Email   Print
Share  

Gedachten van het hart

Wat is een droom?

Ann Faraday | 6 januari/februari 1996 issue

Sommige dromen schijnen net zo onbelangrijk te zijn als de zinloze kronkelweggetjes die onze hersenen volgen als we ‘aan niets willen denken’. Het is daarom niet zo vreemd dat sceptici zeggen, dat je je dromen maar het beste kunt vergeten. Maar er zijn dromen waarvan we ons niet zo gemakkelijk kunnen losmaken. Dat zijn de schrikaanjagende, waarvan we ons zouden willen ontdoen met een ‘het-zijn-maar-dromen’, zoals ouders hun kinderen aansporen te denken, als die nachtmerries hebben. Vaak is de indruk die dromen achterlaten echter zo sterk, dat de herinnering eraan ons jaren blijft achtervolgen. Er zijn andere dromen, die zo onvoorstelbaar mooi zijn, dat we ze niet zouden hebben willen missen; weer andere zijn zo levendig, dat we ons afvragen of zij visioenen uit een andere wereld zouden kunnen zijn of dat er een tip wordt opgelicht van de sluier over een vroeger bestaan. En slechts heel weinige voorspellen werkelijk de toekomst. Is er iets dat ze allemaal gemeen hebben?

Hoewel de wetenschap nog ver verwijderd is van een omlijnd begrip van de dromen, heeft de moderne research toch een vrij duidelijke ontdekking gedaan: het merendeel van de dromen schijnt op de een of andere manier dingen te weerspiegelen die onze geest de laatste paar dagen hebben beziggehouden. Soms is dit heel gemakkelijk na te gaan, maar het is evenzeer waar ten aanzien van fantastische dromen die mijlenver weg schijnen te liggen van ons gewone leven en onze gewone gedachten, zoals in een straat achtervolgd worden door een tijger of een gesprek voeren met iemand die allang dood is. Dromen komen naar voren via een speciaal soort beeldtaal. Zodra we dit doorhebben, zal het ons duidelijk worden dat de tijger het symbool was voor wie of wat ons iets eerder schrik aanjoeg. De overledene daarentegen verscheen ons om op een duidelijke manier een idee in beeld te brengen dat hij ons lang geleden aan de hand deed – een idee dat direct verband houdt met onze actuele situatie. Dromen reflecteren niet alleen actuele gebeurtenissen, maar ook een hele massa gedachten en gevoelens die in de loop van de dag aan onze aandacht zijn ontsnapt omdat we het te druk hadden of geen zin hadden om er ons mee bezig te houden. Eigenlijk zou onze dromende geest vergeleken kunnen worden met een filmregisseur, die zaken uit ons waakleven oppikt die meer aandacht verdienen dan wij ze hebben gegeven. Hij haakt er in de diepte op in door verhalen samen te stellen waarin flashbacks, cartoons en allerlei andere methoden gebruikt worden om uitdrukking te geven aan onze diepste gevoelens over onszelf, andere mensen en in het algemeen over de waarde van ons leven.

Zelfs al gingen we niet verder dan dit – zou dit dan geen mooie reden zijn om niet zonder meer dromen van ons af te zetten? Zou er een mens zijn wiens leven niet verbeterd zou kunnen worden door er wat extra over na te denken? Iedereen die werkelijk vindt dat zijn leven volkomen is vastgelopen moet zijn vrienden en familieleden maar eens naar hun mening vragen. Meestal zal hij tot het inzicht komen dat hij er ’n handje van heeft anderen met de last van zijn tekortkomingen en fouten op te zadelen. Als hij daar maar lang genoeg mee doorgaat, zullen zij daar wel tegen protesteren.

Wat het droomproces oplevert, wanneer wij door onze droom heenslapen zonder er ons ooit iets van te herinneren, weet niemand. Er zit waarschijnlijk wel iets in het aloude idee dat je de moeilijkheden in het leven beter aan kunt, eenvoudig door er ‘een nachtje over te slapen’ hoewel we er geen flauwe notie van hebben hoe het werkt. Wat we wel weten is, dat wanneer we ons dromen herinneren en hun ‘reflecties-in-de-diepte’ begrijpen, er een geheel nieuwe dimensie van wijsheid en inzicht wordt toegevoegd aan ons leven: het wordt gezonder, zinvoller en er komt meer humor in. Een vraag die mij telkens weer wordt gesteld, is of de tijd en de inspanning die nodig zijn om de beeldtaal van de dromen te begrijpen, niet beter besteed zouden kunnen worden aan een direct, rationeel nadenken over onze problemen. Ik vind dat wij niet in staat zijn de ware aard en omvang van onze problemen te peilen, laat staan ze op te lossen, tenzij de dromende geest al de subtiele gevoelens, vage aanwijzingen en indrukken openbaart die wij in ons waakleven hebben genegeerd. Een detective die van een bepaald geval slechts de helft van de feiten kent, heeft niet veel kans de zaak tot een goed eind te brengen, met hoeveel inzet en gezond verstand hij er ook aan werkt. Een grappig verhaal over de prijs die onze beschaving heeft betaald voor haar sterke concentratie op rationeel denken, is het verslag dat Jung gaf van een gesprek met een opperhoofd van de Pueblo-Indianen, Ochwiay Biano. Jung vroeg het opperhoofd wat hij van de blanke mensen vond, en de man antwoordde dat hij geen hoge dunk van hen had. Blanke mensen, zei Ochwiay Biano, schijnen zich altijd overstuur te maken, zij schijnen altijd rusteloos naar iets op zoek te zijn, met als gevolg dat hun gezicht overdekt is met rimpels. Hij voegde eraan toe dat blanke mensen gek moesten zijn, want zij denken met hun hoofd, en het is een welbekend feit dat alleen gekke mensen dat doen. Verbaasd vroeg Jung hoe de Indianen dan denken, waarop Ochwiay Biano antwoordde dat hij vanzelfsprekend met zijn hart dacht.

Wij koesteren meestal een diep wantrouwen tegen alles wat gevoel en emotie heet. Wij zijn bang dat het ons zal domineren als wij het de vrije teugel laten. In werkelijkheid is het tegendeel het geval, want emoties veroorzaken alleen moeilijkheden wanneer wij ze geen kans geven tot uitdrukking te komen. In een gezond leven werken hoofd en hart samen zonder dat het één tracht het ander eronder te krijgen. Wie zo leeft, is eenmens uit één stuk; die leidt een harmonieus leven. Juist omdat dromen ons helpen tot zo’n leven te komen, heb ik hen ‘gedachten van het hart’ genoemd. In het bijzonder die gedachten waaraan wij in de loop van de daggeen aandacht besteed hebben, waardoor ze ons last kunnen bezorgen en ons zelfs in precaire situaties kunnen brengen. Er zijn veel voorbeelden van dromen waaruit een soort gespletenheid tussen hoofd en hart blijkt: een geslaagde, aimabele zakenman die telkens weer droomt dat hij door grauwe, verlaten straten loopt, op zoek naar een baantje en naar vrienden; een zachtaardige student, pacifist, die zich in zijn dromen ziet als bevelvoerend admiraal van de vloot; een verlegen meisje dat zich in haar dromen zonder meer aan mannen geeft. In elk van deze gevallen willen de diepste hartewensen worden onderkend. Negeren wij ze, dan zullen we onze problemen trachten op te lossen op een zinloze en schadelijke manier. De dromen vragen aan de zakenman om de oorzaken van zijn innerlijke leegte te willen zien en begrijpen – die zal alleen maar erger worden, zolang hij probeert ze te onderdrukken met zijn charmant gedrag; de student wordt aangespoord creatieve wegen te vinden tot ontlading van de opgekropte spanningen waarmee zijn afkeer van de meedogenloze concurrentiemaatschappij hem had opgescheept; en het verlegen meisje wordt ertoe gebracht haar seksuele behoeften onder ogen te zien. Worden zulke waarschuwingen genegeerd, dan zullen de nare dromen niet alleen terug blijven komen, maar alles wat we proberen te verdringen, zal zich in ons onderbewustzijn vastzetten en aan ons opdringen totdat het zich mogelijk ontlaadt in een werkelijk ‘wezensvreemd’ en vernietigend gedrag.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: