Email   Print

Plichten smeden de samenleving

Stammen zijn zeer gefascineerd door ons, moderne mensen. Wij beschouwen hen als exotische overblijfselen van het verleden of als charmante anachronismen op weg naar de onvermijdelijke ‘vooruitgang’. We beseffen zelden dat deze stammen niet – tevergeefs – hebben geprobeerd om als wij te leven, maar dat zij er bewust voor hebben gekózen om een ander leven te leiden. Het is daarom van belang om de wegen te onderzoeken die zij wel – en wij niet – namen. Alleen op die manier kunnen we een helder inzicht verwerven in de keuzes die wij maken en in de prijs die we daarvoor betalen: vervreemding, eenzaamheid, gebroken gezinnen, ecologische verwoesting en spirituele leegte.

David Maybury-Lewis | 3 juli/augustus 1995 issue

De essentie van het verschil tussen de moderne wereld en de traditionele wereld van de stammen is, dat in de traditionele samenlevingen mensen waardevolle hulpbronnen zijn en dat de relaties tussen hen met zorg worden onderhouden. In moderne samenlevingen zijn dingen waardevol en worden mensen maar al te vaak als ‘beschikbaar’ behandeld. Traditionele samenlevingen worden gesmeed door onderlinge verplichtingen, schulden. Die schulden worden voortdurend afgelost en roepen weer nieuwe schulden in het leven. Geschenken zijn middelen om verplichtingen te scheppen. Geschenken verbinden de mensen en smeren de gemeenschap. In een dergelijke samenleving is iemand niet rijk omdat hij veel geld en goederen heeft, maar omdat hij veel mensen aan zich heeft verplicht. Met zulke netwerken tonen vooraanstaande mensen hun aanzien. Zij bieden tevens een vangnet voor individuele mensen in slechte tijden.

In moderne samenlevingen zijn deze netwerken grotendeels verdwenen. Er zijn steeds minder mensen jegens wie wij ons verplicht voelen en – nog erger – die zich verplicht voelen aan ons. Als wij – of onze politici – spreken van een vangnet, bedoelen wij afspraken die zijn gemaakt met de staat, het bedrijf, de verzekeringsmaatschappij, het pensioenfonds. Het komt niet in ons op zulke instellingen geschenken te geven. Wij hopen dat zij zich ons lot zullen aantrekken en zijn maar al te vaak bevreesd dat zij dat niet zullen doen. De onmiddellijke wederkerigheid van de stammen-samenleving is overgegaan in de ‘herverdelingsmechanismen’ van een onpersoonlijke maatschappij. Deze mechanismen functioneren niet erg goed. Wat in onze samenleving functioneert, is de markt. Zelfs gelegenheden als Kerstmis – waarbij het bij uitstek gaat om het sentiment van het geven van cadeaus – zijn verworden tot koopfestijnen. De meesten onder ons hebben de kerstcadeaus als zodanig niet nodig. Wat ons wel goed doet, is het gevoel dat er mensen zijn die voldoende om ons geven om ons met een cadeautje te verrassen of een kaart te sturen. Maar wij leggen ons niet meer toe op het maken van uitgebreide netwerken van mensen die verplichtingen aan elkaar hebben omdat dat nodig is. Wij gaan gewoon wat kopen en daarmee voorkomen wij dat de winkels failliet gaan, want dat lijkt – onbedoeld – het voornaamste gevolg van ons ‘gevoelsfeest’. In traditionele samenlevingen zorgen mensen voor elkaar – ook voor mensen die zij niet kennen of niet mogen – omdat het systeem er van afhankelijk is. In moderne maatschappijen is dat niet het geval.

Maar moderne maatschappijen produceren meer; de mensen voelen zich fysiek beter en hebben meer keuzes en mogelijkheden in hun leven dan in de traditionele samenlevingen. Wat deugt er dan niet? Het verzakelijken van Kerstmis is een geringe prijs voor alles wat onder de boom ligt. Het probleem is dat de mensen steeds minder belangrijk zijn in deze moderne leefwijze. Wij kunnen een enorm aantal goederen produceren maar ondanks onze pogingen zijn wij de armoede binnen onze rijkdom niet de baas. In onze economie gaat het niet om mensen. Wij ervaren de rijkdom van geven niet meer. ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen.’ Of we dat gezegde nu heilig of dom vinden, we zijn het er over eens dat het niet meer van deze tijd is.

Mensen hebben overal op elkaar moeten vertrouwen. Zo is het altijd geweest. Soms werd deze afhankelijkheid opgelegd door slavernij. Soms ook ging het wat subtieler toe, met verplichtingen, giften, schuld en sociale plichten. Maar in de moderne wereld hullen wij onze wederzijdse afhankelijkheid in een ideologie van onafhankelijkheid. Wij concentreren ons op individuen die zelf hun weg moeten vinden in de economie, in plaats van op personen die met elkaar zijn verbonden in de samenleving. De westerse maatschappijen hebben van mensen ‘economische dieren’ gemaakt. Wat is er gebeurd? In de Renaissance heeft een revolutionaire verandering plaatsgehad die bepalend is geweest voor de moderne wereld: de sociale revolutie die zich richtte op de rechten van het individu. Het klinkt misschien paradoxaal om te spreken van een sociale revolutie die de rechten van het individu verheerlijkt, maar dat is niet zo. Alle maatschappijen erkennen het feit dat de mensheid bestaat uit personen met verschillende eigenschappen. Evenzo kennen alle maatschappijen individualisten, mannen en vrouwen met een sterke persoonlijkheid die anderen beïnvloeden en bereid en in staat zijn vaste gewoonten te trotseren. In traditionele maatschappijen was voor individualisme geen plaats. In West-Europa daarentegen werd het geloof in de rechten en waardigheid van het individu langzaam maar zeker gezien als het belangrijkste aspect van de maatschappij. Individualisme werd niet langer als antisociaal beschouwd, maar als de motor van de moderne maatschappij, die stagnerende feodale structuren verving door het moderne dynamische kapitalisme. Een explosie van welvaart was daarvan het gevolg. Maar voor dat succes hebben wij een prijs betaald. De moderne economie is een gedreven economie, die overleeft dankzij de consumptie van het steeds grotere teveel, waarvoor een behoefte moet worden gecreëerd. Reclame blijkt dan een ongelukkige en wat ordinaire uitwas van het kapitalisme zoals menigeen wel eens denkt. Maar net als competitie en individualisme is het een vitaal element van het systeem. Een economie die moet groeien, moet behoeften scheppen opdat er meer wordt geconsumeerd. Idealiter moeten de mensen onbeperkte behoeften hebben zodat de economie eeuwig kan groeien. En reclame is er om hen daarvan te overtuigen. De gedreven economie gaat gepaard met een gedreven en rusteloze maatschappij. Kinderen leren op school om prestatiegericht te zijn en in hen wordt de honger naar persoonlijk succes gewekt. In onze cultuur worden zelfs teamsporten waar veel samenspel voor nodig is, veranderd in een arena van individuele competitie. Gedrevenheid is een goede eigenschap en wordt verlangd van zakenmensen – en zelfs van antropologen – als zij promotie willen maken. Andere menselijke eigenschappen zoals vriendelijkheid, gulheid, geduld, tolerantie, medewerkimg en medeleven, al die eigenschappen die je graag in je familie en vrienden ziet, zijn letterlijk ondergewaardeerd; een baan waarvoor deze talenten nodig zijn, wordt gewoonlijk slecht betaald en heeft weinig aanzien.

Het lijkt wel of de hoorn des overvloeds door zijn overdaad de mensen heeft beroofd van hun menselijke eigenschappen. De nadruk ligt zozeer op hun economische functie dat zij niet veel meer zijn dan de som van hun baan en de dingen die zij consumeren. Wat gebeurt er dan met iemand die geen werk heeft of niet voldoende van de juiste dingen kan consumeren om respect af te dwingen? Werkloosheid is niet de enige gruwel. Een dynamische economie streeft er zelfs naar banen overbodig te maken. Banen verdwijnen en mensen worden behandeld als wegwerpartikelen. Wij zien dit met machteloze woede als wij de armen en daklozen op straat tegenkomen. Waarom overkomt hun dit? Waarom voel ik mij onbehaaglijk terwijl ik zo weinig voor hen kan doen? Ik kan moeilijk aan iedere pechvogel geld gaan geven. Trouwens, welke verantwoordelijkheid heb ik ten aanzien van deze mensen? Dat is de onbeantwoorde vraag van deze tijd. Voor wie ben ik verantwoordelijk en jegens wie heb ik verplichtingen in dit tijdperk van competitief individualisme? Aan het einde van de twintigste eeuw zijn de vooruitzichten niet hoopgevend. Het grote communistische experiment is mislukt en door bijna iedereeen verfoeid om zijn despotisme en ondoelmatigheid. De triomf van het kapitalisme viert in het Westen hoogtij maar de stemming van de overwinnaars is nauwelijks triomfantelijk. Ronald Reagan was president van de Verenigde Staten gedurende de succesvolle jaren tachtig, die hij ‘de tijd van het individu’ noemde. Gedurende deze periode zijn grote particuliere rijkdommen vergaard terwijl het publieke bestel verpauperde. In de tijd van het individu gingen bruggen en wegen achteruit, scholen en ziekenhuizen schreeuwden om geld en de steden werden door zware criminaliteit geteisterd. De nationale schuld dijde uit omdat de overheid toeliet dat particulieren het faillissement van spaarbanken veroorzaakten die vervolgens weer met geld van de staat op de been werden geholpen. Het leek wel alsof het kapitalisme diende voor winsten in de particuliere sector, terwijl verliezen werden afgewenteld op de gemeenschap. Inmiddels werd de kloof tussen arm en rijk en ploeterend-niet-zo-rijk steeds groter. Burgers van een van de welvarendste maatschappijen uit de geschiedenis moeten ’s ochtends op weg naar hun werk over armen en daklozen heenstappen. In feite vertoont het nieuwe tijdperk van individualisme een akelige gelijkenis met het oude, toen het kapitalisme nog in zijn kinderschoenen stond. Na donker is het niet veilig op straat en de welgestelden verschansen zich in hun goedbeschermde huizen. De Schotse filosoof en econoom Adam Smith suggereerde in de achttiende eeuw dat de verborgen hand van de vrije markt de economie zou regelen als de mensen dat proces niet zouden verstoren. Maar het lijkt alsof deze verborgen hand de maatschappij niet zo goed kan regelen. Om een leefbare wereld te behouden is veel fantasie en inspanning van mensen nodig. Daarom verzinnen traditionele samenlevingen middelen om de mensen aan elkaar te binden. Daarom vinden wij, die temidden van deze welvarende maatschappijen leven, dat wij ons uiterste best moeten doen om contacten met andere mensen te behouden en onderhouden in wat anders een ondraaglijk zakelijke wereld zou zijn. Wij doen dat op onze eigen manier, met kerstcadeautjes. Die traditie is niet zo spectaculair als sommige uitwisselingen in stammen-samenlevingen, maar zij dient hetzelfde doel: mensen samenbrengen en de banden tussen hen verstevigen. Het probleem is dat onze moderne maatschappij er een worsteling van heeft gemaakt om menselijk te zijn en contacten te onderhouden. Wij worden aangemoedigd om aan onszelf te denken en veel te willen hebben. De reclamebureaus vertellen ons ongenadig dat wij alleen maar aan de top gelukkig kunnen zijn. Maar er is niemand – zoals de oudere van de Keniaanse Gabra-stam – die ons waarschuwt voor de verschrikkelijke eenzaamheid die de individualist overvalt of die ons vertelt wat wij moeten doen om niet alleen onder een boom te sterven.

Professor David Maybury-Lewis is een Britse antropoloog die al jaren doceert aan de Amerikaanse universiteit van Harvard.

Met toestemming bewerkt en overgenomen van David Maybury-Lewis: Millennium tribal wisdom and the modern world, Viking 1992. Dit boek verscheen naar aanleiding van de gelijknamige televisieserie.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.