Email   Print

De cultuur der idioten

Cultuurimperialisme is het nieuwe woord dat de onverbiddelijke opmars via de satelliet van Hollywood en de Amerikaanse hamburgercultuur omschrijft. Steeds meer landen uit de niet-westerse wereld komen in verzet tegen de oprukkende Amerikaanse communicatie-industrie die - zo wordt gevreesd - de eigen cultuur dreigt te verdringen.

Editors | 3 juli/augustus 1995 issue

The Christian Science Monitor (7-13 april 1995) bericht over Music Television Video (MTV) dat sinds zijn start in 1981 niet meer is weg te denken en thans al 250 miljoen huishoudens bereikt. De Amerikaanse popzender heeft zich gestort op nieuws, promoties, interviews, seksuele opvoeding – en zelfs op de politiek. Het kanaal heeft onmiskenbaar succes en breidt zijn op de jeugd georiënteerde programma’s overal uit. Managers van MTV schrijven hun succes op het conto van hun filosofie van lokale programmering. Hun onderzoekers vertellen hen dat de globale jeugdcultuur niet uit één maat is gesneden. Brazilië vraagt hard rock, Schotland neigt naar ballads en vrolijke pop. Japan verlangt Japanse muziek en Amerikaans shownieuws.

Er is veel kritiek geuit op de te flitsende uitzendingen, het geweld, het seksisme en het bedrieglijke beeld van rijkdom. De Zuidafrikaanse vice-president Thabo Mbeki heeft verklaard dat zijn land niet wil worden veroordeeld alleen MTV te kunnen aanschouwen. Hij erkent echter dat censuur en controle niet voldoende zijn om de nationale cultuur te beschermen. ‘Onze beste verzekering tegen het oppeuzelen van onze cultuur is die te versterken.’ In Saoedi-Arabië kost een satellietontvanger per huis 10.000 dollar, dat is dus censuur via de dollar. Islamitische groepen in Algerije en Tunesië hebben hun regeringen gevraagd de parabolische ontvangers – bijgenaamd paradiabolische ontvangers – te verbieden in een poging om de invloed van westerse waarden en beelden te beperken. Maar Tom Hunter, vice-president voor internationale operaties van MTV, zegt: ‘We kunnen niet iedereen gelukkig maken.’ Angst voor de afbraak van traditionele culturen heeft hij niet. ‘Wat dat betreft, is er meer verzet tegen CNN. Waar we ook gaan, de mensen willen dat we komen.’ The Christian Science Monitor citeert echter ook Sut Jhalloy, hoogleraar communicatie aan de universiteit van Massachusetts: ‘Ik vind dat het altijd gevaarlijk is als een cultuur onderhevig is aan vreemde invloeden, omdat je die niet kan controleren. Ik maak me zorgen over een wereldomspannende cultuur, die wordt bedreven vanuit een paar reusachtige maatschappijen, die niet geven om cultuur, maar uitsluitend om verkopen.’

In Azië is het vooral het Star-kanaal van mediamagnaat Rupert Murdoch dat onder vuur van diverse regimes ligt. New Statesman & Society (24 maart 1995) schrijft dat satellietontvangers verboden zijn in Singapore en Maleisië. De theocratische machthebbers in Iran dreigen zelfs hardhandig schotels van daken te verwijderen. Het probleem is dat de schotels steeds kleiner worden en dus binnenkort nauwelijks meer op te speuren zijn. China tracht zich te verweren tegen Star door zo snel mogelijk televisiekabels te leggen in de belangrijkste steden. Daarmee hoopt de regering een interessante bron van inkomsten te verwerven èn een oogje in het zeil te houden wie een vergunning krijgt om via de kabel uit te zenden. Maar ook dat is maar een beperkt wapen tegen liefhebbers van de schotel. Uit India klinkt een geluid dat past bij de democratische traditie van het land. New Statesman citeert de gezaghebbende journalist Saeed Naqvi: ‘Satelliettelevisie zal eraan bijdragen dat de hardnekkige greep van de regering op radio en televisie zal worden gebroken.’ Maar zo ver is het nog niet. In Trouw schrijft Kees Broere, correspondent in India, hoe een uitzending op Star-televisie aan Mahatma Gandhi kwam en zodoende ‘cultureel terrorisme’ bedreef. In een talkshow werd Gandhi aangeduid met de term ‘bastaard’. Maar de vraag of Gandhi, de ‘vader van de natie’ een onecht kind is, is volstrekt taboe. Ook al is Gandhi door Indiase oppositiepolitici wel ernstiger beledigd. Nu het op Star-tv is gezegd, roept de politiek om een verbod op de vermeende buitenlandse zede- en wetteloosheid. MTV en Star staan niet op zichzelf. De elektronische snelweg en de multi-media-industrie dienen zich naast de filmindustrie en satelliettelevisie aan als nieuwe dragers van het Amerikaanse ‘cultuurimperialisme’. In het blad Net (mei 1995) – ‘het eerste praktische magazine voor het leven online’ – is een betrekkelijk razend stuk te vinden over de censuur die de regering van Singapore wil toepassen op het vrije verkeer van computerliefhebbers. ‘Wat God verboden heeft, mag ook niet via de hi-tech-oprit van Singapore het net op. De wetten tegen smaad en pornografie gelden ook in de digitale wereld, heeft minister Yeo van voorlichting en kunst in Singapore gezegd. De bewindsman heeft Internetgebruikers in zijn land opgeroepen om overtreders aan te geven bij de autoriteiten. Big Brother leeft en hij woont in Singapore, klonk het al snel in soc.culture.singapore, de betreffende nieuwsgroep van Internet.’

Dichter bij huis ontmoet de opmars van Hollywood overigens ook weerstand. De populairste films in Frankrijk waren het afgelopen jaar: The Lion King, mrs Doubtfire en Four Weddings and a Funeral. En dat feit valt voor de Franse cultuur-chauvinisten nauwelijks te verteren. Vandaar dat de Fransen al enige tijd in de weer zijn Europa te mobiliseren tegen de voortgaande verspreiding van de Amerikaanse films en televisieprodukties. De regeringen van de Europese Unie kwamen in 1989, onder druk van Frankrijk, overeen dat tenminste vijftig procent van alle programma’s op Europese televisiekanalen nationaal geproduceerd moest zijn. Maar, zo meldt New Statesman & Society (24 maart 1995), twee woorden boden een uitweg: ‘indien uitvoerbaar’. De Fransen beweren dat Engeland misbruik maakt van deze uitzondering door toe te staan dat het tekenfilmkanaal van Ted Turner vanuit Engeland wordt uitgezonden. De Britse reactie is dat het natuurlijk niet ‘uitvoerbaar’ is om van een Amerikaanse zender te verwachten dat de helft van de programma’s van Europese origine is. En The Christian Science Monitor citeert Patrick Ciercoles, woordvoerder van Frankrijks nationale centrum voor Cinematografie: ‘De film is een weerslag van de Europese cultuur en niet alleen een massaal consumptiegoed. Wij moeten de smaak van het publiek opkrikken, anders maken we kijkers tot idioten, zoals de commerciële televisie en inferieure Amerikaanse programma’s doen.’

Het is interessant dat diezelfde zorg omtrent de armoedige kwaliteit van het gemiddelde Amerikaanse televisie-aanbod ook in het land zelf weerklinkt. Niemand minder dan Watergate-journalist Carl Bernstein schrijft in New Perspectives Quarterly (nummer 3 zomer 1994) over de talkshow-natie waarin nieuws dreigt te verworden tot infotainment. ‘Vertel eens Marla, was het echt de beste seks die je ooit had?’, citeert Bernstein Diane Sawyer, journalist van Prime Time, een nieuwsuitzending van ABC met de veelbelovende ondertitel ‘waar meer mensen hun informatie vandaan halen’. Bernstein: ‘In de afgelopen vijftien jaar zijn we verder weggeraakt van de echte reportage, van de echte journalistiek op weg naar een glibberige infotainment-cultuur. Daarin zijn de grenzen tussen Oprah, Geraldo en Diane Sawyer, tussen de New York Post en Newsday praktisch vervaagd. Ze vertellen de lezers en kijkers dat het oppervlakkige belangrijk is en dat gluren en sensatie gewichtiger zijn dan echt nieuws. Voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis zijn abnormaal, idioot en vulgair onze culturele normen geworden, zelfs ons culturele ideaal.’

Bernstein heeft niet de bedoeling de populaire cultuur aan te vallen. ‘Maar wat nu gebeurt is dat de laagste vorm van populaire cultuur – gebrek aan informatie, valse informatie en verachting voor de waarheid – de echte journalistiek in de hoek drukt. De doorsnee Amerikaan wordt volgestopt met het afval van de grote informatiebedrijven, met shows van het ongezonde en abnormale. Pop-psychologen celebreren over de ziel van massamoordenaars en plegers van seksuele misdrijven. De waarheid is dat het publiek krijgt waarom het vraagt: een talkshow-natie, waarin het openbare debat wordt gereduceerd tot loeren en schelden.’ Bernstein schrijft dat er natuurlijk altijd sensatiepers heeft bestaan, maar dat het nog nooit zo is geweest dat mensen die zichzelf serieus nemen, voortdurend de leveranciers van deze shows gelukwensen met hun ‘ondernemingsdurf’. Hij roept de journalistiek op haar verantwoordelijkheid te nemen en zich te richten op het onderzoeken en beschrijven van de werkelijke problemen van vandaag: de ingewikkelde samenleving, de werkloosheid, raciale conflicten. ‘Wij van de kwaliteitspers hebben afstand gedaan; de consequentie daarvan is de triomf van de cultuur der idioten.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.