|
|
Een duurzame vrije markt
Belastingen sturen de economie. Als vooral arbeid wordt belast, zullen ondernemingen trachten op arbeid te besparen. Als het fiscale accent daarentegen op energie en grondstoffen ligt, zal de ondernemer bezuinigen op consumptie. Ondernemer Eckart Wintzen bepleit een fiscale dubbelslag die werk creëert en het milieu spaart. Op weg naar de belasting op onttrokken waarde.
Een duurzame vrije markt economiemilieubelasting Belastingen sturen de economie. Als vooral arbeid wordt belast, zullen ondernemingen trachten op arbeid te besparen. Als het fiscale accent daarentegen op energie en grondstoffen ligt, zal de ondernemer bezuinigen op consumptie. Ondernemer Eckart Wintzen bepleit een fiscale dubbelslag die werk creëert en het milieu spaart. Op weg naar de belasting op onttrokken waarde. Als we het eenvoudig stellen, heersen er momenteel twee dwingende problemen in de rijke en de ontwikkelingslanden: werkloosheid en de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen. In beide gevallen vormt het typisch westerse belastingstelsel de fundamentele oorzaak. Onze cultuur kent een fiscaal systeem waarin het overgrote deel van het geld dat de regering ontvangt van het bedrijfsleven – tachtig procent – bestaat uit belasting op werk, terwijl grondstoffen zelden of helemaal niet belast zijn. Met andere woorden: hoe meer mensen je in dienst hebt, hoe meer belasting je betaalt. Dat biedt een directie die haar omzet wil verbeteren – en dat wordt van elke directie gevraagd – slechts één weg naar meer doelmatigheid: zo veel mogelijk personeel eruit. Zelfs als dit betekent dat er meer energie en grondstoffen worden verbruikt. Een voorbeeld: een opspringende steen beschadigt het glas van een autokoplamp. Een normale reactie is om aan een garage te vragen een nieuw glas te bevestigen. Maar zo gaat dat niet in de moderne economie. In luttele minuten wordt de hele koplamp vervangen. De oude koplamp – waarvan alle draadjes, klemmen en veertjes nog prima functioneren – wordt achteloos weggegooid. Die verspillende handeling is veel goedkoper dan een monteur voor 65 gulden per uur alleen het kapotte glas te laten vervangen.
Ons stelsel is in het verleden zo opgezet omdat destijds de consumptiebehoefte marginaal was ten opzichte van de enorme hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen. Maar nu zowel de wereldbevolking als de materiële welstand sterk is toegenomen, is onze consumptie explosief gestegen. En pas sinds kort kunnen we een glimp opvangen van wat onze spilzucht voor gevolgen heeft.
Wijziging van ons belastingstelsel is noodzakelijk om deze misstand op te lossen. Ik stel voor om het huidige belastingsysteem binnenstebuiten te keren door grondstoffen te belasten en tegelijkertijd de belasting op arbeid te verminderen. Met andere woorden: hoe meer grondstoffen je verbruikt, hoe meer belasting je betaalt. Zo worden bedrijven gestimuleerd om hun werkwijze rendabeler te maken door minder, of duurzamere, produkten voort te brengen – waarbij ze minder grondstoffen verbruiken – en zich meer te richten op dienstverlening – waarbij ze meer personeel nodig hebben. Afnemende werkloosheid is een direct neveneffect van deze benadering. Zo ontstaat een economie die werkelijk op dienstverlening gericht is en waarin bedrijven zich onderscheiden door de mate waarin ze waarde toevoegen aan hun produkten of diensten.
In die economie kan het glas van de koplamp worden vervangen, in die economie is dienstverlening betaalbaar – de leerling-monteur komt aan huis om water bij te vullen, de bandenspanning te controleren en de auto te poetsen. In die economie is het topmodel van de autofabrikant niet een zescilinder met extra spoiler en titanium velgen, maar een moderne versie van de 2cv... met chauffeur! Maar dat is feodaal, heet het. De vraag is wel wat feodaler is: die chauffeur of het meisje dat met oordoppen op vanwege het knetterende lawaai de hele dag aan een lopende band dezelfde ruitewissers aan het chassis klikt. Dat is verstopt feodalisme. En de chauffeur? Zou hij liever met een werkloosheidsuitkering naar het café gaan?
Alles wat we bezitten, komt voort uit deze planeet. Helaas wordt alles wat we bezitten ook in de een of andere vorm op deze planeet teruggestort bij wijze van afval. Dat mag een volmaakte cirkelgang lijken maar is in feite een rampzalige neerwaartse spiraal, omdat vrijwel alle grondstoffen die voor deze cyclus nodig zijn onvermijdelijk aan waarde inboeten. Tenzij we ons het belang van een gezond milieu voor de toekomstige welvaart van onze planeet bewust worden, bevinden we ons binnenkort in de nogal knellende schoenen van de spreekwoordelijke boer die besloot zijn put te dempen nadat het kalf was verdronken. Als we de natuurlijke hulpbronnen op deze planeet opvatten als onze gezamenlijke erfenis, dienen we er naar te streven om rond te komen van de rente die de planeet ons oplevert, en niet het aanwezige kapitaal roekeloos te verspillen. We moeten daarom leren om de leefomgeving net zo doelmatig te beheren als we bij elk willekeurig bedrijf zouden doen. Maar zoals je geen bedrijf succesvol kunt besturen zonder accurate financiële boekhouding, zo kun je de hulpbronnen in de natuur niet in stand houden zonder een nauwkeurige ecologische boekhouding. Als deze consequent en op grote schaal wordt toegepast, kan de combinatie van ecologische boekhouding en de juiste belastingvorm binnen enkele tientallen jaren de nieuwe marktmechanismen doen ontstaan die nodig zijn voor een duurzame groei. Een groei die een vrij ondernemerschap ruimte laat zonder de natuurlijke hulpbronnen op onze planeet uit te putten.Om deze verandering tot stand te brengen stel ik een driestappenplan voor. De eerste stap is om binnen pakweg vijf jaar een ecologische boekhouding verplicht te stellen voor elk bedrijf in de rijke landen. Deze ecologische boekhouding stoelt op het concept van de ‘onttrokken waarde’, ofwel de waarde die een bepaald produkt of een bepaalde grondstof door menselijk gebruik aan het milieu onttrekt. Om bij de auto te blijven: de auto verbruikt zuurstof en produceert kooldioxide. De berijder dient te betalen voor de theoretische kosten die nodig zijn om dat proces weer terug te draaien. Dat betekent dat hij heel veel bomen zal moeten planten. De essentie is dat de milieuschade die een produkt veroorzaakt wordt gereduceerd tot een niveau waarop het natuurlijke ecosysteem zelf in staat is om de overblijvende gevolgen op te ruimen. Bij de produktie en het gebruik van de auto wordt ook gebruik gemaakt van materialen die niet kunnen worden opgeruimd. In dat geval zal de autorijder moeten betaen voor de (theoretische) kosten van de ontwikkeling van een duurzaam alternatief.
Hoewel het concept van onttrokken waarde nieuw is, kan ik me reeds in de nabije toekomst een tijd indenken waarin de onttrokken waarde, met en zonder recycling, van een produkt – of het nu gaat om een blikje bonen of een auto – vermeld staat op de verpakking, pal naast het aantal calorieën of het benzineverbruik. Zo krijgt de consument de gelegenheid om te kiezen voor het minst schadelijke produkt. Om de ecologische boekhouding te laten slagen, is het zaak om de rekenmethode zo te ontwerpen dat de onttrokken waarde van allerlei produkten nauwkeurig omgerekend kan worden naar nuchtere klinkende munt. Een dergelijk systeem van objectief vastgestelde onttrokken waarde zal onthullen dat we – wat betreft onze pogingen om de huidige noodsituaties in het milieu aan te pakken – voornamelijk het ene gat met het andere dichten. Het zal ook al diegenen aan de kaak stellen die niet meer dan lippendienst bewijzen aan het streven naar een oprechte verantwoordelijkheid jegens het milieu. Terloops wordt met de invoering van eco-accounting een boeiende nieuwe bedrijfstak geschapen waar de kwaliteiten van biologen en chemici kunnen samengaan met fiscale specialisten.
De tweede fase behelst de invoering van een belasting op onttrokken waarde van circa vijf procent, die gelijktijdig van kracht moet worden met de verplichte ecologische boekhouding. Het gaat hier om een gewenningsperiode, waarna de belasting op onttrokken waarde elk jaar met een zeker percentage wordt verhoogd tot hij na zo’n vijftien jaar honderd procent bedraagt. Dan wordt alle milieuschade – onttrokken waarde – tijdens de gehele bestaanscyclus van alle goederen volledig gedekt. De stapsgewijze invoering van de belasting op onttrokken waarde geeft bedrijven in dediverse industriële sectoren voldoende tijd om een strategie te ontwerpen waarmee ze de veranderende toestand het hoofd kunnen bieden. Dezelfde reclame die tegenwoordig materiële consumptie aanprijst zal straks vooral dienstverlening stimuleren. Het gedrag van zowel bedrijven als consumenten zal dramatisch veranderen. Een masseur die dagelijks aan huis komt, zal aantrekkelijker worden dan het aanschaffen van een nieuw bankstel of een tweede televisie op de slaapkamer. Zo ontstaat een situatie waarin de economische prioriteiten van het bedrijfsleven samenvallen met de belangen van onze planeet.
De derde stap in dit proces is het eenvoudigst en misschien ook wel het belangrijkst: een toenemend gedeelte van de inkomsten die de belasting op onttrokken waarde oplevert gebruiken om de schade die het milieu nu lijdt te herstellen. Op deze manier is een volledig duurzame economie een werkbare mogelijkheid.
In het scenario dat ik zojuist heb geschetst, worden de grote bedrijven gedwongen om zaken te doen binnen nieuwe randvoorwaarden en wordt de consument verleid om nieuwe consumptiepatronen te ontwikkelen. Dit plan zal ongetwijfeld op aanzienlijk verzet stuiten. Sommigen zullen zich zo’n verschuiving van randvoorwaarden moeilijk kunnen voorstellen. Hoe zou onze samenleving zo’n fundamentele verandering kunnen verwerken? Die mensen wil ik er graag aan herinneren dat de voorgestelde veranderingen gaandeweg zullen worden ingevoerd over een periode van circa vijftien tot twintig jaar. En als we terugkijken op alle veranderingen van technologische en sociaal-culturele aard die in de afgelopen decennia hebben plaatsgehad, komen deze voorstellen hen dan nog steeds zo drastisch voor?
Verandering is onontkoombaar en de sleutel tot zakelijk succes is gelegen in het alert inspelen op die veranderingen. Daarom getuigt het alleen maar vangezond zakelijk inzicht om op die veranderingen te anticiperen en ze in ons voordeel te laten werken. En het soort verandering dat ik voorstel is absoluut niet revolutionair. Het is een geleide verandering, en kan zich betrekkelijk pijnloos voltrekken. Een verandering doet alleen echt pijn als die zich plotseling en onverwacht aandient. Maar omdat de overgang naar een fiscaal systeem dat uitgaat van belasting op onttrokken waarde ver van tevoren wordt aangekondigd, hebben de bedrijven meer dan genoeg tijd om hun reactie te bepalen. Een omwenteling van de ene op de andere dag wordt niemand opgedrongen. Een groter probleem is dat geen land in zijn eentje kan overschakelen op een complete ecologische kostendekking. Een wereldwijde coördinatie is bij invoering onmisbaar.In dit verband zijn de plannen om in Europees verband te komen tot invoering van een ecotax niet meer dan halfslachtige pogingen op de goede weg. Het is een monomane maatregel die zich beperkt tot energieverbruik. Het gebruik van hout of aluminium valt nietonder de ecotax. Evenmin als het eventuele gebruik van een giftige katalysator om brandstofverbruik te verminderen. Maar mijn grootste bezwaar tegen de ecotax isdat de ondernemer niet de kans krijgt zich gedegen op de invoering voor te bereiden. Het is essentieel om te beginnen met het voeren van een ecologische boekhouding zodat de ondernemer inzicht verwerft in de gevolgen van zijn bedrijfsvoering voor het milieu.
Bij hun inspanningen om de concrete onttrokken waarde van produkten vast te stellen zullen politici en beleidsmakers oplopen tegen een filosofisch soort Sophie’s choice: de noodzaak te beslissen welke onvervangbare natuurlijke hulpbronnen het meest waardevol zijn. Wat is bijvoorbeeld de onttrokken waarde van de witte neushoorn als diersoort vergeleken met 100.000 vaten ruwe olie? Daarom is het cruciaal dat deze gradaties van onttrokken waarde op basis van wetenschappijk feitenmateriaal worden vastgesteld. Het is ook van belang op te merken dat de theoretische schade bij het opruimen van vervuiling of het vervangen van natuurlijk materiaal alleen maar kan worden bepaald op basis van onze huidige wetenschappelijke en technologische vermogens. Als onze vaardigheden groter worden, veranderen daarmee tevens de theoretische kosten van herstel en vervanging. En deze kosten zullen uiteraard ook aanzienlijk verschillen waar het gaat om vervangbaar en niet-vervangbaar natuurlijk materiaal.
Ideaal gesproken zitten we eigenlijk verlegen om een soort kosmische accountant, een alwetende boekhouder die al bij de Oerknal in functie was en dus zicht had op de openingsbalans, iemand die in staat is om ons planetair debet en credit te becijferen. In plaats daarvan zullen we echter moeten vertrouwen op deugdelijk wetenschappelijk werk en ons eigen nuchter zakelijk inzicht.
Duurzame ontwikkeling is mogelijk maar uitsluitend als we het milieu beheren volgens verstandige zakelijke beginselen. De doelstelling van elk bedrijf is het eigen voortbestaan en economische groei te garanderen in het belang van de werknemers en aandeelhouders. Wordt het dan niet tijd voor ons allemaal – als aandeelhouders van de bv Aarde – om de bestendigheid van onze toekomstige welvaart zeker te stellen? Dat moeten we niet doen vanuit een luchtfietserij-idealisme of vage Messiaanse drijfveren, maar zuiver uit economische noodzaak, een inspiratiebron die in het verleden al vaak tot vernuftige vindingrijkheid heeft geleid. We dienen het feit onder ogen te zien dat handel de enige echte drijvende kracht in de wereld is. Naïef idealisme leidt nergens toe.Een ecologische boekhouding is slechts het begin. Maar zoals de oude Chinese wijsgeer Lao Tse ooit schreef: ‘Een reis van duizend mijlen begint met één stap.’ Aan ons slechts de taak om ook de volgende stap te doen op de weg naar gezamenlijke duurzame groei.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.