milieu.

Om aan die bezwaren tegemoet te komen, ontstond in de jaren zeventig het 'alternatieve' toerisme dat de reizigers intieme contacten met de lokale bevolking belooft zonder inbreuk op cultuur of milieu. Deze 'niche'-markt kreeg in de jaren tachtig een massale omvang. Afgelegen paradijsjes als Phuket in Thailand, Goa in India en Bali in Indonesië en trektochten in Nepal werden actief gepromoot. Het was lucratief en modieus; vooral bij Europeanen en Amerikanen. En de zucht naar 'authenticiteit' verdrong al snel de bezorgdheid voor de gevolgen van het toerisme voor het gastland of de plaatselijke economie. Op zoek naar nieuwe 'ongerepte' oorden heeft het 'alternatieve' rugzaktoerisme vele bestemmingen blootgelegd, waarbij in hoog tempo schade werd toegebracht aan de natuur en de sociale structuur van de gastlanden.

Eind jaren tachtig sloeg de toeristische industrie opnieuw een andere weg in. Internationale en nationale reisorganisaties loofden prijzen uit voor verantwoord toerisme en milieuvriendelijke toeristische projecten die daadwerkelijk ten goede komen aan de plaatselijke bevolking. In 1991 boden 500 Amerikaanse reisorganisaties reizen aan met een milieuthema, veelal naar Derde Wereldbestemmingen. Ecotoerisme is thans de snelstgroeiende vakantiesector en heeft internationaal al een aandeel van meer dan tien procent. Maar vaak wordt 'eco' gewoon toegevoegd aan datgene wat allang wordt gedaan zonder ook maar iets te veranderen. Costa Rica geldt als de top-ecobestemming ter wereld. Bijna een derde van het land bestaat uit reservaten, ook voor de inheemse bevolking. Maar in een poging om toerisme de voornaamste bron van vreemde valuta te maken zijn grootschalige vakantie-projecten als paddestoelen uit de grond gerezen. Daarbij worden ongeneerd grote hotelcomplexen in reservaten gebouwd. Op dezelfde wijze brengt het ecotoerisme Belize dezelfde ellende als het 'gewone' massatoerisme. Zonder inspraak van de lokale bevolking heeft de regering besloten om van een eiland met veel wild en Maya-bezienswaardigheden een 'geïntegreerd en ecologisch verantwoord' vakantiepark te maken met hotels, golfbanen en apartementen. Toen een aannemer met explosieven een gat in het koraal blies om het eiland beter voor bootjes toegankelijk te maken, spraken bewoners wrang over 'ecoterrorisme'.

De 'toerisme als ontwikkeling'-trend heeft er ook toe geleid dat er een verband is ontstaan tussen de toeristenindustrie en natuurbescherming. Ecotoerisme wordt gezien als een middel tot duurzame ontwikkeling: de opbrengst wordt gebruikt om bedreigde ecosystemen te beschermen en de biodiversiteit te handhaven. Organisaties als het Wereld Natuur Fonds en het World Resources Institute zoeken geografisch geïsoleerde plaatsen met kwetsbare ecosystemen en culturen in Afrika, Indonesië, Centraal-Amerika en de Himalaya uit om die te veranderen in reservaten en nationale parken voor behoud van de natuur en ecotoerisme. In de meeste gevallen worden deze ecotoerisme-projecten afgeschermd, waarbij achteloos wordt voorbijgegaan aan de belangen van de lokale bewoners die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van hun omgeving. In plaats van uit te gaan van de traditionele gemeenschapsrechten voor gebruik en beheer van natuurlijke hulpbronnen, wordt de plaatselijke bevolking gezien als achterlijk en verantwoordelijk voor de achteruitgang van het milieu. Deze tegenstelling tussen het belang van de bevolking en het behoud van de natuur komt vooral in Afrika vaak voor. Westerse opvattingen over natuurbehoud worden gehanteerd in nationale parken, de bevolking wordt verdreven en het bos wordt bestemd voor de toeristen. In Namibië kregen Bosjesmannen de keuze hun reservaat te verlaten of als toeristische attractie te fungeren.

Natuurlijk zijn er pogingen zijn gedaan om de lokale bevolking te betrekken bij ecotoerisme en projecten tot natuurbehoud. Meestal zijn zij echter niet veel meer dan gids, drager, kelner, kunstverkoper of fotomodel. Zelden worden zij bij de organisatie of besluitvorming betrokken. Financieel worden zij er ook niet veel wijzer van. De plaatselijke betrokkenheid dient vooral om verzet in de kiem te smoren.

Bovendien wordt het geld dat wordt verdiend met ecotoerisme vaak niet besteed aan natuurbescherming. De Wereldbank schat dat van de bijna een miljoen dollar entreegeld die het Nationale Park van Nepal jaarlijks ontvangt maar een fractie voor het behoud van de natuur wordt gebruikt. Het meeste gaat naar soldaten die mensen uit de omringende dorpen weg moet jagen als zij daar hout willen sprokkelen. Toerisme in een ongerept nationaal park is daarom inherent onmogelijk. Om voldoende inkomsten te generen moet het aantal toeristen groot zijn. Dat betekent een steeds grotere inbreuk op de plaatselijke cultuur en natuur, onvoldoende toezicht en meer vreemde valuta leidt ook tot meer corruptie.

Toch zijn er enkele hoopgevende voorbeelden van toeristische projecten die passen in de ontwikkeling van Derde Wereldlanden. Daarbij staan de bevoegdheden en de belangen van de plaatselijke bevolking en de omgeving centraal. In plaats van het toerisme te hervormen, wordt het accent gelegd op projecten die die belangen waarborgen. Een goed voorbeeld zijn de pogingen van groepen in ontwikkelingslanden in de jaren tachtig om kleinschalige reizen te organiseren die onder lokaal toezicht staan en die rekening houden met de inheemse gebruiken en natuur. Zo is in Thailand Life Travel Service opgericht om bezoekers met eigen ogen de echte verschillen tussen de Eerste en de Derde Wereld te laten zien en zodoende steun te verkrijgen voor de strijd van de Thais tegen uitbuiting en onrechtvaardigheid. Het alternatieve toerisme diende om internationale solidariteit te bewerkstelligen. Hiermee is enig succes geboekt. Dit nieuwe toerisme heeft gevestigde belangen doen wankelen. Zo heeft het streven naar een kleinschalige aanpak van het toerisme in de Filippijnen plannen verijdeld om een aantal eilanden in luxe-oorden te veranderen. In Ubud op Bali zijn lokale bewoners erin geslaagd buitenlandse projecten te weren met strenge regelgeving en met eigen projecten die de gemeenschap en de omgeving werkelijk ten goede komen. Bijvoorbeeld de oprichting van een biologisch landbouwbedrijf en de uitgave van een plaatselijke krant.

Het hangt van de lokale bewoners af of zij in hun visie op ontwikkeling ruimte hebben voor het ontvangen van toeristen of niet. Maar de richting van het alternatieve toerisme is bepalend: komen er toeristen of is er sprake van 'toeristiseren'? Veel van de retoriek in de toeristenindustrie is nauwelijks te onderscheiden van de verlangens van ontwikkelingsorganisaties naar sociaalverantwoorde en milieuvriendelijke ontwikkeling. En dat biedt ruimte voor misbruik door gevestigde belangen van oprechte pogingen voor een rechtvaardige organisatie van het toerisme. Wat dat betreft zal het toerisme alleen veranderen in een wereld waar de mensen zelf - en niet belangen buiten hen - hun leven vormgeven.




Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.