|
|
Leven en werken zonder geld
Geld en economie lijken onverbrekelijk verbonden. Met het onvermijdelijk gevolg dat wie geen geld heeft niet kan deelnemen in de economie. Gebrek aan geld ontwricht niet alleen de economie maar ook sociale verbanden. Kunnen wij nog leven en werken zonder geld? Het perspectief van plaatselijke ruilhandelstelsels.
De meeste economen herleiden alles nog steeds tot geld. Net als de cynicus van Oscar Wilde zien zij van alles de prijs maar van niets de waarde. Maar naast geld hebben er ook altijd nog andere betaalmiddelen bestaan. Zo hebben vrouwen strategieën ontwikkeld om overweg te kunnen met al hun werk, waarbij zij gebruik maken van andere betaalmiddelen dan geld. Moeders verhandelen met succes goodwill. Dit komt nooit tot uitdrukking in de statistieken over het nationale inkomen, maar stelt vrouwen wel in staat kinderen, huishouden en een baan te combineren. Als ik een weekend weg moet, vraag ik eerst aan vrienden of zij een weekend weg willen terwijl ik op hun kinderen pas. Daarna kan ik hun vragen om eens op mijn kinderen te passen! Dit is geen officieel systeem, maar met wat geven en nemen werkt het prima. Een babysitclub, waarvan de leden fiches kunnen verdienen en uitgeven, is een wat formelere versie.
Het idee van een plaatsgebonden betaalmiddel – Local Currency Unit (Locu) of ‘groene gulden’ – is niet nieuw. In het begin van de jaren tachtig heeft Michael Linton in Brits Columbia de eerste Local Exchange Trading Systems of Lets – plaatselijke ruilhandelstelsels – opgezet. Welvaart en werkgelegenheid blijken zich onafhankelijk van een centraal bestuur plaatselijk te kunnen ontwikkelen. De groepen werken op kleine schaal. Ze zijn georganiseerd als een club waarvan de leden met elkaar handel drijven. Ze kiezen allemaal een toepasselijke naam voor hun betaalmiddel. Ieder lid krijgt een chequeboek voor het betaalmiddel van de eigen club. Rood staan wordt niet bestraft. Leden worden zelfs aangemoedigd onmiddellijk te beginnen met uitgeven. Maar de meeste mensen houden inkomsten en uitgaven in de loop van de tijd min of meer in balans. Iedere transactie wordt op de computer geregistreerd. Er zijn geen munten of bankbiljetten die kunnen worden gestolen of vervalst.
Locu’s kunnen niet met geld worden gekocht of verkocht. Ze kunnen niet tegen rente worden geïnvesteerd en er wordt over schulden geen rente berekend. Locu’s worden gewoonlijk niet van een uitkering afgetrokken, omdat ze niet in gewoon geld kunnen worden omgezet. Lets willen het centrale bestuur niet te slim af zijn, maar beogen juist de staatsuitgaven te verlagen. Over iedere transactie in het plaatselijke betaalmiddel kan aan de plaatselijke overheid in datzelfde betaalmiddel belasting worden betaald. De opbrengst moet dan ter plaatse worden gebruikt en creëert daar meer werkgelegenheid, die ten goede komt aan de verbetering van de gezondheids- en welzijnszorg en andere openbare diensten en voorzieningen. Dat maakt de voordelen voor de eigen gemeenschap zichtbaar, zodat vast niemand er bezwaar tegen zal hebben die belasting te betalen. En dat zou weer een extra stimulans zijn voor het gebruik van het plaatselijke stelsel.
Sommige goederen en diensten zouden alleen met Locu’s kunnen worden verkregen en andere moeten voor een deel met gewoon geld worden betaald. Een loodgieter kan bijvoorbeeld de kosten van onderdelen in rekening brengen in geld en het arbeidsloon in Locu’s. Dit stelsel kan naast het gewone geldstelsel bestaan. Voor mensen met een volledige baan lijkt het plaatselijke stelsel misschien onbelangrijk. Maar Lets kan het leven van anderen ingrijpend veranderen. Neem het voorbeeld van het voetbalvandalisme. Voetbalclubs worden aansprakelijk gesteld voor het slechte gedrag van hun fans. Een club doet er dan goed aan degenen die de meeste problemen veroorzaken te vragen de verantwoordelijkheid voor het handhaven van de orde tijdens de wedstrijden op zich te nemen. Ze kunnen ook voor en na wedstrijden in bepaalde cafés en straten surveilleren. Ze krijgen in Locu’s betaald en verdienen een bonus als ze geweld of overlast voorkomen. Hun club moet de Locu’s waarmee zij hen betaalt verdienen. Dat kan heel gemakkelijk door sommige toegangskaarten aan te bieden voor Locu’s in plaats van geld. Daardoor kunnen plaatselijke tieners die zich anders geen kaartje kunnen veroorloven ook eens een wedstrijd bijwonen. Dan moeten ze wel Locu’s verdienen om hun kaartje te betalen. Dat doen ze door voor bejaarden of gehandicapten in de tuin te werken. De bejaarden moeten de Locu’s waarmee ze hun jonge helpers betalen ook verdienen. Dat kunnen ze, afhankelijk van hun mogelijkheden, op verschillende manieren doen. Misschien kunnen ze een kamer gaan verhuren en de huur in Locu’s laten betalen. Of ze kunnen op huizen in de straat passen waarvan de bewoners weg zijn: huisdieren eten geven, de post oprapen, planten water geven, enzovoort. Ze kunnen ook voor mensen die overdag naar hun werk zijn toezicht houden op de uitvoering van reparaties of de aflevering van goederen en voor de hele straat een oogje in het zeil houden. De voetbalvandaal in spe die nu een behoorlijk aantal Locu’s verdient, besluit misschien die te gebruiken voor een cursus vechtsport, auto-onderhoud, honkbal of gitaarspelen. Het aanbod van cursussen die met Locu’s worden gefinancierd is zo toegenomen dat al die mogelijkheden bestaan. Op die manier komt hij in aanraking met andere mensen en maakt hij zich nieuwe vaardigheden eigen, die hij elders weer kan toepassen. Hij verruimt zijn horizon.
Dit begint wel heel erg op een soap-opera te lijken! Maar ik wil duidelijk maken dat het stelsel niet alleen maar iets te doen geeft aan mensen die niet genoeg te doen hebben. Het kan in feite het karakter van de gemeenschap veranderen, omdat mensen de mogelijkheid krijgen andere mensen te ontmoeten. Dat versterkt de verbondenheid en het gevoel van eigenwaarde.
Maar even serieus... natuurlijk is zoiets onmogelijk! Je kunt niet zomaar een nieuw betaalmiddel maken en dan verwachten dat het waarde heeft. Anders zouden we allemaal toch zeker Monopolie-geld gaan gebruiken. Maar wat geeft geld eigenlijk waarde? We zien dat de roebel in elkaar stort als het vertrouwen erin weg is, ook al heeft Rusland enorme mineralen- en oliereserves. Ontleent een valuta dan al haar waarde aan het vertrouwen dat men erin heeft? Plaatselijke betaalmiddelen zullen beslist veel marketing nodig hebben voordat mensen erin willen geloven. Een probleem zou kunnen zijn dat mensen in het conventionele stelsel bang zijn dat hun banen worden verdrongen door banen waarvoor met het nieuwe, niet harde middel wordt betaald. Hoe worden de tarieven voor werk vastgesteld? Hoeveel Locu’s krijgt de babysitter in vergelijking met de docent? Zou de inflatie meteen omhoogschieten? Ik denk dat al deze problemen zich inderdaad zouden voordoen. Een betaalmiddel heeft niet alleen genoeg aan tijd, energie en talent om geloofwaardig te zijn. Maar als er waardevolle zaken waren die alleen met Locu’s konden worden aangeschaft, zou het stelsel misschien een kans maken. Misschien zijn er boerderijen die een deel van hun produkten voor Locu’s willen verkopen en de opbrengst gebruiken om wanneer nodig tijdelijke arbeidskrachten in te huren. Maar waarschijnlijk zal iedereen de arbeid die in Locu’s wordt betaald en de artikelen die met Locu’s worden aangeschaft in ieder geval de eerste tijd als tweederangs beschouwen.
De moderne technologie bevordert de opkomst van nieuwe, relatief autonome, democratische gemeenschappen. Communicatie en informatietechnologie hebben veel mogelijkheden geschapen voor werk dat thuis kan worden gedaan, zodat gehandicapten, alleenstaande ouders en gepensioneerden zich produktief kunnen maken en met bijna de hele wereld voeling kunnen houden. Plaatselijke radio- en televisiestations kunnen de gemeenschapszin helpen versterken en ieders stem laten horen. De plaatselijke media kunnen worden ingezet om het Lets-stelsel te promoten en de bevolking op de hoogte te houden. Ze kunnen advertenties toelaten voor diensten die tegen het plaatselijke betaalmiddel worden aangeboden. Ze kunnen voorstellen doen voor mogelijke projecten. Als de plaatselijke economie zich uitbreidt, worden huisvesting, voedsel en openbaar vervoer misschien tenminste voor een deel tegen het plaatselijke betaalmiddel aangeboden. Bij de Lets-groep het dichtst bij mij in de buurt kan voor onderdak, taxi’s en tuinbouwprodukten met Triglets – hun betaalmiddel – worden betaald. Ook gaan landbouwprodukten nu deel uitmaken van hun stelsel.
Wij verbruiken geen hulpbronnen, we geven ze een andere vorm. Welvaart komt voort uit het ontvangen en verstrekken van diensten, niet alleen uit goederen. Daarom is er geen enkele reden waarom onze evensstandaard niet redelijk hoog en toch duurzaam kan zijn. Op deze eenvoudige uitgangspunten is het concept van een semi-autonoom plaatselijk stelsel gebaseerd. Het plaatselijke betaalmiddel, dat buiten de kring niet bruikbaar is en alleen waarde heeft op het moment van uitwisseling, brengt het proces op gang. Uit dat kleine begin blijkt dat een gemeenschap voor werk en welvaart voor iedereen kan zorgen, bevrijd van de grillen van het centrale bestuur en de tirannie van het geld. Het resultaat is even gevarieerd, onvoorspelbaar en opwindend als het menselijk voorstellingsvermogen zelf. Het kàn niet alleen, het gebeurt al!
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.