Email   Print

Een democratie van hemel en aarde

Onlangs las ik een boek van een Tsjechisch-Amerikaanse psychotherapeut. Zeer gedetailleerd beschrijft hij verschillende wijzen waarop hij er in is geslaagd prenatale ervaringen van het menselijk embryo in het bewustzijn terug te brengen. De auteur bewijst vervolgens dat deze ervaringen wonderwel overeenkomen met de archetypische visies en verhalen, zoals die in alle oude mythen, legenden, sprookjes en vooral ook godsdiensten bestaan. Culturen die duizenden jaren geleden zijn ontstaan en die hun mythen en riten onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld, hanteren dezelfde archetypen. De oorsprong ervan ontdekt de moderne wetenschap thans in de vorm van prenatale ervaringen in de diepten van het onderbewuste.

Vaclav Havel | 5 november/december 1995 issue

.Deze bevindingen troffen mij zeer. Zij laten zien dat alle mensen dezelfde ervaringen delen en dat sporen hiervan in alle culturen te vinden zijn, ongeacht hoe ver en hoe verschillend zij van elkaar zijn. Dit is maar een enkel voorbeeld, ontleend aan een boek dat ik tijdens mijn vakantie las. Uit vele hedendaagse studies blijkt dat alle culturen en godsdiensten in hun bronnen en fundamenten oneindig veel gemeen hebben. Er zijn beginselen, ervaringen en – wat we zouden kunnen noemen – voor-wetenschappelijke kennis die essentiëler en geheimzinniger zijn dan onze prenatale ervaringen. Tegenwoordig komt het regelmatig voor dat wetenschappelijke ontdekkingen dit bevestigen en zo langs een omweg het menselijke begrip terugbrengen naar iets dat alle culturen sinds mensenheugenis instinctief hebben geweten. Iets dat de moderne wetenschap tot voor kort beschouwde als illusies of metaforen.
Ook andere ervaringen, die nog moeilijker te verklaren zijn, schijnen in ons gemeenschappelijke onderbewuste te sluimeren. Deze ervaringen komen telkens weer boven in de culturele verrichtingen van de mensheid en in individuele prestaties op een manier die wij nauwelijks kunnen begrijpen. Het lijkt alsof wij een antenne hebben die signalen opvangt van ervaringen van de gehele mensheid. Het lijkt erop dat de geschiedenis van het heelal en het leven in het bijzonder op een geheimzinnige manier in alle mensen is vastgelegd. Die geschiedenis uit zich in ons doen en verbindt ons meer dan wij denken. Maar iets anders lijkt mij het meest essentiële: het kan geen toeval zijn dat na duizenden jaren mensen van verschillende tijden en culturen het gevoel hebben deel te zijn van en deel te nemen aan hetzelfde Leven. Dat zij een deel zijn van de oneindigheid van dat Leven. Waarin zij niet alleen in ruimte en tijd maar ook in bewustzijn met elkaar zijn verbonden. Ik geloof ook niet dat het puur toeval en zonder
reden is dat alle culturen het bestaan veronderstellen van iets dat we zouden kunnen noemen het Geheugen des Levens waarin alles wordt opgeslagen. Die culturen gaan ook uit van het bestaan van bovenmenselijke machten of beginselen waar de mensen zich voortdurend aan meten en die uiteindelijk het bijzondere verschijnsel van de menselijke verantwoordelijkheid verklaren.
Ook geloof ik niet dat zovele moderne wetenschappers hun verstand hebben verloren als zij over transcendentie spreken. Deze wetenschappers hebben in hun werk te maken met zaken die moeilijk te verklaren zijn, zoals het mysterie van de oorsprong van het heelal, de geheimen van de stoffelijkheid en ruimte-tijd en het mysterie van het leven. Integendeel, ik geloof dat zulke filosofische overpeinzingen onverbrekelijk bij hun bevindingen behoren. Het beleven van transcendentie – in de breedste zin van het woord – is een van de meest fundamentele menselijke ervaringen die een band geeft of kan geven.
Tegenwoordig wordt steeds vaker gesproken over conflicten tussen beschavingen als de meest waarschijnlijke toekomst van de mensheid. Ik ben er niet zeker van of het woord beschaving in dit verband juist is. Wat wij over het algemeen met beschaving bedoelen is historisch en geografisch bepaald en onderscheiden door een hoge mate van autonomie. In de traditionele betekenis hadden de beschavingen heel weinig onderling contact en zo zij elkaar beïnvloedden, ging dat heel langzaam en indirect. Meestal kenden zij elkaars bestaan niet. Dat is op het ogenblik heel anders. Bijna de gehele wereld is nu verbonden met duizenden politieke, economische en communicatie-netwerken. Wij zijn ons bewust van elkaar en delen talrijke gewoonten, gedragspatronen, vormen en doelstellingen. Het is daarom dus beter om de wereld als één grote beschaving te zien. De conflicten die in de toekomst dreigen, zijn dus slechts tussen individuele culturen of beschavingssferen. Een van de ontelbare oorzaken van de groeiende spanning tussen deze sferen is dat zij gedwongen worden steeds dichter bij elkaar te leven binnen één beschaving. Als gevolg daarvan zijn zij zich meer en meer bewust van hun onderlinge verschillen en van hun eigen ‘anders zijn’. Ik vergelijk het met het leven in een gevangeniscel. De gevangenen werken elkaar daar veel meer op de zenuwen dan wanneer zij elkaar maar incidenteel zouden zien.
Een voorbeeld: dankzij de bevrijding van een groot aantal landen in Europa is de grens tussen de wereld van orthodoxe christenen en de wereld met katholieke en protestantse tradities plotseling veel scherper geworden. Als ik door Griekenland reis, voel ik mij omgeven door andere historische, culturele en politieke tradities dan in mijn eigen land. Toch zou ik niet durven beweren dat Griekenland tot een andere beschaving behoort dan Tsjechië.
Deze andere visie op het begrip beschaving doet niets af aan het feit dat de verschillen tussen individuele culturen in de moderne wereld een steeds grotere rol spelen. De val van het communisme heeft dit proces alleen maar versneld. De kunstmatige tweedeling in de wereld die historische en culturele verschillen verborg of onderdrukte, is verdwenen. Deze verschillen komen nu plotsklaps scherp naar voren niet alleen in Oost-Europa maar ook in het Westen en elders. Met vele anderen zie ik hierin de kiemen van een van de ernstigste toekomstige bedreigingen van de mensheid.
De rol van de intelligentsia is dat zij net als Cassandra de bedreigingen, gruwelen en rampen voorspellen. De rol van de politici is dat zij de waarschuwingen ter harte moeten nemen, de gevaren inventariseren en tevens moeten nagaan hoe ze deze kunnen afwenden of het hoofd kunnen bieden. Ik kan mij niet voorstellen dat een politicus kan leven met de wetenschap dat alles slecht afloopt en toch politicus blijft. Daarom peins ik voortdurend ook over hoe de dreiging van een ‘conflict tussen de beschavingen’ kan worden afgewend.
Op het eerste gezicht is de oplossing zo eenvoudig en voor de hand liggend dat het banaal lijkt. Nu de twee monsterlijke utopieën van het nazisme en communisme gelukkig zijn ingestort, moet een snelle verspreiding van de westerse waarden geschieden. Het gaat dan om democratie, mensenrechten, de burgerlijke maatschappij en de vrije markt. De meest dynamische beschaving van de laatste duizend jaar die voortsproot uit een mengsel van klassieke, christelijke en joodse elementen heeft zich verbreid en haar stempel op de beschaving van de hele wereld gedrukt. Zij heeft deze waarden in het leven geroepen en ontwikkeld en aangetoond dat respect daarvoor de hoogste mate van vrijheid, rechtvaardigheid en welvaart met zich brengt.
Ook al lijkt dit systeem voor de westerse geest het beste en misschien zelfs het enig mogelijke, het is voor een groot deel van de wereld onbevredigend. Het is dus een ijdele hoop om te denken dat democratie gemakkelijk kan worden verspreid zodat als vanzelf een conflict tussen de beschavingen kan worden afgewend. Het komt bijvoorbeeld voor dat politici of regimes deze westerse waarden in woorden omarmen maar ze niet in praktijk brengen. Of zij geven er een heel andere uitleg aan dan het Westen. Vaak horen we dat deze waarden zo nauw zijn verweven met de Euro-Amerikaanse culturele traditie dat zij in een andere omgeving niet passen. Of dat zij de demoraliserende en destructieve geest van het Westen moeten verhullen.
De voornaamste bron van bezwaren vormen in de ogen van de critici de onvermijdelijke nevenprodukten van deze westerse waarden: het moreel relativisme, materialisme, de ontkenning van enige vorm van spiritualiteit, een algehele minachting voor het bovenpersoonlijke, machtscrisis en het daarmee samenhangende verval, een dolgedraaide consumptiemaatschappij, gebrek aan solidariteit, winstbejag, gebrek aan geloof in een hogere orde of de eeuwigheid en een mentaliteit die alles afkraakt wat niet zweemt naar de trieste standaardisatie en het rationalisme van een technische beschaving. Voor veel mensen in allerlei delen van de wereld geldt dat zij in hun denken tweeslachtig zijn. Aan de ene kant willen zij de welvaart van het Westen; aan de andere kant verwerpen zij de westerse waarden en levensstijl als waren zij door de duivel verzonnen. En als een verre cultuur de technische beschaving omarmt en daar wel bij vaart, gebeurt dat meestal op een wijze waar westerse democraten kippevel van krijgen. Om kort te gaan: democratie in haar huidige westerse vorm wekt scepsis en wantrouwen op in vele delen van de wereld.
Ik geef overigens toe dat ik zelf ook niet geloof dat dit een zaligmakend recept is om de wereld te redden. Niet omdat het slecht is, of omdat ik de voorkeur geef aan andere waarden. Ik geloof er niet in omdat het onvolledig is. Anders zou het niet zoveel wantrouwen opwekken. Dit wantrouwen stoelt niet in een fundamentele weerzin jegens de democratie als zodanig en de daarmee samenhangende waarden. Het komt door het beperkte vermogen van de democratische wereld uit haar eigen schaduw te treden ofwel door de beperkingen van haar eigen huidige spirituele en intellectuele toestand en richting waardoor zij niet in staat is de mensheid op een werkelijk universele manier tegemoet te treden. Dientengevolge ziet men de democratie steeds minder als een open systeem dat het best beantwoordt aan de fundamentele behoeften van de mensen – dus als een reeks van mogelijkheden waaraan voortdurend moet worden geschaafd. In plaats daarvan wordt democratie gezien als een kant-en-klaar en compleet artikel dat als een auto of een televisie kan worden geëxporteerd. Een artikel dat verlichte geesten zich kunnen veroorloven en minder verlichte geesten niet.
De fout ligt volgens mij niet zozeer bij de achterlijke ontvanger van deze geëxporteerde democratische waarden maar in de huidige vorm en betekenis van deze waarden, in het klimaat van de beschaving waarmee zij zijn verbonden. Dat betekent dat de wijze waarop deze waarden worden geëxporteerd ook niet deugt – een beetje hooghartig en minachtend jegens hen die het gebodene niet meteen klakkeloos aannemen. Wat is dan die andere, ontbrekende helft van het recept voor democratie? Wat is nodig om toekomstige conflicten op een zinvolle wijze te kunnen aanpakken? Welke toegevoegde waarde kan democratie overal weerklank doen vinden?
Ik ben er oprecht van overtuigd dat het antwoord ligt in – wat ik al suggereerde – de spirituele dimensie die alle culturen en dus de gehele mensheid verbindt. Als de democratie niet alleen wil overleven maar ook met succes wil groeien en de sluimerende conflicten tussen de culturen wil oplossen, moet zij haar eigen transcendentale wortels herontdekken en vernieuwen. De democratie moet haar respect voor de niet-materiële orde die niet alleen boven ons heerst maar ook in ons en onder ons vernieuwen. Daar ligt de enig mogelijke en betrouwbare basis van respect voor onszelf, voor anderen, voor de natuur, voor de mensheid en dus ook voor de wereldlijke macht. Het ontbreken van dit respect leidt onvermijdelijk tot een gemis van eerbied voor al het andere – van de wetten die de mensen voor zichzelf hebben gemaakt tot het leven van hun buren en de aarde.
De relativering van alle morele normen, de gezagscrisis, het beperken van het leven tot een jacht op materiële zaken, ongeacht de gevolgen – die dingen die centraal staan in de kritiek op het Westen – vinden hun oorsprong niet in de democratie, maar in datgene wat de moderne wereld heeft verloren: het transcendentale anker en daarmee de enige echte basis voor verantwoordelijkheid en zelfrespect. Dit verlies ontneemt de democratie veel van haar geloofwaardigheid.
De scheiding van uitvoerende, wettelijke en rechterlijke macht, algemeen kiesrecht, vrijheid van meningsuiting, particulier eigendom en alle andere kenmerken van democratie als een systeem dat het minst onrechtvaardig en gewelddadig is, zijn allemaal technische instrumenten die de mensen in staat stellen in waardigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid te leven. Maar op zichzelf zijn zij geen garantie voor die menselijke waardigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid. De bron voor deze fundamentele menselijke kwaliteiten ligt elders: in onze verhouding tot datgene wat boven ons uitstijgt. Uit politiek oogpunt is democratie de enige hoop voor de mensheid, maar de democratie kan alleen weldadig voor ons zijn als zij met onze diepste innerlijke natuur harmonieert. Daarbij hoort ook het transcendentale in de breedste zin, dat wil zeggen onze eerbied voor alles wat ons rationele denken te boven gaat. Voor datgene waarvan wij deel uitmaken, zonder welk respect wij niet zouden bestaan. Daarom moet de democratie worden doordrenkt met de geest van dat respect als zij een kans op succes wil hebben.
Met andere woorden, als de democratie zich met succes over de hele wereld wil verspreiden en als vreedzame coëxistentie daarmee wil samengaan, dan moet dat gebeuren als onderdeel van een zoektocht naar een nieuwe betekenis van die algemene, globale menselijke ervaring die ons verbindt met de mythologieën en godsdiensten van alle culturen. De democratie moet zich verspreiden als een leefklimaat waarin wij allen het algemeen belang nastreven. Onze eigen democratieën moeten weer een plaats worden voor onderzoek en creatie, voor dialoog, voor het verwezenlijken van de gemeenschappelijke wil en voor verantwoordelijkheid en zij moeten niet langer louter het strijdtoneel vormen voor belangengroepen. Een planetaire democratie bestaat nog niet, maar onze beschaving bereidt haar al wel voor. Zij omvat de aarde die wij bewonen, verbonden met de hemel boven ons. Alleen in die omstandigheden kunnen de wederkerigheid en gemeenschappelijkheid van het menselijk ras opnieuw worden gecreëerd. Met eerbied en dankbaarheid voor datgene wat boven elk van ons en boven ons allen tezamen uitstijgt. Het gezag van een werelddemocratie kan alleen maar worden gebouwd op een vernieuwd gezag van het universum.
Een daadwerkelijke uitbreiding van de democratie vergt dus kritisch zelfonderzoek dat zal leiden tot een verinnerlijking van die democratie. Alleen op deze wijze lijkt de wereldbeschaving niet alleen een conflict van culturen maar ook de vele andere gevaren die haar bedreigen te kunnen worden bespaard. Deze verinnerlijking van de democratie zal niet voortkomen uit een nieuwe doctrine – een verzameling van dogma’s en
rituelen. Dat zou waarschijnlijk het tegenovergestelde effect hebben: aan alle elkaar wantrouwende culturele stromingen zouden er alleen maar meer kunstmatig worden toegevoegd. Kunstmatig omdat zij niet zijn gegroeid uit de vruchtbare grond van de mythen van het verleden. Als een renaissance van de spiritualiteit geschiedt, zal dat veel waarschijnlijker op verschillende niveaus zijn met invloeden van verschillende culturen. Met een nieuwe politieke ethos, geest en stijl en met een ander maatschappelijk gedrag als resultaat.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.