|
|
het genot van een onvoltooid huis
Recensie van 'How buildings learn: what happens after they're built'.
De bovenkant van de meeste huizen in Dakha, de hoofdstad van Bangladesh, bestaat uit een wilde verzameling van bamboestokken, stalen stangen en draden en onsamenhangende stukken cement en beton. De reden is eenvoudig: de eigenaar moet belasting betalen zodra zijn huis af is.
Hij zal Dakha waarschijnlijk niet voor ogen heggen, maar het onvoltooide huis is het ideaal van Stewart Brand. In How Buildings Learn vestigt hij de aandacht op de paradox dat elk gebouw in deze dynamische tijd wordt gebouwd om niet te veranderen. De wereld is voortdurend in beweging, maar architectuur wordt geacht permanent te zijn. Dus blijken ministeries al te klein als het personeel het gebouw voor het eerst betrekt. En hoe vaak blijken parkeergarages van instellingen niet te krap bemeten? Gebouwen veranderen wel, maar dat is een moeizaam proces omdat zij er in beginsel niet voor zijn gemaakt. In woonhuizen worden leidingen en bedrading vaak zodanig netjes opgeborgen, dat een simpele wens van een toekomstige bewoner al snel tot een ingrijpende verbouwing leidt.
Gebouwen moeten kunnen meegroeien met de wensen van hun bewoners. Daartoe moet allereerst de financiering van gebouwen veranderen. Er zou meer geld moeten worden besteed aan de ruwe basisstructuur. Die structuur moet de toekomstige veranderingen dragen en moet dus voor de lange termijn zijn gebouwd. Vervolgens moet minder geld worden uitgegeven aan de versiering. De afwerking is immers vaak gebonden aan modetrends en de kans is groot dat het geld besteed aan de sier van nu straks waardeloos zal blijken. Tenslotte moet meer geld worden gereserveerd voor onderhoud en voortdurende vernieuwingen en aanpassingen. Een radicale methode om de financieringsprioriteiten te herschikken is, volgens Brand, het afschaffen van de fiscale aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Hij rekent voor dat zestig procent van de uiteindelijke kosten van een gebouw in de vorm van rente aan een bank wordt afgedragen. En dat lijkt mij voor een woonhuis dat enkele decennia oud is nog een conservatieve schatting. Brand stelt voor om bij de bouw te beginnen met een eenvoudige basisstructuur waaraan later naar wens kan worden verder gebouwd. Dan kan het eigen geld – in plaats van naar de bank – naar het eigen huis gaan en bovendien kan het huis steeds naar wens worden aangepast. Ziehier een nieuw aantrekkelijk architectonisch argument voor bezuinigingsbeluste politici!
Brand geeft een aantal tips om een gebouw gereed te maken voor aanpassing in de tijd. Laat de technologie zich aanpassen aan het gebouw in plaats van andersom. Dat voorkomt problemen als een nieuwe technologie wordt geïntroduceerd. Ga altijd uit van de rechthoekige vorm. Dan kunnen later ronde verfijningen worden toegevoegd. Wie daarentegen met gecompliceerde vormen begint, kiest voor een duurdere aanvangsinvestering en hogere onderhoudskosten en loopt in de toekomst sneller vast. Wat de stijl betreft: bedenk een gebouw dat toeristen over twintig jaar zullen bewonderen en waarvoor mensen over vijftig jaar zullen vechten om het te behouden. Dan heb je een goede kans je te ontworstelen aan de mode en de juiste balans te vinden tussen ‘behoudendheid’ en ‘mythische diepte’. Gebruik waar mogelijk natuurlijke materialen. Hout is ‘grondstof’ nummer één: ‘het is mooi en gemakkelijk te bewerken en te recyclen.’ Tenslotte is de praktische waarde van een logboek enorm. Brand vraagt zich af waarom vliegtuigen en schepen uitvoerige onderhoudslogboeken kennen, terwijl tekeningen en documentatie van gebouwen vaak gebrekkig zijn.
Gebouwen zijn nooit klaar, schrijft Brand. Ze moeten veranderen om te blijven leven. Ze moeten leren van het leven. How Buildings Learn is een mooi geïllustreerd boek waarin de beelden de gedachten van de auteur ondersteunen. Voor wie nog eens iets met zijn huis wil ondernemen, is het een bron van inspiratie. Trouwens, wat ziet u als u opkijkt uit dit tijdschrift? Breng het weer eens bij de tijd!
Stewart Brand: How buildings learn: what happens after they’re built, Viking Penguin 1994 isbn 0670835153.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.