Email   Print

een-zingende-profeet

Bob Dylan en de betekenis van de jaren zestig

| 5 november/december 1995 issue

Nu de oude verwarmingsbuizen opnieuw zijn aangebracht in de studio aan Abbey Road om het originele Beatles-geluid terug te halen voor nieuwe-oude opnamen van Paul McCartney, George Harrison en Ringo Star, is de nostalgie van de jaren zestig compleet. Er is waarschijnlijk geen tijdperk in de recente geschiedenis waarbij de publieke herinnering en de feitelijke gang van zaken zo uiteenlopen. De herinnering is aan een periode waarin uit een culturele smeltkroes grote politieke hervormingen voortkwamen. De politieke feiten leveren bewijs voor de onzinnige hoop dat een cultureel droombeeld over het ware bereik van politiek ook duurzame politieke daadkracht kan opleveren. Heel dichtbij huis: wat is er werkelijk geworden van de idealen waarmee D66 de politiek bijna dertig jaar geleden bestormde?
En toch tellen de jaren zestig. Het Amerikaanse kritische joodse blad Tikkun publiceerde in het juli/augustus-nummer een lyrisch stuk over Bob Dylan. Tikkun bestempelt Dylan als de politieke profeet van de jaren zestig. Zijn teksten omvatten alles waar die periode in onze herinnering voor staat: We can change the world. Flower Power. The personal is political. Make love not war. In die teksten leeft een inspiratie voort die verder reikt dan onmiddellijke politieke doelen en resultaten. Vandaar de aandacht van Tikkun voor Dylan.
Bob Dylan was geen filosoof of politieke wetenschapper, maar toch zette hij zich in voor de betrekkingen tussen het publieke en het persoonlijke domein, voor de verbeelding in de politiek. Zijn boodschap kan niet direct worden afgelezen uit zijn teksten. Dylan biedt bepaalde stemmingen aan, houdingen, een mentaliteit en zijn luisteraars hebben een kans die tot zich te nemen. Hij bestaat uit raadsels en puzzels, waarin zowel de artiest als zijn gehoor vertoeven. Beiden voelen de stoot naar de betekenis en tegelijk hoe zekerheid onmogelijk wordt gegeven. She knows there’s no success like failure, and that failure is no success all. Zijn songs roepen geen welomschreven beelden op, maar verleiden tot dromen over verandering. In Bob Dylan schuilt een oer-liberale geest. Vanaf het begin maakt hij duidelijk dat de problemen van de democratie niet ergens ver weg zijn maar grijpbaar voor ons.
Impliciet in zijn songs, schrijft Tikkun, is een kloof tussen onze vluchtige sympathie hier en nu en onze onverschilligheid in het algemeen. Tussen de meest fundamentele belofte van de mensheid en de actualiteit. Die kloof wordt zo gapend dat Dylan er uiteindelijk zelf indondert met als resultaat de caleidoscopische beelden en dromen van zijn latere albums. De Cubaanse rakettencrisis, de gewelddadige emancipatie van zwart Amerika, de opgevoerde oorlog in Vietnam – deze en andere krachtige schokken in het publieke leven versnellen het terugtrekken in het privé-domein: de nachtmerrie van buiten wordt gespiegeld in een nachtmerrie van binnen. Dylan blijft in verzet met portretten van de zinloosheid van de wreedheid: Gates of Eden, Desolation Row, All along the Watchtower. Hij zingt vanuit een traditie die zijn wortels vindt zowel in het joodse geloof als in de blues. Hij biedt zijn gehoor troost en gezelschap. Hij bevestigt dat de knagende problemen van de verhouding tussen het ‘ik’ en de maatschappij echt zijn en consequenties hebben. Zijn songs waren publieke daden, die een cultuur schiepen, waarbij de mystificatie cruciaal is. Ongrijpbare songs, die ons paradoxalerwijs in staat stellen onszelf wel te begrijpen. De teksten mogen rationeel ongrijpbaar zijn, zij scheppen ruimte voor de creatieve geest.
Het is al vaak opgemerkt dat de sixties voorbij waren voordat zij waren begonnen. Zij duurden negen jaar op zijn hoogst en lang voordat ze over waren, was het naderende einde voelbaar. Dat geldt voor Bob Dylan’s Dream, voor Neil Young’s After the Gold Rush en the Beatles’ Abbey Road. Maar het is vooral Chimes of Freedom van Dylan uit 1964 waarin de behoefte aan politieke wilskracht wordt verweven met de herinnering aan een culturele erfenis. Dylan’s weergave van zijn visie via zijn eigen medium van muziek en woorden maken het al krachtig genoeg, maar hij maakt de overdracht nog intenser door er een notie van voortijdig verlies in te brengen, van voorvoelde nostalgie. Het laatste couplet van het lied is veelzeggend in de verleden tijd geschreven: gazed with one last look. Deze stemming van herinnering is van het grootste belang omdat de visie – welke visie ook – steeds overgaat in het besef van zijn eigen kortstondigheid.
Terugkijkend vanuit de jaren negentig ligt hier de blijvende waarde van Dylan, concludeert Tikkun. Uit zijn werk spreekt door alles heen hoop en optimisme. En ook al zijn idealen vergankelijk, juist daardoor bieden zij steeds weer een voedingsbodem voor nieuwe idealen. Het gaat er niet om de zestiger jaren in de toekomst terug te brengen. Het gaat er om hun betekenis te blijven beleven. In de lijn van Dylan.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.