|
|
Familiehulp
Ontwikkelingshulp zonder dat er een minister aan te pas komt. Zonder organisaties die speuren naar zinvolle projecten. Een wensdroom van politici, maar ook een harde werkelijkheid: allochtonen in Nederland sturen meer dan een miljard gulden per jaar naar huis. Ze verschepen vele duizenden voedselpakketten en recyclen de afvalberg van de Nederlandse welvaartsmaatschappij. Waar ontwikkelingshulp tot voor kort vooral ook westers prestige diende, begint deze blanke hulp te verkleuren.
Dat meldt Onze Wereld (juli/ augustus 1995) in een uitvoerige reportage. Neem H. Atner Topcuoglu, een belangrijk man uit de Nederlands-Turkse gemeenschap. Hij gaat van Den Haag verhuizen naar Assos, een dorre streek in West-Turkije. Hij bezocht daar eerst een aantal dorpen om te zien wat hij zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van die streek. Hij heeft concrete plannen. Er is al een ambulance naar Turkije vervoerd en ook is hij bezig met verzamelen van overtollige goederen van de kruisverenigingen. Maar om de armoede echt aan te pakken wil Topcuoglu een fair trade handelsstroom opzetten tussen Assos en Nederland. Hij is op zoek naar een afzetmarkt hier. Met The Body Shop heeft hij contact gehad en hij denkt aan wollen produkten. Ook heeft hij voor Assos zijn hoop gevestigd op de produktie van tarhana – een mengsel van yoghurt, tomatenpuree, bouillon en tarwe – door de Wereldvoedselorganisatie uitgeroepen tot een van de beste middelen tegen honger.
Het initiatief van Topcuoglu is een van de vele waarmee allochtonen, migranten en vluchtelingen in Nederland achtergebleven familieleden helpen. Onze Wereld noemt cijfers: Marokkanen maakten in 1993 particulier 194 miljoen gulden over, Turken 291 miljoen. Daar moet bij worden opgeteld het geld dat in de achterzak wordt meegenomen met vakantie naar de familie. Zonder de hulp van Surinamers in Nederland zouden hun landgenoten overzee aan de grond raken. Tienduizenden pakketten voedsel worden jaarlijks verstuurd. De totale waarde moet worden geschat op een bedrag tussen de zes en tien miljoen gulden. Er kan slechts een nog ruwere slag worden geslagen naar het geld dat Surinamers van hier meenemen als ze naar hun vaderland gaan. Ook vluchtelingen zenden spaarcenten. Elke hier levende Somaliër zou gemiddeld 1500 gulden opsturen naar daar verblijvende familieleden. Met ruim 15.000 geregistreerde Somaliërs komt dat vanuit Nederland neer op zo’n achttien miljoen gulden. Er wordt geld ingezameld binnen de eigen gemeenschap met een stand op een braderie of met het organiseren van een feest. Ook worden spullen ingezameld die Nederlanders niet meer gebruiken. Vooral kleding, ziekenhuisapparatuur, schoolmaterialen en rolstoelen zijn populair. De volgende stap is dat organisaties een structurele aanpak nastreven. Plannen voor de aanleg van watervoorzieningen en zelfs alternatieve handelsstroompjes met Nederland worden op gang gebracht. Het initiatief krijgt een gezicht en heet voortaan ‘project’.
Himos is de enige geïnstitutionaliseerde allochtone ontwikkelingsorganisatie, opgezet door hindoes en moslims. Drie medewerkers zetten per jaar twee miljoen gulden om in vijftig projecten in landen als Suriname, India, Oost-Turkije en Marokko. De Molukse organisatie Rela ’69 zet zich in voor het aanleggen van drinkwatervoorzieningen, herbebossing en vrouwenprojecten op de Molukken. Vorig jaar is verder opgericht Jamaat ahl Toudgha, waarbij 130 in Nederland wonende Berberfamilies duizenden bloedverwanten steunen aan de oostrand van het Atlasgebergte. Een streekziekenhuisje wordt voorzien van bedden en nachtkastjes afkomstig uit het VU ziekenhuis. Volgend jaar wil de organisatie schoolmateriaal inzamelen. Er zijn plannen voor irrigatie van deze door droogte getroffen streek. Een belangrijk doel van de ontwikkelingshulp van Jamaat ahl Toudgha is het tegengaan van emigratie uit Marokko. ‘Onze neefjes moeten niet hetzelfde meemaken als wij. Ze moeten zich ontwikkelen’, verklaarde een bestuurslid tegenover Onze Wereld. Voor geen land zijn er zoveel allochtone initiatieven voor hulp als voor Suriname. Hier is sprake van concurrentie tussen die twintig organisaties en clubs. Tamara (toekomst) richt zich op zwerfkinderen en heeft al vier uur televisie mogen maken, wat zes ton heeft opgeleverd. Het is een voortdurend gehengel naar geld, waarbij samenwerking met de Nederlandse hulporganisaties stroef verloopt. Tussen de wereld van de Nederlandse organisaties en de allochtonen clubs die zich met hulp aan hun vaderlanden bezighouden is sprake van een bijna waterdicht schot. De ontwikkelingsorganisaties doen geen beroep op de specifieke kennis die bij allochtonen en vluchtelingen aanwezig is. Een gemiste kans, want van de doelgerichtheid en effectiviteit van de allochtone familiehulp zouden zij veel kunnen leren.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.